In het zachte schijnsel van de avond zit een klein konijntje op een donzig kussen. Zijn naam is Milo. Milo wiebelt met zijn oortjes en ademt zachtjes in en uit. Overal om hem heen glimmen kleine sterretjes. Het lijkt wel alsof het nachtlampje zachte lichtjes over zijn kamer strooit. Alles voelt rustig. Alles voelt warm.
Milo sluit zijn oogjes een beetje, maar slapen lukt nog niet. In de verte hoort hij een zacht “Oehoe, oehoe.” Milo kijkt om zich heen. Daar, op het raamkozijn, zit een grote, lieve uil. Zijn veren zijn zacht en pluizig. Zijn ogen zijn groot en vriendelijk. Ze stralen rust uit.
“Hallo, kleine vriend,” fluistert de uil. “Waarom slaap je nog niet?”
“Ik wil slapen, maar mijn hoofdje is nog zo druk,” antwoordt Milo zacht. Hij wiebelt met zijn neus en zucht.
De uil knikt langzaam. “Luister naar mij,” zegt hij met een zachte stem. “Adem rustig in… en uit. Voel hoe de lucht in je buikje komt. Voel hoe alles rustig wordt.”
Milo ademt in. Zijn buikje wordt groot. Dan ademt hij uit. De uil kijkt hem met zachte ogen aan. “Goed gedaan, Milo. Nog een keer. Adem in… en uit. Voel je het? Het wordt rustig in je lijfje.”
Milo doet wat de uil zegt. Adem in. Adem uit. Zijn pootjes voelen warm en zwaar, net als zijn oortjes. Alles is zacht. Alles is fijn.
Naast Milo ligt zijn kussen. Het kussen fluistert heel zachtjes, bijna als de wind.
“Rustig aan, lief konijntje. De nacht is lief en rustig. De sterren waken over jou.”
Milo luistert. Het kussen vertelt een verhaaltje.
“In het land van dromen dansen de sterren. Ze geven licht aan de nacht en maken alles veilig en warm. Niets kan je hier bang maken. Je bent altijd veilig.”
Milo voelt zich fijn. Hij glimlacht en sluit zijn oogjes. Maar dan kijkt hij nog een keer naar de uil. “Hoe kan ik rustig blijven als ik veel denk?” vraagt hij heel zacht.
De uil zet zijn vleugels voorzichtig om Milo heen.
“Kijk,” zegt de uil, “stel je voor dat je in een cocon van licht zit. De sterretjes zijn als zachte dekentjes. Ze wikkelen zich om je heen. Je bent warm. Je bent veilig. Alles wat je denkt mag rustig wegdrijven, zoals wolkjes aan de hemel.”
Milo denkt aan de cocon. Hij voelt zich licht en zacht, alsof hij in een wolkje ligt. De kamer verandert een beetje. De muren verdwijnen langzaam en maken plaats voor een sterrenhemel. Overal zweven lichtjes. Alles voelt kalm. Alles is mooi.
“Voel je je veilig, Milo?” vraagt de uil.
Milo knikt. “Ik ben rustig vanbinnen.”
“Dat is het geheime plekje in jou,” zegt de uil. “Daar kun je altijd naartoe. Als je hoofdje druk is, adem je rustig in en uit. Je denkt aan jouw cocon van licht. Dan wordt het stil en zacht in jou.”
Milo glimlacht. Hij voelt zich rustig. Zijn kussen fluistert nog steeds.
“Slaap zacht, lieve Milo. Droom van sterren, droom van licht. De nacht zorgt goed voor jou.”
De uil zingt een heel zacht liedje.
“Ogen dicht, neusje zacht. De nacht is lief, de nacht is zacht.”
Milo hoort de uil. Hij hoort het kussen. Alles klinkt als een wiegeliedje. Alles voelt als een warme knuffel.
Langzaam, heel langzaam, wordt Milo slaperig. Zijn hoofdje rust op het kussen. De lichtjes dansen nog zachtjes om hem heen. De kamer is nu een grote droomwereld, vol kleuren en licht. Alles is mooi. Alles is goed.
Milo voelt hoe de dromen zachtjes komen. Eerst kleine, lieve dromen. Dan grote, vrolijke dromen.
De uil kijkt toe, zijn ogen zijn vriendelijk en blij.
“Slaap lekker, Milo,” fluistert hij. “Je bent veilig. Je bent vredig.”
In zijn cocon van licht glimlacht Milo. Hij ademt rustig in en uit. Zijn hartje voelt warm. Zijn hoofdje is stil. Terwijl hij zachtjes wegzakt in slaap, nemen de lieve dromen het over. Ze fluisteren mooie dingen. Ze wiegen Milo heen en weer, heel zacht, tot hij helemaal slaapt.
De sterren blijven waken. De uil blijft zingen. Het kussen blijft fluisteren. Alles is harmonie. Alles is zacht.
Nu slaapt Milo, gelukkig en rustig, met een glimlach op zijn snuitje.