Bezig met laden...
Halloweenverhaal 11/12 jaar Lezen 15 min.

Lichtletters in de Kandelaarstraat

Nora, een dappere en creatieve elfjarige, besluit een lichtgevend bord te maken voor Halloween met haar vrienden, maar onderweg naar het perfecte ontwerp ontmoet ze nieuwe buren en ontdekt ze de magie van woorden en samenhorigheid in de Kandelaarstraat.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een 12-jarig meisje, Nora, staat in het midden van de afbeelding, met rommelig bruin haar en sprankelende ogen van opwinding. Ze draagt een oranje trui met een pompoenmuster en een gescheurde spijkerbroek, met een kwast in de ene hand en een beschilderd karton met felle letters in de andere. Haar gezicht straalt trots en vreugde uit, terwijl een lichte bries haar haar laat wapperen. Naast haar staat Imane, haar 12-jarige beste vriendin, verkleed als robot met een zilveren pantser en knipperende lichten. Ze glimlacht met haar armen omhoog, alsof ze klaar is om Halloween te vieren. Links zit Tijs, een 11-jarig jongetje in een mummiekostuum, die geconcentreerd glitters op de grond strooit. De achtergrond is een levendige Halloween-straat, versierd met spinnenwebben en verlichte pompoenen. Dode bladeren dwarrelen door de lucht en een zachte gloed straalt van de lampionnen die aan de deuren hangen. De hoofdscène toont Nora die een groot verlicht bord schildert met de tekst "Snoep hier", omringd door haar vrienden die helpen en elk hun persoonlijke touch aan de feestdecoratie toevoegen. De sfeer is vrolijk en magisch, gevuld met gelach en de opwinding van de Halloween-nacht. meld een probleem met deze afbeelding

1. De opdracht

De Kandelaarstraat rook naar pompoen en kaneel. In bijna elk raam flakkerde een theelichtje. Fietsen stonden met spinnenwebben van watten versierd, en ergens klonk het droge ratelen van een plastic skelet. Nora, elf jaar en koppig als een knoop, stond met haar handen in haar zij in de voortuin.

Het buurtcomité had vergaderd in de garage van meneer De Wilde. Ze hadden een plan bedacht: een duidelijk bord aan het begin van de straat, zodat alle trick-or-treaters wisten waar ze moesten zijn. En omdat er sinds kort nieuwe buren op nummer 13 woonden, uit Frankrijk, moest er op het bord komen te staan: “bonbons ici”.

“Wie wil het bord maken?” had mevrouw Singh gevraagd.

“Ík!” had Nora meteen geroepen, voordat iemand überhaupt kon ademen. Als ze iets in haar hoofd had, dan kwam het er. Punt.

Nu stond ze daar, met een stuk stevig karton, een pot kwastjes en drie halfvolle verfpotten die naar natte aarde roken. Ze keek naar de lucht, die donkerblauw werd als een dekentje dat langzaam over de straat werd uitgerold.

“Hé, Nora!” riep Imane, haar beste vriendin, die al als zilveren robot was verkleed. “Zeg je straks ‘alsjeblieft' in robottaal?”

“Pas als jij ‘dankjewel' piept,” grijnsde Nora. “Ik moet eerst een bord maken. ‘Bonbons ici'. Dat betekent ‘snoepjes hier'.”

Imane bewoog haar robotarmen. “Perfect. Dan weten zelfs de maan en de vleermuizen het.”

Nora knikte. Ze voelde een tinteling van spanning, alsof er kleine vuurvliegjes achter haar ribbenkast dansten. Ze zou het bord maken. Helder. Mooi. En lichtgevend, als het lukte. Want Halloween verdiende letters die je kon geloven.

2. De fluisterletters

Nora legde het karton op de tuintafel. Kat Sinaasappel sprong nieuwsgierig erbij en tikte met een poot tegen een rood penseel, dat meteen een oranje veeg over haar mouw trok.

“Serieus?” zuchtte Nora. “Jij moet geen pompoenkat worden.”

Een windvlaag streek langs de heg en deed de blaadjes fluisteren. Heel zacht, of Nora het zich verbeeldde, hoorde ze: “Ici…”

Ze keek op. De straat was stil, op het geritsel van snoeppapiertjes na en het belletje van een fiets in de verte. “Wie zei dat?” fluisterde ze terug.

Sinaasappel staarde haar aan met gele ogen die alles leken te weten en tóch niets verrieden. De kat kneep in haar rug en rende toen achter een papieren vleermuis aan die over de stoep huppelde.

Een kraai op de lantaarnpaal krastte, alsof hij lachte. Hij boog zijn kop schuin en pikte, heel brutaal, Nora's potlood van de tafel. Weg vloog hij, met een grijs lijntje dat als een streep in de lucht trok.

“Niet mijn potlood!” riep Nora. Ze greep een bezem en rende de straat op. Aan het eind van de heg plofte de kraai neer en liet het potlood vallen in de goot. Nora viste het eruit met de bezemsteel en keek naar de lucht. “Bedankt voor niets,” mopperde ze, maar ze moest er ook om grinniken. De kraai krastte nog één keer en vloog naar het dak van nummer 13, waar een kroon van papieren vleermuizen bungelde.

“Nummer 13,” zei Nora hardop. “Misschien moet ik daar toch even checken of ik het goed schrijf. ‘Bonbons ici'. Niet ‘bonbon' of ‘ici bonbons', hè? Straks stuur ik iedereen de verkeerde kant op.”

Ze stopte het potlood in haar jaszak, klemde het karton onder haar arm en stapte moedig op het huis met de zwarte deur af, waar achter het raam een zacht spookje in de tocht danste.

3. Nummer 13 en het zachte spook

De bel van nummer 13 klonk als een verlegen wolvenhuil. De deur sprong open en Madame Dupin stond daar, met een sjaal vol pompoenen en een lach die net zo warm was als chocolademelk. Achter haar zwiepte het zachte spook omhoog in een zucht van de radiator en zei “bouh” alsof het eigenlijk “boe” wilde, maar zijn mond vol spuugwol had.

“Bonsoir!” zei Madame Dupin. “Ah, Nora, non? Je maakt het bord?”

“Ja,” zei Nora. “Ik wil zeker weten dat het goed is. ‘Bonbons ici', toch?”

Madame Dupin knikte. “Très bien. ‘Bonbons' met s, ‘ici' zonder accent. Wil je… hoe zeg je… lichtgevende letters?” Ze liep naar een kast en haalde een klein potje tevoorschijn. Op het etiket stond in sierlijke letters: “Lune”. Toen ze het openmaakte, rook het naar nat gras na regen.

“Wow,” fluisterde Nora. “Gloeit dit echt?”

“In de maan schijnt alles duidelijker,” glimlachte Madame Dupin. “Woorden wijzen voeten de weg, vooral in het donker. Maar je moet ze met zorg schilderen. Kijk eerst. Luister. Laat de letters komen.”

Het zachte spook maakte een blubbertje in de lucht en dreef tegen Nora's arm. “Je spook zegt boe met een scheetgeluid,” floepte Nora eruit.

Madame Dupin lachte zo hard dat het spookje nerveus wiebelde. “Hij is verlegen. Hier.” Ze gaf Nora naast het potje ook een dun penseel dat glansde als een natte vissenstaart. “Voor de randjes. En, Nora? Je hebt een goede blik. Blijf altijd vragen. Curiosité is een kompas.”

Nora stak alles in haar tas en voelde hoe haar borstkas licht werd, alsof daar een lampje aanging. “Dank u wel,” zei ze. “Ik zal het laten schijnen.”

“Bonne chance,” knipoogde Madame Dupin. “En vergeet niet: de wind fluistert soms. Hij wijst je ook. Maar hij houdt van grapjes.”

Nora keek even schuin naar het spook, dat langzaam weer “bouh” zei. “Dan fluister ik gewoon terug,” antwoordde ze, en stapte naar buiten, waar de lucht alweer een tint donkerder was geworden.

4. Papiersporen en sterrenstencils

Op weg naar huis trok de wind aan het karton als een ondeugend broertje. Vóór Nora “ho” kon zeggen, schoot het karton als een vliegend tapijt uit haar armen. Het schuurde over de stoep, langs de voeten van Bram, die als vampier was verkleed, compleet met een te grote cape die op de grond sleepte.

“Hee!” riep Bram. “Jouw bord probeert te ontsnappen!”

“Niet als ik het kan helpen!” Nora rende erachteraan. Imane sloot piepend aan, haar robotknieën maakten vrolijke klikgeluidjes.

Het karton dook een steegje in, waar het windstil leek. Daar lag het eindelijk, tegen een stapel bladeren die glinsterden van suiker. “Wat is dit?” vroeg Nora, hurkend.

Tijs, in een mummiekostuum met toiletpapier dat al half loshing, kwam hijgend aangelopen. “Oeps,” hijste hij. “Mijn snoepzak was open. Ik heb misschien een kruimelpad gemaakt.”

“Je bedoelt een suikerspoor,” lachte Imane. “Handig! Nu vinden de monsters je makkelijk.”

“Grapjas,” mompelde Tijs, maar hij glimlachte.

Naast de bladeren stond een lage schuurdeur op een kier. In het schemerlicht zagen ze dozen opgestapeld. Op de bovenste doos stond: “FEEST – STICKERS / SJABLONEN”. Nora trok hem open. Binnenin lag een schat: sterrenstencils, pijlen, glinsterende pompoenstickers, en zelfs een rol fluorescerende tape.

“Dit is perfect!” zei Nora. “We kunnen pijlen maken die bij het bord passen.”

“En sterren die de weg laten fonkelen,” voegde Imane toe, terwijl een zilveren ster op haar robotmouw bleef plakken.

“Mag dit zomaar?” fluisterde Tijs, nieuwsgierig en een beetje ongerust.

Nora keek naar het etiket: “Gratis mee te nemen — buurtschuur.” Ze grijnsde. “Het mag van de straatfee.”

Ze pikten een paar stencils en een klein vel met een ronde pompoensticker, glanzend en oranje als Sinaasappel in de zon. Kattenpootjes met suikerdoop verschenen ineens op de stoep; Sinaasappel kwam tevoorschijn uit een struik, met suikerkorrels op zijn snorharen. Hij miauwde schor, alsof hij verkouden van het snoepen was.

“Volg mij,” zei Nora tegen haar vrienden en tegen de grommende wind. “We hebben een bord te maken.”

5. Nachtlichtletters

Terug bij de tuintafel legden ze alles klaar. Imane hield het stencil met een pijl vast, Tijs strooide per ongeluk een wolkje glitter over het karton (“Sorry! Wind!”), en Bram snoof dramatisch. “Er hangt een zeldzame nachtmagie,” zei hij, terwijl zijn cape een plastic spin van de rand van de tafel veegde.

“Oké,” zei Nora, haar handen stevig om het penseel. “Eerst de woorden.” Met het potlood schreef ze rustig: bonbons ici. Ze keek nog eens scherp, proefde de letters in haar mond. “Bon-bons i-ci.” Ze voelde de klank als een geheim dat je deelt als je zeker weet dat het goed zit.

Toen dipte ze het dunne penseel in het potje Lune. De verf was bleek, bijna melkachtig. Ze trok de eerste B, voorzichtig langs de potloodlijn. De lucht hield even zijn adem in. Het leek alsof de letter niet alleen tekende, maar ook wakker werd. Een zacht gloedje kroop achter haar aan, zoals een slak een zilveren spoor trekt.

“Wow,” fluisterde Imane. “Ze zíjn lichtgevend.”

“Je moet netjes schilderen,” zei Nora. “Ze moeten sterk genoeg zijn voor de wind.”

“De wind lust letters?” vroeg Tijs.

“Hij proeft eraan,” zei Bram plechtig. “En hij lacht als ze scheef staan.”

“Nou, dan laten we hem niet lachen,” mompelde Nora, maar ze glimlachte toch. Ze trok de N, de tweede B, de ronde O's als mini-maannetjes. Bij “ici” hield ze haar adem in. De i, de c, de i, met precies genoeg ruimte. Erboven kwam een pijl, met behulp van het stencil en een lijn met fluorescerende tape. De pijl wees naar rechts.

Ze zetten het bord overeind. Het gloeide alsof het zonlicht had opgeslurpt en nu voorzichtig terugzond. Nora voelde een rilling, een goede, die over haar armen liep als een kat die spint in je mouw.

“Perfect,” zei ze. “We brengen 'm naar de hoek.”

Een schaduw schoof langs de heg. Een lang, smal ding met stro uit de mouwen en een hoed. Tijs gilde zacht. De schaduw niesde. Stro vloog in het rond.

“Meneer De Wilde,” zuchtte Nora, opgelucht, toen hij zijn hoed optilde. Zijn gezicht zat onder de glitter. “Gaat alles goed?”

“Uitstekend,” proestte hij. “Ik ben een levende vogelverschrikker. Ik wil alleen de merels laten lachen.” Hij keek naar het bord. “Mooi werk. Maar… je pijl wijst naar het park.”

Nora's wangen werden warm. “O nee! De snoep is natuurlijk in de straat, niet bij de vijver.”

Imane kneep in haar elleboog. “Makkelijk. We draaien het bord gewoon om, of we maken een tweede pijl.”

“Beter: we plakken een sterrenbaan,” bedacht Bram. “Dan wijst alles vanzelf.”

Nora keek naar de stencils, de tape, het karton, en naar de hoek waar de straat begon. “We doen beide,” besloot ze. “Een pijl die klopt, en sterren die zingen.”

6. De hoek, het gelach en de sticker

De hoek van de Kandelaarstraat voelde als een podium. Een lantaarn flakkerde. Een rij kinderen kwam al aan, verkleed als heksen, ridders, dinosaurussen en één wapperend bananenspook. Nora plantte het bord stevig in een bloempot met aarde. Ze draaide de pijl naar links, naar de warme lichtjes van de huizen. Imane plakte sterren langs de stoep, Tijs strooide (per ongeluk en een beetje expres) twee glitterslierten, en Bram hield zijn cape als een theatergordijn. “Mesdames et messieurs,” zong hij, “bonbons ici!”

De eerste groep kinderen stopte. “Wat staat daar?” vroeg een klein riddertje.

“Het betekent: snoep hier,” legde Nora uit. “En de letters lichten op, dus je raakt nooit de weg kwijt.”

“Cool,” zei het bananenspook. “Ik wist niet dat letters konden schijnen.”

“Letters doen meer dan je denkt,” zei Nora, en ze keek even naar nummer 13, waar het zachte spook tegen het raam tikte, alsof het knikte. “Ze vertellen waar je moet zijn.”

De wind roerde zich nog een keer. “Ici…” leek het te fluisteren, maar nu klonk het niet als een geheim, meer als een glimlach. Nora keek rond. Achter het bankje lag een stukje holle rietstengel dat tegen de stenen tikte. Elke windvlaag floot er een zacht “ie-zie” doorheen.

“Het was het riet,” zei Nora, opgelucht en vrolijk. “De straat maakte muziek.”

Sinaasappel sprong op de bloempot en snuffelde aan het bord. Twee vleermuizen (van papier) zwierden naar beneden en plakten met hun tapevleugels aan de lantaarn. Mevrouw Singh deelde mandarijntjes en snoep uit, meneer De Wilde boog als een ridder van stro, en uit nummer 13 klonk net hoorbaar: “Très joli!” van Madame Dupin.

Nora streek met haar vingers langs de gloedletters. Ze voelde geen warmte, toch leek het alsof het licht in haar vingers kroop. Ze haalde het velletje uit haar tas met die ene perfecte, ronde pompoensticker. Niet te groot, precies goed. Een soort zegel, dacht ze. Een belofte dat het bord bleef wijzen, ook als de wind grapjes maakte.

“Wacht,” zei Imane, terwijl ze naast haar kwam staan. “Waar plak je 'm?”

“Hier,” besloot Nora. Ze boog naar de hoek van het bord, waar de pijl begon, op de rand van de glinsterende tape. Zodat je hand vanzelf langs de sterren zou gaan, de pijl zou volgen, en de letters zou lezen. Zodat de weg, voor iedereen, helder bleef.

Ze trok het papieren achterkantje eraf. De straat hield even in. De rietstengel tikte. Het zachte spook deed “bouh,” heel zacht, alsof het niet wilde storen.

Nora plakte de sticker.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Koppig
Weigeren om te luisteren of te doen wat anderen zeggen.
Fluisterletters
Letters die zachtjes lijken te spreken of geluid maken.
Gloed
Een zachte, warme lichtstraal of glans.
Fluorescerende
Stoffen die licht uitstralen als ze worden verlicht.
Zegel
Een speciale sticker of markering die iets officieel of belangrijk maakt.
Curiosité
De nieuwsgierigheid of het verlangen om meer te weten.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.