Hoofdstuk 1: De nacht in het bos
In het land van schaduwen, waar mist tussen de bomen hangt en de maan nooit helemaal vol is, woont Yumi. Yumi heeft lang zwart haar, ogen als de diepe zee, en een zachte stem. Zij leeft in een klein houten huisje aan de rand van een donker bos. Elke nacht hoort zij de wind fluisteren. De bomen buigen zich als oude reuzen over haar huisje heen.
Op een avond zegt haar oma zacht: "Yumi, er is iets verloren in het bos. De Steen van Licht is weg. Zonder de steen blijft het altijd donker. Wij hebben licht nodig. Jij bent dapper. Jij kan de steen vinden."
Yumi knikt. Ze is niet bang. Ze doet haar warme mantel aan, pakt haar houten staf en fluistert: "Ik zal de Steen van Licht vinden. Ik zal hem veilig terugbrengen."
De uil roept: "Oehoe, oehoe, voorzichtig zijn!"
De vos zegt: "Let op, Yumi, het bos is groot en donker!"
Yumi glimlacht. "Ik ben voorzichtig. Ik ben slim. Ik luister goed."
Hoofdstuk 2: De rivier van schaduwen
Yumi loopt tussen de bomen. De takken kraken onder haar voeten. De mist glanst als zilver. Plots hoort ze geritsel. Kleine lichtjes zweven tussen de stammen. Het zijn Kodama, geesten van het bos. Ze fluisteren allemaal tegelijk.
"Yumi, Yumi, waar ga je naartoe?"
"Ik zoek de Steen van Licht," zegt Yumi.
De Kodama dansen om haar heen. Ze wijzen naar een rivier. "Daar, aan de overkant. Maar kijk uit, de rivier is donker."
Yumi kijkt naar het water. Het lijkt wel inkt, zo zwart. Ze kan de bodem niet zien. "Hoe kom ik veilig aan de overkant?"
De Kodama lachen zacht. "We helpen je. Stap op de stenen. Spring niet in het water."
Eén voor één springen de Kodama over de stenen. Ze lichten op als kleine lampjes. Yumi volgt, haar staf stevig in haar hand.
"Niet te snel, niet te langzaam," zingt ze.
"Steen na steen, veilig naar de overkant."
Aan de andere kant zwaaien de Kodama. "Wees voorzichtig, Yumi. Het pad wordt donkerder."
Hoofdstuk 3: De berg van verdriet
Yumi loopt verder, het pad wordt steil. De bomen staan dicht bij elkaar. Er hangt een koude mist. Boven haar wieken kraaien, zwart en groot.
Dan komt Yumi bij een oude berg. Bovenop de berg woont een reuzenslang, wit als sneeuw. Haar ogen zijn rood, haar tanden scherp. Iedereen noemt haar Yoru.
Yumi buigt diep. "Dag, Yoru. Ik zoek de Steen van Licht."
Yoru sist langzaam: "Waarom zoek jij de steen? Ben je niet bang voor de schaduwen?"
Yumi schudt haar hoofd. "Ik ben niet bang. Ik wil het licht terugbrengen naar mijn huis, naar het bos, naar iedereen."
De slang draait zich om. "De steen is daarboven, in een grot vol tranen. Maar pas op! In die grot voel je je verdrietig. Je mag niet huilen. Anders verdwijn je in de schaduwen."
Yumi dankt Yoru. "Dank je, ik zal sterk zijn."
Ze klimt verder. In de grot klinkt het als regen. Tranen glinsteren op de wanden. Yumi voelt zich verdrietig. Haar hart klopt snel. Ze denkt aan haar huis, aan haar oma, aan de dieren in het bos.
Ze zegt tegen zichzelf: "Ik ben niet alleen. Ik ben sterk. Ik ben dapper. Ik geef niet op."
Ze loopt verder, zegt het steeds opnieuw:
"Ik ben niet alleen. Ik ben sterk. Ik ben dapper. Ik geef niet op."
Hoofdstuk 4: De Steen van Licht
In het midden van de grot ligt de Steen van Licht. Het licht is zacht en warm, als een glimlach van de zon. Maar rond de steen kronkelen schaduwen.
Yumi steekt haar hand uit. De schaduwen fluisteren:
"Blijf hier, Yumi. Het is hier veilig. Het licht is niet voor jou."
Yumi schudt haar hoofd. "Het licht is voor iedereen. Ik breng het terug."
Ze pakt de steen vast. De schaduwen trekken aan haar mantel. Yumi roept:
"Nee! Ik ben niet bang. Ik ben sterk. Ik ga naar huis."
Met de Steen van Licht in haar hand loopt ze terug door de grot. De schaduwen verdwijnen. Buiten wacht Yoru, de slang.
"Je hebt het gedaan," zegt Yoru. "Je hebt niet gehuild. Je bent dapper, Yumi."
Yumi glimlacht. "Dank je, Yoru. Nu breng ik het licht terug."
De Kodama dansen om haar heen als ze het bos weer ingaat. De uil roept: "Oehoe, oehoe, goed gedaan!"
De vos springt blij. "Yumi is veilig! Yumi heeft het licht!"
Yumi loopt terug naar haar huis. Ze houdt de Steen van Licht stevig vast. De mist verdwijnt. De bomen lijken vriendelijker. Het bos is nog steeds donker, maar het licht schijnt nu als een baken.
Thuis wacht haar oma bij de deur.
"Welkom thuis, Yumi," zegt oma zacht.
Yumi geeft haar de steen. "Kijk, oma, het licht is terug! We zijn veilig."
Samen zetten ze de Steen van Licht in het raam. Het licht schijnt naar buiten, zacht en warm. Het bos glimlacht terug. De schaduwen zijn er nog, maar Yumi is niet bang.
Ze weet: "Ik ben niet alleen. Ik ben sterk. Ik ben dapper. Ik geef niet op."
En elke avond, als het donker wordt, zegt Yumi:
"Het licht is altijd dichtbij. We zijn veilig. We zijn samen."