Hoofdstuk 1: Superhelden in de Waslijn
Op een zonnige ochtend sprong Bram Boterham uit zijn bed. Bram was niet zomaar iemand: hij was de enige superheld met de kracht om… brood te laten roosteren met zijn handen! Zijn bijnaam was “SuperTosti”. Maar vandaag had hij haast, want er was een belangrijk probleem in de stad: mevrouw Jansen's kat, Muffin, zat vast op het dak van de bakkerij.
“Dit is een klus voor SuperTosti!” riep Bram, terwijl hij zijn superheldencape probeerde om te doen. Maar het was eigenlijk een oude theedoek, want zijn echte cape zat in de was. “Maakt niet uit, ik ben net zo dapper met deze theedoek!”
Bram rende naar buiten, struikelde over zijn veters, en viel bijna in de vuilnisbak. “Oeps, helden moeten ook hun schoenen strikken,” mompelde hij, terwijl hij een banaan uit zijn haar haalde.
Toen hij bij de bakkerij aankwam, stond mevrouw Jansen te roepen: “Muffin! Kom naar beneden, lieve poes!” Maar Muffin zat op het dak en keek alsof hij een vakantie had geboekt.
“Geen zorgen, mevrouw Jansen! Ik, SuperTosti, zal Muffin redden!” riep Bram dapper. Hij probeerde tegen de muur op te klimmen, maar gleed steeds uit. “Misschien moet ik mijn superkracht gebruiken,” dacht hij.
Bram hield zijn handen tegen de muur en probeerde hem te roosteren, maar het enige wat gebeurde was dat de muur een beetje warm werd. “Hmm, het werkt dus alleen op brood,” zei hij. Mevrouw Jansen moest lachen, en zelfs Muffin miauwde een beetje vrolijker.
Net toen Bram dacht dat hij het nooit zou lukken, kwam bakker Bas naar buiten. “Wil je misschien mijn ladder lenen, SuperTosti?” vroeg hij met een grijns.
“Dat is een supergoed idee!” zei Bram. Met de ladder klom hij omhoog, maar zijn theedoek-cape bleef haken aan een antenne. Bram zwaaide heen en weer als een slingerende boterham. Uiteindelijk kwam hij toch boven, pakte Muffin op en klom voorzichtig naar beneden.
Iedereen applaudisseerde. Bram boog diep, maar struikelde weer over zijn veters. “Dat was... allemaal onderdeel van het plan!” zei hij met een knipoog.
Hoofdstuk 2: Broodroosters en Schoolroosters
Na zijn heldendaad moest Bram zich haasten: hij mocht niet te laat komen op zijn werk. Overdag was hij namelijk meester Bram, de grappigste meester van groep 4. Maar zijn broodroosterkracht leverde hem soms problemen op.
“Goedemorgen, kinderen!” zei Bram terwijl hij het lokaal binnenstormde. Zijn haar stond recht overeind en zijn theedoek-cape was half gescheurd. “Meester, waarom ruik je naar geroosterd brood?” vroeg Sam nieuwsgierig.
“Dat is mijn geheime parfum,” grapte Bram. “Vandaag gaan we rekenen, maar eerst… tijd voor een verrassingsontbijtje!” Hij zwaaide met zijn handen boven het brood, en binnen een seconde was het heerlijk knapperig. De kinderen lachten en smulden van de toast.
“Meester, kun je ook pannenkoeken bakken met je handen?” vroeg Noor hoopvol.
Bram probeerde het, maar in plaats van pannenkoeken kreeg hij een rookwolk die eruitzag als een lachend gezicht. Iedereen schaterde het uit.
Net toen alles rustig leek, ging de telefoon. “Meester Bram, er zit een duif in de gymzaal!” riep de directeur.
“Dit is een klus voor... SuperTosti!” zei Bram. Maar toen hij naar de gymzaal rende, bleef zijn broek aan een deurklink haken. “Superhelden hebben soms pech met deuren,” zuchtte hij.
Toen hij eindelijk binnen was, zag hij de duif op de basket hangen. Bram sprong, zwaaide met zijn armen, maar de duif bleef zitten. “Misschien wil hij ook geroosterd brood?” grapte Bram. Hij gooide een stukje toast omhoog, en de duif vloog erachteraan, precies naar buiten!
De kinderen klapten en riepen: “SuperTosti, SuperTosti!” Bram maakte een buiging, maar deze keer lette hij goed op zijn veters.
Hoofdstuk 3: Het Grote Broodfeest
Aan het eind van de dag had Bram nog één grote missie: het organiseren van het jaarlijkse Broodfeest in het park. Iedereen uit de buurt kwam, en Bram was de chef-kok. Maar er was één probleem: de broodrooster was stuk!
“Geen paniek!” riep Bram. “Ik heb mijn superhanden nog!” Maar toen hij probeerde twintig broden tegelijk te roosteren, kreeg hij per ongeluk een stapel knapperige schoenen. “Oeps! Dat waren mijn reserveschoenen,” lachte hij.
De kinderen vonden het geweldig en begonnen hun eigen schoenen te roosteren. Binnen de kortste keren liep iedereen met knapperige zolen en kruimels tussen hun tenen. “Volgende keer misschien alleen brood,” grinnikte Bram.
Plotseling begon het te regenen. “Wat nu?” vroeg mevrouw Jansen. Bram had een idee: hij spande een groot zeil tussen twee bomen en gebruikte zijn theedoek-cape als vlag. Iedereen kroop eronder, at brood en lachte om de gekke dag.
Zelfs Muffin de kat kwam erbij zitten, met een geroosterde muizenspeeltje.
Bram keek om zich heen en glimlachte. “Superheld zijn betekent niet dat alles perfect gaat. Het betekent dat je altijd probeert te helpen, zelfs als het een beetje gek wordt!”
En zo eindigde de dag met een buik vol brood, een hoofd vol grappen en een hart vol blije mensen.