Hoofdstuk 1: De zachte wolk
Ergens hoog in de lucht, waar de lucht blauw is en de zon zacht straalt, drijft een zachte wolk. Deze wolk is wit als melk en zo licht als een veertje. Op deze wolk woont Vosje. Vosje heeft een zachte oranje vacht en een pluizige staart. Vosje houdt van rust en stilte.
Elke avond klimt Vosje op de rand van de wolk. Hij kijkt naar beneden en ziet bomen, rivieren en huisjes. Alles is rustig en stil. De wolk wiegt heel langzaam. Vosje voelt zich veilig op zijn wolk. Hij ademt in en ademt uit. In… en uit… Zijn adem is zacht en rustig.
Vosje sluit zijn ogen even. Hij luistert naar zijn adem. In… en uit… De wolk zweeft rustig verder. Vosje voelt zijn buik op en neer gaan, heel langzaam. In… en uit… Dit voelt fijn. Vosje glimlacht.
Hoofdstuk 2: De warme adem
Op een avond, als Vosje bijna in slaap valt, voelt hij iets warms. Het is een zachte, warme adem die langs zijn oren blaast. Het is geen windje. Het is een warme adem, als een lieve knuffel.
De adem wiegt de wolk zachtjes heen en weer. Vosje opent zijn ogen een beetje. Hij voelt zich nog veiliger. De warme adem vertelt tegen Vosje: “Rustig ademen, rustig liggen, alles is goed.”
Vosje legt zijn hoofd op zijn staart. Hij voelt de warmte in zijn buik. Zijn adem wordt nog rustiger. In… en uit…
Naast Vosje zweeft een ballon van licht. De ballon is rond, zacht en goudgeel. Hij zweeft naast de wolk, als een kleine zon. De ballon glimlacht naar Vosje. Vosje kijkt naar het licht. Het licht is zacht en warm. Het voelt als een knuffel van binnen.
Vosje sluit zijn ogen weer. In… en uit… De warme adem wiegt hem heen en weer. De wolk zweeft verder. Alles is rustig, alles is zacht.
Hoofdstuk 3: De magische droomreis
Terwijl Vosje op de wolk ligt, begint hij te dromen. Het is een droom, maar Vosje is nog een beetje wakker. De droom komt zachtjes, als een vlinder.
In zijn droom zweeft Vosje op de wolk, samen met de ballon van licht. Ze zweven over bergen en bossen. De wolk wiegt zachtjes heen en weer. De ballon van licht danst in de lucht.
Vosje voelt zich licht. Hij ademt diep in en uit. In… en uit… Elke adem maakt hem lichter. Elke adem maakt hem rustiger.
Vosje ziet in zijn droom dat rust een avontuur is. Rust is als een reis naar binnen. Rust is zacht. Rust is fijn. Rust is goed voor iedereen.
Vosje voelt zijn hart rustig kloppen. Hij voelt zijn buik op en neer gaan. In… en uit… De warme adem blijft bij hem. De ballon van licht blijft bij hem. Samen zweven ze in de zachte lucht.
Vosje lacht in zijn droom. Hij voelt zich sterk. Hij voelt zich rustig. Hij weet: goed voor jezelf zorgen is belangrijk. Rust is lief zijn voor jezelf. Rust is een cadeau voor je hart.
Hoofdstuk 4: De zachte overgang naar dromenland
Langzaam wordt de wolk steeds zachter. De warme adem wordt een liedje in de lucht. De ballon van licht wordt een zachte ster. Alles wordt rustiger, alles wordt stiller.
Vosje ademt nog steeds. In… en uit… Zijn ogen worden zwaar. Zijn lijfje wordt rustig. De wolk wiegt hem zoals een moeder wiegt haar kindje. De warme adem fluistert: “Je mag rusten, je mag dromen, alles is goed.”
Vosje voelt hoe de dromen komen. Ze zijn zacht en mooi. De dromen nemen het over van de dag. De dromen zijn als bloemen die zachtjes open gaan.
Vosje slaapt bijna. Hij voelt zich fijn. Hij weet: rust is een avontuur. Rust is goed voor mij. Rust maakt me blij.
Vosje slaapt nu. De wolk zweeft nog steeds. De warme adem waakt over hem. De ballon van licht glimlacht. Alles is goed. Alles is zacht. Alles is rustig.
De nacht is stil. De sterren twinkelen. Vosje droomt. En terwijl hij droomt, weet hij: rusten is lief zijn voor jezelf. Rusten is een magisch avontuur.
En morgen, als Vosje wakker wordt, zal hij zich sterk voelen. Hij zal zich blij voelen. Want rust geeft kracht. Rust is fijn.
Slaap zacht, kleine Vosje. Slaap zacht, kleine droom.