Hoofdstuk 1: De jonge brandweervrouw
In een klein dorpje woonde een jonge brandweervrouw genaamd Lotte. Lotte had een mooie, rode brandweerauto. Ze was heel blij met haar werk. "Ik hou van brandweerman zijn!" zei Lotte altijd. "Het is spannend en belangrijk!"
Elke ochtend droeg Lotte haar mooie brandweeruniform. Het was felgeel met een grote, zwarte helm. "Kijk naar mijn helm!" zei ze. "Hij houdt mijn hoofd veilig!" Lotte was trots op haar uniform.
Op een zonnige dag besloot Lotte om naar het park te gaan. Daar waren veel kinderen aan het spelen. Ze speelden met ballen en renden rond. Lotte zag ze en glimlachte. "Hallo, kinderen!" riep ze. "Wat zijn jullie aan het doen?"
De kinderen keken op. "We spelen!" zei een meisje met een blauwe jurk. "Wat doe jij, Lotte?"
"I k ben een brandweervrouw!" antwoordde Lotte. "Ik help mensen en blus branden. Wil je meer weten?"
"Ja!" riepen de kinderen in koor.
Hoofdstuk 2: De verantwoordelijkheden van een brandweervrouw
Lotte ging zitten op het gras. "Als brandweervrouw moet ik snel zijn," zei ze. "Als er brand is, moet ik meteen in mijn brandweerauto springen. Vroem, vroem!” Ze maakte het geluid van de motor. "En dan rijd ik zo snel mogelijk naar de brand!"
"Wat nog meer?" vroeg een jongen met een rode pet.
"Ik moet ook goed kunnen samenwerken," zei Lotte. "Met mijn team. We helpen elkaar. Samen zijn we sterk!"
"Wat doe je als je bij de brand bent?" vroeg het meisje met de blauwe jurk.
"Ik gebruik een slang," zei Lotte. "Een grote, lange slang! Ik spuit water op het vuur. Zo maken we het vuur nat en koud!" Ze maakte een spuitbeweging met haar handen. De kinderen lachten.
"Is het eng?" vroeg de jongen met de rode pet.
"Een beetje," zei Lotte. "Maar ik ben niet alleen. Mijn vrienden zijn er ook! En we zijn dapper samen. Dapper zijn is belangrijk!"
Hoofdstuk 3: De vreugde van het helpen
Lotte vertelde verder over haar werk. "Ik zie soms mensen die bang zijn. Maar dan zeg ik: 'Maak je geen zorgen! Wij helpen je!' Het voelt goed om te helpen."
"Wat is het leukste aan je werk?" vroeg het meisje met de blauwe jurk.
"Het leukste is dat ik mensen kan helpen," zei Lotte met een grote glimlach. "En ik hou van de sirene! Woe-oe-oe! Het maakt iedereen wakker!"
De kinderen begonnen te lachen en maakten het geluid van de sirene na. "Woe-oe-oe!" riepen ze.
"Ja, precies!" zei Lotte. "En weet je wat nog meer leuk is? We leren altijd nieuwe dingen. Soms oefenen we met het blussen van vuur in de brandweerkazerne. Dat is heel spannend!"
"Kunnen we ook brandweermensen zijn?" vroeg de jongen met de rode pet.
"Ja, jullie kunnen dat ook!" zei Lotte. "Als je groot bent, kun je brandweerman of brandweervrouw worden. Maar je moet ook altijd goed leren. School is belangrijk!"
De kinderen knikten. Ze vonden het leuk om te leren over het werk van Lotte.
"Willen jullie een keer met mij in de brandweerauto rijden?" vroeg Lotte met een twinkeling in haar ogen.
"Ja, ja!" schreeuwden de kinderen.
Lotte lachte. "Dan moeten jullie wel goed oefenen! We moeten snel rennen en goed samenwerken. Dat is de sleutel tot een goede brandweerman!"
De kinderen sprongen op en neer van blijdschap. "We willen oefenen!"
"Goed idee!" zei Lotte. "Laten we samen een spel spelen. Jullie kunnen brandweermannen zijn en ik ben de leiding. Klaar voor actie?"
"Ja!" riep iedereen.
Lotte en de kinderen speelden een geweldig spel. Ze renden rond, maakten het geluid van de sirene en hielpen elkaar. Ze lachten en hadden veel plezier.
Aan het einde van de dag zei Lotte: "Jullie zijn geweldige brandweermannen! Vergeet niet, het belangrijkste is om vriendelijk en dapper te zijn."
De kinderen zwaaiden naar Lotte terwijl ze haar brandweerauto instapte. "Tot de volgende keer, Lotte!" riepen ze.
Lotte glimlachte en rijdde weg. "Tot de volgende keer, kinderen! Blijf dapper!"