Er was eens een prinses die Prinses Pippa heette. Ze woonde in het Betoverde Koninkrijk Klaterland, waar fonteinen niet alleen water spuwden, maar ook giechels. In het kasteel hingen schilderijen die soms hun eigen neus kietelden. En als je hard genoeg “hatsjie!” riep, zei de kroonluchter beleefd: “Gezondheid, meneer de lucht!”
Prinses Pippa was dromerig. Ze kon vijf minuten naar een wolk kijken en daarna precies vergeten waarom ze eigenlijk naar buiten was gegaan. Maar vandaag had ze één ding heel zeker: het zou een dag vol spel worden.
“Vandaag,” zei Pippa terwijl ze haar haar met een lint vastknoopte dat telkens “boing” deed, “is het Grote Speeldag! Ik wil lachen tot mijn buik een trommel wordt.”
Haar trouwe glimworm-lantaarn, Glinster, knipperde enthousiast. “Ik schijn alvast extra vrolijk!”
Net toen Pippa de kasteeldeur opende, kwam hofnar Nootje aangesneld. Hij had schoenen met belletjes die telkens net één tel te laat rinkelden. Rink! … Rink! … Rink!
“Prinses!” hijgde Nootje. “De koninklijke mediatheek… heeft een probleempje.”
“Een probleempje?” Pippa trok een wenkbrauw op. “Is er een boek kwijt? Of… is een boek een beetje te hard gaan praten?”
Nootje keek ernstig, wat bij hem altijd heel grappig stond, want zijn snor krulde dan in de vorm van twee vraagtekens. “De boeken zijn… in de war. Ze doen alsof ze iets anders zijn.”
Pippa klapte in haar handen. “Dat klinkt als een spel! Naar de mediatheek!”
Hoofdstuk 1: Een Speeldag die “Boing” zegt
Pippa huppelde door de tuin. De rozen bogen naar haar toe en fluisterden: “Zeg iets leuks!” Een eekhoorn droeg een mini-cape en riep: “Ik ben Sir Nootje de Derde!” waarna hij plechtig van een tak viel en meteen weer opstond alsof dat zo hoorde.
Bij de poort stond ridder Bram, een vriendelijke ridder met een helm die altijd scheef zakte. Hij probeerde hem recht te zetten, maar de helm schoof als een pannenkoek op een hete pan.
“Goedemorgen, Prinses Pippa,” zei Bram.
“Goedemorgen, Ridder Bram. Wil je mee op speurtocht? In de mediatheek doen de boeken raar.”
Bram knikte. “Ik ben klaar voor… eh… rustige spanning.”
Nootje sprong erbij. “En ik ben klaar voor… luide rust!”
Ze liepen naar de mediatheek: een hoge, ronde toren naast het kasteel, met ramen als brilglazen. Boven de deur hing een bordje: MEDIATHEEK VAN KLATERLAND. Het bordje maakte soms een buiging. Nu deed het een kleine knik alsof het geheimen wist.
Pippa duwde de deur open. “Hallo, boeken! Wij komen spelen!”
Van binnen rook het naar papier, stofjes, en een tikje vanille, alsof iemand koekjes had gelezen. De bibliothecaris, Mevrouw Veer, stond achter een balie. Ze droeg een bril zo groot als twee pannenkoeken en een ketting van mini-bladwijzers.
“Gelukkig!” zei Mevrouw Veer. “Prinses Pippa, kom snel. De sprookjesplank is… eh… aan het hikken.”
“Hikken?” vroeg Pippa.
“Ja. En de moppenboeken ook. Ze lachen op de verkeerde plek.”
Dat was in Klaterland een serieuze zaak. Als een moppenboek te vroeg lachte, schrokken de letters en sprongen ze van de bladzijde. Dan had je ineens een zin zonder ‘s' en die klonk alsof een slang een sok was kwijtgeraakt.
Pippa zette haar handen in haar zij. “Laat me zien waar de gekkigheid woont.”
Hoofdstuk 2: De Mediatheek met Eigen Ideeën
Ze liepen tussen hoge kasten. De ladders piepten melodietjes, en een stapel kussens in de leeshoek deed net alsof hij een taart was. Pippa wilde bijna een hap nemen, maar ze bedacht op tijd dat kussens meestal terugkruimelen.
Bij de sprookjesplank zag Pippa het meteen: de boeken trilden. Een boek met een gouden kaft had een kroon op. Een ander boek droeg een papieren cape. En een dik woordenboek stond te oefenen: “Ik ben licht als een veertje, ik ben licht als een veertje…” terwijl het duidelijk zo zwaar was als een kleine olifant.
“Boeken,” zei Mevrouw Veer streng, “jullie horen stil te zijn.”
Het kroon-boek zei: “Ssst! Ik ben de koning van de stilte!” en begon toen luid te hoesten. “Kuch-kuch! Zó koninklijk!”
Pippa giechelde. “Waarom doen jullie zo vreemd?”
Een dun boek sprong naar voren. “Wij willen ook een Speeldag!” riep het. “Altijd maar gelezen worden… wij willen zelf eens rennen!”
“Maar jullie kunnen toch niet rennen,” zei Bram, heel voorzichtig. “Jullie… eh… hebben geen benen.”
“Wie zegt dat?” riep het boek. En hop! Daar klapten twee bladwijzers uit als benen. Ze waren wat wankel en gingen meteen in de knoop.
Nootje keek bewonderend. “Dat is het beste knoopwerk dat ik ooit heb gezien. En ik heb ooit mijn veters aan mijn oren gestrikt.”
Mevrouw Veer zuchtte. “Dit begon toen de Fee van Flappertjes hier langs kwam. Ze strooide per ongeluk haar Flap-poeder. Nu flapperen de boeken van enthousiasme.”
“Flap-poeder?” vroeg Pippa.
“Het maakt alles… springerig,” zei Mevrouw Veer. “Normaal is het bedoeld voor pannenkoeken, zodat ze vrolijk omdraaien.”
Het woordenboek riep: “Flap! Flap! Ik kan ook omdraaien!” en viel met een doffe BONK. Daarna zei het heel beleefd: “Pardon, ik ben even gevallen. Dat is de definitie van vallen: oeps.”
Pippa legde haar hand op het dikke boek. “Geen zorgen. We maken er een spel van. Maar wel een netjes spel, anders raken de letters in de war.”
“Een spel!” juichten de boeken. “Een spel! Een spel!”
De hele kast begon mee te zingen: “Een spel, een spel, een spel!” Het klonk als een koor van papieren kikkers.
“Oké,” zei Pippa. “Spelregel één: iedereen blijft op zijn plank, behalve als ik ‘Bladzijde!' roep.”
“Bladzijde!” riep Nootje meteen, want hij kon niet wachten.
Alle boeken sprongen tegelijk. BOEM-BAM-BONK. Een sprookjesboek belandde op Bram zijn helm, waardoor de helm eindelijk recht zat. Bram keek blij. “Eindelijk… een boek dat mij begrijpt.”
Mevrouw Veer hield haar handen voor haar gezicht. “O nee.”
Pippa schoot in de lach. “Spelregel twee: Nootje roept niks. Nog even niet.”
Nootje stak twee vingers op, alsof hij een eed aflegde. “Ik zeg alleen… ‘stilte met saus'.”
“Dat bestaat niet,” zei het woordenboek meteen.
“Nu wel,” zei Nootje. “Want ik heb het net bedacht.”
Pippa dacht snel. “We moeten de Flap-poeder terug in het potje krijgen. Anders blijft alles springen en dan… dan gaan de kussentaarten misschien echt kruimelen.”
De boeken werden stil. Dat klonk vreemd, alsof iemand de muziek had uitgezet in een danszaal.
“Waar is de fee?” vroeg Pippa.
Mevrouw Veer wees naar de bovenste verdieping. “In de knutselkamer. Ze probeert een bladwijzer te temmen.”
“Kom!” zei Pippa. “Op avontuur. In de mediatheek. Dat is het beste soort avontuur: je kunt er altijd zitten als je moe wordt.”
Hoofdstuk 3: De Fee van Flappertjes en het Lachslot
Ze klommen de trap op. Op elke trede stond een klein rijmpje, en als je erop stapte, zei het rijmpje het hardop. “Trapje, stapje, niet zo rapje!” zei trede één. “Pas je teen, niet op een steen!” zei trede twee. Nootje probeerde expres op alle rijmpjes tegelijk te stappen, maar zijn benen hadden ruzie.
In de knutselkamer zweefde een kleine fee met haren als suikerspin: Fee Fiebel. Ze hield een bladwijzer vast die als een worm kronkelde.
“Stil, jij!” fluisterde Fee Fiebel. “Je moet een rechte bladwijzer zijn, geen danslint.”
De bladwijzer riep: “Ik ben geboren om te wiebelen!”
Pippa kuchte vriendelijk. “Eh… hallo, Fee Fiebel?”
De fee draaide zich om en haar vleugels maakten een geluid als mini-applaus. “O! Prinses Pippa! Wat leuk. Ik was net… oeps… een beetje bezig.”
“Je Flap-poeder is naar beneden gewaaid,” zei Mevrouw Veer.
Fee Fiebel's wangen werden rood als twee tomaten die ook nog eens bloosden. “O nee. Ik wilde alleen de pannenkoeken in de keuken helpen omdraaien. Maar toen niesde ik. En je weet: een nies is in Klaterland nooit gewoon.”
“Gezondheid,” zei Glinster, heel serieus.
“Dank je,” zei Fee Fiebel, en ze niesde bijna weer, maar hield haar neus dicht. “Dus nu springen de boeken?”
“Ze spelen,” verbeterde Pippa. “Maar ze spelen iets te hard.”
Bram wees naar een klein potje op tafel. Er stond op: FLAP-POEDER (ALLEEN VOOR VROLIJKE DINGEN). Het dekseltje stond scheef, alsof het ook wilde huppelen.
Pippa zei: “Kun je het terug toveren? Zodat de boeken weer gewoon… rustig grappig zijn?”
Fee Fiebel knikte. “Ja. Maar er is een probleem: het poeder luistert alleen als iemand de Lachslot-formule zegt.”
“Lachslot?” vroeg Nootje. “Ik heb ook een lachslot. Het zit op mijn grapkist. Als ik hem open, ontsnappen de moppen.”
Mevrouw Veer vroeg: “Wat is die formule?”
Fee Fiebel trok een heel klein boekje uit haar zak. Het boekje hoestte verlegen. Ze las: “Je moet iets zeggen dat iedereen laat glimlachen. Iets simpels. En dan schud je het potje drie keer, als maracas.”
Pippa dacht aan alles wat ze leuk vond: bellen in bad, gekke hoeden, een kat die doet alsof hij een koning is. Toen kreeg ze een idee.
Ze ging rechtop staan en zei langzaam, zodat zelfs de boeken beneden het konden horen: “Vandaag is het Speeldag. En iedereen mag meedoen, maar niemand hoeft te vallen om grappig te zijn.”
Bram fluisterde: “Mooi.”
Nootje fluisterde: “Ik val toch graag.”
Pippa glimlachte. “Dan val je zacht.”
Fee Fiebel schudde het potje drie keer: sjik-sjak-sjuk. Er kwam een wolkje uit dat rook naar pannenkoeken en bibliotheek tegelijk. Het wolkje maakte een rondje in de kamer en zweefde naar de trap.
“En nu?” vroeg Pippa.
“Nu moet het wolkje overal even ‘klik' doen,” zei Fee Fiebel. “Dat is het lachslot. Het sluit de flappertjes af, maar laat de vrolijkheid open.”
“Dat is een goed slot,” zei Mevrouw Veer.
Ze gingen terug naar beneden en zagen hoe het wolkje langs de kasten zweefde. Bij elk boek deed het: klik! En de boeken stopten met springen. Ze zuchtten tevreden, alsof ze net in bed waren gestopt.
Het woordenboek zei zacht: “Definitie van tevreden: glimlach vanbinnen.”
Nootje veegde een denkbeeldige traan weg. “Dat is de mooiste definitie die ik ooit hoorde. En ik heb ooit een wortel horen zingen.”
Hoofdstuk 4: Een Einde met Glimlach en Handen
In de leeshoek zat een sprookjesboek nu heel netjes op zijn plek. Het had nog steeds een papieren cape, maar die was nu meer voor de stijl.
Pippa keek rond. De mediatheek was weer rustig, maar niet saai. De lucht leek te glimlachen. De kussentaart lag gewoon kussen te zijn. De ladders piepten weer zachte melodietjes.
Mevrouw Veer rechtte haar rug. “Dank je, Prinses Pippa. En dank je, Fee Fiebel. En… eh… dank je ook, Nootje, omdat je even minder riep.”
Nootje straalde. “Dat was mijn stilste heldendaad.”
Fee Fiebel zweefde naar Pippa toe. “Het spijt me van mijn nies. Ik wilde alleen maar plezier verspreiden.”
Pippa knikte. “Dat is gelukt. Alleen… de boeken werden iets te enthousiast. Maar nu weten we: plezier is het fijnst als iedereen mee kan doen, ook de letters.”
Bram tikte op zijn helm, die nog steeds recht stond. “En soms helpt een boek zelfs een ridder.”
Het sprookjesboek op zijn helm fluisterde: “Graag gedaan.”
Mevrouw Veer keek naar Pippa. “Wil je nog iets doen op jouw Speeldag?”
Pippa dacht even en zei toen: “Ja. Laten we een spel doen dat heel rustig is: samen een grappig verhaal lezen. Met stemmen. En met pauzes om te lachen.”
“Met stemmen!” juichten de boeken, maar nu heel zachtjes, als een koortje dat netjes fluistert.
Ze gingen zitten in een kring. Nootje deed een stem alsof hij een deftige kikker was. Bram deed een stem alsof hij een dappere theepot was. Fee Fiebel deed een stem alsof ze een belletje was. Pippa deed de stem van de prinses in het verhaal en dat klonk precies goed, alsof het verhaal haar kende.
Iedereen lachte, maar niemand sprong van de plank. De mediatheek wiegde mee, rustig als een bootje op een plas van glimlachen.
Toen het verhaal uit was, stond Pippa op. Ze liep naar Mevrouw Veer en stak haar hand uit.
“Dank je voor de mooiste speeldag in de stilste toren,” zei Pippa.
Mevrouw Veer pakte haar hand. “Dank jij voor de simpelste magie: samen plezier maken.”
Ze schudden elkaar de hand. En ergens, heel ergens, zei een kroonluchter zacht: “Gezondheid, meneer de lucht,” gewoon omdat hij ook mee wilde doen.