In het grote, groene bos woonde een vrolijke leeuw genaamd Leo. Leo had een prachtige, gouden manen en hij hield van lachen. Op een zonnige dag liep Leo rond en zong hij: "Ik ben de koning van de jungle, hoera hoera!"
Plotseling hoorde Leo een vreemde geluid. "Wat is dat?" vroeg hij nieuwsgierig. Hij volgde het geluid en kwam bij een grote boom. Daar zat een kleine aap genaamd Max. Max had een grote banaan in zijn handen en hij keek heel serieus.
"Wat doe je daar, Max?" vroeg Leo.
Max zuchtte. "Ik probeer deze banaan te schillen, maar het lukt niet!"
Leo lachte. "Laat mij het proberen!" Hij nam de banaan en deed zijn best om deze met zijn grote poten te schillen. Maar het was moeilijk. De banaan gleed weg en viel op de grond.
"Oops!" zei Leo.
Max begon te lachen. "Jij bent een leeuw, geen banaan-schilderspecialist!"
"Dat klopt!" zei Leo met een grote lach. "Maar ik kan wel iets anders doen!"
Leo besloot een dansje te doen. Hij sprong en draaide rond, terwijl hij zong: "Bananen zijn leuk, bananen zijn fijn, ik ben een leeuw, en ik zing heel gemeen!"
Max begon te lachen en klapte in zijn handen. "Dat is een geweldig dansje, Leo!"
Leo ging door met dansen, en Max deed mee. Ze dansten samen onder de boom, en de banaan lag vergeten op de grond.
Na een tijdje zei Max: "Dit is veel leuker dan banaan schillen!"
"Ja!" lachte Leo. "Laten we altijd dansen in plaats van schillen!"
En zo dansten de leeuw en de aap de hele dag door, blij en vol plezier.