Er was eens een klein varkentje met een grote roze neus. Varkentje heette Knor. Knor woonde in een grote, groene jungle. 's Nachts maakte hij avonturen met zijn vrienden. Al de dieren konden praten en lachen. Knor was altijd nieuwsgierig en wilde graag geheimen ontdekken.
Op een nacht keek Knor naar de sterren. "Kijk, een ster valt!" zei hij tegen zijn vriend, Aapje. "Laten we het geheim van de vallende ster ontdekken!"
Aapje sprong op en neer. "Ja, ja, laten we gaan!" riep hij blij. Samen liepen ze door de jungle. Ze zagen Olifant met zijn grote oren. "Olifant, wil je mee op avontuur?" vroeg Knor.
Olifant trompetterde vrolijk. "Ja, ik kom mee!" Ze gingen verder, met Olifant die de weg verlichtte met zijn slurf.
De dieren kwamen bij een grote plas. "Kijk, een kikker!" zei Aapje. "Hallo, kikker, wat doe je?"
Kikker kwaakte. "Ik tel sterren!" zei hij. "Wil je ook meedoen?"
Knor knikte enthousiast. "Ja, we tellen de sterren!" Dus telden Knor, Aapje, Olifant en Kikker samen de sterren. Ze lachten en sprongen in het gras.
Plots hoorde Knor een geluid. "Wat was dat?" vroeg hij.
Uit de struiken kwam een kleine muis. "Ik ben het, Muis! Ik zoek mijn glimmende steen."
Knor glimlachte. "Misschien is jouw steen de vallende ster die we zagen!"
Muis keek verbaasd. "Oh, zou dat kunnen?"
Samen zochten ze naar de glimmende steen. En ja hoor, daar lag hij, glinsterend in het maanlicht!
"Bedankt, Knor!" piepte Muis blij. Knor en zijn vrienden lachten en dansten. Ze hadden een mysterie opgelost!
En zo eindigde de nacht met vrolijke dieren, sterren en een speciale glimmende steen. Alle dieren in de jungle sliepen gelukkig en tevreden in hun warme nestjes.