Begin
Lina is een leerling-kunstenaar. Ze heeft een kleine tas met potloden. En een blok papier dat zacht ruikt, een beetje naar hout.
Vanavond zit Lina in een stille straat. De lucht is blauw en rustig. In het café aan de hoek branden warme lampjes. Lina mag op een krukje bij het raam zitten. Ze wil oefenen met tekenen. Rustig. Stap voor stap.
Ze kijkt naar haar lege blad. Dat is soms best spannend. Lina ademt zacht in. En zacht uit. “Ik begin met een cirkel,” fluistert ze.
Ze zet een lichte lijn. Niet te hard. Dan kan ze het later nog veranderen. Lina weet: een kunstenaar mag proberen. Een kunstenaar mag ook missen. Dat is niet erg.
Op tafel ligt een gum. En een puntenslijper. Lina legt ze netjes naast elkaar. Ze wacht even. Geduldig. Dan maakt ze nog een lijn. Nog een klein lijntje. Het wordt een gezichtje. Met een brede glimlach.
“Mooi,” zegt Lina zacht tegen zichzelf. “Nog even rustig verder.”
Midden
Dan hoort Lina muziek buiten. Tik-tik. Boem-boem. Ting-ting. Het klinkt vrolijk, maar ook zacht. Ze staat op en kijkt door de deur.
Op het pleintje staan muzikanten. Een vrouw met een viool. Een man met een gitaar. En iemand met een kleine trommel. Ze lachen naar elkaar. Het is een improvisatie, een jam. Ze spelen zonder vast plan. Ze luisteren goed. Ze wachten op elkaar. Net als Lina met haar potlood.
Lina loopt dichterbij. Ze houdt haar tekenblok tegen haar buik. De violiste ziet haar en knikt. “Kom maar,” zegt ze. “Wil je tekenen terwijl wij spelen?”
“Ja,” zegt Lina. Haar stem is klein, maar blij.
Lina gaat zitten op een bankje. Ze legt haar papier op haar knieën. De muziek maakt golfjes in de lucht. Lina probeert de golfjes te zien. Ze tekent boogjes. Ze tekent stipjes. Tik-tik, stip-stip. Boem-boem, grote ronde cirkels.
De trommelaar zegt: “Ik speel zacht, luister maar.”
Lina knikt. “Ik teken zacht,” zegt ze.
De gitarist plukt langzaam. “Ting… ting…”
Lina maakt dunne lijntjes. “Dit zijn jouw snaren,” fluistert ze.
Maar oeps, haar potlood gaat te ver. Een dikke streep schiet over het papier. Lina schrikt even. Haar ogen worden groot.
De violiste stopt niet met spelen. Ze glimlacht. “Dat kan gebeuren,” zegt ze na een maatje. “Wat kun je ermee doen?”
Lina kijkt. Ze voelt haar buik weer rustig worden. “Ik kan er een weg van maken,” zegt ze.
Ze tekent kleine steentjes op de streep. Nu is het een pad. Op het pad tekent ze voetstapjes. De muziek gaat verder. Lina gaat ook verder.
Ze gumt een klein stukje. Niet boos. Gewoon rustig. Ze slijpt haar potlood. Langzaam draaien. Dan blaast ze het stofje weg.
Lina tekent de muzikanten. Een viool als een bruine druppel. Een gitaar als een dikke acht. Een trommel als een koekjestrommel. En boven hen tekent ze de lampjes van het plein. Rond en geel, als mini-maantjes.
“Wat maak je?” vraagt de gitarist.
“Een herinnering,” zegt Lina. “Met lijnen en vormen.”
De muzikanten spelen nog één rondje. Ze luisteren, wachten, en lachen. Lina voelt zich warm vanbinnen. Samen maken ze iets moois. Zonder wedstrijd. Gewoon delen.
Einde
De jam wordt zacht. De laatste toon hangt even in de lucht. Lina kijkt naar haar tekening. Ze is niet perfect. Maar ze is echt. En ze vertelt precies hoe het voelde.
Lina pakt een donkerder potlood. Heel voorzichtig schrijft ze onderaan: “14-02-2026.” Ze kijkt nog eens. Ze knikt langzaam.
“Zo,” zegt ze. “Dit is vandaag. Dit is belangrijk.”
De violiste buigt een beetje. “Goed gedaan, kunstenaar,” zegt ze.
Lina loopt terug naar binnen. Ze gaat weer op het krukje zitten. Ze houdt haar blok dicht tegen zich aan, als een klein kussen. Haar ogen worden zwaar.
Ze denkt aan geduld. Aan wachten op een lijn. Aan proberen. Aan een fout die een pad werd. Aan muziek die samen een tekening werd.
Lina glimlacht. Buiten is het stil. Binnen is het warm. En op haar papier woont een rustige herinnering, met een datum erbij.