Hoofdstuk 1: De Dappere Droom van Kippertje
Kippertje was niet zomaar een coq. Nee, hij was ervan overtuigd dat hij de held zou worden waar iedereen in het dierenbos op zat te wachten. Terwijl zijn veren nog vol dons zaten en zijn kam een beetje scheef stond, droomde hij van grootse avonturen. Elke ochtend sprong hij op een boomstronk en kraaide zo hard hij kon: “Maak plaats voor Kippertje, de held van het bos!” Maar meestal schrok alleen een slaperige eekhoorn wakker, en rolde een konijn met zijn ogen.
Kippertje oefende heroïsche sprongen over molshopen en probeerde met zijn vleugels te klapperen alsof hij de wind kon temmen. Maar meestal struikelde hij gewoon over zijn eigen poten en landde hij met zijn snavel in een hoopje bladeren. “Dat was… gepland!” riep hij dan, terwijl een stel mussen giechelde vanaf een tak.
Op een dag hoorde hij iets nieuws: een vreemd getik, getel en gelach uit de richting van de grote eik. Nieuwsgierig stak Kippertje zijn kop om de hoek. Daar zat een bever met een bril op zijn snuit, omringd door papieren, potloden en… een enorme glimlach.
Hoofdstuk 2: De Statisticus van de Slappe Lach
“Wie ben jij?” vroeg Kippertje, terwijl hij probeerde niet op een eikel te stappen.
“Ik ben Beverius, statisticus van de fous rires — de fous rires zijn lachbuien, weet je wel,” zei de bever trots. “Ik tel elke dag hoeveel keer de dieren in het bos in de lach schieten. Gisteren waren het er 42, en vandaag… tot nu toe 17!”
“Wauw! Mag ik helpen?” vroeg Kippertje met grote ogen. “Ik ben namelijk een held, en helden brengen altijd vreugde!”
Beverius krabde aan zijn kin. “Nou, helden brengen soms ook chaos, maar vooruit, jij mag vandaag mijn assistent zijn.”
Kippertje was zo blij dat hij een sprongetje maakte — recht tegen een tak aan. “Auw!” riep hij, maar Beverius noteerde meteen: ‘Lachbui nummer 18: Kippertje botst tegen een tak.'
Samen gingen ze op pad. Overal waar Kippertje kwam, probeerde hij heldendaden te verrichten. Hij probeerde een muis te redden uit een plas, maar gleed zelf uit en belandde in het water. De muis gniffelde: “Dat was de plas, held!” Beverius hield zijn lijstje bij: lachbui nummer 19.
Hoofdstuk 3: De Held en de Geit
Onderweg kwamen ze een geit tegen die vastzat in een bramenstruik. “Laat mij maar, Beverius, dit is werk voor een held!” riep Kippertje. Vol vertrouwen sprong hij op de geit af. Maar zijn pootjes raakten verstrikt in de stekels, en nu zaten er ineens twee dieren vast.
“Ehm, kleine hulp hier?” piepte Kippertje.
Geit schudde haar kop. “Dit is de minst heldhaftige redding ooit, Kippertje!” riep ze, terwijl Beverius de tranen uit zijn ogen veegde van het lachen. “Lachbui nummer 20 én 21!” noteerde hij.
Na een hoop geworstel en een paar verloren veren, waren ze eindelijk los. Kippertje keek naar zijn pluizige staart die nu iets minder pluizig was. “Je moet gewoon altijd blijven proberen!” zei hij dapper, terwijl Beverius grinnikte.
Hoofdstuk 4: Kippertje en de Onzichtbare Vijand
Plots klonk er een geritsel in de bosjes. “Een monster!” riep Kippertje dramatisch, terwijl hij een stok pakte als zwaard. Beverius dook achter een boom, maar kon het niet laten alvast een notitieblaadje klaar te houden.
Kippertje sprong op de vijand af, zwaaiend met zijn stok. Hij struikelde over een wortel, maakte een dubbele salto en belandde met zijn snavel in een mierenhoop. De mieren waren niet blij, maar de dieren om hem heen des te meer. De das, de eekhoorn en zelfs de slome schildpad lagen dubbel van het lachen.
Beverius noteerde driftig: “Lachbui nummer 22 tot en met 29!”
Kippertje krabbelde overeind, zijn snavel vol aarde en een mier op zijn kam. “Monster verslagen!” riep hij, terwijl iedereen bleef lachen. Zelfs de mieren leken te grinniken.
Hoofdstuk 5: Een Hart in de Aarde
Nadat de rust was teruggekeerd, keek Kippertje naar zijn modderige poten. “Misschien ben ik toch niet zo'n grote held,” zuchtte hij.
Beverius glimlachte. “Weet je, Kippertje, ik heb vandaag meer lachbuien geteld dan ooit. Dat is ook een soort heldendaad!”
Kippertje keek om zich heen. Overal zaten dieren met rode wangen van het lachen. Hij voelde zich ineens warm vanbinnen. “Dan wil ik mijn grootste heldendaad nog doen!” riep hij.
Met zijn snavel begon hij in de losse aarde te tekenen. Hij trok een grote, wiebelige lijn, maakte een bocht, en nog een, tot er een groot hart in de grond stond. Alle dieren verzamelden zich eromheen en giechelden.
“Voor het hele bos!” riep Kippertje trots. En deze keer kraaide hij zo hard, dat zelfs de bijen even stopten met zoemen.
Beverius schreef op zijn lijstje: “Laatste lachbui van de dag: een hart in de aarde, getekend door onze grootste held — Kippertje de coq.”