Deel 1 – De kleine ster in haar buik
Er was eens een meisje van vier jaar. Ze heette Lila.
Lila had krullen als zachte wolkjes en ogen zo blauw als een rustig meer.
Op een avond zat Lila met haar mama op het balkon.
De lucht was donkerpaars. De sterren knipperden als kleine gouden oogjes.
Lila wees naar de lucht.
“Mama,” zei ze, “kijk, de sterren dansen.”
“Ja,” zei mama zacht, “en in jou zit ook een ster. Heel diep in je buik.”
“In míj?” vroeg Lila.
“Ja,” zei mama, “het is je moed-ster. Ze geeft je kracht, net als een zonnetje in je buik.”
Lila legde haar hand op haar buik.
Ze voelde nog niets, maar ze glimlachte.
“Dag, sterretje,” fluisterde ze. “Ik zie je nog niet, maar ik weet dat je er bent.”
Die nacht viel Lila snel in slaap.
De maan keek door het raam naar binnen, als een grote, vriendelijke lamp.
Deel 2 – De reis naar de Regenboogberg
In haar droom lag Lila niet meer in haar bed.
Ze stond in een zacht, groen grasveld.
Het gras kietelde haar tenen.
In de lucht zweefden roze wolkjes, als suikerwatten.
Voor haar stond een kleine draak.
Maar het was geen enge draak.
Hij was glanzend groen, met gouden stipjes, en hij glimlachte breed.
“Hallo,” zei hij. “Ik ben Draki.”
“Ik ben Lila,” zei Lila. “Ben jij lief?”
“Ja,” lachte Draki, “ik ben een vriendschapsdraak. Ik adem geen vuur, ik adem glimlachen.”
Draki blies zachtjes naar haar.
Een warme wolk van vrolijkheid kriebelde om haar heen.
Lila giechelde.
“Lila,” zei Draki, “de Grote Regenboogberg roept jou.
Boven op de berg ligt de Spiegel van het Hart.
Daar kun je je innerlijke kracht zien.
Wil je mee op avontuur?”
Lila voelde iets kleins dansen in haar buik.
Alsof een lichtje knipperde.
“Ja,” zei ze dapper. “Ik wil het lichtje in mijn buik zien.”
Draki bukte zich.
“Spring maar op mijn rug,” zei hij.
Lila klom erop en hield zich vast aan zijn gouden stipjes.
Ze vlogen omhoog, langs lachende vogels en zingende wolken.
De wolken zongen:
“Vliegen, zweven, hand in hand,
moed en liefde in elk land.”
Voor hen verscheen de Regenboogberg.
De berg was niet grijs, maar vol kleuren.
Rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet glinsterden als een lange, vrolijke sjaal.
Deel 3 – De Spiegel van het Hart
Draki landde zachtjes aan de voet van de berg.
“Nu lopen we,” zei hij. “Stapje voor stapje. Jij kunt dat.”
De berg was hoog, maar het pad was vriendelijk.
Er groeiden bloemen die zachtjes fluisterden.
“Hallo, Lila… Je bent dapper… Ga maar verder…”
Lila voelde haar beentjes een beetje moe worden.
“Ik kan het niet,” zuchtte ze.
Draki keek haar warm aan.
“Kijk eens in je buik,” zei hij. “Wat zegt het sterretje daar?”
Lila sloot haar ogen.
Ze ademde diep in en uit.
In haar buik voelde ze een klein, warm vonkje.
Het werd groter, als een lampje dat aangaat.
“Ik ben sterk genoeg,” fluisterde ze.
“Ja,” zei de stem van de berg, zacht als wind. “Je bent sterker dan je denkt.”
Lila zette nog een stap. En nog een.
Bij elke stap scheen het lichtje in haar buik feller.
Haar moed groeide, als een boom die hoger en hoger wordt.
Eindelijk kwamen ze boven.
Op de top van de berg stond een grote, ronde spiegel.
De rand was van licht.
De spiegel zong zacht, als een wiegeliedje.
“Ga maar kijken,” zei Draki. “Ik ben hier bij je.”
Lila stapte naar de spiegel en keek erin.
Ze zag zichzelf.
Maar achter haar ogen zag ze ook een zachte, gouden ster.
Die ster straalde warm en vrolijk.
“Ben ik dat?” vroeg Lila.
“Ja,” zei de spiegel. “Dat is jouw innerlijke kracht.
Je moed, je liefde, je vriendelijkheid.
Die zitten altijd in jou, overal waar je bent.”
De ster in de spiegel knipoogde naar haar.
Lila voelde zich groot en licht, als een ballon vol zonnestralen.
“Ik heb een ster in mij,” zei ze blij. “En die blijft altijd.”
Draki knikte.
“Als je bang bent, of als iets moeilijk is,
kun je aan je ster denken,” zei hij.
“Dan voel je weer je kracht.”
De berg kleurde nog helderder, alsof hij klapte van plezier.
De bloemen dansten.
De wolken draaiden vrolijke rondjes.
Lila gaapte een beetje.
Ze voelde zich rustig en warm.
“Kom,” zei Draki zacht, “ik breng je naar huis.”
Ze klom weer op zijn rug.
Ze vlogen terug langs de zingende wolken en de lachende vogels.
Langzaam werd het beeld wazig, als mist.
Lila voelde haar kussen onder haar hoofd.
Ze lag weer in haar bed.
Ze opende haar ogen even.
De maan scheen door het raam.
Mama legde een deken goed over haar heen.
Lila legde haar hand op haar buik en glimlachte.
“Dag, sterretje,” fluisterde ze. “Ik weet nu dat je er bent.”
Het sterretje in haar buik knipperde zacht en warm.
Lila sloot haar ogen en droomde verder,
rustig, blij en vol licht.