Hoofdstuk 1: Pudique en de Omgekeerde Dag
Op een ochtend in het vreemde dorpje Sprankelstein, waar de bomen gekleurde sokken droegen en de postbode op een struisvogel reed, werd Pudique wakker met een gek idee. Pudique was beroemd in het dorp om zijn onnavolgbare blikken en uitvindingen, maar vooral om zijn rare, zelfverzonnen mopjes.
‘Vandaag is het Omgekeerde Dag!' riep hij terwijl hij zijn sokken over zijn oren trok en zijn pyjama als sjaal knoopte. ‘Dat betekent... dat ik vandaag alleen maar de ALLERGRAPPIGSTE moppen mag bedenken!'
Zijn eerste mop van de dag was meteen raak: ‘Waarom kan een spook nooit vals spelen? Omdat je er zo doorheen kijkt!' Pudique schaterde, zijn lach galmde door zijn kamer en stuiterde tegen het plafond.
Plots klonk er geklop aan de deur, maar niet het gewone soort geklop. Het was een zacht, wiebelend ‘woesh-woesh' geluid. Pudique deed open en daar zweefde, in een wolk van glitters en met een hoedje van confetti, een echte spook! Hij stelde zich voor: ‘Goedemorgen, ik ben Gaston. Ik ben een spook, maar maak je geen zorgen, ik ben allergisch voor griezelen!'
Pudique gierde het uit: ‘Dat is goed, want ik ben allergisch voor saaie spoken! Kom binnen, Gaston!'
Samen begonnen ze te brainstormen voor de beste, mafste mop van het universum. Maar alles wat ze bedachten, werd nóg gekker zodra Gaston zijn spookachtige touch eraan gaf.
Hoofdstuk 2: De Onzichtbare Taart
Pudique en Gaston besloten op visite te gaan bij mevrouw Spriet, de uitvindster van alles wat onzichtbaar is. Ze werd net wakker in haar hangmat van dropveters toen de jongens haar tuintje binnenstuiterden.
‘Mevrouw Spriet, we hebben een probleem!' riep Pudique. ‘We willen een mop zo gek dat je hem alleen kunt voelen met je tenen!'
Mevrouw Spriet lachte: ‘Dat klinkt als een klus voor mijn nieuwste uitvinding: de Onzichtbare Taart!'
Ze liet hen haar geheimzinnige schuur zien waar een taart stond... of eigenlijk stond er niks. ‘De taart is alleen te proeven als je een mop vertelt terwijl je hem eet,' fluisterde ze.
Gaston probeerde het als eerste. Hij nam een hap lucht en riep: ‘Waarom eten spoken geen soep? Omdat het altijd door hun lepel valt!' En plots voelde hij een zoete, suikerspinnenachtige smaak op zijn tong.
Pudique begon te giechelen: ‘Waarom kunnen koeien niet dansen? Omdat ze altijd hun poot verliezen!' En hopla, zijn grote teen tintelde van vanillesmaak.
De Onzichtbare Taart werd het gesprek van de dag. Iedereen in Sprankelstein wilde wel zo'n hapje proberen, maar alleen als ze durfden een mop te vertellen. Zelfs de burgemeester, die altijd een beetje streng keek, lachte zo hard dat zijn snor begon te trillen.
Hoofdstuk 3: De Moppenwedstrijd in het Kabouterbos
Die middag werd er een Moppenwedstrijd georganiseerd in het Kabouterbos. De kabouters waren dol op moppen, vooral als je ze achterstevoren vertelde.
Pudique, Gaston en mevrouw Spriet deden mee. De jury bestond uit drie norse konijnen, een geit met een monocle en een kikkervisje dat per ongeluk in een soepkom was gevallen.
Pudique beet de spits af: ‘Wat zegt een kabouter als hij op een stoel van gelatine zit? “Ik hoop dat ik niet te diep zak!”'
De kabouters gierden het uit en rolden over het mos. Gaston zweefde naar voren en fluisterde: ‘Waarom kan een spook niet schaken? Zijn tegenstander ziet altijd zijn volgende zet!'
Iedereen, zelfs de norse konijnen, moest lachen. Mevrouw Spriet deed ook haar best, maar haar mop over onzichtbare pannenkoeken was zo vaag dat alleen de kikkervis gniffelde.
Plots besloot een kabouter een mop te vertellen: ‘Waarom is een fantoom nooit alleen? Omdat hij altijd in goed gezelschap verkeert!'
Er werd zo hard gelachen dat de bomen hun bladeren lieten trillen als confetti.
Hoofdstuk 4: De Omgevallen IJsberg en de Vrolijke Chaos
Na de wedstrijd keerde Pudique huiswaarts, samen met Gaston. Maar onderweg struikelden ze over een enorme ijsberg midden op het grasveld. Er lag een pinguïn op, die eruitzag alsof hij een beetje duizelig was van het lachen.
‘Deze ijsberg is verdwaald!' piepte de pinguïn. ‘Ik wilde naar het jaarlijkse Grapjesbanket, maar ik ben onderweg drie keer verkeerd afgeslagen en nu zit ik vast in Sprankelstein!'
Gaston knikte ernstig. ‘Geen zorgen, wij zijn experts in verdwalen EN in feestjes. Volg ons maar!'
Samen maakten ze er een parade van: de pinguïn op de ijsberg, Pudique met een vlag van slingers en Gaston die ballonnen liet zweven door zijn spookachtige adem. Ze verzamelden onderweg een hoop dorpsbewoners en dieren. Zelfs de kabouters sloten aan, zingend: ‘Vier met ons mee, het leven is een mop!'
Ze bereikten Pudiques huis, waar de tafel al klaarstond voor een feestmaal. Maar dan gebeurde er iets geks: de tafel stond op zijn kop!
‘Dat is pas een verrassing!' lachte Pudique. ‘Een omgekeerde tafel voor een omgekeerde dag!'
Hoofdstuk 5: Het Feestmaal vol Verrassingen
Iedereen schoof aan bij het feestmaal: de pinguïn, Gaston, Pudique, mevrouw Spriet, de kabouters, de norse konijnen en zelfs de burgemeester. Op tafel stonden de vreemdste gerechten: frieten van regenboogwortels, soep die je achterstevoren moest drinken en een enorme schaal met Onzichtbare Taart.
Gaston verraste iedereen met zijn beste mop tot nu toe: ‘Waarom nemen spoken nooit een taxi? Omdat ze altijd door de deur zweven!'
Iedereen lachte, zelfs de soep spetterde van het lachen. Pudique voelde zich gelukkig. Overal om hem heen hoorde en zag hij mensen die samen plezier maakten, ongeacht hoe ze eruitzagen of uit welk hoekje van Sprankelstein ze kwamen.
Toen de avond viel, stak Gaston zijn spooklampje aan en vertelde zachtjes: ‘Weet je, Pudique, moppen zijn het grappigst als je ze samen maakt. Iedereen hoort erbij!'
Pudique knikte, zijn ogen twinkelden. ‘En de beste mop is... vriendschap!'
Met de buik vol taart, oren vol gelach en een hart vol warmte, zwaaide Pudique zijn nieuwe vrienden uit. Sprankelstein was nog nooit zo vrolijk geweest. En als je goed luistert, hoor je daar nog steeds het gelach van een spook, een pinguïn en een jongen die nooit zonder mop zit.