Bezig met laden...
Grappig verhaal van broers en zussen 11/12 jaar Lezen 21 min.

De sokkenoorlog en het stille supermarktspel

Wanneer een kapotte sok thuis leidt tot ruzie, verzinnen drie kinderen tijdens het winkelen een stil mimospel om hun conflict te doorbreken en samen hun boodschappen te doen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Het hoofdmeisje, 12 jaar, vrolijk en ondeugend, rond gezicht met sproeten, halflang kastanjebruin haar, draagt een mosterdgele trui en doet een superheldenpose met een denkbeeldige cape voor een schap chips; de broer, 13 jaar, theatraal en geconcentreerd, kort bruin haar, blauwgestreept T‑shirt, knielt links en doet alsof een aardappel een chip wordt; de zus van 8 jaar, speels en giechelig, blond met vlechten, rode jurk met witte stippen, zit rechts in een winkelwagen en maakt explosie‑achtige gebaren met denkbeeldige kruimels op haar handen; de moeder, dertiger, kalm en glimlachend, haar opgestoken, beige jasje, staat iets achteraan bij een koffierek en kijkt liefdevol; locatie: helder pastelgang in de supermarkt met kleurrijke verpakkingen, oud bordje "Sssst", glanzende crèmekleurige tegels en een metalen winkelwagen met gekreukelde boodschappentas; scène: trio speelt mimespel met overdreven gebaren, stille lachjes, vliegende chipskruimels en warme, grappige sfeer, felle kleurcontrasten en zichtbare gouachetextuur. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: De sokkenoorlog

Ik heet Noor, ik ben elf, en ik woon met twee professionele irritatiefabrieken: mijn broer Sam (13) en mijn zusje Puck (8). We houden van elkaar, echt waar. Alleen… soms lijkt het alsof we speciaal zijn ontworpen om elkaars knoppen te vinden en er dan met twee handen tegelijk op te drukken.

Het begon onschuldig. Een stapel wasgoed. Drie paar sokken. Eén mysterie.

“Dit zijn míjn sokken,” zei Sam, terwijl hij een sok omhoog hield alsof hij een trofee had gewonnen.

“Dat zijn mijn sokken,” zei ik. “Mijn sokken hebben een klein gaatje bij de teen. Zie je? Dat gaatje is praktisch familie.”

Puck sprong ertussen. “Dat gaatje is van mij! Ik heb ook een teen!”

Sam zuchtte dramatisch. “Jullie hebben allebei te veel tenen.”

“Jij hebt te weinig geduld,” snauwde ik terug.

En toen ging het mis. Sam trok aan de sok. Ik trok terug. Puck trok ook, omdat ze nooit een kans laat liggen om aan iets te trekken. De sok maakte een geluid dat klonk als een zielige ballon: “Pfffrrt.”

We stonden stil.

Sam keek naar het gat. “Oké. Nu is het officieel een luchtroostersok.”

“Geweldig,” zei ik. “Nu kan mijn teen gratis ventileren.

Puck giechelde en deed alsof ze een nieuwslezer was. “Breaking news: teen krijgt eigen appartement.”

Ik wilde boos blijven, echt. Maar mijn mondhoeken begonnen te kriebelen. Sam ook. En Puck lachte al alsof ze aan een grap dacht die alleen zij begreep.

Mamma riep vanuit de keuken: “Wie gaat er mee naar de supermarkt? Ik moet nog boodschappen doen.”

Sam stak zijn hand op. “Ik wil mee. Dan kan ik kiezen welke chips het minste naar karton smaakt.”

“Eerlijk,” zei ik. “Ik ga ook. Ik moet bewijzen dat ik zonder mijn sokkenoorlog-diploma kan overleven.”

Puck rende alvast richting gang. “Ik ga mee! Ik ga de kar besturen!”

“Jij bestuurt helemaal niks,” zei Sam.

“Jawel,” zei Puck. “Ik bestuur de chaos.”

En daar begon het avontuur. Met een kapotte sok en een gezin dat al te hard zijn best deed om normaal te lijken.

Hoofdstuk 2: De stille supermarkt en de harde blikken

De supermarkt was opvallend rustig, alsof iedereen had afgesproken om vandaag fluisterend te winkelen. Zelfs de winkelkarretjes leken zachter te piepen. Het voelde een beetje alsof we per ongeluk een bibliotheek waren binnengereden, maar dan met paprika's.

Mamma gaf mij het boodschappenlijstje. “Noor, jij bent vandaag mijn assistent.”

Sam grijnsde. “Assistent? Dat klinkt alsof Noor een microfoon krijgt.”

“Ik neem genoegen met gezag,” zei ik, en ik liep voorop alsof ik een expeditie leidde naar de yoghurt-afdeling.

Puck schoof naast me. “Ik wil ook gezag.”

“Jij mag… eh… de officiële kar-kijker zijn,” zei ik.

“Wat doet dat?” vroeg ze.

“Je kijkt… naar de kar. Heel belangrijk.”

Ze knikte serieus, alsof ze net benoemd was tot minister van karzaken.

We waren nog maar net bij het fruit of Sam begon alweer.

“Je loopt te langzaam,” fluisterde hij. “We gaan nooit op tijd bij de snoepjes komen.”

“Dit is een supermarkt, Sam,” fluisterde ik terug. “Niet de finale van een race.”

“Voor mij wel,” zei hij. “Ik ben een man met een missie.”

Puck nam een banaan, hield hem aan haar oor en sprak zacht: “Hallo? Ja, ik ben bezig. Nee, niet storen. Bananenlijn.”

Ik proestte. Sam rolde met zijn ogen, maar ik zag hem vechten tegen een glimlach.

Bij de broodafdeling kwam de volgende botsing. Sam pakte een zak bolletjes.

“Die zijn droog,” zei ik.

“Die zijn knapperig,” zei Sam.

“Die zijn stoffig,” zei ik.

Puck snuffelde eraan. “Die ruiken naar… kussens.”

Sam zette zijn “ik-ben-dertien-en-alles-is-serieus”-gezicht op. “We nemen ze. Punt.”

Ik voelde mijn wangen warm worden. Het was niet eens om de bolletjes. Het was dat Sam altijd deed alsof hij de kapitein was en wij de meeuwen.

“Jij bent niet de baas,” zei ik, iets te hard voor een fluister-supermarkt.

Een oudere man bij de krentenbollen keek op alsof ik net een sirene had aangezet. “Sssst,” deed hij, met een vinger op zijn lippen.

Sam keek triomfantelijk. “Zie je wel.”

Puck deed meteen mee. Ze hield haar wijsvinger omhoog en siste naar een pak beschuit: “Sssst, jij!”

Ik moest lachen. Dat hielp niet met mijn boosheid, want lachen voelt als verliezen.

Mamma merkte de spanning en zei kalm: “Oké. We halen eerst de dingen van de lijst. En daarna… zien we wel.”

“Daarna zien we snoep,” zei Sam.

“Daarna zien we vrijheid,” zei ik.

“Daarna zien we de kar,” zei Puck.

We liepen verder, maar mijn hoofd was een stormpje. Ik wilde iets doen. Iets waardoor het niet weer eindigde in: Sam wint, Noor moppert, Puck maakt er een musical van.

En precies toen, bij het schap met cornflakes, zag ik iets dat me een idee gaf.

Een prikbord met aanbiedingen. Er hing een oud weekprogramma van de winkel: “Proeverij om 15:00, stilte-uur om 16:00.” Het papier was half gescheurd en iemand had er met pen wat krabbels op gezet.

Ik kreeg een tinteling in mijn vingers. Alsof mijn brein zei: Noor, pak een pen. Nu.

Hoofdstuk 3: Het plan op de achterkant van het programma

Mamma bleef even staan bij de koffie. Sam speurde de chips als een roofdier. Puck zat in de kar en fluisterde tegen een fles afwasmiddel: “Jij lijkt op een blauwe pinguïn.”

Ik glipte naar het prikbord, peuterde het oude programma los en draaide het om. Op de achterkant was nog ruimte. Mijn rugzak had altijd een pen, want ik ben het soort kind dat soms ineens een gedicht wil schrijven en dan na één regel weer vergeet hoe woorden werken.

Ik boog me over het papier. Mijn hand begon te bewegen alsof hij zelf wist wat hij moest doen.

Ik schreef:

1. GEEN RUZIEN, ALLEEN MIMEN.

2. ALS JE PRAAT: PUNT AAN DE ANDER.

3. DOEL: DE LIJST AFMAKEN ZONDER GELUID.

4. BONUS: WIE HET BESTE MIME DOET, KRIJGT DE EERSTE SNOEP.

Ik keek naar mijn plan. Het was simpel. Een beetje dom. En precies daarom perfect.

Ik liep terug naar Sam en Puck. Sam had net een zak chips vast met de blik van iemand die een kunstwerk bewondert.

Ik hield het papier omhoog. “Oké. Nieuwe regel. We doen een spel.”

Sam kneep zijn ogen samen. “Is het een spel waarbij ik win?”

“Dat hangt af van jouw mime-talent,” zei ik.

Puck stak haar hand op. “Ik kan een kip nadoen.”

“Dat is al beter dan Sam,” zei ik.

Sam wilde iets terugzeggen, maar ik hield mijn vinger op mijn lippen en wees naar regel 1: GEEN RUZIEN, ALLEEN MIMEN.

Hij las het. Zijn mond maakte een boogje. “Dus… we mogen niet praten?”

Ik schudde mijn hoofd en wees streng naar regel 2.

Sam stak zijn vingers in de lucht alsof hij een eed aflegde. Toen maakte hij een overdreven rits-beweging over zijn mond: “Zzzzip.”

Puck deed mee en trok een denkbeeldige rits zo hard dicht dat ze bijna achterover viel. “ZZIP!”

Mamma keek op. “Wat zijn jullie aan het doen?”

Ik glimlachte breed en fluisterde… nee, dat mocht niet. Ik mime-de: ik tekende met mijn vinger in de lucht, hield een onzichtbaar bord omhoog, en deed alsof ik een mond op slot deed.

Mamma knikte langzaam. “Ah. Jullie spelen… stil?”

Sam knikte enthousiast en deed alsof hij een trompet blies. Zonder geluid natuurlijk, maar zijn wangen bolde wel. Het zag eruit alsof hij een goudvis imiteerde met grootheidswaanzin.

Mamma zuchtte, maar ik zag haar ogen lachen. Ze wees naar het boodschappenlijstje.

Oké. Het spel begon nu echt. En ik voelde iets dat ik niet vaak voelde als Sam in de buurt was: ik voelde me dapper. Niet “ik spring van een klif”-dapper, maar “ik verander de sfeer”-dapper.

Hoofdstuk 4: Mimes in het melkpad

Het melkpad was lang en koud, alsof je er spontaan pinguïnbenen van kreeg. Perfect voor een mimewedstrijd.

Ik wees naar het lijstje: melk, eieren, kaas.

Sam pakte een pak melk en hield het omhoog als een prijs. Toen keek hij naar mij en mime-de: een koe. Heel overtuigend. Hij zette twee vingers als horens op zijn hoofd en deed alsof hij “moe” zei, maar zonder geluid. Zijn gezicht was zo serieus dat ik bijna vergat dat hij mijn broer was.

Ik gaf hem een punt (ik tikte op het papier en maakte een plusje).

Puck wilde niet achterblijven. Ze stond op in de kar (mamma trok haar meteen weer naar beneden met één hand, als een pro). Puck mime-de een ei: ze ging heel langzaam door haar knieën, maakte zich rond, en deed alsof ze “krak” ging.

Ik klapte bijna, maar dat zou geluid maken. Dus ik deed een stille applaus: handen omhoog en wapperen. Jazz-handen, maar dan zonder jazz.

Sam keek naar de eieren en mime-de dat hij er één liet vallen. Hij trok een dramatisch gezicht van “oeps” en wees naar zijn voet alsof er een plakkerige ramp gebeurde.

Ik mime-de terug: ik was een boze kip die hem achtervolgde. Ik rende op mijn tenen, sloeg met mijn armen en maakte mijn ogen groot. Puck gierde—stil gieren is blijkbaar mogelijk, het klinkt als “hihihih” door een dichtgeknepen neus.

Een vrouw in een nette jas keek onze kant op. Ze fronste. Toen zag ze Puck in de kar met jazz-handen en Sam met koehoorns, en ineens begon ze te glimlachen. Ze deed zelfs heel even mee: ze maakte twee vingers op haar hoofd en knikte naar Sam. Een mini-koe.

Sam keek alsof hij net een wereldrecord had gehaald: een vreemde had zijn mime begrepen.

Bij de kaas mime-de ik een muis. Ik sloop, ik snuffelde, ik knabbelde in de lucht. Sam pakte een stuk oude kaas en mime-de dat hij het aan de muis gaf. Een vredesverdrag, in kaasvorm.

En daar, tussen de koelingen en de “Ssst”-blikken, gebeurde iets raars: we waren ineens een team.

Maar dan kwam het chips-schap dichterbij. De plek waar elke familie verandert in een discussiepanel.

Sam keek naar het lijstje. Chips stond er niet op.

Hij wees naar de chips, toen naar zichzelf, en maakte een smeekgezicht dat zo overdreven was dat hij eruitzag als een verdrietige zeehond.

Ik wees naar regel 4: BONUS. Wie het beste mime doet, krijgt de eerste snoep.

Sam stak meteen een duim omhoog en begon te mime-en alsof zijn leven ervan afhing.

Hoofdstuk 5: De bijna-ramp bij de kassa

Sam zette een show neer bij het chips-schap. Hij mime-de een aardappel die een held wilde zijn. Hij rolde over de grond (nou ja, bijna—hij dook vooral heel laag en schoof een beetje), hij werd “gesneden” door een denkbeeldig mes, hij sprong in een onzichtbare frituurpan en kwam er als een knapperige chip uit. Daarna deed hij alsof hij zichzelf opat. Het was raar. Het was indrukwekkend. Het was vooral: heel erg Sam.

Puck keek hem aan en besloot dat zij ook een verhaal had. Ze mime-de een zak chips die niet open wilde. Ze trok en trok, haar gezicht werd rood, ze deed “grrr” zonder geluid, en toen—PANG—mime-de ze dat de zak ontplofte en chips overal in het rond vlogen. Ze liet haar handen door de lucht dwarrelen als confetti.

Ik wist dat ik iets moest doen. Niet alleen om te winnen, maar om te laten zien dat ik durfde. Dat ik niet altijd in mijn hoofd hoefde te mokken.

Ik nam een denkbeeldige cape, sloeg hem om, en mime-de dat ik Super-Noor was: de held die ruzies verandert in spelletjes. Ik liep stoer, zette mijn voeten wijd, wees naar Sam en Puck alsof ik ze “stop” liet zetten, en tekende dan in de lucht een groot lachgezicht. Vervolgens deed ik alsof ik snoepjes uitdeelde als medailles.

Sam klapte—oeps. Een echte klap. Het klonk hard in de stille supermarkt: “KLAK!”

Iedereen keek.

De oudere man van eerder dook bijna achter een stapel wc-papier. “Sssst!” siste hij opnieuw, nu alsof hij de baas van stilte was.

Sam schrok en zette zijn handen voor zijn mond. Puck deed hetzelfde, maar dan met haar hele armen, alsof ze zichzelf wilde inpakken.

Ik voelde mijn buik even knijpen. Dit was zo'n moment waarop je rood wordt en wilt verdwijnen in het vak met diepvrieserwten.

Maar toen deed mamma iets onverwachts. Ze liep naar de oudere man en zei heel vriendelijk, op fluistertoon: “Sorry meneer. Ze oefenen… eh… voor een toneelstuk.”

De man keek naar ons trio. Sam met koehoorns, Puck als ontplofte chipzak, ik met een onzichtbare cape. Zijn mondhoek trilde. Hij wilde streng blijven, maar zijn gezicht gaf het op. Hij kuchte. Zacht. “Nou… vooruit dan.”

Hij liep weg. Mamma keek ons aan met een blik die zei: ik zie jullie, kleine gekken, en ik hou alsnog van jullie.

Ik ademde uit. En ik mime-de snel een hartje naar mamma. Ze knikte. Punt voor haar.

Bij de kassa gebeurde de finale. We moesten nog één ding van de lijst: een pak koekjes voor morgen. Puck wees naar chocoladekoekjes. Sam wees naar stroopwafels. Ik wees naar die simpele boterkoekjes waar niemand ooit enthousiast over doet, behalve oma.

Normaal zou dit eindigen in: Sam praat zich erdoorheen, Puck jammert, ik geef toe.

Maar nu mochten we niet praten.

Sam mime-de stroop: hij deed alsof hij een pot omkieperde en plakte zijn handen aan elkaar. Puck mime-de chocola: ze deed alsof ze een chocoladereep knuffelde en flauw viel van geluk.

Ik keek naar de rij achter ons. Mensen. Ogen. Stilte. Ik voelde die knijp weer in mijn buik.

En toen dacht ik aan mijn plan op de achterkant van dat programma. Aan dat moment dat ik het durfde te pakken. Dapper is soms gewoon: doorgaan terwijl iedereen kijkt.

Ik mime-de boterkoekjes als een geheime ninja: ik sloop, ik deed alsof ik een koekje in mijn zak stopte, en toen deed ik een “shhh”-gebaar naar mezelf. Superstil. Superverdacht. Supergrappig.

Sam begon te trillen van ingehouden lach. Puck maakte een piepklein “snrk”-geluid.

De kassière keek op, zag ons, en haar gezicht brak open in een glimlach. “Jullie mogen best boterkoekjes nemen,” zei ze zacht. “Maar wel… zonder ninja-diefstal graag.”

Mamma lachte ook. “Oké,” fluisterde ze. “We nemen… drie soorten. Dan is het eerlijk.”

Sam en Puck keken elkaar aan. Toen naar mij. En we deden tegelijk jazz-handen.

Hoofdstuk 6: Snoepverdrag in de woonkamer

Thuis gooiden we onze jassen op de kapstok alsof die kapstok een vangnet was. Puck rende naar de tafel en klapte het oude programma open alsof het een schatkaart was.

“Dit is het beste papier ooit,” zei ze, en toen herinnerde ze zich dat ze weer mocht praten. “Het heeft magie.”

Sam plofte op de bank. “Ik heb nog nooit zo hard gelachen zonder geluid. Mijn buik voelt alsof ik sit-ups heb gedaan.”

“Dat heet sport,” zei ik. “Je bent nu officieel atletisch.”

Mamma zette de boodschappen weg en keek ons aan. “Ik wil even zeggen: knap dat jullie het omdraaiden. Jullie hadden ook kunnen blijven ruziën.”

Ik voelde mijn wangen warm worden, maar dit keer op een fijne manier. “Ik wilde niet dat het weer zo'n… sokkenoorlog werd.”

Sam keek naar mij. “Sorry van die sok. En van dat ik soms… doe alsof ik de kapitein ben.”

Puck stak meteen haar hand op. “Ik wil de kapitein van de kar zijn.”

“Jij bent de kapitein van de chaos,” zei Sam, en hij tikte haar zacht tegen haar neus.

Toen haalde mamma een zak snoep uit de tas. Niet mega, niet overdreven, precies zo'n zak die zegt: ik ben een traktatie, geen maaltijd.

Sam pakte er één, hield hem even omhoog, en keek naar mij. “Regel 4,” zei hij plechtig. “Bonus.”

Ik schudde mijn hoofd. “We delen.”

Puck deed haar best om heel volwassen te klinken. “Een snoepverdrag.”

We gingen met z'n drieën op de grond zitten, benen door elkaar, zak in het midden. Sam verdeelde alsof hij een wiskundeleraar was. Puck controleerde alsof ze een douanebeambte was. Ik zorgde dat niemand stiekem extra pakte—behalve dat ik het expres niet erg vond als Puck een kleintje meer kreeg, want zij is acht en denkt dat eerlijkheid een soort koekje is dat je kunt breken.

Toen we allemaal een handje hadden, zei Sam: “Oké. Laatste ronde.”

“Mime?” vroeg ik.

“Ja,” zei hij. “Maar nu met snoep in je mond.”

Puck stopte er meteen één in haar mond en probeerde een kip te doen. Het klonk als: “Gloek-gloek-gnng.”

Ik lachte zo hard dat ik bijna mijn eigen snoep liet vallen. Sam deed een koe met volle wangen. Ik probeerde een ninja te zijn en struikelde over mijn eigen voet.

En ineens was het heel simpel: drie kinderen, een kapotte sok ergens in de wasmand, een plan op de achterkant van een oud programma, en een woonkamer vol ingehouden en uitbarstende lach.

Ik keek naar Sam en Puck en dacht: dapper zijn is niet altijd groot. Soms is het een klein krabbeltje dat een grote ruzie in een spel verandert.

“Volgende keer,” zei Sam, “geen sokkenoorlog.”

“Volgende keer,” zei ik, “mimelog.”

Puck hief haar snoep omhoog alsof het een microfoon was. “Volgende keer bestuur ik de kar!”

“Daar praten we nog over,” zei ik tegelijk met Sam.

En toen moesten we weer lachen. Omdat sommige kleine ruzies gewoon op zoek zijn naar een goede grap.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Professionele irritatiefabrieken
Een grappige manier om te zeggen: mensen die makkelijk anderen irriteren of plagen.
Mysterie
Iets dat je niet begrijpt en dat geheim of raar lijkt.
Trofee
Een prijs of voorwerp dat je krijgt als je iets wint.
Ventileren
Iets laten ademen of frisse lucht geven, zoals een sok met een gaatje.
Nieuwslezer
Iemand die het nieuws voorleest op tv of radio.
Fluisterend
Heel zacht praten, bijna zonder geluid.
Expeditie
Een speciale tocht of reis met een doel, vaak spannend.
Prikbord
Een bord waarop je briefjes en papieren met een speld vastmaakt.
Programma
Een blad of lijst met informatie over activiteiten of evenementen.
MIMEN.
Stilte-spel waarbij je iets uitbeeldt zonder geluid of woorden.
Mime-de
Een werkwoordsvorm in de tekst: iemand beeldt iets uit zonder praten.
Melkpad
Een gang in de winkel waar producten als melk en zuivel staan.
Kapstok
Een rek of haken aan de muur om jassen en mutsen aan te hangen.
Ingehouden
Gevoel of geluid bewaren, niet laten zien of horen.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

samenwerking huis empathie gezin ruzie

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Grappige verhalen van broers en zussen voor 11/12 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.