Kleine Emma ligt in haar bedje. De zachte dekens omarmen haar als een warme knuffel. Mama zegt tegen Emma: "Sluit je ogen, lieve schat, en adem rustig in en uit." Emma ademt langzaam in en langzaam uit. Ze voelt zich kalm en rustig.
Plots voelt Emma dat ze zweeft. Haar ademhaling neemt haar mee, hoger en hoger, naar een plek die zachtjes wordt verlicht door een zilveren maan. Ze kijkt rond en ziet een prachtige open plek in het bos. De maan schijnt fel en alles lijkt te glinsteren als sterren.
Emma ziet een spiegel van water. Ze loopt ernaartoe en kijkt erin. Het water is zo helder dat het haar gezicht teruggeeft, maar ook iets anders. Ze ziet dromen, mooie dromen die dansen op de spiegelvloer. Emma glimlacht. Ze weet dat de nacht niet eng is, maar vol wonderen en mogelijkheden.
Naast de spiegel ziet Emma een ballon. Het is niet zomaar een ballon. Het is een ballon van licht! Hij zweeft zachtjes en geeft een warm, vriendelijk licht. Emma voelt zich blij en veilig bij het zien van de ballon. Ze weet dat de ballon haar altijd zal begeleiden, waar ze ook heen gaat.
Emma ademt langzaam in en langzaam uit. Met elke ademhaling voelt ze zich lichter. Dan, met één diepe ademhaling, ziet Emma dat er een deur verschijnt. Het is een deur van sterren en maanlicht. Ze opent de deur en stapt naar binnen.
Daar is een wereld vol zachte wolken en zachte muziek. Alles is kalm en vredig. Emma voelt zich gelukkig. Ze weet dat ze hier altijd terug kan komen als ze haar adem volgt.
Langzaam begint de wereld om haar heen te veranderen. Het zachte gras wordt een zacht kussen. De maan glimlacht naar Emma en fluistert: "Slaap zacht, lieve Emma. De nacht is je vriend, en je dromen zijn mooi."
Emma opent haar ogen. Ze ligt weer in haar bedje. Ze glimlacht en fluistert: "Dank je wel, maan. Dank je wel, dromen." Ze sluit haar ogen weer en valt in een diepe, rustige slaap.
De nacht brengt Emma lieve dromen, en ze weet dat haar adem haar altijd zal begeleiden naar een plek vol liefde en rust.