"Rennie de Rendeer en de Gekke Hoed"
Rennie, de rendier, had een grote, rode hoed. "Kijk eens!" zei Rennie. "Wat een mooie hoed!"
Zijn vriendje, Timo de Tijger, keek nieuwsgierig. "Waarom draag je die hoed?" vroeg Timo.
"Ik ben de koning van het bos!" lachte Rennie.
Timo giechelde. "Maar rendieren zijn geen koningen!"
"Ik ben het nu!" riep Rennie.
Timo grinnikte. "En ik ben jouw lijfwacht!"
Rennie deed een grote buiging. "Dank je, mijn dappere lijfwacht!"
Ze begonnen te dansen. Rennie draaide rond. "Hoed af!" zei hij.
Timo lachte hard. "Hoed op, koning Rennie!"
En zo dansten ze de hele dag, met de hoed die steeds van Rennie's hoofd viel. "Oh nee!" riep Rennie. "De hoed is weg!"
Timo zocht en vond de hoed onder een struik. "Hier is je hoed, koning!" zei hij.
Rennie zette de hoed weer op. "Dank je, Timo!"
Ze lachten en dansten verder. De hoed viel weer af.
"Wat een gekke hoed!" zei Timo.
"Ja!" zei Rennie. "Maar het maakt me blij!"
En zo gingen ze door, met de hoed die nooit bleef zitten.