Hoofdstuk 1: De vermiste zadel
De zon brandde zacht over de wijde prairie. Het gras ruiste onder een lichte bries en ergens in de verte loeide een koe. June trok haar laarzen steviger aan en kneep haar ogen samen tegen het felle licht. Ze was een echte cowgirl: dapper, vriendelijk en altijd met haar hoofd erbij. Vanmorgen wilde ze haar lievelingszadel halen – een prachtig leren zadel met sierlijke bloemen erop, speciaal gemaakt door haar vader. Maar het zadel lag niet op zijn gewone plek in de stal.
June keek goed rond. “Vreemd,” mompelde ze. “Gisteren was het er nog.” Haar paard, Storm, brieste zacht. June aaide hem geruststellend over zijn neus. “Rustig maar, Storm. We lossen het op.”
Toen herinnerde ze zich: vorige week had ze haar zadel even uitgeleend aan Hank, de vriendelijke, maar soms vergeetachtige buurman. Hank had beloofd het snel terug te brengen. June wist dat Hank te vertrouwen was, maar voelde toch een lichte onrust. Ze klopte Storm op zijn flank. “Klaar voor een tochtje, ouwe jongen?” Storm hinnikte instemmend.
Met haar hoed diep over haar ogen, een boterham in haar tas en haar laarzen vol stof stapte June op Storm en reed richting het huis van Hank, waar de bergen en de eindeloze prairie elkaar raakten.
Hoofdstuk 2: Naar het huis van Hank
De tocht over de prairie was alles behalve saai. June kende elk pad en elke boom, maar toch gebeurde er altijd wel iets nieuws. Vandaag hoorde ze plots geritsel in het hoge gras. Een konijntje schoot tevoorschijn, sprong vlak voor Storms hoeven en hupte snel weg. Storm schrok even, maar June praatte zachtjes tegen hem.
“Het is maar een konijn, Storm. Je bent stoerder dan dat.” Storm werd weer rustig en samen reden ze verder.
Onderweg kwam June langs een groepje wilde paarden. Hun manen glansden in de zon en hun hoeven trommelden over de grond. June keek verwonderd. Ze voelde zich vrij, met de wind in haar gezicht en het zachte gebonk van Storms hoeven onder zich. Maar haar gedachten bleven teruggaan naar haar zadel. Zou Hank het vergeten zijn terug te brengen? Of was er iets mee gebeurd?
Na een tijdje zag ze de houten hut van Hank tussen de bomen staan. Er brandde rook uit de schoorsteen, dus hij moest thuis zijn. June steeg af, klopte het stof van haar broek en knoopte Storm vast aan een paal.
Ze liep naar de deur en klopte. Er klonk gestommel en even later deed Hank open, zijn gezicht verrast en een beetje rood.
Hoofdstuk 3: Een onverwacht probleem
“June! Wat gezellig!” riep Hank terwijl hij haar uitnodigde binnen te komen. June glimlachte en stapte naar binnen, waar het rook naar koffie en vers brood.
“Dag Hank. Ik kom voor iets kleins,” zei June vriendelijk. “Mijn zadel... Weet je nog? Heb je het toevallig al teruggebracht?”
Hank krabde verlegen achter zijn oor. “Oei, June... Je zadel is hier, maar eh… er is iets gebeurd.” June schrok heel even, maar Hank glimlachte geruststellend. “Geen zorgen, jouw zadel is veilig hoor! Alleen... Mijn muilezel, Pete, vond het zadel zo lekker zitten dat hij ermee naar de heuvels is gelopen. Nu krijg ik hem niet meer te pakken. Pete is koppig vandaag.”
June moest lachen. “Met een beetje geduld krijgen we Pete vast wel terug. Zullen we samen gaan zoeken?” Hank knikte dankbaar. “Dat zou geweldig zijn. Met z'n tweeën lukt het vast wél.”
Ze dronken samen een kop koffie, pakten wat wortels voor Pete en trokken, gewapend met geduld en goede moed, de heuvels in.
Hoofdstuk 4: Op zoek naar Pete
De heuvels waren groen en golvend. Boven hun hoofd cirkelden gieren en in de verte graasden wat koeien tevreden. June en Hank keken goed om zich heen. Ze riepen om Pete en rammelden met de wortels, want daar was de muilezel dol op.
Na een tijdje hoorden ze geritsel. Daar stond Pete, met Junes zadel op zijn rug en een tevreden blik in zijn ogen. Maar Pete stond op een lastig plekje, midden tussen wat stekelige struiken.
June dacht even na. “We moeten voorzichtig zijn, anders schrikt Pete en loopt hij nog verder weg.” Ze bleef op afstand en begon zachtjes tegen Pete te praten. “Rustig maar, jongen. We zijn je vriend.”
Langzaam liep ze om Pete heen en hield hem een wortel voor. Pete snoof eraan, spande zijn oren en stapte voorzichtig dichterbij. Hank fluisterde: “Je bent echt een paardenfluisteraar, June.”
June moest een beetje blozen, maar concentreerde zich op Pete. “Kom maar, Pete.” Toen Pete dichtbij genoeg was, pakte ze voorzichtig het touw dat aan zijn halsband zat. Pete pruttelde wat, maar bleef keurig staan. June praatte nog even rustig door en stelde hem gerust met een aai en een wortel.
Samen namen ze Pete mee uit de struiken. Hank nam voorzichtig het zadel van de muilezels rug en gaf het aan June. “Hier is-ie, June. Helemaal heel.”
June ademde opgelucht uit. “Dankjewel, Hank. En jij ook, Pete.” Pete hinnikte en at tevreden zijn wortel op.
Hoofdstuk 5: Terug naar huis
De terugtocht naar huis verliep rustig. De zon was al wat lager aan de hemel en kleurde alles goudgeel. June voelde zich gelukkig. Ze was dankbaar dat haar zadel terug was en dat ze Hank had kunnen helpen. Onderweg praatten ze over van alles en nog wat. Hank vertelde grappige verhalen over zijn muilezel en June lachte hardop.
Toen ze bij June's huis aankwamen, bleef Hank even staan. “June, bedankt dat je niet boos werd. Je bent echt een goede vriendin.” June glimlachte. “Iedereen vergeet wel eens iets. En jij hebt mijn zadel heel goed bewaard.” Ze knikte vriendelijk naar Hank.
Samen maakten ze snel een afspraak: voortaan zou Hank, als hij iets leende, een briefje achterlaten. Dan wist June altijd waar haar spullen waren. Ze schudden elkaar hartelijk de hand, zonder dat iemand anders het zag. Het was hun stille afspraak.
Toen ze alleen was, poetste June haar zadel tot het blonk. Ze liep naar Storm en legde hem het zadel op. “Klaar voor een ritje in de avondzon, Storm?” Storm brieste vrolijk.
June voelde zich rijk: niet alleen had ze haar zadel terug, maar vooral had ze vrienden die op haar konden rekenen – en op wie zij ook altijd kon bouwen. Ze was dankbaar voor de grote, open prairie en voor ieder avontuur dat haar opwachtte. Met een glimlach en een hart vol tevredenheid reed June de gouden avond tegemoet, klaar voor wat er ook maar op haar pad zou komen – want een echte cowgirl geeft nooit op.