Er was eens een kleine coccinelle genaamd Lotte. Lotte woonde in een vrolijke boerderij, vol dieren die graag gekke dingen deden. Op een dag ontdekte Lotte iets vreemds. Haar favoriete blaadje was verdwenen!
Lotte zei: "Waar is mijn blaadje?" Ze keek onder een steen. Geen blaadje. Ze keek in een bloem. Geen blaadje. Toen besloot ze haar vrienden om hulp te vragen.
Eerst ontmoette Lotte de kip Kaatje. "Kaatje, heb jij mijn blaadje gezien?" vroeg Lotte. Kaatje schudde haar veren en zei: "Nee, Lotte, maar we kunnen samen zoeken!" En daar gingen ze, tok tok tok.
Toen vonden ze Boris, het varken. Boris lag in de modder te rollen. "Boris, weet jij waar mijn blaadje is?" vroeg Lotte. Boris snuifde en zei: "Ik weet het niet, maar ik wil wel meehelpen!" En zo gingen ze verder, knor knor knor.
Samen liepen ze naar het veld, waar ze het schaap Sien zagen. "Sien, heb jij mijn blaadje gezien?" vroeg Lotte. Sien mekkerde en antwoordde: "Nee, maar ik wil wel mee zoeken!" En daar gingen ze, mee mee mee.
Uiteindelijk kwamen ze bij de grote boom. En raad eens? Daar was het blaadje, hoog in de boom! De eekhoorn Flip zat erbij en riep: "Ik vond het zo mooi, dat ik het even leende voor mijn nest!"
Lotte lachte en zei: "Dat is wel grappig, Flip! Maar ik miste het." Flip giechelde en gaf het blaadje terug. "Sorry, Lotte!"
Iedereen begon te lachen. Kaatje tokte, Boris knorde, en Sien mekkert zachtjes. Lotte was blij. Haar blaadje was weer terug.
En vanaf die dag, als Lotte haar blaadje zocht, wist ze waar ze het moest vinden. Iedereen in de boerderij leefde lang en gelukkig, en ze lachten nog vaak om die gekke dag.