De avondwolk en het koekjeslied
Het was bijna bedtijd toen Lila, vijf jaar oud en vol pluisjes in haar haar, ontdekte dat de maan een beetje scheef hing. Niet boos scheef, meer ... scheef-met-een-glimlach. Ze knipperde met haar ogen en deed alsof ze een detective was.
"Waarom hang je zo?" vroeg ze zachtjes tegen de maan. Haar knuffelkonijn Pof zat naast haar met één oor omhoog, alsof hij meeluisterde.
De maan antwoordde niet met woorden. De maan glimlachte en draaide een heel klein stukje. Maar iets anders gebeurde. Een wolkje, heel klein en pluizig, tuimelde naar beneden en bleef precies boven Lila's bed hangen.
"Hallo wolkje," zei Lila. "Kom je voor een verhaaltje?"
Het wolkje geeuwde. "Nee," zei het met een piepstem. "Ik kom voor koekjes."
Lila lachte. "Koekjes? Maar jij bent een wolkje!"
"Precies! Wolkjes eten sterrenkoekjes," zei het wolkje alsof dat de normaalste zaak van de wereld was. Het stak een klein wolkjesarmpje uit en wiegde heen en weer. "Heb je er één?"
Lila had geen koekje, alleen haar sokken met gekleurde streepjes. Ze hield er één omhoog. "Dit is geen koekje."
"Nee," zei het wolkje teleurgesteld. "Maar het ruikt als avontuur."
Pof knipperde. "Avontuur ruikt naar chocola," fluisterde hij.
Lila dacht even na. "Misschien kan ik naar de keuken gaan en één sterkoekje bakken," zei ze. "Met melk en een liedje."
Het wolkje klapte in zijn dampjespootjes. "Zing het Koekjeslied."
Lila sprong uit bed, met Pof onder haar arm en een sok in de andere hand. Ze liep op haar tenen, want avonturen vereisen altijd tenen op de tenen lopen. In de keuken speelde de koelkast zacht snurkgeluiden. Lila zette een pan op het fornuis en keek naar het wolkje.
"Wat komt er in het koekje?" vroeg ze.
"Een piepklein beetje maanlicht," antwoordde het wolkje. "En een groot schepppje nieuwsgierigheid." Het wolkje deed een overdreven zwiep met één wolkenvinger.
Lila deed alsof ze maanzaad strooide. "En een flinke lepel lach." Ze zong zachtjes het Koekjeslied:
"Koekje hier, koekje daar,
koekje komt van heel verwaar.
Met een knipoog en een sprongetje,
maak ik koekje, met een liedje."
Het deeg deed een vrolijk plof en veranderde in een piepklein koekje, precies zo groot als Pofs knuffelvriendje. Het koekje begon te dansen op het aanrecht.
"Hoe eet je een koekje dat kan dansen?" vroeg Lila.
"Heel zachtjes," zei het wolkje. "En heel nieuwsgierig."
Lila nam een hap. Het koekje maakte een klein sprongetje op haar tong en vertelde een grap. "Waarom ging de muis naar de maan? Omdat hij een kaasfilm wilde zien!" Het koekje lachte zo hard dat er kruimeltjes als sterren ontsnapten. Ze vielen op de vloer en veranderden in kleine lichtjes.
"Dat waren geen kruimeltjes," zei Pof verheugd. "Dat zijn muiskaaslichtjes!"
Lila keek hoe de lichtjes in een rij gingen staan en deden alsof ze marcheren: één, twee, drie. "Kom op," zei ze tegen Pof. "We marcheren mee."
De muiskaaslichtjes marcheerden naar het raam. Buiten stond de maan nog steeds scheef-met-een-glimlach. Hij boog zich dichterbij en fluisterde iets. Lila leunde naar het raam en kon het horen, maar het klonk als een lied dat je alleen voelt en niet hoort.
"Zou je je in een croissant kunnen wikkelen?" vroeg de maan met een stem als glazuur.
Lila kroop terug in bed. "Als in een croissant?"
"Ja," zei de maan. "In een maan-croissant. Warm, zacht, en vol dromen."
Lila trok haar dekentje omhoog en draaide zich een beetje naar links, een beetje naar rechts, proefde of haar tenen nog paste... En toen gebeurde iets wonderlijks. Ze verloor zichzelf in een kleine draaibeweging, precies als wanneer je een plakje in een draaikolk legt, en haar lijfje vouwde zich als deeg. Pof keek met grote ogen.
"Je wordt een croissant," zei hij zacht.
"Nee," zei Lila, "ik word een Lilacroissant."
Ze lachte, proestte een piepklein lachje en voelde zich warm en glibberig als een boterham met honing. Het wolkje kroop voorzichtig over haar dekentje en haalde haar in een zachte knuffel.
"Zo," zei het wolkje. "Nu zijn we allemaal klaar."
Pof zuchtte tevreden. "Klaar voor het droomparade."
De misverstanden van meneer Fladder
In de tuin pakte meneer Fladder, de eekhoorn die altijd te veel eikels had, een megagrote paraplu. Hij zag de lichtjes van de muiskaaslichtjes en dacht dat het een feestje was. Hij trok zijn feesthoed aan — die leek op een paddenstoel — en rende naar binnen.
"Waar is het feestje?" riep hij. "Ik heb koekjes!"
"Het is geen feestje," zei Lila, nog half in haar croissantvorm. "Het is een slaapfeestje."
"Een slaapfeestje!" riep meneer Fladder. "Dan nodig ik mijn bed uit!"
Hij gooide zijn paraplu open in de woonkamer. De paraplu blies zachtjes en deed de gordijnen dansen. De gordijnen vonden dat zo leuk dat ze een polka begonnen. "Polka!" riep één en "Polka!" riep de ander. Pof klapte in zijn pootjes.
Meneer Fladder misverstandelde alles op vrolijke wijze. Hij gaf Lila een eikeltje. "Voor de veiligheid," zei hij. "Je weet maar nooit wanneer je een eikel nodig hebt."
"Voor veiligheid?" vroeg Lila met kleine ogen.
"Voor wanneer je een eikel-knop nodig hebt," zei hij ernstig. "Dan druk je en poef — hup — een verhaaltje komt uit de lucht."
Lila drukte op het eikeltje en poef! Een mini-verhaaltje viel neer: een klein boekje zo groot als een duim, met plaatjes van dansende soepkommen.
"Dat is het beste misverstand ooit," zei Lila en ze kuste meneer Fladder op zijn neus. De neus was warm en zag eruit alsof hij sinaasappelsap had.
Buiten hoorde iemand zingen, maar het was geen menselijk lied. Het was de sterrengroep, een stelletje kleine sterren die probeerden een popsong te zingen. Ze oefenden noten tussen de wolken door. "La-la-la," deden ze, en soms "Mmm" als ze honger hadden naar zonnestraaltjes.
Lila draaide zich nog een beetje verder, als deeg voor de perfecte croissant. Ze voelde haar ogen zwaar worden. Het wolkje vertelde nog één laatste mop: "Wat zegt de maan tegen de appel? Jij bent een nachtappel!" Lila giechelde en viel bijna weg.
De file van dromen
Op dat moment besloot de maan dat het tijd was. "Kom," fluisterde hij. "Tijd om in de droomfile te gaan."
"Een droomfile?" vroeg Pof.
"Ja," zei het wolkje. "Een zachte, lange file, precies zoals een trein maar zonder het lawaai. Iedereen loopt netjes, één voor één, met dromen op hun hoofd."
Buiten staken de muiskaaslichtjes een lampje op en vormden een pad. Meneer Fladder deed zijn paddenstoelhoed af en hield hem als een kom. "Mag ik eerst?" vroeg hij.
"Nee," zei Lila slaapdronken, "ik wil eerst." Ze lachte en wikkelde zich dieper in haar croissantvorm. Haar adem werd langzaam, zacht, als druppels honing die in een pot vallen.
De droomfile begon te lopen. Eerst kwam een kleine teddybeer met een bolhoed. Hij neuriënd en hield een mini-eend vast. Daarna kwam een laars met veters die van zichzelf konden dansen. Ze waren allemaal stil. Stil en toch vrolijk. Stil en toch nieuwsgierig.
"Mag ik met jullie mee?" vroeg Pof. Zijn stem was een piepklein trommeltje.
"Altijd," zei het wolkje. "Jij bent de trommelaar van de file."
Ze trokken één voor één langs Lila's bed en buigden even. Elk wezen bracht een klein lichtje, een zacht geluid of een klein droomtje mee. Een droomtje over appelbanken. Een droomtje over reuzeknuffels die touwtje sprongen. Een droomtje over een regenboog die honing regent. Ze zetten hun droomtjes voorzichtig neer op Lila's kussen.
"Voor later," fluisterde de maan.
De muziek van de woorden werd zachter. "La... la..." zongen de sterren, maar nu als wiegeltjes. De kamer voelde als een warme thee. Het wolkje kroop om Lila heen en vouwde zich tot een kapje. De kapdeeg-croissant hield haar veilig.
"Meneer Fladder," zei Lila met een mondhoek omhoog, "als je ooit komt vliegen met een paraplu, vergeet niet je paddenstoelhoed."
"En jij," zei meneer Fladder, "als je ooit koekjes bakt, nodig mij uit. Ik breng extra eikels."
Ze lachten zachtjes, als kleine bellen die niet knappen. Pof nestelde zich op Lila's buik, zijn snorhaartjes wiegden mee. De laars met veters knikte verontschuldigend en de teddybeer speelde zacht op zijn mini-ukulele.
"Goed," zei het wolkje, "nu sluiten we met het allerzachtste lied." Het wolkje neuriede een deuntje dat leek op het tikken van een klokje, maar vriendelijk. Tikketak, tikketak, tikketak. Nog één thee-lepel ademhaling. Nog één blik naar het raam.
De maan boog nog eens en blies een hele zachte lichtkus door het glas. Het landde op Lila's voorhoofd en voelde als suiker op haar huid. Haar oogleden werden zwaarder. Ze mompelde met een stem uit katoen: "Ik wil weten wat er achter de wolken zit."
"Daar zitten vragen," zei de maan. "En dromen. En af en toe een kat in een laars."
"En koekjes?" vroeg Lila.
"En koekjes," zei het wolkje, "en veel nieuwsgierigheid."
Langzaam, als een trage repetitie van een lied, werden de zinnen langzamer. Woorden rekten zich uit als klei. "Ik... ga... dromen," fluisterde Lila, en er zat een glimlach in haar adem.
De droomfile zette zich in beweging. Ze gingen één voor één voorbij, als kleine lichtjes op rij, zachtjes huppelend. Ze vormden een lange, lange rij — een file van dromen die dacht en lachte en soms hummend.
Eén voor één vielen de dromers in slaap, elke ademhaling een mini-golflengte van zee. De kamer werd stiller; het lachen werd een glimlach.
Lila was de laatste. Ze voelde zich gewikkeld, veilig, als een croissant die nog net warm is. Ze dacht aan alle misverstanden van die avond — het wolkje dat koekjes wilde, meneer Fladder met zijn paraplu, de muiskaaslichtjes die marcheerden — en ze vond ze allemaal prachtig. Elk misverstand was een deur naar iets nieuws.
Ze sloot haar ogen. Haar adem werd klein en rustig. De woorden werden zachter en langer, als wol. "Go...e...nacht," zei ze. "Tot... morgen... nieuwsgierigheid."
De maan lachte met zijn kant-en-klare glimlach en keek toe hoe de droomfile zich lostopte in de nacht. De sterren deden zacht hun deurtjes van licht dicht. De wolkjes zongen nog één laatste 'laa' en toen 'aa', en toen niets meer.
In de tuin, meneer Fladder sliep op zijn paraplu, een eikel in zijn poot. De muiskaaslichtjes gingen op hun nachtkastje zitten en vertelden elkaar zachtjes koetjes en kalfjes. Pof droomde dat hij een dirigent was en dat de sokken hem volgden in een lange, vrolijke mars.
En Lila? Lila droomde van een wereld vol vragen die als ballonnen omhoog gingen, van koekjes die grapjes vertelden en van een maan die haar zacht in een croissant draaide. Ze liep in haar droom achteraan in een lange, lange file — één voor één — en iedereen liep netjes, één voor één, vol nieuwsgierigheid, op weg naar nieuwe zachte avonturen.
De nacht wiegde hen voort. De woorden werden nog zachter. Nog zachter. Nog zachter. Tikketak. Tikketak. De dromen marcheerden in file en de maan glimlachte, geruststellend en altijd een beetje scheef-met-een-glimlach.