Hoofdstuk 1: Kwakje en het Grote Plan
Kwakje de eend was al heel vroeg wakker. Zijn huisje stond vlak naast de vijver, waar de zonnestralen als stroken goud over het water gleden. Kwakje had een plan. Een briljant, misschien een beetje gek plan. Hij wilde van zijn oude driewieler een supersnelle trottinette maken! Niet zomaar een trottinette, maar eentje met bellen en toeters, en misschien zelfs een vleugje glans van het ochtenddauw.
Aan de rand van zijn erf lag een bergje spullen: een los wiel van een oude kar, een plank van een picknicktafel en een flinke rol eendentape. Kwakje wreef zijn vleugels in zijn veren, zette zijn petje achterstevoren en begon te bouwen. Maar… daar kwam Toet de schildpad alweer aan. Toet was de pakketbezorger van het bos. Altijd in de weer met dozen op zijn rug, altijd nét een beetje in de weg.
“Hé Kwakje!” riep Toet, struikelend over een steentje, “Laat je me er weer niet langs?”
“Eéntje tegelijk op mijn stoep!” mopperde Kwakje, “Jij met je dozen altijd!”
Toet rolde zijn ogen en waggelde zuchtend verder. Maar natuurlijk bleef hij precies stilstaan waar Kwakje zijn gereedschap had neergelegd.
Hoofdstuk 2: Geklungel met Gereedschap
Kwakje probeerde zijn plan uit te voeren, maar zijn hamer had een eigen wil. Steeds als hij wilde timmeren, schoot het handvat onder zijn vleugel vandaan en viel het precies op Toets pakket.
“Pas op!” riep Toet, “Daar zit een glas-in-loodraampje in!”
Kwakje grijnsde. “Nou, dan moet je niet op mijn bouwplek gaan staan met je dozen.”
Er dwarrelde een schroef in het gras. Kwakje bukte, gleed uit over een slak die net op pad was, en belandde met zijn snavel in een hoopje modder. “Alles goed, Kwakje?” gierde Toet, die moeite had zijn lachen in te houden.
“Ja hoor!” mopperde Kwakje, terwijl er modder uit zijn snavel druppelde. “Dit hoort bij het proces.”
Kwakje schroefde, hamerde en plakte, terwijl Toet steeds gekker op zijn tenen eromheen danste met zijn pakketjes. Af en toe stootte Toet per ongeluk tegen een plank aan of stapte hij op de tape, zodat zijn poot vastplakte. “Nu zit ik klem!” riep Toet.
Kwakje moest lachen: “Wil je soms een ritje op mijn trottinette als ik klaar ben?”
Hoofdstuk 3: Chaotische Testvlucht
Eindelijk was het zover. De trottinette stond rechtovereind, met een stuur van een bezemsteel, vlammende stickers aan de zijkant en een toeter die ‘KWA-KWA' riep als je erop drukte.
Kwakje klom erop, wiebelde even en gaf een flinke zet. Hij suisde over het pad, slingerend langs de bloemen, met Toet die achter hem aan riep: “Niet zo snel, ik moet je nog een pakket bezorgen!”
Plotseling schoot er een eikel onder het wiel. De trottinette maakte een rare zwiep en Kwakje vloog pardoes in het struikgewas. Zijn petje zwierde als een frisbee door de lucht en belandde op Toets schild.
“Nou zeg!” lachte Toet, “Wil je een helm lenen in plaats van een petje?”
“Alleen als die bijpassend tape heeft!” gniffelde Kwakje, terwijl hij uit de struiken kroop.
Hoofdstuk 4: Trottinetterivalen
Terwijl Kwakje aan het prutsen was met zijn trottinette, probeerde Toet heel sportief ook een ritje te maken. Maar Toets schild was zo zwaar dat de trottinette alleen in cirkeltjes reed, steeds kleiner, tot hij draaierig afstapte.
Kwakje gierde het uit. “Zie je nou waarom ik altijd zeg: niet alles is voor iedereen!”
Ze bedachten samen een wedstrijd: wie kan het snelst om de vijver rijden? Toet op zijn langzaamste, maar met een doos op zijn rug, en Kwakje op zijn hobbelende trottinette. Het werd een strijd vol bochten, horten en stoten, omgevallen eenden en tuimelende dozen.
Bij de finish belandden ze precies tegelijk in de modderplas naast de vijver, waarbij Toets laatste pakket openvloog en allemaal gekleurde ballonnen de lucht in schoten.
Hoofdstuk 5: Eendenhumor en Eindeloze Plannen
Nog bezemnat en onder de modderspetters lachten Kwakje en Toet tot hun vleugels ervan schudden.
“Misschien moet ik pakketjes bezorgen per ballon,” proestte Toet, “Of per trottinette, maar dan zonder dat ik cirkeltjes draai.”
Kwakje knikte grijnzend. “En ik maak de volgende keer een trottinette met zijwieltjes. Misschien zelfs met een parasol erbovenop!”
“Of eentje met een motortje!” bedacht Toet. Ze fantaseerden nog wat verder, tot ze beiden hoorden:
‘Ploink!'
Een vergeten schroef sprong eruit, precies tegen Kwakjes snavel.
“Nou, dat past perfect,” lachte Kwakje, “Mijn trottinette weet zelf wanneer het klaar is met rijden!”
Zo rolden ze samen lachend naar huis, de één met een modderpet en de ander met een pakket vol lege dozen—én een geheimzinnig piepende eikel in zijn schoen.