Hoofdstuk 1: De Geheime Kaart
Op een zonnige ochtend sprong Sam de Piratenjongen vrolijk uit zijn hangmat. De zon scheen op het dek van zijn schip, De Zeester, en de zeemeeuwen riepen luid boven het water. Sam had rood haar, een grote hoed en een glimlach die zelfs de stoerste piraten blij maakte.
“Vandaag is het een mooie dag voor avontuur!” riep Sam. Zijn beste vriend, een slimme papegaai met de naam Pico, zat op zijn schouder. “Pico, heb jij zin in avontuur?” vroeg Sam. Pico knikte en kraste: “Avontuur! Avontuur!”
Plots kwam Kapitein Roos aangerend, haar laarzen klonken op het hout. “Sam! Slecht nieuws!” zei ze hijgend. “Onze vriend, Tim de Trommelaar, is gevangen genomen in het Havenhuis!”
Sam's ogen werden groot. “We moeten hem redden!” riep hij dapper. Pico sprong opgewonden op zijn schouder.
Kapitein Roos gaf Sam een oude, gekreukte kaart. “Dit is de geheime kaart van het Havenhuis. Maar pas op, want de havenwachters zijn slim en snel.”
“Wij zijn slimmer!” grijnsde Sam. “Kom op, Pico, we gaan Tim bevrijden!”
Hoofdstuk 2: De Reis naar het Havenhuis
Sam, Pico en Kapitein Roos stapten in een kleine roeiboot. De zee kabbelde zachtjes en de lucht was blauw. “Roeien, roeien, roeien!” zong Sam vrolijk. Pico deed mee: “Roeien!”
Onderweg zagen ze een schooltje dolfijnen. “Hoi dolfijnen!” riep Sam. De dolfijnen sprongen vrolijk uit het water. “Zullen we een wedstrijdje doen?” vroeg Sam.
De dolfijnen zwommen snel naast de boot. Sam lachte en roeide nog harder. “Jullie zijn snel, maar wij zijn piraten!”
Plotseling dook er een grote golf op. De boot schommelde. Pico gilde: “Pas op, Sam!” Maar Sam hield het roer stevig vast. “Niet bang zijn, Pico. We zijn bijna bij het Havenhuis!”
Kapitein Roos wees naar de kust. “Daar is het!”
Hoofdstuk 3: Slimme Plannen en Stiekeme Streken
Het Havenhuis was groot en wit, met hoge muren en een dikke deur. Voor de deur stonden twee norse havenwachters.
Sam fluisterde: “We moeten slim zijn. Hoe komen we langs de wachters?”
Pico dacht even na en zei: “Grapje maken?”
Sam kreeg een idee. Hij haalde een vis uit zijn zak en gooide hem richting de wachters. “Hé, kijk, een vliegende vis!” riep Sam.
De havenwachters draaiden zich om. “Waar? Waar?” Terwijl ze naar de vis zochten, slopen Sam, Pico en Kapitein Roos snel naar de achterkant van het huis.
Daar vonden ze een klein raampje. “Te klein voor mij,” zei Kapitein Roos. “Maar Sam, jij bent klein en snel!”
Sam kroop door het raampje. Binnen was het donker en stil. Hij hoorde iemand zachtjes trommelen. “Dat moet Tim zijn!” fluisterde Sam.
Hij sloop door de gang en zag Tim in een kamer zitten, vastgebonden aan een stoel. Tim keek verdrietig, maar toen hij Sam zag, begon hij te lachen. “Sam! Jij bent gekomen!”
Sam fluisterde: “Ik ben hier om je te redden!”
Hoofdstuk 4: De Grote Ontsnapping
Sam knoopte snel de touwen los. “Kom, Tim, we moeten snel zijn!”
Plots kwam er een havenwachter binnen. “Wat gebeurt hier?”
Sam dacht snel na. Hij pakte een emmer water en gooide het over de vloer. De havenwachter gleed uit en viel met een grote plons op de grond. Tim en Sam lachten zachtjes.
Ze renden samen naar het raampje. “Kan ik daar doorheen?” vroeg Tim twijfelend.
“Probeer het maar!” moedigde Sam aan. Tim kneep zijn ogen dicht en kroop erdoorheen. Het lukte!
Buiten stonden Kapitein Roos en Pico al klaar. “Snel, naar de boot!” riep Roos. Ze renden over het strand, sprongen in de roeiboot en roeiden zo hard als ze konden.
Achter hen hoorden ze boze stemmen. “Ze ontsnappen! Pak ze!” riepen de havenwachters.
Sam lachte. “Te laat, wij zijn al weg!”
De dolfijnen kwamen weer langs. Ze sprongen vrolijk en begeleidden de boot terug naar De Zeester. Pico deed een piraten-dansje op de rand van de boot.
Hoofdstuk 5: Feest aan Boord
Terug op De Zeester was iedereen blij. Tim trommelde een vrolijk liedje en Pico zong mee. Kapitein Roos gaf iedereen limonade en koekjes.
“Jullie zijn echte helden!” zei Tim dankbaar. “Dank je, Sam, zonder jou zat ik nog steeds vast.”
Sam lachte verlegen. “We zijn allemaal helden. Want samen zijn we sterk!”
Pico riep: “Avontuur! Avontuur!” en iedereen lachte.
De zon ging langzaam onder en kleurde de zee oranje en roze. Sam keek naar zijn vrienden en voelde zich gelukkig.
“Wat een avontuur,” zei hij zachtjes. “En weet je, ik ben nu klaar voor het volgende!”
Iedereen riep samen, met een grote glimlach: “Hoeraaaa!”