Hoofdstuk 1: Het Nieuwe Schema
Lisa zat aan de keukentafel en friemelde met haar armbandje. De zon scheen zachtjes door het raam en maakte dansende lichtvlekken op het tafelblad. Aan de andere kant van de tafel zat mama, die een groot blad papier vasthield. “Kijk eens, Lisa,” zei ze, terwijl ze opstond en naar de koelkast liep. Met een vrolijke magneet klikte ze het papier vast. “Dit is ons nieuwe schema.”
Lisa keek naar de vakjes en de namen. Er stond precies wanneer ze bij mama zou zijn en wanneer bij papa. De dagen waren in verschillende kleuren geschreven. Rood voor mama, blauw voor papa. Lisa voelde haar hart een beetje sneller kloppen. Het leek op een spelletje, maar dan zonder winnaar.
Mama zag dat Lisa stil bleef. Ze kwam naast haar zitten en sloeg een arm om haar schouders. “Het is oké om het spannend te vinden,” zei ze zacht. “We doen het samen. En je mag altijd zeggen hoe je je voelt.”
Lisa knikte. Ze wist dat haar leven anders zou worden. Maar mama's arm voelde warm en veilig. Ze keek nog eens naar het schema. Misschien, dacht ze, kan ik aan papa laten zien hoe mooi het eruitziet.
Hoofdstuk 2: Twee Huizen, Twee Thuis
De volgende ochtend pakte Lisa haar rugzak in. Haar lievelingsknuffel, de zachte blauwe konijn, mocht als eerste erin. Daarna haar stripboek en het schriftje waar ze in tekende. Mama hielp haar met de tandenborstel en haar pyjama. “Zo, klaar voor bij papa,” glimlachte ze.
De trap kraakte toen ze naar beneden liep. Buiten stond papa al te wachten. Hij zwaaide en lachte breed. Lisa voelde een tinteling in haar buik. Toen ze bij papa in de auto stapte, keek ze even om naar mama, die haar nog een kusje toeblazde.
Bij papa thuis rook het anders. Het rook naar koffie en een beetje naar hondenkoekjes, want papa had sinds kort een kleine hond, Sammie. Lisa aaide Sammie over zijn zachte oren en voelde zich langzaam ontspannen. Papa liet haar zien waar haar spullen lagen. “Hier is jouw lade, speciaal voor jou!” zei hij trots.
's Avonds, in haar bed bij papa, dacht Lisa aan de koelkast met het schema. Morgen was ze weer bij mama. Ze vond het fijn dat ze wist waar ze zou zijn. En ze bedacht: misschien zijn er nu twee plekken waar ik thuis ben.
Hoofdstuk 3: Emoties in de War
Op een woensdag voelde Lisa zich raar. Op school was ze afgeleid en haar beste vriendin Noor vroeg of er iets was. “Nee hoor,” zei Lisa, maar haar buik voelde zwaar. Thuis bij mama wilde ze niet praten. Ze liep naar haar kamer en kroop met haar knuffel onder haar dekbed.
Mama kwam even later binnen. Ze ging op het bed zitten en wachtte stil tot Lisa haar hoofd tevoorschijn haalde. “Wil je iets vertellen?” vroeg mama zacht. Lisa knikte en haar lip begon te trillen.
“Ik mis papa soms als ik bij jou ben,” zei ze, “en als ik bij papa ben, mis ik jou.” Een traan rolde over haar wang. Mama veegde die voorzichtig weg. “Dat is heel normaal, lieve schat,” zei ze. “Je mag ons allebei missen. We houden allebei van jou, altijd.”
Lisa voelde zich opgelucht. Het was niet raar om twee mensen tegelijk te missen. Ze hield van mama én van papa. Dat mocht.
Hoofdstuk 4: Kleine Rustplekjes
Op vrijdag na school ging Lisa weer naar papa. Dit keer had ze haar kleurpotloden bij zich. Toen ze haar spullen uitpakte, ontdekte ze dat papa een hoekje in de woonkamer voor haar had gemaakt. Er lag een zacht kussen, een lampje en een mandje met haar boeken en knuffels.
“Dit is jouw plekje,” zei papa. “Als je even wilt tekenen of gewoon rustig wilt zitten, kan dat hier.”
Lisa voelde zich blij. Ze plofte op het kussen en pakte haar schriftje. Ze tekende een huis, maar deze keer met twee deuren en twee ramen, elk in een andere kleur. Sammie kwam erbij liggen en legde zijn kop op haar voet.
's Avonds, toen ze ging slapen, dacht Lisa aan haar rustplekjes. Bij mama had ze haar zachte stoel naast het raam, bij papa het kussen in de woonkamer. Ze had geleerd dat ze overal een eigen hoekje kon maken, waar ze zich veilig voelde.
Hoofdstuk 5: Altijd Geliefd
Op zondag gingen Lisa en papa samen naar het park. Ze lachten om Sammie die achter zijn eigen staart aan rende. Lisa rende met hem mee en voelde de wind in haar haren. Ze dacht aan het schema op de koelkast en aan haar rustplekje thuis.
's Avonds bracht papa haar weer naar mama. Mama stond al bij de deur en gaf haar een dikke knuffel. Lisa voelde zich licht, alsof er een warm dekentje om haar heen lag. Even later zat ze in haar vertrouwde stoel bij het raam. Ze keek naar buiten en glimlachte.
Ze wist nu dat het niet erg was om soms verdrietig te zijn, of te lachen om kleine dingen. Dat het oké was om van mama en papa te houden, allebei op hun eigen manier. En dat ze, waar ze ook was, altijd een plekje had waar ze rustig kon zijn. Ze was veilig, geliefd, en precies zoals ze moest zijn.