Bezig met laden...
Verhaal van superhelden 11/12 jaar Lezen 24 min.

Vellumvlam en het kernkristal van Neonsingel

Astra Vellum, een dappere lichtheldin, beschermt een krachtig Kernkristal tegen de magnetische saboteur Flux Fret terwijl ze met vrienden en slimme trucs door de stad en een ondergrondse tunnel manoeuvreert.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Volwassen vrouw Astra Vellum, vastberaden warm gezicht, korte koperkleurige haren, donkere jas met lichtlijnen; ze zweeft iets boven de grond en zendt met open handen een grote witte-amber lichtgolf uit. Volwassen man Flux Fret, nors verraste blik, gescheurde donkere mantel, ring van draaiende kleine blauwe metalen schijfjes op de borst; staand op de voorgrond, omgeven door ronddraaiende schroeven en paperclips. Vrouw Dr. Saira Mendo (~35), rustige geconcentreerde blik, witte labjas met inktvlekken, veiligheidsbril; bij een glazen console rechts bedient ze verlichte knoppen en kijkt naar het scherm. Chauffeur (~50) links achteraan opent de deur van een kleine gesloten aanhangwagen met diffuse gloed en kijkt opgelucht naar Astra. Locatie: hightech laboratorium met grote ramen, lichte metalen muren, pulserende glazen buizen in cyan en magenta, holografische stadskaart aan het plafond, grijze reflecterende tegels. Situatie: visuele confrontatie “dans van licht en metaal” — Astra creëert een ronde lichtkooi die Flux Frets magnetische ring verstoort; korte lichtstralen weerkaatsen op de zwevende gereedschappen; gespannen maar heldhaftige en geruststellende sfeer. Kleurpalet: warme amber- en kopertinten voor Astra tegen koele blauwgrijze metalen tonen voor Flux Fret, neon cyan en magenta accenten. Grafische stijl: eenvoudige duidelijke vormen, fijne contouren, vlakke texturen, zachte schaduwen, gecentreerde compositie met licht verhoogde Astra, dynamisch en gemakkelijk leesbaar voor kinderen. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1 — De Konvooidag

De lucht boven Neonsingel glom als gepoetst staal. Tussen de hoge gebouwen met lichtreclames zoefden bezorgd kijkende drones, alsof ze wisten dat vandaag niet zomaar een dag was.

Op het dak van een busstation stond Astra Vellum—of beter: VellumVlam. Ze was een volwassen vrouw met een opvallende verschijning: een lange, slanke bouw, een jas van soepel, donker materiaal dat bij elke beweging kort oplichtte met fonkelende lijnen, en een helm met een doorzichtig vizier dat haar ogen groter deed lijken. In haar ogen zat een soort nieuwsgierige warmte, alsof ze ieder probleem eerst even wilde begroeten voordat ze het oploste. Haar haar was kort, koperkleurig en altijd net een beetje in de war, alsof de wind haar persoonlijk kende.

Astra was dapper. Ook een tikkeltje naïef—ze geloofde nog steeds dat iedereen diep vanbinnen gewoon hulp nodig had. Dat had haar al vaak problemen én onverwachte vrienden opgeleverd.

Onder haar reed het konvooi de stad in: drie glanzende vrachtwagens, strak naast elkaar, met magnetische banden die zacht zoemden. Op de zijkant stond het logo van het Stedelijk Energie-Instituut: een bliksemschicht in een cirkel.

Astra tikte met twee vingers tegen haar oor.

“VellumVlam hier. Konvooi in zicht. Ik vlieg mee. Hoeveel nieuwsgierige types verwacht je, Nox?”

In haar oortje klonk de stem van Nox, haar steunpilaar op afstand. Hij was geen superheld, maar wel de koning van de knoppen.

“Als je met ‘nieuwsgierige types' ‘gemaskerde pechvogels met een hobby voor sabotage' bedoelt… tja, de kans is groot. Let op: het middenvoertuig vervoert de Kernkristal. Die wil iedereen.”

“Kernkristal,” herhaalde Astra, alsof ze het woord proefde. “Klinkt als iets dat je in een museum hoort te bewonderen, niet in een vrachtwagen.”

“Zonder dat ding valt de stad vanavond in een energiedip. Geen licht, geen liften, geen warme douches. En dan gaan mensen mopperen. Heel erg.”

Astra grijnsde.

“Mopperen? Dat is pas gevaarlijk.”

Ze sprong. Niet naar beneden, maar naar voren—een krachtige stap de lucht in. Een zachte, gloeiende gloed kringelde rond haar laarzen en droeg haar als een onzichtbare lift. Ze zweefde boven het konvooi, net hoog genoeg om alles te zien, laag genoeg om de chauffeurs gerust te stellen.

Ze tikte tegen het dak van de middelste vrachtwagen. De chauffeur keek omhoog en stak zijn duim op.

Alles leek rustig. Te rustig.

En toen zag Astra het: een schaduw die niet bij de zon hoorde. Iets bewoog tussen twee gebouwen, als een vlek die door de lucht gleed.

“Nox,” fluisterde ze. “Ik heb het gevoel dat de stad naar adem inhoudt.”

Hoofdstuk 2 — De Schaduw met de Magneten

De schaduw dook omlaag en werd zichtbaar: een zwevende figuur met een mantel die als een kapotte vlag fladderde. Op zijn borst zat een draaiende ring van metalen schijfjes, die knetterde van blauwe vonken.

Hij landde op een lantaarnpaal alsof het een springplank was.

“Dames en heren!” riep hij met een stem die iets te blij klonk. “Welkom bij de grote… magneetschud-show!”

Astra ging ervoor hangen, precies voor het konvooi.

“Hé,” zei ze vriendelijk, alsof ze iemand begroette bij de bakker. “Je staat een beetje… in de weg.”

De man boog overdreven.

“Ik ben Flux Fret. Verzamelaars van bijzondere dingen kennen mij. En vandaag… wil ik graag dat glimmende steentje in de middelste wagen.”

“Het is geen steentje,” zei Astra. “Het is de Kernkristal. En die blijft in de wagen, want mensen houden van licht. En van warme douches.”

Flux Fret kneep zijn ogen samen.

“Warm water is overschat.”

Hij hief zijn handen. De metalen schijfjes op zijn borst begonnen sneller te draaien. De straat trilde. De verkeersborden rammelden. Zelfs Astra voelde het: een ruk aan haar riemgespen, haar armbanden, haar helm—alsof onzichtbare vingers aan haar trokken.

“Magnetisme,” mompelde ze. “Altijd zo… plakkerig.”

De vrachtwagens begonnen te schuiven. Hun magnetische banden, normaal zo netjes, kregen opeens een eigen wil en trokken naar de stoeprand.

Astra schoot omlaag, haar laarzen gloeiden fel. Ze plantte zich voor de middelste vrachtwagen, spreidde haar armen en liet haar kracht door de grond stromen. Een glanzende, warme lichtlaag kroop over het asfalt als vloeibare amber. De banden vonden grip.

“Chauffeurs!” riep ze. “Rustig blijven. Denk aan… pannenkoeken!”

De chauffeurs staarden haar aan, maar pannenkoeken hielpen blijkbaar, want ze hielden het stuur strak.

Flux Fret lachte en trok harder. Een vuilnisbak vloog door de lucht en plakte met een klap tegen een reclamezuil. Een regen van paperclips en muntjes sprong uit zakken van voorbijgangers. Mensen gilden, maar Astra zette haar stem op haar meest geruststellende toon.

“Iedereen achter de gele lijn! En als er geen gele lijn is: doe alsof!”

Ze schoot omhoog, rechtstreeks naar Flux Fret. Hij probeerde haar helm naar zich toe te trekken. Astra voelde een tik aan haar vizier en zei droog:

“Dit is net een slechte kapsalon.”

Ze maakte een draai, liet haar gloed uitbreken als een korte zonnestraal. De magnetische schijfjes haperden. Flux Fret wankelde.

“Au! Je bent… irritant helder!” sputterde hij.

Astra zweefde dichterbij, maar ze keek ook over haar schouder—het konvooi moest door. Flux Fret was niet het grootste gevaar. Tijdverlies wel.

“Nox,” hijgde ze. “Ik kan hem even bezighouden, maar we moeten het konvooi naar het Instituut krijgen. Elke minuut telt.”

“Er is een kortere route,” zei Nox. “Door de Onderboog-tunnel. Maar… daar is het smal. En er is een oude onderhoudslift die direct naar het lab leidt.”

Astra keek naar de tunnelmond die als een donkere keel gapte.

“Oké,” zei ze. “We nemen de keel. Met pannenkoeken.”

Hoofdstuk 3 — Tunneltrucs en Twijfels

Het konvooi dook de Onderboog-tunnel in. De muren waren bekleed met grijs metaal en oude posters van stadsfeesten. De lampen bovenin flikkerden, alsof ze zenuwachtig waren.

Astra vloog laag voor de eerste vrachtwagen, haar gloed als een zaklamp in de duisternis. Achter hen hoorde ze Flux Fret nog ergens schelden en klapperen met metaal, maar hij bleef buiten—de tunnel leek zijn magnetische spel te verstoren.

“Zie je wel,” zei Astra zacht tegen zichzelf. “Samenwerken werkt. De tunnel helpt ons.”

“De tunnel helpt niemand,” bromde Nox in haar oor. “Die tunnel helpt alleen stof.”

Halverwege gebeurde het: een reeks metalen luiken in de wand sprong open. Kleine, ronde bots—als blikken kevers—rolden de weg op. Op hun rug knipperde een rood lampje.

“O nee,” zei Astra. “Dat zijn… mini's.”

“Beveiligingsbots van het oude systeem,” zei Nox. “Ze zijn waarschijnlijk overgenomen. Pas op, ze kunnen de banden blokkeren.”

Astra dook omlaag en tikte met haar vingers op de grond. Haar gloed spreidde zich als een warme deken over het asfalt, net vóór de bots. De blikken kevers reden erop en… slipten niet, maar begonnen te stuiteren. Ze werden licht, alsof het asfalt ineens trampoline was.

“Sorry!” riep Astra. “Ik wil jullie niet pijn doen, ik wil jullie gewoon… ergens anders hebben.”

De bots stuiterden tegen de muur en rolden terug naar hun luikjes. Eén bot bleef hangen en piepte, alsof hij beledigd was.

“Die kijkt boos,” zei Astra.

“Dat is geen boos,” zei Nox. “Dat is een alarmmodus.

Het rood op de bot knipperde sneller. Verderop sloot een metalen deur de tunnel af met een dreun.

“Oké,” zei Astra. “Nu wordt het wél spannend.”

Ze landde voor de deur. Op het paneel ernaast knipperden codes. Astra kon er niets van maken; het leken danspasjes voor robots.

“Nox?” vroeg ze. “Kun je… praten met de deur?”

“Ik kan alles praten,” zei Nox. “Geef me twintig seconden. En Astra… probeer niet naïef te zijn tegen een deur.”

“Ik ben niet naïef,” fluisterde Astra naar de deur. “Ik ben… optimistisch.”

Ze legde haar hand op het koude metaal. Achter haar hoorde ze de vrachtwagens brommen, de chauffeurs ademhalen. Ze voelde de verantwoordelijkheid als een zware rugzak. Als ze faalde, werd de stad donker.

Het paneel piepte. Nox sprak snel in haar oor.

“Oké. Ik heb het. Er zit een oude veiligheidsvraag in. De deur wil een wachtwoord. Niet eens een code. Een woord.”

“Een woord?” Astra fronste. “Wie doet dat nou?”

“Iemand die dacht dat het romantisch was.”

Astra keek naar het scherm. Er stond: Wat voedt de stad?

Ze dacht aan elektriciteit, aan kabels, aan de Kernkristal. Maar ook aan iets anders: mensen die elkaar helpen, buurten die samen lachen, chauffeurs die pannenkoeken denken.

Astra typte: vriendelijkheid.

De deur zoemde. Een seconde lang gebeurde er niets. Toen schoven de metalen platen uit elkaar. Licht stroomde door de opening.

Nox floot zacht.

“Oké. Dat… werkte. Misschien ben ik toch een beetje jaloers op jouw optimisme.”

Astra glimlachte en gaf een kort salute.

“Welkom in Team Pannenkoek.”

Hoofdstuk 4 — Het High-Tech Lab dat Zoemde als een Bijenkorf

De onderhoudslift bracht het konvooi—nou ja, de chauffeurs en Astra; de vrachtwagens bleven in een beveiligde laadruimte—naar het hart van het Stedelijk Energie-Instituut.

De deuren gleden open en Astra stapte een laboratorium binnen dat bourdonnend van energie was. Overal hingen glazen buizen met pulserend licht. Robots op wieltjes zoemden langs, droegen gereedschap, draaiden rond alsof ze haast hadden. Aan het plafond dansten hologrammen van stadskaarten en stroomlijnen. Het klonk alsof duizend elektrische tandenborstels een koor vormden.

“Wauw,” zei Astra, oprecht onder de indruk. “Dit is… een bijenkorf van wetenschap.”

Een vrouw in een witte jas kwam naar hen toe, met veiligheidsbril op haar hoofd en inktvlekken op haar vingers.

“Ik ben Dr. Saira Mendo,” zei ze. “En jij bent VellumVlam. Fijn dat je er bent. Minder fijn dat iemand onze systemen aan het storen is.”

“Flux Fret,” zei Astra.

Saira knikte alsof ze die naam al zat was.

“Hij probeert de Kernkristal te ‘stemmen' op zijn magnetische ring. Als hij dat lukt, kan hij energie uit de stad trekken als rietjes uit een pak sap.”

“Dat klinkt… vies,” zei Astra.

Nox' stem kwam harder door haar oortje, alsof hij dichterbij wilde zijn.

“Astra, ik krijg rare signalen. Alsof iemand in het lab meeluistert.”

Astra keek rond. De robots zoemden. De hologrammen flitsten. Alles was druk. Te druk om één klein detail te zien.

Saira leidde Astra naar een glazen kamer in het midden van het lab. Daar stond de Kernkristal op een sokkel: een kristal dat niet alleen glom, maar leek te ademen—licht ging erin en kwam er weer uit in zachte golven.

Astra voelde warmte op haar huid.

“Hij is… mooi.”

“En kwetsbaar,” zei Saira. “Hij moet straks in de StadsPuls-toren. Maar eerst moeten we hem kalibreren. En daarvoor hebben we tijd nodig.”

Een alarm piepte. Een van de hologrammen werd rood. Op de stadskaart verschenen kleine draaiende cirkels—magnetische storingen—die zich als muggen verspreidden.

“Hij is dichterbij,” zei Astra.

Saira drukte op een knop. Een reeks veiligheidsvelden sprong aan, als doorzichtige schilden.

“We hebben een noodplan,” zei ze. “Maar… ik heb een extra paar handen nodig. En iemand die licht kan sturen zonder dat het ontploft.”

Astra stak haar hand op.

“Ik kan licht sturen. Ontploffen probeer ik te vermijden. Meestal.”

Nox kuchte in haar oor.

“Meestal. Ja.”

Saira gaf haar een kleine armband met een reeks knipperende puntjes.

“Dit is een Faseband. Die helpt je gloed te richten. Als Flux Fret binnenkomt, kun je zijn magnetisme verwarren door lichtgolven tegen te sturen.”

Astra bekeek de armband alsof het een futuristisch horloge was dat ook pannenkoeken kon bakken.

“Oké. Licht tegen metaal. Klinkt eerlijk.”

“Het is natuurkunde,” zei Saira.

“Natuurkunde is ook eerlijk,” vond Astra. “Meestal.”

Toen ging het licht even uit. Slechts een seconde. Maar in die seconde hoorde Astra het: een zachte, metalen lach, als lepels tegen glas.

Flux Fret was al binnen.

Hoofdstuk 5 — De Dans van Licht en Metaal

Flux Fret kwam uit een schaduwhoek van het lab, alsof hij daar altijd al had gewoond. Zijn magnetische ring draaide sneller, trok kleine schroefjes uit werkbanken en liet ze rond hem cirkelen als een miniatuurplanetenstelsel.

“Wat een gezellige plek,” zei hij. “Ik ruik… dure apparatuur.”

Astra zweefde vóór de Kernkristal, haar handen open.

“Je ruikt je eigen problemen. Draai je om, ga naar huis, drink iets warms. Misschien… pannenkoekenthee.”

“Ik drink alleen energie,” grijnsde Flux Fret. “En vandaag is er een kristal dat mijn naam roept.”

Saira stond achter een bedieningspaneel. Haar vingers vlogen over knoppen.

“Astra, ik trek het veiligheidsveld op niveau drie!”

“Ik ben er klaar voor,” zei Astra, al voelde ze haar hart sneller gaan. Naïef of niet, ze wist dat verantwoordelijkheid soms zwaar woog.

Flux Fret hief zijn armen. Een golf magnetische kracht trok aan het lab: gereedschap vloog, kabels spanden, een metalen karretje rolde als vanzelf zijn kant op.

Astra activeerde de Faseband. De puntjes lichtten op in een patroon, als een sterrenbeeld op haar pols. Ze ademde in en liet haar gloed niet groter worden, maar scherper—als een spotlight die je kunt richten.

Ze stuurde een bundel licht recht op de draaiende ring. Niet om te verbranden, maar om te storen. Het licht pulseerde in korte ritmes: één-twee, één-twee-drie. Het leek bijna op muziek.

Flux Fret trok een gezicht.

“Stop met… knipperen! Het voelt alsof iemand mijn brein kietelt.”

“Dat heet ‘afleiding',” zei Astra. “Werkt ook bij toetsen.”

Hij gromde en stuurde een zwerm schroefjes op haar af. Astra maakte een snelle draai en liet haar gloed een boog vormen—een lichtschild. De schroefjes tikten ertegenaan en vielen als regen neer, ongevaarlijk en bijna grappig.

“Net hagelslag,” zei Astra.

“Niet nu!” riep Nox in haar oor. “Astra, hij probeert via de vloer een magnetische lus te maken!”

Astra keek omlaag. In de metalen roosters onder de glazen kamer begon iets te gloeien. Een cirkel. Een val.

“Saira!” riep Astra. “Kan je het rooster uitschakelen?”

“Als ik dat doe, valt de koeling uit!” riep Saira terug. “Dan raakt de Kernkristal oververhit!”

Astra slikte. Er was geen perfecte keuze. Alleen een beste keuze.

Ze keek naar Flux Fret. Hij stond zelfverzekerd, alsof hij al gewonnen had. Achter hem zoemde het lab door, kwetsbaar en vol mensen die gewoon hun werk wilden doen.

Astra zweefde hoger, precies boven de Kernkristal.

“Oké,” zei ze zacht. “Dan doen we het anders.”

Ze liet haar gloed niet tegen Flux Fret gaan, maar naar binnen—naar zichzelf. Ze verzamelde licht als een ademteug, tot haar jaslijnen fel werden. Ze voelde de warmte, maar hield het rustig. Niet explosief. Gericht.

“Nox,” zei ze, “kan jij de lablampen synchroniseren met mijn pulsen?”

“Dat… is krankzinnig,” zei Nox. “Dus ja. Geef me vijf seconden.”

Saira keek op.

“Astra, wat ben je van plan?”

Astra knipoogde.

“Een lichtshow. Maar dan met verantwoordelijkheid.”

Nox telde af in haar oor.

“Drie… twee… één… nu!”

Alle lampen in het lab pulseerden tegelijk met Astra's gloed. Het werd een ritmische storm van licht. Flux Frets magnetische ring begon te haperen—niet kapot, maar verward. Magnetisme hield van constant. Astra gaf hem ritme dat steeds verschoof.

Flux Fret gilde geïrriteerd.

“Mijn ring! Hij… hij weet niet meer wat boven is!”

“Boven is waar je niet hoort,” zei Astra.

De magnetische lus in de vloer doofde. De schroefjes vielen neer. Flux Fret wankelde.

Maar hij was slim genoeg om te vluchten. Met een ruk trok hij een metalen deur open en sprong de gang in.

Astra wilde hem achterna, maar Saira riep:

“Wacht! De Kernkristal moet nú naar de StadsPuls-toren. Hij kan buiten opnieuw aanvallen.”

Astra keek naar de kristal. Naar de kaart van de stad. Naar de mensen in het lab.

“Konvooi,” zei ze. “We beschermen het tot het einde.”

Ze pakte de draagunit waarin de Kernkristal veilig kon worden vervoerd. Het ding was kleiner dan ze verwachtte, maar voelde alsof er een zon in zat.

“Geen druk,” mompelde Astra. “Letterlijk een mini-zon.”

Hoofdstuk 6 — De Laatste Rit en een Heldere Hemel

Het konvooi—nu een snelle transportwagen met de draagunit en twee begeleidende voertuigen—reed de StadsPuls-toren tegemoet. De toren stak boven de stad uit als een reusachtige stemvork, klaar om energie te laten zingen door straten en huizen.

Astra zweefde erboven, ogen scherp, maar glimlach nog steeds aanwezig. Ze wilde niet dat angst de leiding nam.

Op een brug, waar de rivier als een donkere spiegel lag, doemde Flux Fret weer op. Hij had zijn ring hersteld, al vonkte hij nu onregelmatig, alsof hij verkouden was.

“Daar is mijn sapdoos!” riep hij.

“Het is geen sap!” riep Astra terug. “En jij krijgt geen rietje!”

Hij stuurde een magnetische golf. De brugleuningen trilden. De begeleidende voertuigen schudden, maar bleven op koers.

Astra dook omlaag en plaatste zichzelf tussen Flux Fret en de transportwagen. Ze richtte haar Faseband, maar ze voelde: in de open lucht had hij meer ruimte. Ze moest iets anders doen.

Ze keek naar de brug. Naar de metalen spanten. Naar de rivier. Ze zag het patroon: Flux Fret gebruikte alles van metaal als een instrument.

“Nox,” zei ze snel, “kan je de brugverlichting op noodmodus zetten? Alles naar maximaal wit.”

“Dat kan,” zei Nox. “Maar dat is fel. Mensen gaan klagen.”

“Laat ze klagen in het licht,” zei Astra. “Niet in het donker.”

De bruglampen flitsten aan, helder en strak. Astra liet haar eigen gloed meedoen, maar deze keer maakte ze het zacht rondom de chauffeurs, zodat hun ogen niet pijn deden. Ze was niet alleen een schild; ze was ook een lamp in de mist.

Flux Fret kneep zijn ogen dicht. Zijn ring trok aan de brugspanten, maar het licht maakte zijn focus slordig.

Astra sprak, luid genoeg dat hij het hoorde:

“Weet je wat het rare is, Flux? Je bent goed in trekken. Maar je weet niet hoe je moet… geven.”

Hij schrok even, alsof dat woord hem raakte.

“Geven is voor sukkels,” mompelde hij.

“Nee,” zei Astra, en haar stem was rustig. “Geven is voor mensen die durven. Jij durft ook—alleen in de verkeerde richting.”

Flux Fret aarzelde. De schroefjes rond hem draaiden trager.

Astra zag haar kans. Ze schoot niet op hem af om hem neer te slaan, maar om hem te omringen met een lichtkooi—een veld dat zijn ring niet kapot maakte, maar zijn magnetische kringloop dempte, alsof je muziek zachter zet.

Flux Fret vloekte.

“Wat is dit? Een… knuffelgevangenis?”

“Een vriendelijke pauze,” zei Astra. “Je mag nadenken.”

Onder hen reed de transportwagen door, richting toren. De Kernkristal was bijna veilig.

Saira's stem klonk via een kanaal dat Nox had geopend.

“We zijn bij de toren! Invoerprocedure start!”

De StadsPuls-toren opende zijn toegang. Een zachte blauwe straal leidde de draagunit naar binnen, alsof de toren zelf opgelucht ademhaalde.

Astra hield Flux Fret in het lichtveld. Hij zuchtte, zijn schouders zakten een beetje.

“Ik wilde gewoon… dat iemand me zag,” mopperde hij, plots minder groot. “Niet altijd de kleine die achteraan staat.”

Astra bleef zweven, op veilige afstand, maar haar stem werd zachter.

“Ik zie je. En ik zie ook dat je keuzes maakte die anderen pijn konden doen. Je kunt beter. Begin met stoppen.”

Er klonken sirenes in de verte—niet dreigend, maar geruststellend: de stadsbeveiliging kwam eraan met speciale, niet-agressieve fixatieboeien.

Flux Fret keek weg.

“Jij bent irritant,” zei hij, bijna alsof het een compliment was.

“Dat hoor ik vaker,” zei Astra.

De beveiliging nam hem over. Astra bleef nog even hangen boven de toren. Het licht in de stad sprong aan, straat voor straat, raam voor raam, als een kettingreactie van hoop. Het was alsof de stad glimlachte.

De wolken, die eerder als grauwe stapels boven de gebouwen hingen, dreven uit elkaar. Een brede strook helder blauw verscheen. Zonlicht viel over Neonsingel, warm en rustig.

Astra landde op een balkon van de toren en zette haar helm af. De wind speelde met haar koperkleurige haar.

Nox' stem klonk zachter.

“Je hebt het gedaan. En… dat wachtwoord in de tunnel… vriendelijkheid. Dat was niet dom.”

Astra keek naar de mensen beneden—een moeder die haar kind optilde om naar de toren te wijzen, een oude man die een buurjongen een high five gaf, chauffeurs die elkaar opgelucht aankeken.

“Het is gewoon,” zei Astra. “Als je de stad voedt met licht, moet je zelf ook een beetje licht zijn.”

Ze ademde de frisse lucht in. Boven haar: een volledig onbewolkte, stralende hemel.

En voor één keer leek zelfs de hele stad te zeggen: we kunnen dit samen.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Konvooi
Een rij voertuigen die samen reizen om iets veilig te vervoeren.
Vizier
Het doorzichtige deel van een helm dat je ogen en gezicht beschermt.
Magnetische banden
Banden die met magneten werken om voertuigen te laten plakken of glijden.
Kernkristal
Een bijzonder, krachtig kristal dat energie kan geven aan de stad.
Magnetisme
Een kracht die metalen voorwerpen aantrekt of afstoot, zoals een magneet.
Onderboog-tunnel
De naam van een smalle tunnel die onder delen van de stad doorloopt.
Onderhoudslift
Een lift die gebruikt wordt om mensen of spullen te verplaatsen voor werk of reparatie.
Beveiligingsbots
Kleine robots die ontworpen zijn om te bewaken en te beschermen.
Alarmmodus
Een stand waarin iets hard en snel reageert om gevaar te melden.
Kalibreren
Iets precies instellen zodat het juist en veilig werkt.
Hologrammen
Driedimensionale lichtbeelden die je kunt zien maar niet aanraken.
Faseband
Een armband die helpt om licht of energie op de juiste manier te sturen.
Synchroniseren
Iets tegelijk laten gebeuren of op hetzelfde ritme zetten.
Draagunit
Een speciale doos of houder om een kwetsbaar voorwerp veilig te vervoeren.
Magnetische lus
Een rondgaande stroom van magnetische kracht die schade kan veroorzaken.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.