Hoofdstuk 1: De Verdwenen Koekjestrommel
Op een zonnige ochtend in het dorpje Zonhoven zat meneer Max met zijn kopje thee aan tafel. Meneer Max was niet zomaar iemand: hij was de beste detective van het hele dorp. Althans, dat vonden de kinderen, want hij loste altijd hun problemen op.
Plots klonk er gestommel op de stoep. Kleine voetjes renden door de gang. De deur zwaaide open en daar stonden Tim en Sara, zijn buurkinderen. Tim hield zijn petje vast. Sara trok zenuwachtig aan haar vlecht.
“Meneer Max!” riep Tim, “Er is iets vreselijks gebeurd!”
“Onze koekjestrommel is verdwenen!” riep Sara erbij, terwijl ze bijna begon te huilen.
Meneer Max glimlachte geruststellend. “Geen zorgen, vrienden. We lossen dit samen op. Vertel me alles.”
Tim begon te vertellen: “Gisteravond bakte mama koekjes. Ze stopte ze in de rode trommel met witte stippen. Vanmorgen was de trommel weg!”
“Hebben jullie overal gezocht?” vroeg meneer Max.
Sara knikte. “Overal. Zelfs onder het bed van onze hond Boris.”
Meneer Max stond op, trok zijn detectivejas aan en pakte zijn vergrootglas. “Dan is het tijd voor een onderzoek. Willen jullie me helpen?”
Tim en Sara knikten enthousiast.
Hoofdstuk 2: De Eerste Sporen
Samen liepen ze naar het huis van Tim en Sara. In de keuken keek meneer Max goed rond. Op tafel lag een kruimel. Hij wees ernaar.
“Kijk,” zei hij, “wat zien jullie?”
Sara bukte. “Een koekjeskruimel!”
Tim pakte zijn vergrootglas. “Er liggen er meer!” riep hij.
Een spoor van kruimels leidde van de tafel, door de gang, tot aan de achterdeur. Meneer Max opende de deur voorzichtig.
Buiten lag de tuin er vredig bij. Maar meneer Max zag modderige pootafdrukken op het paadje.
“Wie zou dat kunnen zijn?” vroeg Tim.
Sara dacht na. “Misschien Boris? Maar Boris is heel lief. Hij doet zoiets niet... toch?”
Meneer Max knielde bij de afdrukken. “Deze pootjes zijn klein, niet zoals van een grote hond.”
Sara's ogen werden groot. “Misschien... een kat?”
Tim wees naar het schuurtje achterin de tuin. “Kijk! De deur staat op een kier.”
Samen liepen ze erheen.
Hoofdstuk 3: Het Raadsel van het Schuurtje
Binnen in het schuurtje was het donker. Meneer Max zette zijn zaklamp aan. Tussen oude laarzen, een tuinslang en een kapotte fiets stond de rode trommel met witte stippen. Het dekseltje lag er schuin op.
Tim liep ernaartoe en riep: “Daar is-ie!”
Sara tilde het deksel op. “Er zit nog maar één koekje in!”
Meneer Max keek goed rond. “Zien jullie nog iets bijzonders?”
Sara tuurde naar de grond. “Kijk, er ligt iets harigs!”
Het was een klein plukje grijs-witte vacht.
Tim zuchtte. “Het was dus een kat. Maar welke kat?”
Meneer Max glimlachte. “Wie woont er nog meer in de straat, die een kat heeft?”
Sara dacht hardop. “Mevrouw Jansen heeft Snorretje, maar die is zwart. Meneer Van Dijk heeft Tijgertje, die is helemaal grijs.”
“En bij jullie?” vroeg meneer Max.
Sara schudde haar hoofd. “Wij hebben alleen Boris.”
Toen riep Tim: “Wacht! Gisteren zagen we een nieuwe kat bij het hek. Met grijze en witte vlekken!”
Meneer Max knikte. “We moeten die kat vinden.”
Hoofdstuk 4: Op Zoek naar de Kat
Tim, Sara en meneer Max liepen langs het hek. Tim floot zachtjes. Plots klonk er een miauw. Uit de struiken kroop een kleine kat met grijs-witte vlekken. Ze keek een beetje schuldig.
Sara lachte. “Dat is haar! De nieuwe kat!”
De kat liep voorzichtig naar hen toe. Ze snuffelde aan meneer Max' schoenen.
Meneer Max boog zich voorover en vroeg zacht: “Heb jij soms koekjes gestolen?”
De kat miauwde en likte haar pootje. Tim moest lachen. “Ze geeft het toe!”
Sara aaide de kat. “Misschien was ze gewoon heel erg hongerig.”
Meneer Max knikte. “Dieren doen soms gekke dingen als ze honger hebben. Zullen we een schaaltje melk en een beetje kattenvoer halen?”
Tim en Sara renden naar binnen om wat eten te halen. De kat begon meteen te drinken en spinde tevreden.
Hoofdstuk 5: Het Grote Raadsel Opgelost
Met de kat op schoot zaten Tim, Sara en meneer Max weer aan tafel. De koekjestrommel stond er ook bij, bijna leeg.
Sara keek naar meneer Max. “Hoe wist u dat het een kat was?”
Meneer Max glimlachte. “Ik lette op de sporen: de kruimels, de kleine pootafdrukken en het plukje vacht. Samen vormen ze het antwoord.”
Tim wees naar het laatste koekje. “Zullen we die delen? Ook met de kat?”
Iedereen lachte. “Goed idee!” zei meneer Max.
Ze braken het koekje in drieën. De kat kreeg het kleinste stukje. Daarna gaf meneer Max de kat een aai.
“Wat is haar naam?” vroeg Sara.
Tim dacht even na. “Wat vinden jullie van Koekie?”
Iedereen vond dat een perfect idee.
Meneer Max stond op. “Jullie hebben goed geholpen bij het oplossen van het raadsel. Echte detectives letten altijd goed op.”
Sara glimlachte. “Volgende keer bellen we u weer, meneer Max!”
“En Koekie mag blijven, toch?” vroeg Tim.
Sara knikte. “Ze hoort nu bij ons!”
Meneer Max lachte vrolijk. “Dan is het mysterie helemaal opgelost. Goed gedaan, team!”
En zo was het raadsel van de verdwenen koekjestrommel opgelost, en hadden Tim en Sara er een nieuw vriendje bij.