Op een ochtend wordt Lila wakker in haar warme bedje. De zon stuurt gouden strepen door het raam. Lila is drie jaar. Ze kijkt rond en ziet haar knuffelbeer, Brammetje. “Vandaag voel ik me stoer,” fluistert Lila. “Vandaag ga ik iets bijzonders doen!”
Maar dan hoort ze een zacht, geheimzinnig gefluister. “Lila, Lila, kom naar het bos. Het magische Lichtbloempje is kwijt!” Het klinkt als de wind, maar Lila weet dat het de stem is van de oude wijze uil, Olof. Lila springt uit bed, trekt haar rode laarsjes aan en pakt Brammetje stevig vast.
Samen lopen ze het bos in. De bomen zwaaien met hun groene armen. Het ruikt naar mos en avonturen. Olof de uil wacht op een dikke tak. Hij kijkt Lila aan met grote, gouden ogen. “Lila, alleen het Lichtbloempje kan de dag weer laten stralen. Maar het is verstopt in het Verborgen Dal. Durf je te zoeken?”
Lila knikt. Ze is een dappere ontdekkingsreiziger. “Ik ben niet bang!” zegt ze. Brammetje knikt ook, met zijn pluizige kopje.
Onderweg komen ze bij een brede rivier. Het water glinstert als een spiegel. Een pratende vis, Fien, springt op. “Lila, als je over wilt steken, moet je zingen. Dan komen er lianen om je te helpen.” Lila zingt haar vrolijkste lied. De lianen slingeren naar haar toe als groene slangen. Ze zwaait samen met Brammetje naar de overkant.
Aan de overkant voelt de lucht magisch. Ze ziet vlinders die licht geven. Ze dansen om haar heen. “Kom, Lila,” fluistert een van de vlinders, “wij wijzen je de weg.” Ze volgen het lichtjespad tot ze bij een hoge boom komen. In de boom zit een kever met glinsterende stippen, Kiki.
“Het Lichtbloempje is boven in de boom,” zegt Kiki. “Maar de boom wiebelt heel erg.” Lila pakt Brammetje stevig vast en klimt. Elke tak kraakt als een oude deur, maar Lila geeft niet op. Ze klimt hoger en hoger, tot ze het Lichtbloempje ziet. Het straalt als een zonnetje in een blad.
Lila plukt het voorzichtig. Meteen wordt alles om haar heen warm en helder. De wind zingt. De bomen klappen met hun bladeren. Olof vliegt naar haar toe. “Jij bent moedig, Lila. Je hebt het Lichtbloempje gevonden omdat je niet opgeeft en gelooft in jezelf.”
Samen lopen ze terug naar huis. Lila voelt zich groot en blij. Brammetje lacht. Zelfs als je klein bent, kun je iets groots doen. Dat weet Lila nu zeker.