De Grote Stapeltaart
Mila is vier jaar. Mila houdt van lachen. Mila houdt van spelen. Op een dag zegt papa: "We maken een stapeltaart!"
Mila kijkt. De stapeltaart is hoog. Heel hoog. Te hoog, zegt mama. "Dat lukt nooit," zegt buurman Bert. "Onmogelijk!" zegt de grote klok in de keuken (oké, de klok zegt niets, maar zijn wijzers kijken streng).
Mila denkt. Ze klopt in haar handen. "Laten we spelletjes spelen," zegt ze. Spelletje één: dansen. Ze draait rond de tafel. De koekjes wiebelen, maar ze vallen niet. "Hup!" lacht Mila. "Nog een keer!"
Spelletje twee: zingen. "La-la-la," zingt Mila. De eieren wiebelen. De room wiebelt. Iedereen lacht. "Een stapeltaart is moeilijk," zegt papa. "Maar we verzinnen iets," zegt Mila.
De Onmogelijke Toren
Mila kijkt naar de cakepan. Ze kijkt naar de keukendoek. Ze kijkt naar haar speelgoed. Een idee! Ze haalt haar knuffel, een lange sok en een plank uit de kinderwagen. "Ik bouw een brug," zegt ze ernstig. Haar manier is een beetje gek. Dat vinden volwassenen grappig. Dat vinden kinderen helemaal niet gek. Kinderen vinden het leuk.
Mila plakt de sok om de pan. Ze legt de plank als een glijbaan. Ze zet haar knuffel bovenaan. "Voorste rij," zegt ze. Iedereen helpt een beetje. Papa tilt, mama houdt vast. De buurman geeft een lepeltje. Het lepeltje tikt. Het tikt als een klok.
"Voorzichtig," zegt mama. "Langzaam," zegt papa. Mila glimlacht. Ze zet de bovenste koek erop met een kleine sprong. "Hup!" roept ze. De koek rolt niet. De koek landt precies. Iedereen klapt. De stapeltaart wiebelt een beetje, maar staat.
Mila heeft de regel veranderd. "Een stapeltaart moet recht zijn," zeggen de volwassenen. Mila zegt: "Nee. Een stapeltaart mag dansen!" En de taart danst een heel klein beetje. Dat is leuk. Dat is raar. Dat is fijn.
Nu komt het grote einde van het grote spel. "Wie mag de slagroom doen?" vraagt mama. "Ik!" zegt Mila en ze maakt een grote, rommelige toverslagroom-beweging. Spetter, spatel, pats! Room is in haar haar. Room is op de vloer. Room is op de deurklink. Iedereen lacht. "Wat een feestje," zegt buurman Bert.
"Dat was onmogelijk," zegt papa. "Niet meer," zegt Mila. "Als je anders denkt, kan alles anders." Ze pakt een stuk taart. Ze deelt met haar knuffel. Ze deelt met papa en mama. Iedereen proeft. Iedereen lacht. De klok tikt zacht. De zon zegt piepklein hallo door het raam.
Mila slaapt later met een beetje room op haar wang. Ze droomt van dansende taart. Ze droomt van ideeën die gek zijn en goed. Morgen bedenkt ze weer iets nieuws. Vandaag lukte het. Vandaag was fijn. Vandaag was samen.