“Wat een mooie dag!” zegt de hond Max. Hij springt vrolijk rond in de tuin. Max heeft een zachte, bruine vacht en een lange staart die kwispelt als een gek.
“Wat ga je doen, Max?” vraagt de kat Mia. Ze ligt lui op het gras en kijkt naar de blauwe lucht. Mia is wit met zwarte vlekken. Ze rekt zich uit en zegt: “Ik wil spelen!”
“Spelen? Hoe?” vraagt Max nieuwsgierig.
“Laten we verstoppertje spelen!” roept Mia enthousiast.
“Ja! Ik tel, jij verstopt!” zegt Max en sluit zijn ogen. “Eén… twee… drie…”
Mia sprint snel weg en verstopt zich achter de grote boom.
“Vijf… zes… zeven…” telt Max luid.
“Kom snel, Max!” fluistert Mia stiekem.
“Negentien… twintig! Ik kom!” roept Max.
Hij snuffelt aan de lucht. “Waar ben je, Mia?”
Mia giechelt. “Hier achter de boom!”
Max kijkt en zegt: “Haha, gevonden!”
“Nu ben ik het!” zegt Mia met een grote glimlach.
Max sluit zijn ogen en begint opnieuw te tellen. “Eén… twee…”
Mia kijkt om zich heen. “Waar zal ik me verstoppen?”
Ze ziet een grote bloem. “Goed idee!” zegt ze en duikt eronder.
Max telt tot twintig en roept: “Klaar!”
Hij begint te zoeken. “Waar is Mia? Is ze soms een bloem geworden?”
Mia lacht stilletjes onder de bloem. Max snuffelt overal.
“Bingo!” roept Max als hij de bloem ziet. “Je bent gevonden!”
“Ja, ja, ja!” zegt Mia blij. “Dat was leuk!”
Max kwispelt en zegt: “Laten we nog een keer spelen!”
“Ja, dat wil ik ook!” antwoordt Mia.
En zo spelen ze de hele middag, vrolijk en blij.