Bezig met laden...
Lollig en absurd verhaal 11/12 jaar Lezen 19 min. (1)

De opgevouwen kermis en Pleun het stofdansertje

Milo en Noor ontdekken op de kermis een opvouwbare kaart die hen naar het vrolijke Lach-Labyrint leidt, waar ze tussen draaiende attracties en absurde regels leren iets kleins heel serieus te nemen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Milo, 12 jaar, geconcentreerd en verwonderd, lichtbruin warrig haar, hurkt bij de rand van een lichtjes vreemd draaimolen en houdt een klein gevouwen kaartje vast; Noor, ongeveer 12, met zwarte paardenstaart en een ondeugende maar oplettende glimlach, staat achter hem met een hand aan de reling en kijkt mee naar een minuscule pluizige wezentje; Pleun, een klein niet-menselijk wit doorschijnend pluis-pluche, maakt een pirouette op een blauw fluwelen vierkantje op de podiumrand. De scène speelt zich af in een grote ronde kermishal met hoog plafond en warme lichtslingers, glanzende vloer, confetti, een draaimolen met rollende dieren (zebra op rolschaatsen, een bekroonde fauteuil), een kleurrijke poster "HET LACH-LABYRINT" en een deur "UITGANG (NU ECHT)" op de achtergrond; sfeer speels, felle kleuren, gedetailleerde texturen en zacht warm licht in manga-stijl met scherpe lijnen en overdreven gezichtsuitdrukkingen. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1 – De opvouwbare kaart

Milo was twaalf en had de handige gewoonte om met zijn vingers te denken. Als hij zenuwachtig was, vouwde hij dingen. Servetten. Bonnetjes. Zelfs de hoek van een wiskundetoets (per ongeluk, zei hij dan).

Op de kermis liep hij met zijn beste vriend(in) Noor langs kraampjes waar suikerspinnen als roze wolken ronddobberden en waar eendjes in een badje deden alsof ze niet te winnen waren.

“Neem jij nou weer die slimme blik mee?” vroeg Noor. “Alsof je elk raadsel al kent.”

“Dat is geen slimme blik,” zei Milo. “Dat is mijn ‘ik zie een probleem'-blik.”

En ja hoor: bij het infobord van de kermis hing een plattegrond die half losliet. Aan de rand zat een flapje, alsof iemand het had willen dichtvouwen, maar was gestopt omdat er een patatje langs kwam.

Milo kon het niet laten. Hij pakte het flapje en vouwde de kaart precies langs de stippellijn. Toen nog eens. En nog eens. De plattegrond werd een klein pakketje, netjes vierkant.

“Wat doe je?” Noor kneep haar ogen samen. “Je vouwt de kermis op.”

“Dat is… precies wat ik doe,” zei Milo tevreden.

Op het moment dat hij de laatste vouw maakte, schoot er een zacht “pling!” door de lucht, alsof iemand met een lepeltje tegen een glas tikte. De lampjes van de kermis knipperden. Niet eng, meer alsof ze even moesten niezen.

Het pakketje in Milo's hand trilde. Er stond ineens tekst op, in krullerige letters:

DANK U VOOR HET OPVOUWEN. NU OPENT DE ROUTE.

“Uh,” zei Noor. “Route naar waar?”

Milo slikte. “Waarschijnlijk naar… ergens.”

Onder hun voeten rolde een strook rood tapijt uit. Heel netjes, alsof het al jaren oefende op binnenrollen. Het tapijt gleed recht op een groot, vrolijk beschilderd bord af: HET LACH-LABYRINT – IN GANG – UITGANG – MISSCHIEN.

“Missen ze een letter?” vroeg Noor.

“Missen ze een uitgang,” verbeterde Milo.

En toch stapten ze erop. Want als er één ding was dat Milo nooit kon weerstaan, dan was het een deur die deed alsof hij een grapje had.

Hoofdstuk 2 – Het manège dat niet ophoudt

Binnen rook het naar popcorn en pas gepoetste vloer, met een vleugje… confetti? De hal was rond, zoals een reusachtige pannenkoek. In het midden draaide een manège. Geen gewone met paarden, maar met alles dat iemand ooit zou kunnen bedenken: een zebra op rolschaatsen, een goudvis in een glazen bol met wieltjes, een fauteuil met een kroon, en een giraffe met sokken tot aan zijn knieën.

Boven de ingang hing een bordje: STAP OP, DRAAI MEE, GLIMLACH GRATIS.

“Is dit een attractie?” fluisterde Noor.

“Het lijkt op een attractie,” zei Milo, “maar het gedraagt zich als een vraag.”

Ze stapten dichterbij. De manège draaide langzaam, alsof hij zich uitrekte na een dutje. Een dame met een hoge hoed – die eigenlijk een verkeerskegel was met glitters – stak haar hoofd uit een loketje.

“Kaartjes, alstublieft,” zei ze opgewekt.

Milo hield het opgevouwen pakketje omhoog. “Ik heb… de kermis. In een vierkant.”

“Perfect!” riep de dame. “Dat is geldig voor onbeperkt rondjes.”

“Onbeperkt?” Noor klonk alsof ze dat woord wilde vangen met een net.

“Onbeperkt is het mooiste woord,” zei de dame. “Je kunt er geen plafond op zetten.”

“Maar,” begon Milo, “hoe gaan we er weer uit?”

De dame knipperde vriendelijk. “Uit? O, daar zijn we momenteel mee bezig. Stap vooral op, dan komt het vanzelf goed. Niets werkt zo goed als meedraaien.”

Milo keek Noor aan. Noor keek Milo aan. Ze keken allebei naar de zebra op rolschaatsen, die hen bijna uitlachte.

“Oké,” zei Milo. “We stappen op. Maar ik let op details.”

“Jij let altijd op details,” zei Noor. “Zelfs op de details die zich verstoppen.”

Ze kozen een karretje dat eruitzag als een enorme gevouwen papieren boot. Op de zijkant stond met stift: NIET NAT MAKEN, DAN WORD IK DRAMATISCH.

Ze gingen zitten. De beugel klikte dicht met een tevreden “klak”. De muziek begon: een deuntje dat klonk alsof een accordeon en een xylophone samen een grap vertelden.

De manège versnelde.

Niet snel-snel, maar “oh, we zijn nu echt aan het draaien”-snel. Milo voelde zijn haar in de wind. Hij zag de hal langsflitsen. Het bordje bij de ingang werd een streep.

En toch… na een paar rondjes zag hij iets geks.

Aan de muur hing een klok. De wijzers gingen rond, maar de tijd leek op zijn plek te blijven, alsof hij koppig zijn jas niet wilde aantrekken.

“Milo,” riep Noor boven de muziek uit, “ik denk dat we… geen uitgang hebben.”

Milo knikte, maar zijn ogen bleven scherp. “Als iets oneindig is, heeft het ergens een vouw. Alles heeft een vouw.”

De manège draaide door, rond na rond, alsof hij een liedje kende met oneindig veel coupletten.

Hoofdstuk 3 – De regels van het absurde

Na wat voelde als veel rondjes (maar de klok deed alsof het er drie waren), gleed de manège plots zachter. De papieren boot rolde langs een hoek waar een klein tafeltje stond, midden in de ronde hal, alsof iemand het daar per ongeluk had neergezet en toen dacht: laat maar.

Op het tafeltje lag een boek met een elastiek eromheen. Op de kaft stond: GEBRUIKSAANWIJZING VOOR DINGEN DIE ZICH NIET AANWIJZEN LATEN.

De papieren boot remde precies bij het tafeltje, heel beleefd. De beugel sprong open met een “plop”, alsof hij een kurk was.

Noor sprong eruit. “Dit is verdacht handig.”

Milo pakte het boek. Het elastiek voelde warm, alsof het net nog gelachen had. Hij sloeg het open.

Pagina 1: WELKOM IN HET LACH-LABYRINT.

Pagina 2: REGEL 1: ALS JE HET NIET SNAPT, DOEN ALSO F HET EEN SPELLINGFOUT IS.

Pagina 3: REGEL 2: ALLES WAT DRAAIT, KAN OOK STOPPEN. SOMS MOET JE EERST MEE DRAAIEN TOT JE HET RITME HOORT.

Pagina 4: REGEL 3: DE UITGANG VERSCHIJNT ALS JE IETS KLEINS ERNSTIG NEEMT.

Pagina 5: REGEL 4: ZWAAR DENKEN MAG, MAAR LICHT LOPEN HELPT.

Noor las mee en tikte op regel 3. “Iets kleins ernstig nemen. Zoals… een kruimel? Een knop? Mijn geduld?”

Milo keek rond. Op de vloer lagen glitters, hier en daar een confettisnipper, en een verloren popcornkorrel die er heel trots uitzag.

“Het moet iets kleins zijn dat hier al is,” zei Milo. “En we moeten het… serieus nemen.”

Noor knikte plechtig. Ze zette haar handen in haar zij. “Ik neem vanaf nu elke popcornkorrel serieus. Meneer Popcorn, wat zijn uw dromen?”

De popcornkorrel zei niets. Uiteraard. Maar Noor boog zich er zo aandachtig overheen dat het bijna leek alsof hij ging antwoorden.

Milo moest lachen. “Oké, jij bent de diplomaat.”

Hij liep langs de muur. Daar hing een poster: DRAAIEN = LEREN. Onderin zat een hoekje los. Milo's vingers jeukten.

“Niet vouwen,” waarschuwde Noor snel, alsof ze zijn gedachten hoorde.

“Geen zorgen,” zei Milo. “Ik kijk alleen.”

In het midden van de hal draaide de manège weer, maar nu trager, alsof hij luisterde. Milo merkte dat de muziek een klein extra geluidje had: tik-tik… tik-tik… alsof iemand met een nagel op glas tikte. Niet irritant. Meer uitnodigend.

“Hoorde jij dat?” vroeg Milo.

Noor luisterde. “Een soort… mini-ritme. Zoals een muis die drumt.”

Milo knielde. Op de rand van het podium van de manège lag stof. Heel gewoon stof, maar het trilde een beetje op de maat.

Stof dat meedeed.

Hij fronste. “Dat is raar.”

Noor grijnsde. “Welkom op de kermis-in-een-vouw.”

Hoofdstuk 4 – Op zoek naar het kleinste hoofdpersoon

Ze gingen weer in de papieren boot, want blijkbaar was dat nu hun vervoermiddel door de rondte. Elke keer dat ze voorbij het tafeltje kwamen, liet het boek een bladzijde omslaan, heel zelfstandig, alsof het zich verveelde.

“Regel 3,” mompelde Milo. “Iets kleins ernstig nemen.”

“Misschien is het dat stof,” zei Noor. “Het beweegt.”

“Stof beweegt altijd een beetje,” zei Milo. “Door lucht, door mensen, door… het leven.”

Noor deed alsof ze een microfoon vasthield. “En nu, live op de manège: Stofje nummer zeven! Hoe voelt u zich vandaag?”

Milo grinnikte. “Maar kijk: het beweegt op de maat. Niet zomaar.”

Ze lieten de boot stoppen bij het podiumrandje. Milo ging zitten, knieën opgetrokken, en keek heel dicht bij de vloer. Het voelde vreemd om zo intens naar iets te kijken dat normaal gesproken een reden is om te stofzuigen.

De muziek deed: ta-ta-tam, ta-ta-tam. En het stofdeeltje—een enkel pluisje—sprong precies op de “tam”. Een mini-sprongetje, maar met flair. Alsof het een hele zaal had.

Noor fluisterde: “Ik denk dat je een danser hebt gevonden.”

“Een stofdanser,” zei Milo. “Dat klinkt als een beroep dat je ouders niet meteen begrijpen.”

Hij keek naar de rest van het stof. Alles lag stil, behalve dat ene deeltje. Het pluisje draaide zelfs een halve pirouette, zo klein dat Milo zijn ogen moest samenknijpen.

“Oké,” zei Milo langzaam. “We nemen het serieus.”

Noor knikte, ineens ook zachter. Ze liet haar grapjes even op de stoel liggen. “Hoe doen we dat? Een mini-boeket? Applaus met twee vingers?”

Milo dacht. Regel 2: ritme horen. Regel 3: klein serieus nemen. Hij haalde het opgevouwen kaartpakketje uit zijn zak. Het voelde nog steeds als een geheim.

“Als dit allemaal begon met iets opvouwbaars,” zei hij, “dan eindigt het misschien ook met een vouw.”

Noor wees naar het pluisje. “Zeg je dat je… het stof gaat vouwen?”

“Dat lijkt me lastig,” zei Milo. “Maar misschien kunnen we een ‘plek' vouwen.”

Hij legde het pakketje op de grond, naast het stofdeeltje. Het pluisje sprong door, onverstoorbaar, alsof het een eigen contract met de muziek had.

Milo vouwde het pakketje heel voorzichtig open. De plattegrond was nu niet meer van de kermis alleen. Hij zag lijntjes die hij eerder niet had gezien: rondjes binnen rondjes, als een slakkenhuis dat eindeloos wilde zijn. In het midden stond een piepklein sterretje, precies waar hun manège stond.

En naast dat sterretje: een nog kleiner stipje.

“Wat is dát?” fluisterde Noor.

Milo boog dichterbij. Op dat stipje stond in minuscule letters: DANSVLOER VOOR STOF.

Noor's ogen werden groot. “Serieus?”

“Blijkbaar,” zei Milo. “Dus: als we het stof serieus nemen… moeten we het een echte dansvloer geven.”

Hoofdstuk 5 – De dansvloer voor één deeltje

Ze zochten iets dat als dansvloer kon dienen. De manège had genoeg rare voertuigen, maar geen mini-podium voor stof.

Noor tikte tegen de papieren boot. “Wat als we… een stuk van de boot gebruiken?”

“Niet nat maken,” las Milo hardop. “Maar knippen stond er niet.”

Noor trok een gezicht. “Dat klinkt als toestemming.”

Milo keek naar de boot, toen naar het stofdeeltje. “Ik wil de boot niet slopen.”

Op dat moment reed er een andere wagen langs: een grote, zachte kussenslipper met een rits. Op de zijkant stond: RESERVE-ZACHTHEID.

Noor sprong op en riep: “Hé! Kunnen we die lenen?”

Tot Milo's verbazing stopte de kussenslipper. Een klein belletje rinkelde. Uit de rits kwam een stem, gedempt maar vriendelijk: “Alleen als je er netjes mee omgaat.”

“We hebben een dansvloer nodig,” zei Noor. “Voor… stof.”

“Ah,” zei de stem alsof dat de normaalste vraag van de dag was. “Dan moet je het Fluweelvierkant hebben.”

Een hoek van de slipper ging open. Daar lag een stapeltje vierkantjes stof, zo zacht dat het eruitzag alsof het gemaakt was van wolken met discipline.

Milo pakte er één. Het was fluweelachtig, donkerblauw, en glom een beetje. “Perfect.”

Noor maakte een buiging naar de slipper. “Dank u, edele schoen.”

“Graag,” zei de stem. “En vergeet niet: klein publiek, groot applaus.”

Ze legden het fluweelvierkantje op de rand van het podium, vlak bij het dansende pluisje. Milo gebruikte de plattegrond als een soort richtlijn en schoof het vierkantje precies op het stipje dat “DANSVLOER VOOR STOF” heette.

Niets gebeurde.

Noor kneep haar lippen samen. “Misschien moeten we… het serieus-serieus doen.”

Milo knikte. Hij rechtte zijn rug, alsof hij een prijs ging uitreiken. Noor ging ernaast staan, handen achter haar rug, alsof ze bij een chique voorstelling was.

Milo sprak plechtig, maar met een glimlach: “Beste… eh… Stof.”

Het pluisje sprong.

Noor fluisterde: “Geef het een naam.”

Milo dacht razendsnel. “Pleun. Het heet Pleun.”

Noor knikte alsof dat officieel was. “Welkom, Pleun.”

Milo ging verder: “Pleun, wij erkennen jouw talent. Wij bieden jou deze dansvloer aan, zodat jij kunt schitteren zonder… zonder weggeveegd te worden.”

Noor voegde eraan toe: “En we beloven niet te niezen in jouw richting.”

Het pluisje maakte een perfecte mini-draai en landde precies op het fluweelvierkantje.

De muziek veranderde. Het werd zachter, helderder. Minder kermis, meer wiegend klokje. De lampjes boven de manège dimden tot een warme gloed, alsof de hal een knus avondlampje aanzette.

En toen verscheen er aan de muur een deur. Niet groot. Niet klein. Gewoon een deur, alsof hij er altijd al had willen hangen maar nooit de kans had gekregen.

Boven de deur stond: UITGANG (NU ECHT).

Noor stootte Milo aan. “Regel 3. Het werkte.”

Milo keek nog steeds naar Pleun. Het pluisje danste door, nu met meer ruimte, als een ster op een eigen podium. Het was op een vreemde manier… rustgevend.

“Ik wil nog even kijken,” zei Milo zacht.

Noor trok haar wenkbrauwen op. “Jij? Nog even? De man die altijd ‘snel door' zegt bij musea?”

“Dit is geen museum,” zei Milo. “Dit is… een stofdanser.”

Noor grijnsde, maar haar stem werd ook zachter. “Oké. Nog één dans.”

Hoofdstuk 6 – Het langzaam wordende rondje

Ze gingen op de vloer zitten, rug tegen de manège. De draaiing werd trager, alsof de attractie ook even wilde uitademen. Pleun danste op het fluweelvierkantje, sprong, draaide, zweefde bijna. Het leek soms alsof het pluisje de muziek vooruit trok, en de muziek achter hem aan hobbelde.

Noor fluisterde: “Denk je dat Pleun blij is?”

Milo keek aandachtig, zoals hij ook naar sterren kon kijken als iedereen al naar binnen was. “Ik denk dat Pleun vooral… precies doet wat het is.”

Noor grinnikte zacht. “Dat is het meest Milo-antwoord ooit.”

“Dank je,” zei Milo. “Ik neem dat serieus.”

Ze keken nog een tijdje. De lampjes knipperden niet meer wild, maar langzaam, als ogen die slaperig worden. De lucht rook minder naar popcorn en meer naar… schoon, alsof iemand een raam had opengezet naar buitenlucht.

De deur “UITGANG (NU ECHT)” stond open. Daarachter was geen donkere tunnel, maar gewoon de kermis, met geluiden die nu klonken alsof ze van verder weg kwamen.

Noor tikte Milo aan. “We moeten gaan. Anders wordt ‘onbeperkt rondjes' onze hobby.”

Milo knikte. Hij stond op, liep naar het fluweelvierkantje en boog, heel officieel, naar Pleun.

“Dank je,” zei hij. “Voor het ritme.”

Pleun sprong één keer extra hoog, precies op de “tam” die nog over was, en landde weer zacht.

Noor deed een mini-applaus met twee vingers. “Klein publiek, groot applaus,” fluisterde ze.

Samen liepen ze naar de deur. Vlak voordat Milo naar buiten stapte, voelde hij het opgevouwen kaartpakketje in zijn zak. Alsof het tevreden was, eindelijk weer een vierkant.

Hij keek nog één keer om. De manège draaide nu bijna niet meer. Pleun danste nog steeds, rustig, op zijn fluweelplek, als een laatste zinnetje dat zacht eindigt.

Noor duwde de deur verder open. “Kom. Buiten is ook muziek.”

Milo stapte naar buiten. De kermis was er nog, met suikerspinwolken en eendjes die nog steeds deden alsof ze onwinbaar waren. Alles was normaal, behalve dat Milo nu wist dat zelfs stof een dansvloer kon krijgen, als je maar goed genoeg keek.

“Wat vouw je nu?” vroeg Noor.

Milo haalde de plattegrond tevoorschijn en vouwde hem netjes, één keer, twee keer, precies langs de stippellijnen. “Alleen de kaart,” zei hij. “Niet de hele wereld.”

Noor lachte. “Graag. Ik heb morgen school.”

Milo stak de kaart weg. In de verte hoorde hij heel zacht, bijna verbeelding: tik-tik… tam.

En toen werd het stil genoeg om tevreden te zijn.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

Huidige beoordeling: 3.5 van 5 (1 beoordelingen)

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

De opvouwbare kaart
Een kaart die je kunt vouwen zodat hij kleiner wordt en makkelijk mee te nemen is.
Plattegrond
Een tekening die laat zien waar gebouwen en wegen op een plek liggen.
Flapje
Een klein stukje papier of stof dat loszit en omgeklapt kan worden.
Stippellijn
Een lijn met korte streepjes die aangeeft waar je iets kunt knippen of vouwen.
Manège
Een ronde plek waar dingen of dieren rond kunnen draaien als attractie.
Fauteuil
Een grote, comfortabele stoel waarin je prettig kunt zitten.
Verkeerskegel
Een conische kegel die langs de weg staat om iets af te sluiten of te waarschuwen.
Onbeperkt
Zonder limiet; iets dat je zo vaak kunt doen als je wilt.
GEBRUIKSAANWIJZING VOOR DINGEN DIE ZICH NIET AANWIJZEN LATEN.
Een boek of tekst met regels die uitleg geven voor vreemde of onduidelijke dingen.
RESERVE-ZACHTHEID.
Een extra stuk zacht materiaal dat bewaard wordt om te gebruiken wanneer nodig.
Fluweelvierkantje
Een klein vierkant lapje stof dat heel zacht aanvoelt, als een mini-podium.
DANSVLOER VOOR STOF
Een heel klein plekje om precies één stofje of pluisje op te laten dansen.
Pluisje
Een klein, zacht bolletje draad of stof dat makkelijk losraakt en zweeft.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

vriendschap raadsel

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Grappige en absurde verhalen voor 11/12 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.