Bezig met laden...
Verhaal van verborgen schat 5/6 jaar Lezen 11 min.

De schat in de holle stam van het Mosbos

Lila, een dappere eekhoorn, en Bram, een nieuwsgierige das, volgen een mysterieus briefje door het Mosbos en trotseren aanwijzingen en angsten om een verborgen schat te vinden.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een klein rood eekhoorntje (hoofdpersoon) met grote hazelnootkleurige ogen en een pluimstaart, dapper maar iets verlegen, houdt voorzichtig een kleine pot van schors en kijkt verwonderd naar de holte van een oud boomstammetje; een mollige, glimlachende jonge das met bruin-grijs vacht en witte streepjes op de snuit staat links achter hem met een poot uitgestoken om te helpen; een oude uil met grijze veren en amberkleurige ogen zit op een lage tak boven de stam en kijkt goedkeurend toe; lichte bosomgeving met zachte varens, mosbedekte stenen, een glinsterend beekje en wortels als bruggetje, gouden licht tussen de bladeren; het eekhoorntje tilt het kastanjedeksel van de pot in de donkere holte en onthult kleine natuur­schatten (blauwe veer, steentjes, gedroogd bloempje) in een warme, verzadigde, zacht getextureerde scène, centraal en duidelijk leesbaar voor een kind. meld een probleem met deze afbeelding

1. Het briefje onder de varen

In het Mosbos woonde Lila, een kleine, dappere eekhoorn met een staart zo pluizig als een wolk. Ze hield van rennen, klimmen en… geheimen. Vooral geheimen.

Op een ochtend vond ze bij haar hol een vreemd ding: een opgerold blaadje, vastgeknoopt met een grasspriet. Het lag onder een grote varen, alsof iemand het had verstopt.

Lila keek om zich heen. “Hallo? Is dit van iemand?”

Niemand antwoordde. Alleen een merel floot hoog in de boom.

Voorzichtig maakte Lila het knoopje los. Op het blaadje stond, met dunne krabbels:

“Zoek de schat in de holle stam.

Volg drie tekens:

1) de rode paddenstoel,

2) de zingende steen,

3) de brug van wortels.

Tel dan tot zeven en luister goed.”

Lila's hart maakte een klein sprongetje. “Een schat!” fluisterde ze.

Maar toen dacht ze: Wat als het eng is? Wat als ik verdwaal?

Ze zette haar pootjes stevig op de grond. “Ik kan dit,” zei ze hardop. “Ik ben slim. En ik geef niet op.”

Net toen verscheen Bram, een jonge das, met een neus vol aarde en nieuwsgierigheid. “Waarom praat jij met jezelf?” vroeg hij.

Lila liet het briefje zien. “Sst… het is een geheim. Een schat!”

Bram's ogen werden groot. “Mag ik mee? Ik ben goed in graven. En ik ben niet bang voor modder.”

Lila glimlachte. “Samen zijn we nóg dapperder. Kom!”

Ze stopten het briefje veilig in een eikel-dopje en gingen op pad, dieper het bos in, waar het licht groen en zacht werd.

2. Drie tekens in het Mosbos

Ze zochten eerst naar de rode paddenstoel. Overal stonden paddenstoelen: bruine, gele, witte met stippen. Maar de brief zei: dé rode.

Bram snoof. “Ik ruik iets… nat en zoet.”

Lila keek omhoog. “Daar!” Tussen twee varens stond een paddenstoel zo rood als een appel, met een klein wit randje. Ernaast lag een dennenappel, precies als een pijltje.

“Eerste teken,” zei Lila. “Goed zo, Bram.”

“Goed zo, jij,” zei Bram. “Jij zag hem.”

Achter de paddenstoel liep een smal pad van platte stenen. Ze volgden het. Het pad werd kronkelig. Toen… hoorden ze iets dat klonk als zingen.

“Lalalala…” klonk het zacht.

Lila bleef staan. “Hoor jij dat ook?”

Bram knikte en fluisterde: “Misschien is het een bosgeest.”

Lila slikte. Haar buik kriebelde. Toch stapte ze door. “Als het eng is, tellen we tot drie,” zei ze. “Eén… twee… drie.”

Ze kwamen bij een grote, grijze steen. Er zat een spleetje in, en de wind blies erdoorheen. Daardoor maakte de steen echt een zingend geluid: “Lalalala…”

Bram lachte zo hard dat zijn snorharen trilden. “Het is gewoon de wind!”

Lila lachte mee, opgelucht. “Tweede teken: de zingende steen.”

Op de steen lag een glanzend kevertje, groen als een smaragd. Het keek hen aan en bewoog langzaam een pootje, alsof het wees.

“Denk je dat hij ons de weg wijst?” vroeg Lila.

Bram boog zich. “Misschien. Kevers zijn klein, maar slim.”

Ze volgden het pad verder, en inderdaad: het kevertje kroop steeds een stukje vooruit, tot aan een plek waar dikke boomwortels over een beek lagen. Het leek op een brug, helemaal natuurlijk, met mos als zacht tapijt.

“De brug van wortels!” riep Lila. “Derde teken!”

De beek kabbelde vrolijk. Maar de wortelbrug wiebelde een beetje.

Bram keek naar het water. “Als ik val, word ik nat.”

Lila keek naar de overkant. “Daar is het pad. We moeten eroverheen.”

Ze voelde haar pootjes trillen. Toen zei ze: “We doen het langzaam. En we houden elkaar vast.”

Bram knikte. “Ik ben zwaar. Ik ga eerst, dan wiebelt het minder voor jou.”

Stap… stap… stap… Bram ging over de wortels. Bij de helft kraakte het een beetje.

“Kraak!” deed de wortel.

Bram verstijfde. “O nee.”

Lila bleef aan de kant staan, maar ze riep zacht: “Adem in… adem uit. Jij kan dit!”

Bram ademde diep. De wortel hield. Hij zette nog twee stappen en was veilig aan de overkant.

“Jij!” riep Bram. “Kom maar. Ik geef je mijn poot.”

Lila zette één poot op de wortel. Het mos voelde koel en zacht. Ze keek niet naar het water, alleen naar Bram. Ze stapte, en nog een stap. Toen gleed ze even uit.

“Woeps!” piepte ze.

Bram trok haar voorzichtig omhoog. “Ik heb je!”

Lila slikte, maar ze lachte ook. “Dank je. Ik geef niet op.”

Samen bereikten ze de overkant. Ze gingen even zitten om te luisteren naar de beek. Het was alsof het water zei: “Goed zo… goed zo…”

3. De holle stam en het tellen tot zeven

Aan de overkant stond een oude boom, groot en rimpelig. Zijn stam had een donker gat, zo hoog als Lila's buik. Een holle stam.

Lila's ogen glinsterden. “Dit moet het zijn.”

Bram keek naar het gat. “Het is best donker.”

Lila haalde het briefje weer tevoorschijn. “Er staat: ‘Tel dan tot zeven en luister goed.'”

Ze gingen dicht bij de stam zitten. Lila fluisterde: “Eén… twee… drie… vier… vijf… zes… zeven.”

Ze hielden hun adem in.

In het begin hoorden ze alleen het bos: bladeren die ritselden, een ver weg “tok-tok” van een specht. Toen… heel zacht… klonk er iets uit de stam.

“Tik… tik… tik…”

Bram fluisterde: “Wat is dat?”

Lila keek slim. “Misschien een aanwijzing. Kijk, het komt van binnenuit.”

Ze staken hun kopjes dichterbij, maar niet té dichtbij. Lila pakte een klein stokje. “Ik ga voorzichtig voelen.”

Ze stak het stokje in het gat. Het raakte iets hards. “Tuk!” Het klonk alsof ze tegen een doos tikte.

Bram's neus trilde. “Ik ruik… honing!”

Lila's buik begon te kriebelen van nieuwsgierigheid. Maar toen gebeurde er iets: een uil veerde opeens uit een tak boven hen. Niet om te jagen, maar om te schrikken van hun gekrabbel.

“Woefff!” deed de uil met zijn vleugels.

Lila sprong achteruit. Bram dook laag. Hun harten bonsden.

De uil knipperde slaperig. “Wie maakt er lawaai bij mijn middagdutje?” mopperde hij.

Lila stond weer recht. Ze probeerde vriendelijk te klinken, ook al was ze nog een beetje bibberig. “Sorry, meneer Uil. We zoeken een schat. In deze holle stam.”

De uil keek naar het briefje. Zijn ogen werden iets zachter. “Ah. Die schat. Ik heb erover gehoord.” Hij boog zijn kop. “Maar schatten zijn niet alleen voor de snelste. Ze zijn voor wie volhoudt.”

Bram vroeg: “Kunt u ons helpen?”

De uil wees met zijn vleugel naar de stam. “Luister naar het tikken. Het is een slot dat houdt van ritme.”

Lila luisterde. “Tik… tik… tik… pauze… tik… tik…”

“Drie, pauze, twee,” fluisterde ze. “Zoals… een klopje op de deur!”

Ze keek Bram aan. “Ik klop hetzelfde.”

Met haar kleine pootje klopte ze op de stam: “Tik tik tik… pauze… tik tik.”

Even was het stil. Toen hoorde je: “Klik!”

Een stuk schors schoof een beetje opzij. Niet eng, maar precies passend, alsof de boom een geheime la had.

Bram's mond viel open. “Wauw!”

Lila trok voorzichtig het stuk schors verder. Daarachter zat een kleine, ronde pot, gemaakt van berkenbast, met een dekseltje van een kastanje. Er lag een lintje omheen.

Lila tilde de pot eruit. Hij was niet zwaar. Ze zette hem tussen hen in en keek Bram aan. “Openen?”

Bram knikte, maar heel rustig. “Samen.”

Lila deed het dekseltje op. Binnenin lag geen goud en geen glimmende kroon. Er lag een stapeltje kleine dingen: een veer die blauw glansde, een glad steentje met een sterretje erin, een gedroogd bloemetje dat nog roze was, en… een mini-briefje.

Lila rolde het open. Er stond:

“Dit is de schat van het Mosbos:

dingen die je doen kijken, ruiken, voelen, luisteren.

Neem één ding mee en laat één ding achter,

zodat de schat blijft groeien.”

Bram fluisterde: “Het is een deel-schat.”

Lila knikte langzaam. Ze voelde iets warms in haar borst. “Dat is mooi.”

Ze dachten na. Lila koos de blauwe veer. “Dan kan ik altijd denken aan de uil en zijn zachte vleugels.”

Bram koos het ster-steentje. “Voor als ik in het donker ben. Dan denk ik: er is altijd een ster.”

“En wat laten we achter?” vroeg Lila.

Bram keek rond en vond een ronde, glanzende eikel. “Deze. Hij is perfect.”

Lila vond een klein belletje van een uitgebloeide bloem. Het rammelde heel zacht. “En deze, voor het tik-ritme.”

Ze legden hun cadeautjes in de pot. Daarna zetten ze de pot terug. Lila schoof het stuk schors weer dicht tot het precies paste.

De uil knikte tevreden. “Jullie waren dapper, slim en geduldig.”

Lila keek naar Bram. “We hebben het echt gedaan.”

Bram grijnsde. “En ik ben niet eens in de beek gevallen.”

Ze liepen terug naar huis, met hun schatten veilig: een veer en een steentje. Onderweg voelde het bos minder geheimzinnig en juist vriendelijk, alsof elke boom knipoogde.

Bij Lila's hol bleven ze even staan. De wind streek door de varens. Heel zacht, bijna alsof het van heel dichtbij kwam, hoorden ze een fluistering uit het Mosbos:

“bien joué”

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Varen
Een plant met lange, geribbelde bladeren die vaak in het bos groeit.
Opgerold
Iets dat is opgewikkeld of tot een rol gemaakt, zoals papier of een blad.
Grasspriet
Een dun stukje gras, recht en groen, klein en scherp aan het einde.
Spleetje
Een klein, smal gaatje of opening tussen twee dingen in.
Holle stam
De dikke, lege binnenkant van een boomstam waar dieren soms wonen.
Kabbelde
Het zachte geluid of beweging van water dat rustig stroomt of klopt.
Berkenbast
De zachte buitenlaag van een berkenboom, soms gebruikt om doosjes te maken.
Kastanje
Een glanzende, bruine noot van de kastanjeboom met harde buitenkant.
Gedroogd
Iets waar het water uit is gegaan, zoals een bloem die niet meer nat is.
Uitgebloeide
Een bloem die klaar is met bloeien en al zijn blaadjes heeft verloren.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Verhalen van verborgen schatten voor 5/6 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.