Bezig met laden...
Lollig en absurd verhaal 11/12 jaar Lezen 25 min.

De markt van de horloges en de minizon die een blije aardappel werd

Mats, een methodische jongen, ontdekt op een bijzondere markt van horloges een opdracht om een "minizon" te tekenen en raakt verstrikt in pratende klokken, eigenwijze pennen en vreemde klusjes om het binnenlicht van de tijd te herstellen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een 12-jarige jongen met rond gezicht en sproeten, warrig bruin haar en een geconcentreerde, licht bezorgde blik houdt voorzichtig een klein lichtgevend geel schijfje op de punt van een stickertje boven een grote glanzende veerpen; mevrouw Saffier, een vrouw van ongeveer 40 jaar met grijs haar in een strakke knot en ronde bril, glimlacht aandachtig achter een tafel vol instrumenten links van de jongen; rechts rolt Baron Bim-Bam, een antropomorfe klok op kleine wieltjes met een gepolijst houten lichaam en vriendelijk wijzerplaatje, naar hem toe; een levendige veerpen met een klein nieuwsgierig gezichtje ligt op de tafel naast een glanzend bruin eikeltje dat als assistent dient; de scène speelt zich af op een markt van klokken en uurwerken met geplaveide gangpaden, kleurrijke houten kramen, honderden hangende klokken en koekoeken, warme verlichting en gestreepte vlaggetjes; de jongen plakt het minilichtje op de punt van de veerpen om een klein, geschrokken wekkerje te kalmeren, in een volkomen louche en bijna absurde sfeer met felle kleuren, vloeiende gedetailleerde texturen en zacht warm licht, compositie gecentreerd op de gezichten en het kleine lichtje. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: Het Plakbriefje met de Veel te Precieze Pijl

Mats was elf en hield van lijstjes alsof het huis anders spontaan zou gaan rondjes draaien.

Elke zaterdagochtend had hij een ritueel: tandenpoetsen (exact twee minuten), sokken sorteren (op kleur én humeur), brood eten (drie happen korst, dan pas de zachte binnenkant). Daarna liep hij naar de keukenklok en tikte ertegen alsof hij haar een geheim vertelde.

“Goedemorgen, mevrouw Tik,” zei hij plechtig.

Zijn moeder roerde in haar koffie. “Je zegt gedag tegen klokken, maar je vergeet mensen.”

“Klokken antwoorden tenminste op tijd,” mompelde Mats.

Die ochtend gebeurde er iets onschuldigs, iets kleins. Echt klein. Een plakbriefje zat op de koelkast, scheef, alsof het haastig was opgehangen door iemand met een hikkende hand.

Op het briefje stond:

MARKT VAN DE HORLOGES. VANDAAG. VOLG DE PIJL. TEKEN EEN MINIZON.

En eronder: een pijl zo lang dat hij bijna van het briefje af wandelde.

Mats kneep zijn ogen samen. “Een minizón?”

Zijn vader kwam binnen met zijn jas half aan, alsof hij in een race zat met zijn eigen mouwen. “O, dat! Ja, dat kreeg ik bij de bakker. Bij het brood zat een briefje. Gratis avontuur bij elke tien bolletjes, geloof ik.”

Mats hield het briefje tegen het licht. “Maar… wie vraagt er nou om een zon te tekenen? En waarom mini?”

Zijn moeder haalde haar schouders op. “Teken gewoon een zon. Een gewone zon.”

“Er staat mini,” zei Mats. “Dat is anders. Mini is… meetbaar.”

En zodra Mats het woord meetbaar dacht, begon zijn hoofd al liniaaltjes tevoorschijn te halen, denkbeeldige streepjes te zetten en een lijstje te maken met mogelijke zonformaten.

Hij pakte zijn potloodetui, zijn kleinste gum en—voor de zekerheid—een passer. Want je wist maar nooit wanneer een markt van horloges je zou aanvallen met rondingen.

Buiten was het fris. De lucht rook naar natte stoeptegels en versgebakken croissants van de hoek. Mats volgde de pijl op het briefje, alsof de pijl magnetisch was en zijn schoenen er stiekem van gemaakt.

Na drie straten, twee steegjes en één onverwachte duif die hem streng aankeek, kwam hij op een pleintje dat hij nog nooit had gezien. Dat was op zich al verdacht, want Mats kende zijn wijk als een plattegrond in zijn zak.

In het midden stond een hek met een bord:

WELKOM OP DE MARKT VAN DE HORLOGES

NIET AAN DE TIJD LIPPEN!

Mats slikte. “Ik ben methodisch,” fluisterde hij tegen zichzelf. “Ik kan dit.”

En toen ging het hek vanzelf open met een beleefde klik, alsof het hem had verwacht.

Hoofdstuk 2: De Kraam die “Tik Tik” Fluisterde

De markt was… druk. Niet druk met mensen—al liepen er genoeg rond—maar druk met geluiden. Overal tikte het, tokte het, zoemde het, klingelde het. Het klonk alsof duizend kevers tegelijk tapdansles hadden.

Kramen stonden in rijen, maar net niet recht. Alles leek nét scheef, alsof de tijd hier nooit helemaal stil kon staan om netjes te meten.

Bij de eerste kraam lagen polshorloges op kussentjes. Ze hadden allemaal verschillende gezichten. Letterlijk. Op eentje stond een snor getekend op de wijzerplaat.

De verkoopster, een vrouw met een bril die zo rond was dat hij bijna een klok leek, riep: “Wie wil er een horloge dat je op tijd laat komen door je te beschamen?”

Mats bleef staan. “Hoe bedoelt u… beschamen?”

Ze tikte op een horloge. Het begon meteen te praten met een streng stemmetje: “Echt? Wéér te laat? Je schoenen liggen nog niet eens in alfabetische volgorde!”

Mats' wangen werden warm. “Dat… dat horloge ken ik eigenlijk al. Dat woont in mijn hoofd.”

De vrouw knipoogde. “Dan ben jij vast methodisch. Jullie zijn onze favoriete klanten. Jullie raken nooit kwijt wat je net kwijt was.”

Mats liep snel door, want hij voelde zich ineens bekeken door allerlei wijzers.

Een kraam verder hing een enorme koekoeksklok die niet “koekoek” riep, maar “knoe!” en dan giechelde.

“Waarom zegt die ‘knoe'?” vroeg Mats aan de verkoper, een man met een vest vol zakken.

“Koekoeks zijn vandaag vrij,” zei de man serieus. “We hebben een eekhoorn ingehuurd. Hij spreekt alleen een beetje… eekhoorns.”

De klok riep: “KNOE!” en er viel een klein eikeltje uit het deurtje, precies in Mats' hand.

Mats staarde naar het eikeltje. “Dat is… eigenlijk best netjes afgeleverd.”

“Dank je,” zei de klok met een stem als een piepende scharnier. “Ik doe mijn best.”

Mats stopte het eikeltje in zijn jaszak. Opnieuw: meetbaar resultaat. Eén eikeltje. Geen paniek.

Toen zag hij een bordje aan een paal, met dezelfde lange pijl als op zijn plakbriefje.

NAAR HET ZONNENLOKET

ALLEEN VOOR SERIEUZE TEKENAARS

“Dat ben ik,” zei Mats automatisch. “Serieus.”

Hij volgde de pijl langs kramen met zandlopers waar de zandkorrels naar boven liepen, langs een stand met wekkers die je wakker kietelden, en langs een kraam waar een jongen van zijn leeftijd een stopwatch verkocht die “nu!” schreeuwde elke keer als je hem indrukte.

“Nu!” riep de stopwatch. “Nu! NU!”

“Rustig,” mompelde Mats. “Ik ben onderweg.”

Bij een tent van blauw zeil stond een deur die eruitzag alsof iemand hem uit een oude school had geleend. Boven de deur hing een klok zonder wijzers. Er stond alleen een klein stickertje: WACHT EVEN.

Mats klopte, precies drie keer. Niet twee. Niet vier. Drie.

Van binnen klonk een stem: “Binnen! Maar niet te snel, dat schrikt de minuten.”

Mats deed de deur open.

Hoofdstuk 3: Het Zonnenloket en de Vrouw met de Zeven Pennen

Binnen was het ruimer dan buiten logisch was. Alsof de tent van binnen een beetje was uitgerekt met elastiek.

Achter een balie zat een vrouw met haar haar in een strakke knot en een ketting van kleine tandwieltjes. Voor haar lagen zeven pennen, keurig op een rij, van dik naar dun. Ze keek Mats aan alsof ze hem van plan was te wegen.

“Naam?” vroeg ze.

“Mats,” zei Mats.

“Eigenschap?”

Mats rechtte zijn rug. “Methodisch.”

De vrouw knikte, tevreden. “Goed. We hadden gisteren een creatieve dromer. Die tekende een zon met vijftien ogen. Heel warm, maar nogal… glibberig.”

Mats fronste. “Waarom moet ik een zon tekenen?”

De vrouw schoof een vel papier naar hem toe. Het was zo wit dat het bijna piepte. In de hoek stond een stempel: MINIZON—OFFICIEEL.

“De markt heeft licht nodig,” zei ze. “Niet voor buiten. Buiten is de zon al bezig. Maar voor binnenin de klokken. Klokken zijn van binnen soms een beetje donker. Dan gaan de seconden struikelen.”

Ze tikte op een grote klok die in de hoek stond. Meteen hoorde Mats iets: plof… au… boem… sorry…

“Zie je?” zei de vrouw. “Seconden met blauwe plekken. Dat wil je toch niet.”

“Nee,” zei Mats snel. “Zeker niet.”

De vrouw pakte de dunste pen—zo dun dat hij meer op een gedachte leek dan op een pen—en legde hem neer voor Mats.

“Dit is de Pen van het Precieze Schijnen,” zei ze. “Je tekent een zon. Mini. Niet gewoon klein. Mini. Dus: een zon die precies genoeg is om een klok op te vrolijken, maar niet zo groot dat hij begint te barbecueën.”

Mats' hoofd begon te rekenen. “Hoe mini is mini?”

“Goede vraag,” zei de vrouw. “We gebruiken de officiële maat: één zon is precies zo groot als… een speldkop die droomt dat hij een tennisbal is.”

Mats knipperde. “Dat is geen maat.”

“Jawel,” zei de vrouw vrolijk. “Op de markt is alles meetbaar, zolang je er maar een beetje omheen meet.”

Ze leunde naar voren. “Je krijgt één poging. Want de pen is eigenwijs. Als je twijfelt, tekent hij een wolk uit protest.”

Mats slikte opnieuw. Hij hield van één poging, maar ook niet. Eén poging was een lijstje van één regel. Dat was… kort. Heel kort.

“Mag ik eerst oefenen?” vroeg Mats.

De vrouw schudde haar hoofd. “Oefenen is gewoon fouten maken met extra stappen.”

Mats zuchtte, pakte de pen tussen duim en wijsvinger en zette hem boven het papier.

“Oké,” fluisterde hij. “Ik teken een cirkel. Met straaltjes. Mini. Mini. MINI.”

De pen trilde.

“Niet nu zenuwachtig doen,” zei Mats streng tegen de pen. “We doen dit netjes.”

Hij zette het puntje neer.

En precies op dat moment ging buiten een bel. Niet hard. Maar precies hard genoeg om zijn hand te laten hikken.

Op het papier verscheen geen cirkel, maar een soort… aardappel met een te enthousiaste franje.

De pen maakte er ook nog een gezichtje in. Met een scheef lachje.

Mats staarde. “Dat is geen zon. Dat is… een blije aardappel.”

De vrouw boog zich voorover. Ze kneep haar ogen samen, alsof ze een schilderij in een museum bekeek.

“Hmm,” zei ze. “Hij straalt wel.”

“Hij is een aardappel,” herhaalde Mats. “Met… charisma.”

Vanuit de hoek klonk een kuchje. De grote klok sprak met een diepe stem: “Ik zou daar best licht van krijgen. Als ik eerlijk ben.”

Mats keek op. “Klokken praten dus echt.”

“Alleen als ze gehoord willen worden,” zei de vrouw. “En die wil dat altijd.”

“Mijn naam is Baron Bim-Bam,” zei de klok. “Ik ben een staande klok met een gevoelige binnenkant. En ik struikel graag over mijn eigen seconden.”

De vrouw klapte in haar handen. “Goed! We testen de minizon. Mats, jij gaat met Baron Bim-Bam mee naar de Binnenkamer. Daar zien we of jouw… zonnige aardappel het werk doet.”

Mats wilde protesteren, maar zijn methodische kant fluisterde: Testfase. Logisch. Stap twee.

“Oké,” zei hij. “Maar ik wil wel noteren wat er gebeurt.”

“Uitstekend,” zei de vrouw. “Noteren is hier bijna een betaalmiddel.”

Hoofdstuk 4: De Binnenkamer vol Struikelende Seconden

Baron Bim-Bam had geen benen, maar wel wieltjes. Hij rolde langzaam, statig, en maakte bij elke meter een tevreden dong alsof hij zichzelf aanmoedigde.

Ze gingen door een gordijn van tikkende kralen. Elke kraal klonk als een minieme bel.

Aan de andere kant lag de Binnenkamer: een ruimte vol open klokken. Grote, kleine, ronde, vierkante. Sommige hingen aan de muur met hun buik open, alsof ze bij de dokter waren.

Binnenin zag Mats iets dat hij nooit in een gewone klok had gezien: kleine seconden, als piepkleine poppetjes met helmpjes. Ze renden in cirkels, droegen getallen, duwden wijzers. Sommigen struikelden over losse tandwieltjes en riepen: “Ho! Hé! Kijk uit! Ik ben maar één seconde, ik breek zo!”

Mats' mond viel een beetje open. “Dit is… werk.”

“Altijd,” zei Baron Bim-Bam. “Tijd is een baan zonder pauze.”

De vrouw met de zeven pennen—ze heette blijkbaar Mevrouw Saffier, dat stond op haar badge—legde Mats' papier met de blije aardappel op een standaard.

“Minizon, activeer,” zei ze alsof ze een lamp aandeed.

Niets gebeurde.

Mats hield zijn adem in. “Misschien is hij te… aardappel.”

Toen begon de tekening zacht te gloeien. Niet fel. Meer alsof iemand een theelichtje achter het papier had gezet en het heel beleefd had gevraagd.

De seconden stopten met struikelen. Eentje zette zijn helm recht.

“Ah,” zei hij opgelucht. “Ik kan weer zien waar de drie is.”

Een ander secondepopje riep: “Wie heeft het licht aangedaan? Ik was net dramatisch aan het vallen!”

“Vallen kan later,” mompelde een derde. “Nu is het netjes.”

Mats voelde trots opborrelen, maar ook verwarring. “Dus… mijn aardappelzon werkt?”

Mevrouw Saffier knikte. “Hij is niet officieel rond, maar hij is wel officieel warm van karakter.”

Baron Bim-Bam maakte een extra grote DONG. “Ik voel het! Mijn binnenkant is minder somber. Mijn tik klinkt… vrolijker. Tik… tik… haha, bijna.”

Mats glimlachte. “Mooi. Dan is het klaar?”

“Bijna,” zei Mevrouw Saffier. Ze wees naar een hoek waar een klok lag die eruitzag als een ouderwetse wekker met belletjes. Hij schudde op een vreemde manier, alsof hij de hik had.

“Dat is Wekker Wapper,” fluisterde ze. “Hij is bang in het donker. Als hij schrikt, gaat hij af. Dan wekt hij de hele markt. Gisteren nog—vier uur 's middags! Pure chaos. Mensen kregen ineens slaapkoppen op klaarlichte dag.”

Mats keek naar de wekker. De seconden eromheen liepen kriskras. Eén seconde botste tegen een ander.

“Sorry!”

“Geeft niet! Ik was toch al laat!”

Mats wees naar zijn minizon. “Zet die dan gewoon daar.”

“Daar komt jouw methodische talent,” zei Mevrouw Saffier. “De minizon moet op de juiste plek. Niet te hoog, anders denken de minuten dat het ochtend is. Niet te laag, anders gaan de uren liggen dutten. En zeker niet scheef, want dan worden de halve uren eigenwijs.”

Mats knikte. Plaatsing. Eindelijk iets dat klonk als een klus met duidelijke stappen.

“Geef mij een meetlint,” zei hij.

Mevrouw Saffier gaf hem geen meetlint, maar een touwtje met knoopjes. “Dit is een tijdlint. Elke knoop is één ‘ongeveer'.”

Mats staarde. “Ongeveer?”

“Ja,” zei ze. “De markt houdt van precisie, maar niet van saai.”

Mats zuchtte. “Oké. Dan doe ik het methodisch-ongeveer.”

Hij liep naar Wekker Wapper en bekeek de ruimte. Het papier gloeide zacht. Hij voelde zich alsof hij een nachtlichtje ging plaatsen in een kamer vol drukke insecten.

“Waar wil je het licht?” vroeg Mats aan de wekker.

Wekker Wapper piepte: “Niet in mijn ogen. Ik word daar zenuwachtig van.”

“Je hebt geen ogen,” zei Mats.

“Dat zegt iedereen,” piepte de wekker beledigd. “Maar ik voel me bekeken.”

Baron Bim-Bam rolde dichterbij. “Zet het naast hem, Mats. Op de plank met de koperen schroef. Die schroef is betrouwbaar.”

Mats keek. Een plank, een schroef, een vaste plek. Heerlijk.

Hij zette de standaard precies naast de schroef. Hij trok het tijdlint strak en telde de knoopjes.

“Eén ongeveer… twee ongeveer… drie ongeveer,” mompelde hij. “Perfect.”

De minizon gloeide.

Wekker Wapper ontspande zichtbaar. Zijn belletjes zakten iets omlaag. “Oh. Dat is… gezellig. Alsof iemand ‘goedemiddag' zegt met een dekentje.”

En toen—alsof de markt dat als applaus zag—begonnen alle klokken even tegelijk te tikken. Niet hard. Gewoon… samen. Als een ritmische regenbui.

Mats kreeg kippenvel, maar op een fijne manier.

Mevrouw Saffier glimlachte. “Gelukt. De markt is verlicht.”

Mats wilde juichen, maar toen gebeurde er iets onhandigs.

De pen in zijn hand kuchte.

En tekende uit zichzelf—op zijn mouw—een piepklein wolkje.

“Hey!” riep Mats. “Pen! Niet op kleding!”

De pen schreef: PROTEST. IK WIL OOK OP VAKANTIE.

Mats' ogen werden groot. “Een pen die protesteert. Dat is… nieuw.”

Mevrouw Saffier knikte ernstig. “O jee. Als de Pen van het Precieze Schijnen gaat staken, krijgen we overal wolken. Dan worden klokken… somber. En sombere klokken gaan langzaam zeuren. Dat wil je niet. Zeuren duurt altijd lang.”

Baron Bim-Bam kreunde: “Ik heb eens een zeurende koekoeksklok gehoord. Drie uur lang klaagde hij over zijn houten dieet.”

Mats keek naar de pen. “Wat wil je dan?”

De pen schreef: EEN MINIZON VOOR MIJ. IK WIL OOK LICHT IN MIJN INKT.

Mats krabde aan zijn hoofd. “Maar ik heb mijn poging al gebruikt.”

Mevrouw Saffier keek nadenkend naar de blije aardappelzon. “Technisch gezien is die minizon al getekend. Maar misschien… kunnen we hem delen.”

“Hoe deel je een zon?” vroeg Mats.

Baron Bim-Bam zei: “Snij hem in partjes! Zonnetaart!”

“Niet snijden,” zei Mats snel. “Dan krijg je kruimels van licht.”

Mevrouw Saffier tikte op haar rij pennen. “We doen het anders. Jij tekent nog één minizón, maar niet op papier. Op iets kleins. Iets dat mee kan. Iets… zoals een penpunt.”

Mats keek naar de pen. De pen trilde hoopvol.

“Oké,” zei Mats. “Maar dan moet je stilhouden. En niet op mijn mouw tekenen.”

De pen schreef: AFSPRAAK.

Hoofdstuk 5: De Minizonne-Operatie (Met Eén Eikeltje als Assistent)

Mevrouw Saffier legde een vergrootglas op tafel. Het was zo groot dat Mats er bijna in kon wonen. “Hier,” zei ze. “Zo kun je mini echt mini maken.”

Mats haalde diep adem. “Ik heb een plan.”

“Tuurlijk,” zei Baron Bim-Bam. “Hij is methodisch. Zijn plannen dragen waarschijnlijk een helm.”

Mats legde zijn spullen neer: potloodetui, gum, passer (die niemand nodig had, maar het gaf hem rust) en het eikeltje uit zijn zak.

Het eikeltje rolde over de tafel en bleef precies tegen het tijdlint aan liggen, alsof het ook mee wilde doen.

Mevrouw Saffier keek ernaar. “Waarom heb jij een eikeltje?”

“Een klok gaf het aan mij,” zei Mats. “Netjes afgeleverd.”

Baron Bim-Bam knikte alsof dat de normaalste zaak ter wereld was. “Dat eikeltje kan dienen als gewicht. Tegen trillende handen.”

Mats glimlachte. “Goed idee.”

Hij zette het eikeltje naast de pen, zodat de pen niet kon wegrollen. Het eikeltje was nu officieel assistent.

“Minizonne-operatie,” fluisterde Mats. “Stap één: stil zitten.”

De secondenpopjes in de kamer gingen op kousenvoeten lopen. Een van hen deed een vinger voor zijn mond. “Ssst. Hij tekent.”

Mats zette het vergrootglas zo dat de penpunt groot werd als een raket. Hij zag minuscule krasjes, alsof de pen al jaren geheime boodschappen in de lucht had geschreven.

Hij pakte de Pen van het Precieze Schijnen en hield hem stevig vast. “Oké. Geen aardappel. Dit keer echt rond.”

De pen schreef heel klein: IK BEN GEEN AARDAPPELHATER.

“Dat helpt niet,” fluisterde Mats. “Focus.”

Hij tekende een micro-cirkel op… niet op papier, maar op een minuscuul stukje sticker dat Mevrouw Saffier had gegeven en dat precies op de pen paste.

Een cirkel. Dan straaltjes. Zes straaltjes—nee, acht—nee, precies zeven, want dat voelde netjes.

Het licht begon meteen te gloeien, alsof het blij was dat het nu een plekje had gevonden.

De pen zuchtte van opluchting. “Ah,” zei hij, nu met een stemmetje dat Mats eerder niet had gehoord. “Ik voel me… zonnig van binnen.”

Wekker Wapper piepte: “Ik word er ook rustiger van. Is dat gek? Ik ben een wekker. Ik hoor juist onrustig te zijn.”

“Rustig is ook een soort op tijd,” zei Mats.

Mevrouw Saffier klapte zachtjes. “Perfect. De pen staakt niet meer.”

De pen schreef: GEEN WOLKEN MEER. BEHALVE ALS IEMAND MIJ VOOR ‘STIFT' UITMAAKT.

Baron Bim-Bam zei: “Niemand zal dat doen. We hebben manieren.”

Mats lachte. “Dus… ik kan nu naar huis?”

Mevrouw Saffier knikte en haalde een stempel tevoorschijn. Ze stempelde op Mats' hand: OFFICIEEL ZONNETEKENAAR—EEN KEER.

“Je krijgt ook een beloning,” zei ze.

Mats spitste zijn oren. “Geld?”

“Nee,” zei ze. “Iets beters.” Ze gaf hem een klein horloge. Het zag er normaal uit, maar op de wijzerplaat stond een mini-aardappeltje met straaltjes.

“Dit horloge,” zei Mevrouw Saffier, “laat je altijd op tijd komen voor dingen die je eigenlijk leuk vindt. Voor saaie dingen doet hij alsof hij slaapt.”

Mats keek ernaar. “Dat is… praktisch én eerlijk.”

Baron Bim-Bam maakte een tevreden dong. “Eerlijkheid is de beste tijd.”

Mats deed het horloge om. Het voelde warm, alsof het zijn pols begroette.

Toen leidde Mevrouw Saffier hem terug naar het kralengordijn. “De uitgang is daar. Volg de pijl. Maar onthoud: als je ooit weer een minizón moet tekenen… neem dan een eikeltje mee.”

Mats stopte het eikeltje terug in zijn zak. “Assistent Eik. Begrepen.”

De pen in zijn etui hummde zachtjes, alsof hij een liedje neuriede dat precies twee minuten duurde.

Hoofdstuk 6: Een Zachte Terugweg en Een Klok die ‘Welterusten' Zegt

Buiten op de markt was het nog steeds druk, maar het geluid leek nu net iets vriendelijker. Alsof de tikken glimlachten.

Mats liep langs de kramen terug. De koekoeksklok riep: “KNOE!” en gooide nog een eikeltje, maar Mats ving het niet. Het stuiterde over de grond en rolde naar een meisje dat het oppakte alsof ze dat al haar hele leven deed.

“Je liet je eekhoornwoord vallen,” zei ze.

“Dat was een extra,” zei Mats.

Ze zwaaide en liep weg, met het eikeltje als trofee.

Mats voelde zich licht, maar niet hyper. Meer alsof iemand een dekentje om zijn gedachten had gelegd.

Bij het hek stond een kleine klok op een krukje. Hij had een slaapmuts op—waar die vandaan kwam, wist niemand.

“Ga je al weg?” vroeg de klok slaperig.

“Ja,” zei Mats. “Ik moet thuis nog… sokken sorteren.”

De klok knikte begripvol. “Belangrijk. Sokken zijn de sandalen van de voeten.”

Mats keek even naar zijn nieuwe horloge. De wijzers bewogen rustig. Het aardappelzonnetje op de wijzerplaat leek hem toe te knipogen, maar dat kon ook gewoon zijn verbeelding. Of de markt. De markt deed graag alsof.

Toen Mats de straat in liep, merkte hij dat de pijl van het plakbriefje niet meer nodig was. Zijn voeten wisten de weg.

Thuis was de keuken warm en rook het naar soep.

Zijn moeder keek op. “En? Was het een normale markt?”

Mats hing zijn jas op. Op zijn mouw zat nog steeds een klein wolkje, maar het leek nu meer op een herinnering dan op protest.

“Best normaal,” zei Mats. “Ik tekende een minizón. Die werd per ongeluk een blije aardappel. En ik heb een pen geholpen met vakantiegevoel.”

Zijn vader keek vanachter de krant. “Klinkt als zaterdag.”

Mats ging aan tafel zitten. Hij legde het horloge neer, precies naast zijn bord. Methodisch. Tevreden.

Vanuit zijn etui kwam een heel zacht geluidje, alsof een pen geeuwde. En het horloge tikte niet streng, maar vriendelijk. Tik… tik… tik…

Mats ademde langzaam in en uit. De dag was groot geweest, maar zijn hoofd was rustig.

“Welterusten,” fluisterde hij tegen mevrouw Tik, de keukenklok.

De keukenklok tikte terug, heel zacht, alsof ze ook een minizón in haar binnenkant had gekregen.

En Mats dacht, terwijl de geluiden langzaam stiller leken te worden: misschien is op tijd komen soms gewoon… op tijd rustig worden.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Ritueel
Iets dat je elke keer op dezelfde manier doet, zoals een gewoonte.
Plechtig
Met een serieuze en belangrijke houding, alsof het speciaal is.
Scheef
Niet recht, een beetje naar één kant gebogen of geplaatst.
Kraam
Een kleine stand op een markt waar iemand spullen verkoopt.
Koekoeksklok
Een houten klok die elk uur een vogelbeeldje laat verschijnen en roept.
Vergrootglas
Een lens waarmee kleine dingen groter en beter zichtbaar worden.
Statig
Langzaam en waardig bewegen, alsof het belangrijk is.
Gordijn
Stuk stof dat een opening afsluit of verdeelt, zoals bij een deur of raam.
Binnenkamer
Een speciale kamer binnenin een gebouw of tent voor een bepaalde taak.
Tandwieltjes
Kleine ronde tandjes die in elkaar passen en zo beweging doorgeven.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

vrolijk zelfvertrouwen geduld keuken markt klok

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Grappige en absurde verhalen voor 11/12 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.