In het rustige dorpje reed dokter Bram op zijn fiets. In zijn tas zaten pleisters, een kleine zaklamp en een stethoscoop. Die stethoscoop leek op een glanzende slang die kon luisteren.
Vandaag ging dokter Bram naar Noor. Noor zat thuis op de bank met haar papa. Ze hield haar hand tegen haar oor.
“Hallo Noor,” zei dokter Bram zacht. “Ik ben er. Zal ik even kijken? Jij mag zeggen wat fijn voelt.”
Noor knikte klein. “Mijn oor doet au.”
Dokter Bram ging op een krukje zitten, op ooghoogte. “Dank je dat je het zegt. Ik ga eerst vragen stellen. Waar voel je het? Is het een prik, of meer een druk?”
“Noem… druk,” fluisterde Noor.
“Goed verteld,” zei dokter Bram. “Ik wil je oor bekijken met dit lampje. Vind je het goed als ik dichtbij kom? En wil je dat papa je hand vasthoudt?”
“Ja, hand vasthouden,” zei Noor. Papa pakte haar hand.
Dokter Bram hield het lampje omhoog. “Kijk, het is maar een klein zonnetje. Als je ‘stop' zegt, stop ik meteen. Afgesproken?”
“Afgesproken,” zei Noor.
Hij keek voorzichtig. “Mooi gedaan. Je oor is een beetje rood. Dat kan gebeuren als er een verkoudheid in de buurt is. Het is niet eng, je lichaam werkt hard.”
Daarna pakte hij zijn stethoscoop. “Mag ik naar je hart luisteren? Het is net een trommeltje dat ‘doem-doem' doet.”
Noor lachte. “Doem-doem.”
Dokter Bram legde het koude rondje eerst op zijn eigen hand. “Voel maar, het is een beetje fris. Wil je dat ik het eerst warm maak in mijn hand?”
“Ja, warm,” zei Noor.
Hij wreef het rondje. “Zo. Mag ik nu?”
Noor knikte. “Ja.”
Dokter Bram luisterde. “Je hart klinkt sterk. Je longen ademen rustig. Wat knap van jou om zo stil te zitten.”
Hij haalde een klein kaartje uit zijn tas met tekeningen. “Weet je wat een dokter doet? Een dokter luistert, kijkt, en helpt je lichaam. En een dokter vraagt altijd wat jij wilt. Jij bent de baas over je lijf.”
Noor keek blij. “Ik mag stop zeggen.”
“Precies,” zei dokter Bram. “Nu gaan we samen zorgen voor je oor. Veel drinken. Rusten. En papa kan een warme doek bij je oor houden. Als het meer pijn doet, bellen jullie mij. Goed plan?”
“Goed plan,” zei papa.
Noor gaapte. Dokter Bram glimlachte. “Voor het slapen heb ik iets kleins.” Hij gaf een zachte nachtlamp: een maan die warm geel scheen.
“Hij is zacht,” zei Noor.
“Net als een rustig lichtje dat zegt: alles is veilig,” zei dokter Bram. Noor hield de maan vast. Papa zette hem naast haar bed.
Dokter Bram fietste weer weg. In Noor's kamer brandde de kleine maan. Noor fluisterde: “Doem-doem, alles goed,” en ze viel rustig in slaap.