Lotte was een vrolijk meisje van vier jaar. Ze had mooie krullende haren en grote, heldere ogen. Lotte hield van spelletjes en avontuur. Maar Lotte had iets bijzonders: ze zat in een rolstoel. Dit maakte haar niet minder vrolijk of avontuurlijk. In tegendeel, Lotte was een echte ontdekkingsreiziger!
Lotte had een beste vriendin, Sara. Sara was ook vier jaar, met een lach die iedereen blij maakte. Elke dag na school kwamen ze samen spelen in de speeltuin vlakbij Lotte's huis. Lotte en Sara waren een geweldig team.
"Hey Lotte! Wat willen we vandaag doen?" vroeg Sara terwijl ze haar haren in een staart bond.
"Ik wil naar de glijbaan!" zei Lotte enthousiast. "Kun je me helpen?"
"Natuurlijk! Ik duw je," antwoordde Sara met een brede glimlach.
Sara duwde Lotte naar de glijbaan. De zon scheen helder en de lucht was blauw. Lotte kon niet wachten. "Kijk, ik ben al zo snel!" riep Lotte terwijl ze naar beneden glibberde.
"Dat was leuk!" zei Sara lachend. "Nog een keer?"
"Ja, nog een keer!" zei Lotte terwijl ze weer naar boven werd geduwd.
Na een paar keer glijden, gingen ze naar de zandbak. Lotte vond het heerlijk om in het zand te spelen. "Wat gaan we bouwen?" vroeg ze.
"Ik wil een kasteel bouwen!" zei Sara enthousiast. "Met torens en alles."
Lotte knikte. "Ja! Maar ik heb de grote schep nodig. Kun je die voor me halen?"
Sara rende naar de schuur en kwam terug met de grote schep. "Hier, Lotte! Veel zand!"
"Dank je, Sara!" zei Lotte blij. Ze begon het zand te scheppen en samen maakten ze een prachtig kasteel met torens en een grote poort.
"Wow, kijk eens! Ons kasteel is zo mooi!" zei Sara.
"Ja, het is fantastisch!" zei Lotte. "Maar ik heb een idee. Laten we ook een zandweg maken."
"Dat is een goed idee! Dan kunnen de prinsessen in het kasteel komen," zei Sara.
Ze werkten hard samen. Ze praatten en lachten terwijl ze het zand verplaatsten. Lotte voelde zich gelukkig, en ook Sara. Maar toen kwam er een groepje jongens spelen in de speeltuin. Ze renden rond en schreeuwden. Lotte keek naar hen.
"Waarom spelen ze zo wild?" vroeg Lotte.
"Ik weet het niet," zei Sara. "Misschien willen ze ook bouwen."
De jongens kwamen naar de zandbak. Eén jongen zei: "Wat zijn jullie aan het doen?"
"Wij bouwen een kasteel!" zei Sara trots.
De jongen keek naar Lotte en zei: "Maar je kunt niet goed spelen. Je zit in een rolstoel."
Lotte voelde zich verdrietig. "Maar ik kan wel spelen! Kijk maar naar ons kasteel!"
"Ja, kijk maar!" voegde Sara toe. "Lotte is echt goed in bouwen!"
De jongen schudde zijn hoofd. "Maar je kan niet rennen."
Lotte keek naar Sara. Ze voelde haar wangen warm worden. "Ik ben misschien niet zoals jullie, maar ik kan veel dingen doen," zei Lotte. "Ik kan bouwen en spelen, ook al heb ik een rolstoel."
De jongens keken verwonderd. "Echt waar?" vroeg een andere jongen.
"Ja!" zei Lotte met een glimlach. "Wil je helpen met ons kasteel? We hebben meer handen nodig."
De jongens keken elkaar aan en knikten. "Oké, dat is leuk!" zei de eerste jongen.
Lotte en Sara waren blij. "Kom op, help ons!" riep Sara.
Samen met de jongens bouwden ze verder aan het kasteel. Lotte vertelde hen wat ze moest doen en ze hielpen allemaal. Ze maakten een grote ingang en zelfs een schatkist van zand. Lotte leidde alles en iedereen had plezier.
“Dit is het beste kasteel ooit!” zei Sara. “Dank jullie wel, jongens!”
“Ja, bedankt!” zei Lotte. “Jullie zijn geweldige bouwers!”
De jongens glimlachten. "Sorry dat we dachten dat je niet goed kon spelen," zei de eerste jongen. "Je bent echt heel goed!"
Lotte voelde zich blij. Ze wist dat ze gelijk had. Iedereen kan spelen, ongeacht hoe ze eruitzien of wat ze kunnen.
"Hé, wat als we een feestje houden in ons kasteel?" stelde Sara voor.
"Ja! Laten we allemaal onze vriendjes uitnodigen!" zei Lotte.
"Dat is een geweldig idee!" zei een van de jongens enthousiast. "Ik ga mijn vrienden bellen!"
Iedereen ging snel aan de slag. Ze maakten uitnodigingen van zand en schreven met een stokje in het zand. Binnen een paar minuten had iedereen het druk met het uitnodigen van vrienden.
Later die middag kwamen er veel kinderen naar de speeltuin. Ze zagen het prachtige zandkasteel en juichten. "Wauw, wat een mooi kasteel!" riep een meisje.
"Ja, het is gebouwd door Lotte en Sara!" zei een jongen. "En wij hebben geholpen!"
Lotte voelde zich trots. Ze genoot van het feestje. Iedereen speelde samen, lachte en had plezier.
Aan het einde van de dag, terwijl de zon onderging, zaten Lotte en Sara op de rand van de zandbak. Ze keken naar het kasteel. "Wat een geweldige dag," zei Sara.
"Ja, dat was het!" zei Lotte. "Ik ben blij dat we samen hebben gespeeld. En dat we iedereen hebben laten zien dat we samen kunnen bouwen, ongeacht wat."
"Ik ook!" zei Sara. "Vriendschap is het belangrijkste."
En zo eindigde een mooie dag vol avontuur, vriendschap en het besef dat iedereen kan spelen, ongeacht hun verschillen.