Hoofdstuk 1: Het Plan van Fien
Fien had altijd een hoofd vol plannen. Ze was acht jaar, had een grote bos krullen en lachte bijna altijd. Vandaag stond ze midden in de speelgoedwinkel van haar ouders. Overal waar je keek, lagen knuffels, puzzels, gekke poppen en bouwstenen tot aan het plafond. Maar Fien was niet alleen. Haar beste vrienden waren er ook: Bas, die altijd sokken met bananen droeg, Lotte, die een hoofd vol sproeten had en nooit stil kon zitten, en Amir, die gek was op robots en altijd een beetje te hard praatte.
“Jongens,” zei Fien, terwijl ze haar handen in haar zij zette, “vandaag doen we iets nieuws. We gaan een tour de parole doen!”
Bas trok een gek gezicht. “Een wat?”
“Een tour de parole!” herhaalde Fien trots. “Dat betekent dat we om de beurt praten, zodat iedereen iets kan zeggen. Niemand mag door elkaar praten. Zelfs Bas niet als hij weer een mop weet!”
Bas grinnikte. “Wat als ik een hele grappige mop weet? Mijn hoofd kan soms niet wachten!”
Lotte sprong op en neer. “En wat als ik heel snel iets moet vertellen?”
Amir stak zijn hand op, zoals op school. “En als ik per ongeluk robotgeluiden maak?”
Fien lachte. “Dan... moet je even geduld hebben, Amir! We oefenen op wachten en luisteren.”
Ze keek haar vrienden aan. “Wie doet mee?”
Alle handen gingen omhoog. Nou ja, behalve Bas, die zijn handen vol had met een pluchen banaan.
Hoofdstuk 2: De Gekke Uitdaging
“Goed,” zei Fien, “ons eerste tour de parole-onderwerp is... Wie kan het beste speelgoed uitvinden?”
Lotte gilde meteen: “Ik! Ik! Ik wil—”
Fien hield haar hand omhoog als een stopbord. “Lotte, vergeet je het tour de parole niet?”
Lotte bloosde. “O ja. Sorry. Wie mag beginnen?”
“Bas mag beginnen,” besloot Fien, “omdat hij de banaan vasthoudt.”
Bas dacht even na. “Mijn uitvinding is... een springende banaan!”
Iedereen lachte.
“Hoe werkt die dan?” vroeg Amir nieuwsgierig.
Bas keek geheimzinnig. “Je drukt op zijn navel en dan springt hij in de lucht! Maar soms springt hij op je hoofd, dus pas op.”
“Nu Lotte!” zei Fien.
Lotte stuiterde bijna uit haar schoenen. “Ik bedenk... een knuffel die kan praten! Hij zegt elke ochtend: Goedemorgen, Lotte! En als je verdrietig bent, zegt hij: Kom maar hier, dikke knuffel!”
“Dat is lief,” zei Amir.
“En nu Amir!”
Amir maakte een robotgeluid. “Pieeeeep! Mijn uitvinding is een robot die kan opruimen. Hij eet alle rommel op en zegt: Dankjewel voor de kruimels!”
Iedereen lachte opnieuw.
Toen was Fien zelf aan de beurt. Ze wachtte heel netjes tot iedereen naar haar keek. “Mijn uitvinding is... een spelletjesmachine die altijd eerlijk is. Hij zegt wie aan de beurt is. En hij zegt: ‘Nu is het tijd voor Lotte' of ‘Nu mag Bas'.”
Bas stak zijn vinger op. “Mag ik nu weer?”
Fien knikte. “Ja, maar je moet wel wachten tot de tour de parole bij jou is!”
En zo gingen ze door, steeds om de beurt. Elke keer was het een beetje moeilijk om te wachten, maar het lukte steeds beter.
Hoofdstuk 3: De Speelgoeddoolhof
Plotseling riep Lotte: “Zullen we verstoppertje doen in de winkel?”
“Met tour de parole?” grinnikte Bas.
Fien schudde haar hoofd. “Nee joh, dat wordt niks. Maar we kunnen wel een doolhof maken van dozen en kussens!”
Amir sprong op. “Goed idee! Maar wie mag de eerste doos zetten?”
Fien glimlachte. “Tour de parole! Bas mag beginnen!”
Bas sleepte een grote doos naar het midden van de winkel. “Deze is voor de ingang!”
Lotte schoof een kussen tegen de doos. “Hier kan je overheen kruipen!”
Amir bouwde een tunnel van blokken. “Robot-ingang, alleen voor mensen die piep kunnen zeggen!”
Fien zette een knuffelbeer als wachter bij het einde. “Hier is het finishpunt!”
De vrienden kropen, sprongen en lachten. Soms botsten ze bijna tegen elkaar op, maar dan riepen ze: “Tour de parole! Jij eerst!”
“Mijn beurt!” riep Bas terwijl hij met zijn banaan zwaaide.
“Nu Lotte!” gierde Fien.
“Pieeep, Amir!” lachte Amir zelf.
Dat ging een tijdje goed, tot Lotte ineens vastzat tussen twee dozen.
“Help!” piepte ze. “Ik zit klem!”
“Niet bang zijn,” zei Fien vrolijk, “wij redden je!”
Bas kroop erheen. “Wacht maar, ik duw deze banaan ertussen!”
Amir deed robotgeluiden: “Toet toet! Ik kom eraan!”
Samen trokken ze voorzichtig een doos opzij. Lotte kroop eruit, haar haren helemaal in de war.
“Bedankt, vrienden! En sorry dat ik niet wachtte tot mijn beurt.”
Fien gaf haar een knuffel. “Geeft niks. We leren allemaal!”
Hoofdstuk 4: De Grote Lachbui
Na het doolhof zaten ze uit te hijgen tussen de pluchen dieren. Bas had zijn banaan naast zich gelegd.
“Zullen we nu de mop van Bas horen?” vroeg Amir.
Iedereen keek Bas verwachtingsvol aan.
Bas grijnsde. “Waarom kunnen beren geen taart bakken?”
Iedereen schudde hun hoofd.
“Omdat ze altijd hun honing vergeten!”
Er viel een seconde stilte. Toen barstten ze allemaal in lachen uit. Zelfs de knuffelbeer leek te glimlachen.
Lotte kreeg de slappe lach en rolde over de vloer. Amir maakte robotgeluiden die steeds gekker werden. Fien lachte zo hard dat haar buik pijn deed.
“Tour de parole mislukt!” giechelde Lotte.
“Geeft niks,” zei Fien, “soms is samen lachen het allerleukst, ook als het een beetje door elkaar gaat.”
Bas stak plechtig zijn banaan omhoog. “Volgende keer mag de banaan het woord!”
Iedereen moest nog harder lachen.
Toen ze eindelijk weer een beetje rustig waren, stelde Fien voor: “Zullen we nu samen een toren bouwen van blokken? Om de beurt een blokje, geen gehaast.”
Iedereen vond dat een rustig idee. Ze bouwden samen een wiebelige toren. Steeds als iemand een blokje wilde plaatsen, riepen ze in koor: “Tour de parole!”
De toren werd hoger en hoger, tot hij omviel met een zachte plof.
Ze gierden het opnieuw uit.
Hoofdstuk 5: Rust en Vriendschap
Langzaam werd het rustiger in de winkel. De zon scheen zacht door het raam en de knuffels leken te gapen.
Fien spreidde een kleedje uit tussen de poppen en legde kussens neer.
“Kom, vrienden, tijd voor een pauze,” zei ze.
Lotte ging languit liggen, Bas gebruikte zijn banaan als kussen en Amir maakte nog één zacht robotpiepje.
“Weet je,” zei Amir dromerig, “ik vond het best moeilijk om te wachten op mijn beurt.”
Bas knikte. “Ik ook. Maar het was wel gezellig. En grappig.”
Lotte glimlachte. “En ik zat even vast, maar samen kwamen we eruit.”
Fien keek tevreden om zich heen. “Jullie zijn de beste vrienden. Samen kunnen we alles. Zelfs wachten.”
Bas grinnikte. “En samen lachen is het allerleukst.”
Ze luisterden naar de rustige geluiden van de speelgoedwinkel. Iemand geeuwde.
“Zullen we straks nog een keer tour de parole doen?” vroeg Lotte.
Fien knikte slaperig. “Ja. Maar nu even niks. Gewoon samen zijn.”
En terwijl de zon langzaam verder kroop, lagen de vier vrienden stil bij elkaar. Hun harten vol plezier, hun hoofd vol nieuwe plannen, en hun vriendschap sterker dan ooit. Want wie samen kan wachten, kan samen alles aan.