Hoofdstuk 1: Het gekke fablab
Sander de jonge tovenaar liep huppelend door het Fablab Féérique. Alle werktafels piepten en een robotstofmop zwaaide vrolijk met zijn doek. Aan de muur hingen kleurenkaarten en een rijje glimmende ingrediëntenpotjes. Sander wiebelde op zijn puntmuts en zei tegen zijn beste vriend, de knorrige ketel Muisje, "Vandaag ga ik op ontdekkingstocht. Ik maak een wonderlijke gereedschapszak voor mijn bezem!"
Muisje sputterde kleine belletjes. "Een bezemtas? Zorg dat je de boze knoopdraden niet meeneemt."
Sander lachte. "Altijd een grap, Muisje."
Een oud grimoire lag open op de tafel. Maar het boek was stout: de letters dansten en af en toe gloeide het papier als een trompet. "Niet nu," zei Sander zacht, maar het boek kirde en sprong een bladzijde om. Een tekening van een bungeebezem flikkerde.
Hoofdstuk 2: De voorbereidingen
Sander begon zijn tas te vullen. Hij stopte er touw van regenboogwol in, een zakje knisperende maanvlokken, en een kompas dat altijd “misschien” zei. "Dit wordt de beste bezemtas ooit," zong Sander terwijl hij alles netjes neerlegde.
Plots stak Grimm, het grimoire, zijn puntige hoek omhoog. "Waarschuwing!" piepte hij. Een wolkje van glitters spatte op het touw en maakte het touw zo elastisch dat het alle kanten op sprong. Sander schrok, maar Muisje rolde met zijn dopje en lachte. "Een beetje plakkerigheid is altijd gezellig."
Sander probeerde Grimm te kalmeren. "Blijf stil, Grimmy. We hebben vrienden nodig, geen chaos." Grimm bromde maar gaf een klein knipoogje. De zak zat vol met gelach en een paar piepende gekko-spelden die leken te zingen.
Hoofdstuk 3: De proefvlucht
Met tas op schoot stapte Sander op zijn bezem. "Klaar, Muisje?" vroeg hij. Muisje kneep in zijn hand, wat een zacht stoompje gaf. Samen stegen ze op boven het Fablab. De toveren zijn zo licht dat zelfs de bloemen niet wakker werden.
Net toen ze over de vijver zweefden, begon Grimm in de tas te miauwen. Uit de rits sprongen een paar bladwijzers met opgestroopte sokken en sprongen naar buiten. "Stop!" riep Sander, maar de sokken tikten hem op zijn neus en maakten een dansje om de maan.
De dans maakte iedereen aan het lachen. De sokken vlogen terug in de tas, maar nu was de kompas boos en wees rechtdoor, naar het Bos van Brom. "We kunnen daar iets leuks leren," zei Sander. "Avontuur!" Muisje snorde instemmend.
Hoofdstuk 4: De knoei-kus van de grimoires
In het Bos van Brom woonde een oude snoezige trol die thee met taart gaf. Sander klopte op de deur en Grimm mocht niet binnen van het bord "geen ongevraagde spreuken". Toch wist Grimm een zachte kuch te geven en alle boeken in de trols huis begonnen te zingen.
"Oh nee," zei Sander terwijl een rij boeken begon te kwispelen als hondjes. Eén grimoire gaf een kus en plots werden de taarten glimlachend en begonnen ze te wiebelen. "Wat een rommelig feestje," zei de trol, maar zijn ogen lachten.
Sander hielp de trol en de boeken. Hij vouwde de dansende recepten terug in hun omslag en gebruikte maanvlokken om de taarten weer stil te maken. Grimm perdde een beetje glans en zei schuldig, "Ik wilde alleen maar dans." Sander stak zijn hand uit. "Iedereen mag dansen, maar met vrienden is het leuker."
Hoofdstuk 5: De terugkeer en de laatste vonk
Op de terugweg naar het Fablab was de zon laag en alles zag eruit alsof het gepoetst was met honing. Sander voelde zich blij. Zijn tas was een beetje rommelig, maar vol schatten en kleine herinneringen. Grimm lag tevreden tussen de maanvlokken.
Terug bij het Fablab bedankte Sander de trol en zwaaide zijn vrienden uit. Muisje kroop in zijn ketelbedje en de robotstofmop blies een zacht deuntje. Sander zette de bezemtas neer en keek naar de kleine lantaarn die altijd naast zijn werkbank stond. Hij had tijdens het vliegen een laatste vreugdevonk van Grimm gevangen en die glansde in de lantaarn.
"Bedankt voor vandaag," fluisterde Sander tegen zijn vrienden. Grimm antwoordde met een zacht geknetter, alsof hij knikte. Met een laatste sprankel van plezier kneep Sander de lantaarn dicht. Het licht doofde langzaam en er viel een warme, stille duisternis. De kamer vulde zich met tevreden ademhalingen.
Buiten klonk nog even een vrolijk gefluit, en in het Fablab Féérique lagen vrienden te dromen, samen, veilig.