Hoofdstuk 1: Muis op missie
In een kleine vrolijke boerderij woonde een slimme en ondeugende muis, genaamd Max. Max was niet zomaar een muis. Hij droeg altijd een piepkleine pet en liep rond met een stukje kaas als wandelstok. Max hield van avontuur, maar nog meer van kattenkwaad. Elke ochtend, zodra de zon haar eerste stralen liet zien, sprongen de dieren op de boerderij uit hun stal, hun mand of hun holletje. Want op deze boerderij was geen dag saai.
Op een dag hoorde Max de kippen klagen. âOei, oei, onze eieren rollen steeds weg!â kakelde Kip Toos. âIk kan mijn eieren nooit meer terugvinden tussen al dat stro!â Max kreeg een idee. âLaat mij maar,â zei hij met een grote glimlach. âIk ga iets uitvinden waardoor de eieren niet meer wegrollen!â
Max knipte met zijn staart en hupte naar de schuur. Daar lagen bergen oude spullen, precies waar Max van hield. Hij viste een paar lege blikjes, een elastiekje, en wat veertjes uit een doos. Terwijl hij knutselde, zong hij een raar liedje: âTjippende kippen, stuiterende eieren, Max maakt alles fijn, Max maakt alles fijn!â
Hoofdstuk 2: Het Ei-avontuur
Toen Max terugkwam, had hij een gek ding gebouwd: een soort mini-kinderwagen op wieltjes, speciaal voor eieren. âHier, Toos,â riep Max trots. âJullie eieren hoeven nooit meer te rollen. Ze kunnen nu gewoon rijden!â
Kip Toos keek verbaasd, maar legde voorzichtig een ei in het karretje. Meteen rolde het karretje vanzelf vooruit, recht naar het hek! Plotseling kwamen de andere kippen aanrennen. âWacht, dat is ons ei!â riepen ze en renden achter het karretje aan. Maar het karretje was sneller! Het sprong over een drempel, schoot langs een slapende koe en rolde zĂł de modderpoel in waar Varken Vera lag te zonnen.
âHopla!â deed Vera, net op tijd om het karretje tegen te houden met haar snuit. Iedereen stond te lachen. âDat was een ei-quisite rit!â grinnikte Max. Maar toen hij wilde buigen, viel zijn pet in de modder. Vera grinnikte: âNu heb jij een moddermaskertje, Max!â
De eieren waren ongedeerd, behalve dat eentje nu een moddervlek had. âDat is gewoon camouflage!â riep een kuikentje trots. En zo werd het âEi-op-wieltjes' een attractie: iedere kip wilde nu dat haar ei een ritje maakte.
Hoofdstuk 3: De Grote Appelrace
Die nacht kon Max bijna niet slapen van de pret. Maar de volgende morgen hoorde hij een gestommel. In de appelboom speelden geitjes verstoppertje en schoten ze per ongeluk alle appels uit de boom. Appels rolden overal! De koeien gleden uit, de eenden schrokken en de geiten stonden te schateren.
Max rende naar zijn schuur en riep: âDit is een klus voor de supersnelle Max-muis!â Dit keer bouwde hij een appelvanger: een soort karretje met een net eraan. âWie doet er mee met de Grote Appelrace?â riep hij.
Alle dieren kwamen hollen. De koeien mochten in duo's achter het karretje lopen en wie het meeste appels ving, kreeg een kroontje van klaverbladeren. De race begon. Max scheurde met zijn appelvanger over het erf, gevolgd door vrolijke koeien, hinnikende paarden en een stel gillende kippen die deden alsof ze raceauto's waren. âToet toet! Pas op!â riep Max als hij langs de ganzen schoot, die verwoed klapten met hun vleugels.
Aan het einde van de race waren bijna alle appels netjes gevangen in het net. Maar één appel was zo snel, dat zelfs Max hem niet te pakken kreeg. Die rolde helemaal in de melkton. Toen de boerin (oh nee, er zijn geen mensenâde koeien natuurlijk!) melk wilden drinken, vonden ze daar de appel. âDat is een appelmoes-melkshake!â loeide Koe Katrien en iedereen kreeg de slappe lach.
Hoofdstuk 4: Het Feest van de Creatieve Kantenkoppen
's Avonds werden alle dieren uitgenodigd voor het Feest van de Creatieve Kantenkoppen. Iedereen moest komen met iets geks wat Max had uitgevonden. De varkens reden op skateboards, de kippen paradeerden met hun eierkarretjes en de eenden probeerden vliegles te krijgen met Max' superveer-rugzak (dat was vooral veel geplons in de drinkbak).
Max kreeg een kroon van kaasblokjes, want iedereen vond hem de grootste uitvinder van de boerderij. âJij laat nooit iets zomaar gebeuren, Max,â zei Kip Toos. âMet jou is zelfs een verdwijnend ei een avontuur!â
Max sprong op een hooibaal en riep: âWie wil er morgen een nieuwe uitvinding testen?â Alle dieren staken hun poot, hoef, vleugel of snuit in de lucht. Want op de boerderij van Max, de muis met de pet, was er altijd wel iets raars, grappigs of leuks te beleven. En zo eindigde de dag in vrolijkheid, gelach en een beetje modder, precies zoals Max het graag had.
En niemand, echt helemaal niemand, wilde de volgende dag missen.