Op een zachte ochtend, toen de zon speels door de bladeren scheen, liep Dido de diplodocus rustig door het groene bos. Dido had een lange nek en een vrolijke glimlach. Zijn staart zwaaide heen en weer. “Wat een mooie dag!” zei Dido blij.
Dido hoorde de vogels fluiten en voelde het gras zacht aan zijn voeten. Zijn vriendjes, de kleine stegosaurussen, speelden verstoppertje tussen de bloemen. Maar Dido had een ander plan vandaag. Hij wilde een plek vinden waar hij de lucht tussen twee hoge rotsen kon zien. Dat noemden de dino's het ‘glimlach-gat'. Dido had gehoord dat daar de mooiste regenbogen kwamen.
Dido liep langzaam naar de grote, grijze rotsen. Ze stonden heel dicht bij elkaar, als twee dikke vrienden. “Waar is het gaatje tussen jullie?” vroeg Dido zachtjes. Maar de rotsen bleven stil. Dido keek omhoog. De lucht was blauw en er vlogen vlinders. Dido moest het gaatje vinden!
Onderweg kwam Dido de vrolijke triceratops tegen. Ze heette Trixie. Trixie had drie hoorns en hield van bloemen. “Hallo Dido!” riep Trixie. “Wat zoek je vandaag?”
“Ik zoek het glimlach-gat tussen de rotsen,” zei Dido. “Wil je helpen zoeken?”
Trixie knikte. “Dat klinkt leuk! Ik hou van zoeken!” Samen liepen ze verder. Ze ontdekten een klein beekje. Het water kabbelde zacht. Dido stapte er voorzichtig overheen. “Kom, Trixie, het is niet diep.”
Trixie sprong vrolijk achter Dido aan. “Plons!” maakte haar poot. Ze giechelden samen. Achter het beekje zag Dido ineens iets bewegen. Het was een kleine ankylosaurus. Hij heette Bob. Bob had een harde rug als een schild en keek nieuwsgierig.
“Waar gaan jullie heen?” vroeg Bob.
“We zoeken het glimlach-gat tussen de rotsen,” zei Trixie. “Wil jij mee?”
Bob knikte meteen. “Ik wil altijd graag mee op avontuur!”
Nu waren ze met z'n drieën. Ze liepen verder en zagen overal bloemen, varens en hoge bomen. Dido strekte zijn lange nek uit en at een blaadje. “Mmm,” zei hij tevreden.
Na een tijdje kwamen ze bij de hoge rotsen. De rotsen waren grijs, groot en sterk. Ze stonden dicht bij elkaar. Het leek wel een muur. “Waar is het gaatje?” vroeg Trixie.
Dido keek links. Dido keek rechts. Dido keek omhoog. Daar, hoog boven, zag hij een klein stukje blauwe lucht. “Kijk!” riep Dido blij. “Daar is het!”
Maar het gaatje was heel hoog. “Hoe komen we daar?” vroeg Bob.
Dido dacht na. “Misschien kan ik met mijn lange nek kijken!”
Dido rekte zich uit, steeds hoger en hoger. Zijn nek wiegde zachtjes. Zijn vriendjes keken vol bewondering. “Voorzichtig, Dido!” riep Trixie.
Dido keek door het gaatje tussen de rotsen. De zon scheen er precies doorheen. “Wauw!” riep Dido. “Ik zie een regenboog! En ik zie vlinders!” Dido voelde zich blij. Hij wilde dat zijn vriendjes het ook konden zien.
Dido boog zijn nek naar beneden. “Klim maar op mijn rug,” zei hij lief. Trixie klom voorzichtig op Dido's zachte rug. Bob volgde. Samen zaten ze bovenop Dido. Ze keken door het gaatje. “Oooh!” riepen ze samen. Ze zagen de mooiste kleuren. Rood, geel, blauw en groen. De regenboog lachte naar hen.
“Dit is het mooiste wat ik ooit heb gezien!” zei Trixie zacht.
Bob glimlachte ook. “Ik voel me zo blij met jullie.”
Dido voelde zich warm vanbinnen. Zijn hart klopte rustig. De zon scheen op hun rug. Samen keken ze naar de lucht, vol kleuren en vlinders.
Plotseling waaide er een zachte wind. De blaadjes dansten. “Zullen we dansen?” vroeg Trixie. Ze sprongen van Dido's rug, één voor één. Ze dansten samen in het gras. Hun voeten maakten zachte sporen. Hun staarten zwaaiden vrolijk mee.
De regenboog bleef nog even. De kleuren straalden. Dido lachte. “Ik ben zo blij dat wij vrienden zijn,” zei hij.
“Wij ook!” riepen Trixie en Bob tegelijk.
Langzaam werd het rustig in het bos. De zon zakte een beetje. De lucht werd zacht oranje en roze. Dido, Trixie en Bob gingen liggen in het gras. Ze keken naar de wolken. “Kijk, die daar lijkt op een grote bloem,” zei Trixie.
“En die op een dinosaurus!” lachte Bob.
Dido zuchtte gelukkig. Alles voelde fijn. Hij sloot zijn ogen even. Om hem heen hoorde hij de vogels en het zachte briesje. Zijn vrienden waren dichtbij. Dat was alles wat hij nodig had.
“Wat een mooie dag,” fluisterde Dido.
“De allermooiste,” zei Trixie.
Samen vielen ze langzaam in slaap, onder de prachtige regenboog, tussen de warme rotsen. De rotsen glimlachten zacht naar de dino's. Alles was goed. De nacht kwam rustig en bracht mooie dromen.
En zo eindigde het avontuur van Dido en zijn vrienden. Ze wisten nu dat je samen alles kunt vinden, zelfs het kleinste gaatje tussen hoge rotsen. En als je samen kijkt, zie je de mooiste kleuren van de wereld.