Bezig met laden...
Detectiveverhaal 7/8 jaar Lezen 22 min.

Het mysterie van het verdwenen gouden speldje

Een jonge detective en de buurtbewoners zoeken samen naar een verdwenen gouden speldje in het buurthuis, waarbij kleine sporen en vreemde geluidjes hen op het juiste spoor proberen te zetten.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een slanke jongen genaamd Milo (12–14 jaar) met korte ongestylde haren kijkt geconcentreerd en tevreden terwijl hij een klein rond gouden speldje tussen duim en wijsvinger houdt en het naar mevrouw Kaat reikt. Noor (ongeveer 10 jaar) met halflang haar en pony staat rechts van hem, verlegen en opgelucht, en houdt een met sterren versierde kaart tegen haar borst. Bram (ongeveer 45 jaar), mollig en warm, staat links iets op de achtergrond met samengevouwen handen en een verlegen, berouwvolle uitdrukking; een blauwe sjaal ligt naast hem. Mevrouw Kaat (ongeveer 60 jaar) met grijs haar in een knot staat achter de hoofdtafel klaar om het speldje aan te nemen. De scène speelt zich af in de achterkamer van het buurthuis: een kleine voorraadruimte met hoge raamopening, houten planken vol dozen gelabeld "Zomerkermis", rollen tape, een geplastificeerde kaart in een map, een prikbord met een zichtbaar gat, een oude radio en een jasmand met een versleten blauwe sjaal; op een nabijgelegen plank staat een klein apparaatje dat een zwak signaal geeft (keyfinder) naast een kermisdoos. De compositie is intiem, met zachte gebaren en duidelijk leesbare gezichtsuitdrukkingen. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: De laatste zaak

Milo van Dijk was een jonge detective met een oude gewoonte: hij hield van orde. Niet van saaie orde, maar van orde in zijn hoofd. Als hij een rommelige situatie zag, wilde hij de logica terugvinden, alsof hij een geknoopt touw rustig uit elkaar peuterde.

Op deze zonnige ochtend stapte Milo het buurthuis binnen. Hij werkte daar vaak samen met de buurtagent, en eigenlijk wist iedereen dat Milo bijna met “detective-pauze” wilde gaan. Niet echt met pensioen, want hij was nog jong, maar hij had gezegd dat hij na deze maand meer tijd wilde voor tekenen, fietsen en pannenkoeken bakken. Hij noemde het zelf lachend: “mijn vroegpensioen.”

Bij het prikbord stond een groepje kinderen te wachten. Hun ogen waren groot en nieuwsgierig. Ook mevrouw Kaat, de beheerder van het buurthuis, wapperde met haar handen.

“Het is weg,” zei ze. Ze klonk niet boos, meer… teleurgesteld. “Ons speldje. Het gouden speldje van de Zomerkermis.”

Milo keek naar het prikbord. In het midden hing een lege plek, met een klein gaatje in het kurk. Daar had het speldje vastgezeten. Het was een mooi ding, vertelde Milo zich. Een rond speldje met een ster erop, en op de achterkant stond: Eerlijkheid & Moed.

“Waarom is het zo belangrijk?” vroeg Milo.

Mevrouw Kaat zuchtte. “Het wordt elk jaar uitgereikt aan iemand die helpt, die eerlijk is, die anderen opbeurt. We zouden het vandaag geven aan Noor, omdat zij elke week boeken rondbrengt naar mensen die niet zo makkelijk de deur uit kunnen.”

Noor kreeg een rode kleur op haar wangen en keek naar haar schoenen. Milo zag dat ze haar handen netjes vouwde, alsof ze zich klein wilde maken.

Milo knikte. “Dan zoeken we het terug. En we doen het rustig. Niemand hoeft bang te zijn. In een buurthuis verdwijnt iets niet zomaar. Er is altijd een spoor.”

Hij pakte zijn kleine notitieboekje. Daarin tekende hij meestal ook, maar nu schreef hij bovenaan: ZAAK: HET VERDWEGEN SPELDJE.

Hij keek naar het gaatje in het kurk. “Wanneer is het voor het laatst gezien?”

“Gistermiddag,” zei mevrouw Kaat. “Toen heb ik het nog gepoetst. Vanmorgen was het weg.”

Milo keek om zich heen. De deuren stonden open, er stond een tafel met knutselspullen, en in de hoek stond de oude radio van het buurthuis. Die radio gebruikte men soms voor muziek bij de bingo.

Milo hield van kleine details. Hij keek naar de vloer. Bij de deur lag iets kleins: een dun, blauw draadje, alsof het van een sjaal of een lint kwam. Hij pakte het met twee vingers op en stopte het in een schoon papiertje.

“Oké,” zei hij. “We beginnen bij de logica: wie was hier, wat is er gebeurd, en waarom. En jullie—” hij keek naar de kinderen “—mogen meedenken. Want goede detectives stellen goede vragen.”

Hij tekende drie vakjes in zijn boekje: TIJD, SPOREN, MENSEN.

Onder TIJD schreef hij: gister gepoetst, vandaag weg.

Onder SPOREN schreef hij: gaatje in kurk, blauw draadje.

Onder MENSEN schreef hij: mevrouw Kaat, Noor, bezoekers.

“Eén ding is zeker,” zei Milo zacht. “Als iemand dit speldje nam, is er een reden. En redenen laten vaak tekens achter.”

Hoofdstuk 2: Sporen in het buurthuis

Milo liep langzaam door de gang, alsof hij een schildpad was die alles wilde zien. Hij keek niet alleen naar wat er was, maar ook naar wat er níet was. Dat vond hij vaak het spannendst.

In de knutselruimte stond een schaar op tafel. Er lagen slierten papier en een pot met stickers. Milo zag ook een rolletje dubbelzijdig tape. Niets vreemds. Behalve één klein ding: op de rand van de tafel zat een heel klein krasje, alsof iets scherps langs het hout was geschoven.

Milo boog voorover. “Wat denken jullie?” vroeg hij aan de kinderen. “Is dit krasje van gisteren? Of is het ouder?”

Een jongen met sproeten stak zijn hand op. “Mijn mama zegt: als iets nieuw is, is het lichter van kleur.”

Milo knikte en keek goed. Het krasje was inderdaad lichter dan de rest. “Slim gezien. Dus het kan nieuw zijn.”

Hij liep verder naar de koffieruimte. Daar hing een kapstok. Aan één haak hing een blauwe sjaal. Milo keek naar de sjaal en dacht aan het blauwe draadje in zijn papiertje.

Hij pakte zijn zaklampje—niet omdat het donker was, maar omdat het hem hielp om scherp te kijken. Hij liet het licht over de sjaal glijden. Bij de punt zat een rafeltje. Een klein draadje bungelde.

Milo voelde niet aan de sjaal. Hij keek alleen. “Van wie is die sjaal?” vroeg hij.

Mevrouw Kaat dacht even na. “Die is van meneer Bram, de vrijwilliger. Hij komt vaak 's avonds nog even langs om stoelen recht te zetten.”

Milo schreef in zijn boekje: sjaal mogelijk Bram.

Toen hoorde Milo in de gang zachte voetstappen. Iemand kwam binnen, heel netjes, met een glimlach alsof hij altijd wist waar de suiker stond. Het was een onbekende man met een nette jas en een pet die hij meteen afnam.

“Goedemorgen,” zei de man beleefd. “Ik ben nieuw hier. Ik kwam vragen waar de boekenhoek is. Ik houd van lezen.”

Milo keek hem aan. De man was vriendelijk, zijn stem rustig. Zijn schoenen waren schoon. Dat viel Milo op, want buiten was het een beetje nat van de ochtenddauw. Schoon betekent: hij liep niet door plassen. Of hij stapte heel voorzichtig.

“De boekenhoek is daar,” zei mevrouw Kaat, en ze wees.

De man knikte. “Dank u wel. En… wat een gezellige drukte. Is er iets gebeurd?”

Mevrouw Kaat aarzelde. Milo zag dat ze niet zomaar iedereen wilde vertellen over het verdwenen speldje. Milo vond dat verstandig.

“Een klein misverstand,” zei Milo. “We lossen het op.”

De man glimlachte. “Succes.” Hij liep naar de boekenhoek en begon rustig langs de planken te kijken.

Milo schreef in zijn boekje: onbekende beleefde man, nieuwe bezoeker.

Hij ging terug naar het prikbord. Noor stond daar nog steeds. Ze keek naar de lege plek, alsof ze het speldje met haar ogen terug wilde plakken.

Milo keek naar Noor's jas. Aan haar rits hing een klein metalen ringetje. Geen speldje. Maar Milo zag wel iets anders: aan haar mouw zat een kleine witte vlek, alsof ze ergens tape of lijm had gehad.

“Heb je gisteren geknutseld?” vroeg Milo.

Noor knikte. “Ik maakte een kaart voor mevrouw Kaat. Met sterren.”

“Met tape?” vroeg Milo.

“Met plaksterren,” zei Noor. “En ook met dubbelzijdig tape.”

Milo dacht aan het tape-rolletje in de knutselruimte. Hij dacht aan het krasje op de tafel. Een krasje kan komen van een speld, of van een schaarpunt, of van iemand die iets loswrikte.

Hij liep naar het raam. Buiten zag hij de fietsenrekken. Hij zag ook de deur naar de kleine opslag, waar de kermisspullen werden bewaard. Die deur was dicht.

Milo luisterde. Soms hoorde je met je oren dingen die je ogen missen. In de gang klonk ineens een heel zacht geluid. Niet echt een bel, niet echt muziek. Meer een… piepje. Heel zwak, alsof een muis ergens een fluitje probeerde.

Milo bleef stokstijf staan. “Horen jullie dat?” fluisterde hij.

De kinderen keken elkaar aan. Iemand knikte.

Het piepje kwam… en ging weer weg. Toen weer even. En toen stil.

Milo voelde een kleine kriebel van spanning, maar het was een fijne spanning, alsof je bijna een puzzelstukje vindt.

Een zwak signaal, dacht hij. Dat is vaak belangrijk.

Hoofdstuk 3: Het zwakke signaal

Milo liep langzaam naar de hoek waar de oude radio stond. Hij boog zich ernaar toe en zette hem heel zacht aan. Geen muziek. Alleen ruis.

En toen—heel even—weer dat piepje. Het klonk niet uit de radio. Het klonk alsof het er vlakbij was, maar niet erin.

Milo keek om zich heen. Aan de muur hing een kastje met gevonden voorwerpen. Er lag een stapel handschoenen, een muts, een verloren knuffel. Milo opende het kastje. Geen piep.

Toen keek hij naar de tafel ernaast. Daar stond een klein apparaatje: een sleutelvinder. Zo'n ding dat piept als je op een knopje drukt, zodat je je sleutels terugvindt. Mevrouw Kaat gebruikte het soms voor de sleutelbos van de opslag. Ze was die weleens kwijt tussen de stoelen.

Milo tikte voorzichtig tegen het apparaatje. Het piepte zacht. Precies hetzelfde geluid.

Milo keek naar de sleutelbos. Die hing niet aan de haak waar hij normaal hing. Milo keek naar mevrouw Kaat.

Haar ogen werden groot. “O nee… de opslag! De sleutelbos!”

Milo bleef rustig. “Geen paniek. Een sleutelbos kan verplaatst zijn. En dat piepje betekent: iemand heeft net geprobeerd hem te vinden. Misschien ligt hij ergens verstopt.”

Hij keek naar de kinderen. “Willen jullie me helpen? We zoeken niet wild. We zoeken logisch. Waar zou een sleutelbos kunnen zijn als iemand hem snel wegstopt?”

De kinderen begonnen te noemen: onder een stoel, in een jaszak, achter een plant.

Milo knikte. “Goed. We beginnen met plekken die dichtbij zijn en waar je snel bij kunt.”

Hij keek naar de kapstok. Onder de kapstok stond een mand met sjaals en vergeten petten. Milo hurkte en keek erin. Daar lag de sleutelbos. Half onder een blauwe sjaal.

De sjaal van Bram.

Milo pakte de sleutelbos op. Het piepje stopte. Hij bekeek de sleutels. Eén sleutel was een beetje anders: die had een groen labeltje. Opslag, wist Milo.

Milo keek naar het blauwe draadje in zijn papiertje, naar de rafel aan de sjaal, en naar de sleutelbos onder diezelfde sjaal. Dat waren geen losse dingen meer. Dat werd een lijn.

Maar Milo wilde zeker zijn. Logica moest kloppen als een stevige brug.

Hij liep naar de boekenhoek. De beleefde onbekende man stond daar nog, een boek in zijn hand. Hij zag Milo en glimlachte weer.

“Vindt u wat u zoekt?” vroeg Milo.

“Ja,” zei de man. “Een boek over treinen. Ik hou van dienstregelingen. Alles op tijd. Dat is fijn.”

Milo vond dat een grappig antwoord. Hij noteerde het in zijn hoofd: deze man houdt van orde, net als ik. Maar dat zegt niets over een speldje.

Milo keek naar de handen van de man. Schoon. Nagels kort. Geen lijm. Geen krassen.

Milo liep terug naar de knutselruimte. Daar stond meneer Bram. Hij was breed, met een vriendelijke buik, en hij droeg… geen sjaal.

Bram was bezig stoelen recht te zetten. Heel netjes. Alsof hij ook van orde hield.

Milo keek naar het krasje op de tafel en vroeg: “Bram, was jij hier gistermiddag?”

Bram knikte. “Ja. Ik heb geholpen na de knutselclub. Er lag van alles. Ik heb opgeruimd.”

Milo hield zijn stem zacht. “Heb jij het speldje gezien?”

Bram trok zijn wenkbrauwen op. “Speldje? Ik zag wel iets glimmen bij het prikbord. Ik dacht dat het een losse knoop was of zo. Ik heb het niet aangeraakt.”

Milo keek naar Bram's jas. Aan zijn mouw zat een klein haakje, alsof hij ergens achter was blijven hangen. Ook zag Milo een klein stukje kurk… heel klein, maar zichtbaar.

Kurk van het prikbord.

Milo schreef: kurkrestje op Bram's mouw.

Bram keek opeens onzeker. “Heb ik iets verkeerd gedaan?”

Milo schudde zijn hoofd. “Ik zoek alleen de logica. Soms gebeurt iets zonder dat je het wil.”

Milo dacht aan de sleutelbos, verstopt onder Bram's sjaal. Was Bram slordig? Maar Bram zette stoelen recht. Dat leek niet slordig.

Toen dacht Milo aan het piepje. Iemand had de sleutelvinder gebruikt. Waarom? Om de sleutelbos te vinden. Maar waarom zou je hem moeten vinden als je hem zelf had verstopt? Tenzij… je hem per ongeluk had weggestopt en later niet meer wist waar.

Of: iemand anders stopte hem daar zodat Bram verdacht leek.

Milo voelde dat de zaak een beetje draaide, zoals een windvaan bij een nieuwe wind.

Hij keek naar Noor. Ze stond in de deuropening, met haar kaart met sterren in haar handen.

Milo zag dat Noor's kaart een hoek had die was omgebogen, alsof er iets hards tegenaan had gezeten. Een rond iets.

Milo bukte bij Noor. “Noor,” vroeg hij zacht, “mag ik je iets vragen? Niet omdat je iets fout hebt gedaan. Omdat je misschien iets hebt gezien.”

Noor slikte. “Ik wilde het speldje gisteren nog één keer bekijken. Gewoon… omdat het mooi was. Ik haalde het er even af. Heel voorzichtig. Maar toen kwam iemand binnen. Ik schrok. Ik stopte het snel… in mijn kaart. Ik dacht: ik hang het zo terug.”

Milo keek haar aan. “En toen?”

Noor's ogen werden nat, maar ze bleef dapper. “Toen riep mevrouw Kaat dat ik naar huis moest, omdat het al laat was. Ik vergat het. Thuis legde ik de kaart op tafel. En vanmorgen… was de kaart er nog, maar het speldje niet.”

Milo voelde opluchting. Niet omdat het speldje nog weg was, maar omdat er een duidelijke stap bij kwam. Dit was logica: Noor nam het speldje zonder slechte bedoeling. Daarna verdween het echt.

“Wie zag jou schrikken?” vroeg Milo.

Noor dacht na. “Ik zag een blauwe sjaal. En iemand zei: ‘O, sorry.' Daarna liep hij weg.”

Blauwe sjaal. Bram.

Maar Milo wist nu ook: Bram kan alleen de kaart hebben gezien, niet het speldje—want het zat erin.

Dus waar was het speldje dan?

Milo keek naar de tafel met tape. Naar het krasje. Naar de kapstok. Naar de sleutelbos. En toen, heel zacht, hoorde hij in de gang opnieuw dat piepje.

Iemand gebruikte de sleutelvinder weer.

Hoofdstuk 4: De logica klopt weer

Milo liep de gang in en keek naar de kapstok. Daar stond de mand nog. Maar nu lag de blauwe sjaal er anders bij, alsof iemand hem net had verplaatst.

Bij de boekenhoek stond de beleefde onbekende man. Hij hield nog steeds het treinenboek vast. Maar Milo zag iets nieuws: in zijn andere hand had hij een klein afstandsbedieninkje. Een knopje.

De sleutelvinder-knop.

De man keek op en bleef beleefd glimlachen. “O, u zocht dit misschien?” zei hij rustig. “Ik vond het op de grond. Het piepte zo zacht, ik dacht: wat is dat?”

Milo nam het knopje aan. “Dank u. Waar precies op de grond?”

“Bij de mand,” zei de man.

Milo knikte. Dat klopte met het verschoven sjaal-gevoel.

Milo dacht hardop, maar rustig, zodat de kinderen mee konden. “We weten nu: Noor stopte het speldje in haar kaart. Iemand met een blauwe sjaal zag haar schrikken. Later was het speldje uit de kaart verdwenen. De sleutelbos is verstopt onder diezelfde sjaal. En iemand gebruikt de sleutelvinder om hem te vinden.”

Milo keek naar Bram. Bram stond er ook bij, nu zonder stoelen in zijn handen. Zijn gezicht was rood.

Bram haalde diep adem. “Ik moet iets zeggen,” zei hij, en zijn stem trilde een beetje. “Gisteren zag ik Noor schrikken. Ik dacht dat ze haar kaart liet vallen. Ik wilde helpen. Ik pakte de kaart op en… ik voelde iets hards erin. Ik dacht: dat is vast het speldje dat weg kan raken. Dus ik wilde het veilig leggen. In de opslag, bij de kermisspullen. Maar toen ging de telefoon. Ik schrok zelf ook. Ik stopte de sleutelbos snel onder mijn sjaal. En… ik legde het speldje ergens neer. Daarna wist ik niet meer waar.”

Milo keek hem aan. “Je bedoelde het goed.”

Bram knikte snel. “Ja! Ik wilde het juist bewaren. Maar ik raakte in de war. En toen hoorde ik dat het speldje ‘gestolen' was en durfde ik niets te zeggen. Dat is dom van me.”

Milo legde zijn hand even op Bram's arm. “Eerlijk zeggen wat er gebeurde is nooit dom. Het maakt dingen weer helder.”

Milo keek naar mevrouw Kaat. “Mag ik de opslag bekijken?”

Mevrouw Kaat knikte en Milo liep met haar naar de deur. Ze gebruikte de sleutel. De deur ging open. Binnen rook het naar karton en oude vlaggetjes. Er stonden dozen met spelletjes, slingers en een grote doos met kermisbekers.

Milo zette zijn “logica-bril” op, zoals hij het noemde. Als Bram iets ergens neerlegde, deed hij dat waarschijnlijk netjes. Niet op de grond, maar op een plank of in een doos. En het speldje was klein. Het kon tussen dingen vallen.

Milo keek naar de tafel in de opslag. Er lag een rol tape, een schaar, en een bakje met paperclips. Hij zag ook een mapje met papieren: “Zomerkermis.”

Milo opende het mapje. Daar zat een plastic insteekhoes in. En in die hoes glom iets gouds.

Het speldje.

Milo haalde het eruit en hield het omhoog. Het licht van het kleine raam viel erop, en de ster glansde alsof hij blij was dat hij weer mee mocht doen.

De kinderen maakten een zacht “ooo” geluid. Noor liet haar schouders zakken, alsof ze eindelijk weer lucht kreeg.

Bram sloeg een hand voor zijn mond. “Daar heb ik het dus gelegd… bij de kermispapieren. Natuurlijk. Ik wilde het ‘bij de kermis' bewaren. Maar ik vergat het.”

Milo knikte. “Dat is precies de logica. Jij bewaart dingen waar ze horen. Alleen was je die dag even afgeleid.”

Terug in de zaal gaf Milo het speldje aan mevrouw Kaat. Zij bekeek het, en toen keek ze naar Noor en Bram.

“Dan lossen we het ook netjes op,” zei ze. “Noor, dank je dat je het vertelde. Bram, dank je dat je eerlijk was.”

Bram slikte. “Mag ik sorry zeggen?”

Noor knikte. “Ik ook. Ik had het niet moeten pakken zonder te vragen.”

Milo voelde een warme rust. Dit was het soort einde dat hij graag zag: geen boze gezichten, maar mensen die weer rechtop durfden te staan.

Mevrouw Kaat pakte een klein doosje. Daarin zat nog iets: een eenvoudig badgeje van het buurthuis. Het was een rond blauw badgeje met de tekst: Helder Denker.

Ze keek naar Milo. “Voor jouw laatste zaak… voordat je met je vroegpensioen gaat.”

Milo wilde zeggen dat hij het niet hoefde, maar hij zag de glimlach van de kinderen. Hij nam het aan. Het voelde licht en toch belangrijk.

Hij speldde het even op zijn jas om het te bekijken. Toen dacht hij aan de echte held van vandaag: Noor, die haar eerlijkheid durfde te gebruiken. En ook Bram, die zijn vergissing durfde toe te geven.

Milo maakte de badge los en gaf hem aan Noor. “Jij mag hem even dragen,” zei hij. “Niet omdat je alles perfect deed, maar omdat je nieuwsgierig bleef naar wat juist was. En omdat je hielp om de waarheid te vinden.”

Noor keek verbaasd. “Maar… dat is van jou.”

Milo knikte. “Badgejes horen niet vast te zitten aan één jas. Ze horen terug te komen bij wie ze nodig heeft. En vandaag heb jij hem nodig om te onthouden: vragen stellen helpt.”

Noor speldde het badgeje op haar trui. Ze straalde.

Mevrouw Kaat hield het gouden speldje omhoog. “En dit,” zei ze, “geven we straks officieel aan Noor, zoals we wilden. Want eerlijkheid en moed—dat hebben we vandaag gezien.”

Milo stopte zijn notitieboekje weg. Zijn hoofd voelde weer opgeruimd. De logica was terug op zijn plek, net als de stoelen van Bram.

En toen Milo later naar buiten liep, hoorde hij achter zich vrolijke stemmen. De zon stond hoger. De zaak was opgelost, zacht en stevig, als een knoop die eindelijk los was.

Nieuwsgierigheid had de weg gewezen. En een badge was teruggegeven, precies waar hij moest zijn.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Detective-pauze
Een korte tijd waarin een detective minder werk doet en meer rust neemt.
Prikbord
Een bord met kurk waar je papiertjes of berichten met punaises hangt.
Kurk
Materiaal dat zacht en licht is, vaak gebruikt op prikborden.
Teleurgesteld
Je voelt je verdrietig omdat iets niet is gegaan zoals je hoopte.
Dubbelzijdig tape
Plakband dat aan beide kanten plakt om dingen aan elkaar te maken.
Rafeltje
Een klein los draadje aan de rand van kleding of stof.
Opslag
Een plek waar spullen worden bewaard, zoals dozen of kasten.
Sleutelvinder
Een apparaatje dat piept zodat je je sleutels snel terugvindt.
Piepje
Een heel klein, kort en hoog geluidje.
Insteekhoes
Een dun plastic hoesje waarin je papieren netjes bewaart.
Dienstregelingen
Een lijst met tijden waarop treinen of bussen komen en gaan.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

samenwerking moed mysterie eerlijkheid buurt detective

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.