Er was eens een vrolijke big genaamd Boris. Boris was een schattig, rond varkentje met een roze huid en een grote, blije glimlach. Hij woonde in een kleurrijke boerderij met zijn beste vrienden: een slimme kat genaamd Kiki en een grappige hond genaamd Max.
Op een zonnige ochtend zei Boris: "Kiki, Max! Laten we een spelletje spelen!"
"Wat voor spelletje?" vroeg Kiki, terwijl ze haar staart vrolijk zwiepte.
"Een verstoppertje!" riep Boris enthousiast.
"Ja! Goed idee!" blafte Max. "Ik tel tot tien!"
Boris en Kiki renden snel weg. Boris verstopte zich achter een grote boom. Kiki kroop onder een struik. Max begon te tellen: "Één, twee, drie…"
Boris fluisterde tegen Kiki: "Waar ben jij?"
Kiki giechelde: "Onder de struik!"
"Dat is een goede plek!" zei Boris.
Max telde verder: "Zeven, acht, negen, tien! Ik kom!"
Max snuffelde rond. "Waar zijn jullie?"
Boris kon het niet laten en riep: "Ik ben hier!"
"Ha! Ik heb je gevonden!" blafte Max.
"Jij bent te snel!" lachte Kiki. "Ik ben nog verstopt!"
Max keek rond en zei: "Waar ben je Kiki?"
"Hier onder de struik!" gilde Kiki.
"Je bent zo goed in verstoppen!" zei Max.
Boris lachte en zei: "Laten we allemaal samen spelen!"
"Ja!" juichten Kiki en Max.
Ze renden rond en speelden de hele dag. Het was een geweldige dag vol plezier en gelach. En zo speelden ze, de beste vrienden, tot de zon onderging.