Il was eens, in een bos waar de sneeuw zachtjes als suiker op de mosbedden viel, een kleine eekhoorn genaamd Pimmetje. Zijn vacht was warmbruin, zijn staart bol als een pluizige dennenappel en zijn oogjes twinkelden als kerstlichtjes. Op een ochtend, toen de lucht rook naar kaneel en dennen, werd Pimmetje wakker van het zachte klingelen van klokken in de verte. Het was bijna Kerstmis.
Elke winter werd het bos veranderd in een sprookje van wit en zilver. De bomen droegen een jas van sneeuw en de sterren hingen aan de hemel als gouden noten aan een kerstboom. Pimmetje hield van deze tijd, want het bos leek dan magisch te zingen:
Kling, klang, kling,
de klokken zingen zacht,
de sneeuw danst in het licht,
het bos ademt kerstkracht.
Het kleine plan van Pimmetje
Op deze bijzondere ochtend had Pimmetje een plan. Hij wilde voor zijn vriendjes in het bos een stukje kerst naar huis brengen: een mooie groene tak van de grote spar op het plein, recht onder de oude lantaarn, waar de sneeuw altijd het helderst glansde.
Zijn beste vriendin, het muisje Lot, kwam huppelend aan. ‘Wat ga jij doen, Pimmetje?' vroeg Lot, terwijl haar snorharen trilden van nieuwsgierigheid.
‘Ik ga een sparrentak plukken, voor de grote guirlande in het hol van uil. Die is kapot en zonder takken geen kerstkrans!' antwoordde Pimmetje met een brede glimlach.
Lot knikte enthousiast, haar oogjes blonken. ‘Dat is lief, Pimmetje! Maar het pad naar de oude spar is glibberig van de sneeuw en er hangt mist tussen de bomen. Pas goed op!'
‘Maak je geen zorgen, Lotje,' zei Pimmetje, ‘ik luister naar het zachte lied van de klokken en volg het spoor van de sneeuwvlokken. En elke stap zing ik zachtjes:
Kling, klang, kling,
de klokken zingen zacht,
de sneeuw danst in het licht,
het bos ademt kerstkracht.'
Onderweg naar de grote spar
Pimmetje huppelde over de bevroren blaadjes. De wind fluisterde verhalen en de sneeuwvlokken dwarrelden als kleine engeltjes om hem heen. Onderweg kwam hij de wijze das tegen, die met zijn dikke sjaal rond de nek over het pad liep.
‘Waar ga jij zo dapper heen, Pimmetje?' bromde de das vriendelijk.
‘Naar de grote spar, voor een tak,' zei Pimmetje. ‘Uil zijn guirlande is gebroken, en zonder kerstkrans is het hol niet compleet.'
Das knikte. ‘Dat is goed van je, Pimmetje. Maar weet dat geven het mooiste cadeau is. De warmte in het hart is het licht van Kerstmis.'
Pimmetje voelde zich trots. Hij sprong verder, zijn staart stuiterde als een kerstbal. De sneeuw knerpte als suiker onder zijn pootjes. Maar het pad werd steil, en de mist kroop als een zachte sjaal om de stammen.
Plots hoorde Pimmetje gesnik. Tussen de wortels van een den lag een klein konijntje, haar pootje vast in een tak.
‘O jee, wat is er?' vroeg Pimmetje bezorgd.
‘Ik kan niet loskomen… En ik wou net met mijn broertjes sneeuwvlokken vangen!' piepte het konijntje.
Zonder aarzelen trok Pimmetje voorzichtig aan de tak. Met een zacht KRAK was het konijntje vrij. Ze sprong hem dankbaar rond de nek en haar neusje tintelde als een sneeuwvlokje op zijn wang.
‘Dank je, Pimmetje! Je bent als een warme kaars in de winterkou!'
Pimmetje lachte. ‘Samen zijn we sterker, vooral met Kerstmis!'
De sparrentak en de gebroken guirlande
Eindelijk kwam Pimmetje bij de grote spar. Zijn takken waren dik en donkergroen, en de sneeuw glansde als suikerglazuur erop. Met zijn scherpe tandjes knabbelde Pimmetje een mooie tak los.
‘Kling, klang, kling,
de klokken zingen zacht,
de sneeuw danst in het licht,
het bos ademt kerstkracht…'
Met de tak tussen zijn tandjes huppelde Pimmetje terug. Onderweg liet hij de tak soms vallen, want hij was zwaar. Maar het bos moedigde hem aan: de vogels zongen, de wind floot een kerstliedje, en zelfs de sneeuwvlokken dansten om hem heen. Uiteindelijk stond hij weer bij het hol van uil.
Binnen zaten al zijn vriendjes: Lot het muisje, de das, het konijntje en zelfs de oude mol met zijn brilletje op. In het midden lag de guirlande, gebroken en verdrietig als een regenboog zonder kleur.
‘Hier is de tak!' riep Pimmetje.
Samen begonnen ze te werken. De das knoopte de tak vast, het muisje versierde met bessen, het konijntje haalde dennenappels en de mol gaf aanwijzingen. De guirlande werd mooier dan ooit tevoren: groen, rood, vol lichtjes en sneeuwvlokken. Het leek wel alsof de sterren zelf hun glans hadden gegeven.
Kerstvrede in het bos
Toen de guirlande hing en alle dieren hand in hand stonden, vulde het bos zich met het zachte licht van de lantaarn. De sneeuw buiten dwarrelde als de veertjes van engelen, en de klokken zongen hun melodie.
Kling, klang, kling,
de klokken zingen zacht,
de sneeuw danst in het licht,
het bos ademt kerstkracht.
Uil knipoogde tevreden. ‘Dankzij Pimmetje en al zijn vriendjes is het Kerstmis in ons hart én in ons huisje.'
Pimmetje voelde zich warm vanbinnen, als een kaarsje in de winternacht. En zo leerde iedereen in het bos dat samen delen en elkaar helpen het mooiste kerstcadeau is.
Die nacht sliep het bos onder een deken van vrede, en de klokken zongen zacht hun lied tot zelfs de maan glimlachte. Want als je deelt, groeit de warmte, en samen maak je het licht helderder dan ooit tevoren.
En zo werd het Kerstmis, lief en licht, voor iedereen.