Bezig met laden...
Piratenverhaal 11/12 jaar Lezen 23 min.

Mira en de stormpoort naar vrijheid

Mira en haar bemanning varen met de Stormmeeuw om een weggelopen jongen te beschermen, terwijl ze admiraal Veldman ontwijken en gevaarlijke zeetochtige hindernissen trotseren.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Hoofdpirate: Mira, jong vrouwelijk (ca. 16–18), vastberaden blik, natte zwarte ingevlochten haren, versleten blauwe zeiljas, hand stevig aan groot houten roer, rechtop op de boeg. Kapitein Rotsbaard: man ca. 50, forse grijze baard, donker mantel achter Mira, hand op een kaart, ernstige beschermende uitdrukking. Jip: kleine man ca. 35, rond rood gezicht, bevlekt schort, houdt rookpotten klaar, klaar om naar bakboord te rennen. Timo: jongen ca. 12, warrig haar, angstig maar vastberaden, gehurkt bij het rechter reling, kijkt naar het schuim en houdt een tros touw vast. Lotte: vrouw ca. 20, sproeten, eeltige handen, hamert een plank om een lek te dichten onder de kuip. Locatie: smalle rotsspleet genaamd de Grijze Kloof, zwarte en groene rotswanden met algen, donkergroen kolkend water, witte opspuitende golven, lage grijze wolken en schuine regen. Situatie: het kleine schip Stormmeeuw glijdt tussen twee kliffen, dramatisch boegbeeld dat water opspat, gespannen touwwerk en stijve zeilen, lichtflitsen op nat hout, voelbare spanning en beweging. Stijl: papierknipstijl met gelaagde getextureerde papiertjes, scherpe uitgesneden randen, verzadigde contrastkleuren blauwgroen zee vs. bruin hout, kleine slagschaduwen voor diepte, vereenvoudigde lijnen en duidelijke expressies geschikt voor kinderen. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1

De zee rook naar zout en avontuur, en toch voelde Mira zich alsof ze in een te strak korset zat. Niet van stof—van regels.

Ze stond op het voordek van de Stormmeeuw, een rank piratenschip met een boegbeeld dat grijnsde alsof het elke golf uitlachte. De wind trok aan Mira's donkere vlechten en deed het zeil klapperen als een enorme, ongeduldige vlag.

“Vrijheid,” mompelde ze, en kneep haar handen om de reling tot haar knokkels wit werden.

Achter haar klonk het gerinkel van messen—geen gevecht, maar Jip, de scheepskok, die altijd met zijn bestek speelde alsof hij een orkest dirigeerde. Hij was klein, had een buik als een ton en ogen die overal tegelijk leken te zijn.

“Vrijheid is mooi,” zei Jip, “maar vergeet niet: zonder ontbijt is zelfs vrijheid een beetje flauw.”

Mira draaide zich om. “Als jij ooit nog ‘flauw' zegt, gooi ik je in de zee en laat ik je marineren.”

Jip grijnsde. “Zie je wel? Daar is ze weer, onze beschermpiraat. Snel met dreigen, langzaam met glimlachen.”

Mira wilde hem een scherpe opmerking teruggeven, maar de uitkijk riep plots: “Zeilen aan bakboord! Een oorlogsschip!”

De sfeer sloeg om. De Stormmeeuw had littekens van eerdere achtervolgingen, maar een oorlogsschip betekende kettingen, cellen en mannen die hun lach hadden ingeruild voor bevelen.

Kapitein Rotsbaard kwam het dek op, zijn jas wapperend. Zijn baard was meer grijs dan rots, maar niemand durfde dat hardop te zeggen. “Rustig,” bulderde hij. “Mira, naar het roer. Jip, stop met je vorken en haal de rookpotten. Iedereen: klaar voor een scherpe draai!”

Mira sprong naar het roer. Het hout voelde warm van de zon, ruw van het zout. In de verte zag ze het oorlogsschip: zwart, zwaar en wreed, met vlaggen die strak stonden als dreigende vingers.

“Waarom zitten ze achter ons aan?” fluisterde iemand.

Mira wist het antwoord, ook al wilde ze het niet. De Stormmeeuw had iets meegenomen dat niet zomaar goud was: een jongen, Timo, verstopt in een ton appels. Een weggelopen kajuitsjongen van het oorlogsschip. En weglopen, dat vonden admiraals niet grappig.

“Ze willen hun bezit terug,” zei Mira hardop. Ze trok het roer naar stuurboord. De Stormmeeuw helt, water spatte over het dek als koude handjes.

Timo kwam uit het ruim gehold, zijn gezicht bleek. “Het spijt me,” hijgde hij. “Door mij…”

Mira kneep haar ogen samen. “Nee. Door hen. Jij bent geen bezit. Dat is precies waarom we varen.”

De Stormmeeuw schoot vooruit, maar het oorlogsschip was groter—en sneller dan je zou denken. Achter hen klonk het doffe boem van een kanon. Een kogel sloeg een pluim water omhoog, zo hoog als de mast.

“Ze zijn dichtbij!” riep de uitkijk.

Kapitein Rotsbaard keek naar de horizon, naar de donkere wolken die daar opeens hingen als een gesloten vuist. “Daar,” zei hij, en wees. “De Rifftanden.”

Iedereen kende die naam. Een veld van scherpe rotsen, net onder het water, waar schepen hun buik opensneden. Maar Mira's hart klopte niet van angst—eerder van een opstandig soort hoop.

“U wilt tussen de rotsen door?” vroeg ze.

“Als je vrijheid wilt,” bromde de kapitein, “moet je soms langs tanden glippen.”

Mira glimlachte eindelijk. Een kleine glimlach, maar echt. “Dan bijt ik terug.”

Hoofdstuk 2

De Rifftanden kwamen dichterbij. De zee veranderde van diepblauw naar verraderlijk groen, en het water kreeg vreemde draaikolken, alsof het zelf wilde beslissen wie door mocht.

Mira stond stevig, knieën gebogen, handen strak om het roer. Ze luisterde naar het schip: het gekreun van planken, het fluiten van touwen, het zware zuchten van de zeilen. Het was alsof de Stormmeeuw haar waarschuwde en aanmoedigde tegelijk.

“Links een rots!” riep de uitkijk.

“Te laat!” gilde iemand anders.

Mira rukte het roer om. De boeg scheerde langs een puntige rots die zo dicht was dat je hem had kunnen aaien—als je zin had om je hand kwijt te raken.

Jip kwam aanrennen met rookpotten. “Ik heb er drie!” riep hij. “Meer had ik niet, want iemand gebruikte de rest om een ‘romantische mist' te maken.”

“Dat was de kapitein,” zei iemand.

Kapitein Rotsbaard deed alsof hij doof was. “Gooi ze, kok!”

Jip knipoogde naar Mira. “Als ik dit overleef, wil ik promotie. Naar… chef van dramatische effecten.”

Mira kon een lach niet onderdrukken. “Gooi maar, maestro.”

De rookpotten rolden van het dek en plonsden in het water. Meteen kringelde dikke, grijze rook omhoog, die over de golven kroop als een spookdeken. Het oorlogsschip verdween even uit zicht.

“Dat geeft ons een minuut,” zei Mira.

“Dan maken we er twee van,” bromde de kapitein.

Maar de Rifftanden gaven geen cadeaus. Een nieuwe golf kwam, hoger en harder. De Stormmeeuw klapte omlaag, en Timo gleed uit.

Mira liet het roer los—een seconde maar—en greep hem bij zijn kraag. Zijn voeten bungelden boven het schuimende water.

“Laat me!” hijgde hij. “Het is mijn schuld!”

“Hou op,” snauwde Mira. “Loyaliteit betekent dat je niet zomaar overboord gaat als het spannend wordt.”

Timo keek haar aan, ogen groot. “Maar waarom… waarom doet u dit voor mij?”

Mira trok hem overeind. “Omdat iemand het ooit niet voor mij deed.”

Ze had het gezegd voor ze erover nadacht. De woorden prikten. Herinneringen flitsten langs: kettingen om haar polsen, een cel die rook naar roest en schimmel, een stem die zei: je bent van ons.

Een kanonschot brak haar gedachten. Een kogel sloeg tegen een rots en spatte uiteen in stenen en schuim.

“Ze schieten blind!” riep de uitkijk. “Maar ze schieten!”

Mira sprong terug naar het roer. “Timo, naar het ruim. En blijf daar. Niet omdat je bang bent, maar omdat je slim bent.”

Timo knikte en rende weg.

De rook trok op, en het oorlogsschip doemde weer op, veel dichter dan Mira lief was. Door de nevel heen zag ze mannen aan dek, geweren in de aanslag. En aan de boeg stond een man in een blauwe uniformjas met gouden knopen: Admiraal Veldman.

Zelfs op afstand kon Mira zijn gezicht lezen: een glimlach die geen warmte had.

“Dat is hem,” fluisterde ze.

“Wie?” vroeg de kapitein.

“De man die mij ooit ketende.”

Kapitein Rotsbaard keek haar aan, even stil. “Dan ketenen we hem vandaag aan de wind.”

Mira voelde iets in haar borst: een knoop die losser werd. Niet helemaal, maar genoeg om adem te halen.

Ze stuurde de Stormmeeuw door een smalle doorgang tussen twee rotsen. Links en rechts schuurde water langs steen. De masten bogen. Het schip trilde.

Achter hen kwam het oorlogsschip ook de doorgang in. Te groot. Te zwaar. Te hebberig.

“Nu!” riep Mira.

Ze draaide plots scherp. De Stormmeeuw gleed, licht als een meeuw, langs de laatste rots. Het oorlogsschip volgde… en toen klonk er een geluid als een reus die zijn tanden op elkaar zette.

KRAK.

Het oorlogsschip had een rif geraakt. Het kantelde een beetje, vastgezogen door de zee.

“Ze zitten!” riep Jip, juichend.

Maar Admiraal Veldman gaf niet op. Mira zag hem naar voren stormen, orders brullend. Touwen vlogen. Zeilen werden bijgesteld. Kanonnen werden opnieuw gericht.

Hij keek recht naar haar. Zelfs van zo ver voelde Mira het: hij kende haar.

En hij glimlachte alsof hij al gewonnen had.

Hoofdstuk 3

De Stormmeeuw was ontsnapt aan de rotsen, maar de lucht was donkerder geworden. De wolken hingen laag, zwaar van regen die nog twijfelde.

Kapitein Rotsbaard liet zijn telescoop zakken. “Veldman komt los. Hij heeft hulpbootjes.”

Mira zag ze ook: kleine sloepen die als kevers over het water krioelden, vol soldaten met musketten. Ze konden niet snel genoeg zijn om het schip te halen… tenzij de Stormmeeuw vertraagde.

En precies dat gebeurde.

Een doffe dreun van onderaf. Het schip schudde.

“Wat was dat?” riep iemand.

Jip keek naar beneden en werd lijkbleek. “Eh… goed nieuws: we hebben vis. Slecht nieuws: die vis is een rots.”

“Lek?” vroeg Mira.

Een matroos, Lotte met de sproeten, knikte. “Niet groot, maar het wordt groter als we blijven varen.”

Kapitein Rotsbaard vloekte zo creatief dat zelfs de meeuwen even stil waren. “We moeten repareren. Nu.”

Mira keek naar de sloepen. Ze kwamen dichterbij, peddels slaan ritmisch, alsof ze een dreigend lied zongen.

“We hebben tijd voor één ding,” zei ze. “Of repareren, of vechten.”

“Of allebei,” zei Jip, en hield een emmer omhoog. “Ik schep. Iemand anders timmert. En jij… jij doet die Mira-dingen.”

“Mira-dingen?”

Jip knikte ernstig. “Je weet wel. Slimme plannen en alsof je nergens bang voor bent.”

Mira rolde met haar ogen. “Ik ben wél bang.”

“Ja,” zei Jip, “maar je doet alsof je dat niet bent. Dat is knap. Ik doe alsof ik kan koken zonder te proeven. Dat is minder knap.”

Mira trok haar sabel uit de schede. Het metaal ving een flits van licht. “Lotte, neem twee mensen mee naar beneden. Dicht dat lek. Gebruik alles: planken, doeken, zelfs Jips oude schort als het moet.”

“Mijn schort is heilig!” riep Jip.

“Dan bid ertegenaan,” zei Mira.

Ze rende naar de zijkant van het schip. “Boogschutters klaar!”

Een paar piraten, jong en oud, legden pijlen op de pees. Mira had ze dit geleerd: niet schieten om te doden als het niet hoeft. Schiet om te stoppen. Om te waarschuwen. Om ruimte te maken voor een keuze.

De eerste sloep kwam dichtbij genoeg om gezichten te zien. Een soldaat riep: “Geef de jongen terug! En lever Mira van der Zee over!”

Mira's maag trok samen. Ze haatte het, die naam uit hun mond. Alsof ze haar kenden.

Ze stapte op de reling, zodat iedereen haar kon zien. De wind trok aan haar jas, alsof hij haar wilde wegblazen.

“De jongen is vrij,” riep ze. “En ik ook.”

“Vrij?” lachte de soldaat. “De admiraal zegt dat u een voortvluchtige bent.”

“De admiraal zegt veel,” riep Jip vanaf achter haar. “Hij zegt ook dat hij niet kan zwemmen, maar ik geloof dat hij het best kan proberen!”

Er ging een golf van gegniffel over het dek. Zelfs een paar soldaten in de sloep keken onzeker.

Mira hief haar sabel. “Keer om. Nu. Ik wil niemand pijn doen.”

De soldaat aarzelde, maar toen klonk achter de sloepen een diepe stem, versterkt door een hoorn: “Mira!”

Admiraal Veldman stond op het half-vastgelopen oorlogsschip, een telescoop in de hand. “Je kunt niet eeuwig wegvaren. Je hoort bij de kroon.”

Mira voelde het dek onder haar voeten, het schip dat ze beschermde. De bemanning, haar bemanning. Timo in het ruim. Jip met zijn belachelijke bestek. Lotte die onderdeks het lek dichtte.

“Mijn loyaliteit,” riep Mira terug, “is aan mensen. Niet aan kettingen.”

Veldman's gezicht verhardde. “Dan neem ik je met geweld.”

Mira sprong van de reling en gaf een kort bevel. “Schiet… de peddels.”

Pijlen zoefden. Geen bloed. Wel hout dat splinterde. De voorste sloep begon te draaien als een dronken eend.

“Ze kunnen ons niet halen!” riep iemand.

Maar de volgende sloepen weken uit, slimmer dan Mira hoopte. En het lek onder de waterlijn werd niet kleiner van spannend praten.

“Kapitein!” riep Lotte van onder. “We hebben het gedicht, maar we moeten rustig varen. Anders scheurt het weer open.”

Rustig varen betekende ingehaald worden.

Mira's hersenen draaiden sneller dan de wind. Ze keek naar de wolken. Naar de zee. Naar de rook die nog in slierten bleef hangen rond de rotsen.

“De storm,” fluisterde ze. “Die komt.”

Kapitein Rotsbaard volgde haar blik. “Je denkt wat ik denk?”

Mira knikte. “We gebruiken hem. Niet als vijand. Als deur.”

Jip zette zijn handen in zijn zij. “Ik hou van deuren. Vooral als er eten achter zit.”

“Deze deur leidt naar vrijheid,” zei Mira. “Maar hij klapt hard dicht.”

Hoofdstuk 4

De wind trok aan. Eerst speels, daarna als iemand die niet meer wil wachten. Regen begon te vallen, dikke druppels die op het dek tikten als vingers die ongeduldig trommelden.

Mira ging naar de kaartentafel in de kajuit. De ruimte rook naar pek, nat hout en citroen—Jip had ooit geprobeerd de schimmel weg te jagen met citroenen. Het werkte niet, maar het rook wel vrolijk.

Kapitein Rotsbaard boog over de kaart. “Als we naar het Noordergat gaan, kunnen we schuilen.”

“Daar verwachten ze ons,” zei Mira. Ze tikte op een andere plek. “Hier: de Grijze Kloof. Een smalle doorgang tussen twee eilandjes. Bij storm is het gevaarlijk, maar… het is ook onze kans.”

“Waarom?” vroeg Lotte, die binnenkwam met nat haar en een hamer nog in haar hand.

“Omdat grote schepen daar niet durven,” zei Mira. “En kleine sloepen worden door de stroming gegrepen. Als we het halen, zijn we weg.”

Kapitein Rotsbaard staarde naar de kaart. “Je weet dat één fout… en we liggen op de stenen.”

Mira dacht aan de kettingen. Aan Veldman. Aan hoe het voelde om een deur te zien—en hem dan weer dicht te horen vallen.

“Dan maken we geen fout,” zei ze. “Samen.”

Ze gingen terug naar dek. De regen maakte alles glibberig. De zee was nu donker, met witte schuimkoppen die leken op woeste wenkbrauwen.

“Allemaal luisteren!” riep Mira. “We gaan door de Grijze Kloof. Niemand speelt held alleen. Als iemand valt, roep je. Als iemand bang is, zeg je het. Angst is niet de vijand. Stilte is de vijand.”

Jip stak een pollepel omhoog. “Ik ben bang dat mijn soep afkoelt!”

“Dan roer je harder,” riep Mira, en er klonk gelach. Het hielp. Het maakte de lucht iets lichter, alsof humor een extra zeil was.

De Stormmeeuw draaide richting de Kloof. Het water trok en duwde tegelijk. Mira voelde hoe de stroming aan het schip trok als een koppig kind.

Achter hen klonk kanonvuur, dof door de regen. Een kogel sloeg tegen de achtersteven en sloeg een plank los.

“Ze raken ons!” riep de uitkijk.

“Niet kijken!” riep Mira. “Voel het schip. Luister!”

Timo kwam toch naar boven, zijn gezicht wit maar vastberaden. “Ik kan helpen,” zei hij.

Kapitein Rotsbaard wilde protesteren, maar Mira stak haar hand op. “Wat kun je?”

Timo slikte. “Ik ken hun signalen. Hun fluitsignalen. Ik hoorde ze jaren. Ik kan zeggen wat ze van plan zijn.”

Mira keek hem aan, en zag iets wat ze herkende: iemand die bang is, maar niet meer wil wegrennen.

“Goed,” zei ze. “Blijf bij mij.”

De Grijze Kloof doemde op: twee rotsige eilandjes, met kliffen als tanden. Tussenin een smalle strook water dat kookte van de stroming.

“Daar gaan we,” fluisterde Lotte.

Mira nam het roer. “Zeil bijstellen! Niet te veel druk op dat gedichte deel!”

De Stormmeeuw schoot de Kloof in. De wind gierde. Regen beet in Mira's gezicht. Links: een rotswand zo dichtbij dat ze de natte algen rook. Rechts: schuim dat opspatte als spookhanden.

Timo spitste zijn oren. “Ze fluiten… ze willen de sloepen naar binnen sturen!”

“Dan krijgen ze de stroming cadeau,” zei Mira.

En ja: de sloepen probeerden te volgen. Een moment leek het alsof ze het zouden halen. Toen greep de stroming ze, draaide ze rond en gooide ze terug, als speelgoed dat de zee zat was.

Maar Admiraal Veldman was koppig. Het oorlogsschip zelf, half beschadigd maar nog altijd dreigend, zette zeil bij. Het waagde de Kloof.

“Hij is gek,” zei Jip. “Of hij heeft nooit geleerd ‘nee' te horen.”

Mira's hart bonsde. “Als hij hier vastloopt…”

“Dan zijn we vrij,” zei Lotte, hoopvol.

De Stormmeeuw danste door de laatste meters. Een enorme golf tilde het schip op en liet het vallen. Het gedichte lek kreunde, maar hield.

Toen waren ze door de Kloof heen—en de zee opende zich aan de andere kant, wilder maar ruimer. Mira hapte naar adem, alsof ze voor het eerst in weken echt lucht kreeg.

Achter hen klonk een dreun. Niet van een kanon, maar van steen tegen hout.

Het oorlogsschip was vastgelopen, dwars in de Kloof.

Admiraal Veldman stond aan de reling en schreeuwde iets dat de wind verslond.

Jip boog zich naar Mira. “Wat denk je dat hij zei?”

Mira kneep haar ogen samen. “Waarschijnlijk iets heel onbeleefds.”

Jip knikte tevreden. “Dan zijn we op koers.”

Hoofdstuk 5

De storm joeg de Stormmeeuw verder de open zee op. Na uren vechten tegen wind en golven werd het eindelijk rustiger. De regen werd miezer, de wolken trokken uit elkaar als een gordijn dat langzaam opengaat.

Het schip kreunde, maar leefde. De bemanning zat verspreid over het dek, nat, moe en glimmend van opluchting.

Kapitein Rotsbaard ging naast Mira staan. “Je hebt ons gered.”

Mira schudde haar hoofd. “Wij hebben ons gered.”

Hij knikte langzaam, alsof hij dat woord proefde. “Loyaliteit,” zei hij. “Dat is je kompas.”

Mira keek naar de horizon. “Ik ben niet altijd loyaal geweest. Niet aan mezelf.”

Kapitein Rotsbaard trok een wenkbrauw op. “Vertel.”

Mira aarzelde. Ze voelde alle ogen niet, maar wel de aanwezigheid van haar mensen. Alsof de stilte zelf luisterde.

“Ik zat ooit op een schip van de kroon,” zei ze zacht. “Niet als matroos. Als… eigendom. Ze noemden me ‘bruikbaar'. Ik ontsnapte, maar een deel van mij bleef daar. Elke keer dat ik een uniform zie, voel ik weer die kettingen.”

Timo ging dichterbij staan. “Daarom beschermt u anderen,” zei hij. “Omdat u weet hoe het voelt.”

Mira knikte. “Ik dacht dat vrijheid alleen betekende: weg zijn. Ver genoeg. Snel genoeg. Maar Veldman bleef achter me aan, in mijn hoofd.”

Jip schoof ook aan. “In mijn hoofd zit alleen eten,” zei hij. “Maar dat is ook soms een probleem.”

Mira schoot in de lach, en het klonk schor, maar echt. “Dank je, Jip.”

Lotte keek naar Mira. “En nu?”

Mira haalde diep adem. Ze keek naar de mast, hoog en trots, met het zeil dat nog nadroogde in de wind. “Nu kiezen we onze route. Niet om te vluchten, maar om te leven.”

Kapitein Rotsbaard knikte. “Er is een plek,” zei hij. “Vrijhaven Zilverbaai. Geen admiraal durft daar te komen. Te veel piraten, te weinig regels.”

Jip zuchtte dromerig. “En naar het schijnt: een bakker die kaneelbroodjes maakt zo groot als reddingsboeien.”

“Dat is de belangrijkste informatie van vandaag,” zei Mira serieus.

De bemanning lachte, en de lach rolde over het dek als warme zon.

Timo keek omhoog. “Denkt u dat hij ons ooit loslaat?”

Mira dacht aan Veldman, vastgelopen tussen stenen, maar niet verslagen. Ze dacht aan de kettingen in haar herinnering.

“Misschien niet,” zei ze eerlijk. “Maar ik laat hém wel los. Hier.” Ze tikte met twee vingers tegen haar borst. “Dat is ook vrijheid.”

De lucht werd steeds helderder. De wind ging liggen, alsof hij ook moe was van al dat gedoe. En toen, precies toen de nacht viel en de sterren één voor één verschenen, riep Lotte: “Kijk!”

Boven de mast schoot een streep licht door de hemel. Daarna nog één. En nog één, alsof de sterren zelf iets wilden vieren.

Mira staarde omhoog. De vallende sterren weerspiegelden in het natte hout en in de ogen van haar bemanning.

Jip fluisterde: “Mag je meer dan één wens doen?”

“Alleen als je loyaal blijft,” zei Mira.

Timo keek haar aan. “Wat wenst u?”

Mira legde haar hand op de mast, voelde het stevige hout, het kloppende hart van het schip. Ze voelde de warmte van mensen om haar heen, de zachte deining van de zee, en de ruimte van de lucht boven haar.

“Ik wens,” zei ze, “dat niemand hier ooit nog kettingen om krijgt. En dat we elkaar vasthouden, ook als de wind draait.”

Kapitein Rotsbaard legde zijn grote hand op haar schouder. “Dat is een wens waar ik voor teken,” zei hij.

De sterren schoten verder, als zilveren pijlen die de nacht doorboorden. En Mira—Mira voelde iets wat ze lang niet had gevoeld: niet alleen dat ze weg was, maar dat ze vrij was.

Boven de mast dansten de vallende sterren, en de Stormmeeuw voer door, recht de toekomst in.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Korset
Strak kledingstuk dat je borst en buik stevig bijeenhoudt, vaak oncomfortabel.
Boegbeeld
Versiering aan de voorkant van een schip, vaak in de vorm van een figuur.
Reling
Lage hek of stang langs de rand van een dek zodat je niet valt.
Uitkijk
Persoon die hoog staat om ver te kijken en gevaar te zien.
Kettingen
Stukken metaal die in elkaar hangen en iets sterk vast kunnen maken.
Kajuitsjongen
Jonge helper op een schip, vaak klein en doet klusjes onderdeks.
Bakboord
De linkerkant van een schip als je naar de voorkant kijkt.
Stuurboord
De rechterkant van een schip als je naar de voorkant kijkt.
Rookpotten
Potjes die rook maken om zicht te verbergen of te waarschuwen.
Achtersteven
Het achterste deel van een schip, tegenover de boeg.
Telescoop
Langwerpig kijkinstrument om ver weg kleiner en dichterbij te zien.
Stroming
Beweging van water in zee of rivier die dingen mee kan nemen.
Gedicht
Hier gebruikt als woord in het schip; meestal is het een rijmende tekst.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

vriendschap samenwerking moed redding zee piraat storm

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.