Er was eens een klein meisje genaamd Lotte. Ze had gouden krullen die glinsterden in het zonlicht en ogen die straalden als sterren. Op een dag ontdekte Lotte dat er een klein vuurtje in haar buik zat. Het was een warm, rood vuurtje dat soms groter werd als ze boos was. Lotte vond het vuurtje spannend, maar soms ook een beetje eng.
Op een ochtend, toen de zon net over de heuvels kroop, zat Lotte aan de ontbijttafel. Haar kleine broer had per ongeluk haar lievelingsbeker omgestoten, en het vuurtje in haar buik begon te groeien. Lotte wilde schreeuwen, maar net op dat moment kwam haar moeder binnen met een zachte glimlach. "Kijk eens, Lotte," zei ze, "de zon geeft elke dag een nieuwe kans om te stralen."
Lotte keek naar buiten en zag de zon die geduldig de lucht vulde met licht. Ze dacht na over wat haar moeder had gezegd. Misschien kon ze, net als de zon, ook rustig blijven stralen, zelfs als het vuurtje in haar buik groter werd.
Die middag ging Lotte naar de speeltuin. Ze zag haar vriendje Max bij de glijbaan. Max had zijn eigen vuurtje, dat wist Lotte. Soms werd hij heel rood in zijn gezicht als hij boos was. "Hoi Max," zei Lotte vrolijk. "Zullen we samen schommelen?"
Max keek op en glimlachte. "Ja, graag!" zei hij. Terwijl ze samen schommelden, voelde Lotte het vuurtje in haar buik kleiner worden. Het was alsof het zachte briesje dat langs haar wangen streek, het vuurtje rustig maakte.
Later die dag, terwijl Lotte in haar bedje lag met haar knuffelbeer, dacht ze na over het vuurtje. "Misschien is het vuurtje niet zo erg," fluisterde ze tegen haar beer. "Misschien kan ik leren het te begrijpen, net zoals ik de sterren aan de hemel begrijp."
Haar beer knikte stilletjes, alsof hij het helemaal met haar eens was. Lotte glimlachte en sloot haar ogen. Ze voelde zich kalm en vredig, zoals de maan die zachtjes over de wereld waakte.
De volgende ochtend, toen Lotte wakker werd, scheen de zon weer helder door haar raam. Ze rekte zich uit en voelde dat het vuurtje in haar buik rustiger was. Het was er nog steeds, maar het voelde nu als een warm dekentje dat haar beschermde.
Lotte wist dat ze elke dag zou blijven leren hoe ze met haar vuurtje om moest gaan. En ze wist dat, net als de zon, elke dag een nieuwe kans was om te stralen en vriendelijk te zijn.
En zo leerde Lotte dat, zelfs als het vuurtje in haar buik soms groot werd, ze altijd kon kiezen om te glimlachen en zachtjes te stralen als de zon.
En ze leefde nog lang en gelukkig, met haar vuurtje als een trouwe vriend.