Bezig met laden...
Verhaal van de Ramadan 9/10 jaar Lezen 18 min.

Picknick bij zonsondergang: wachten op het iftar-moment

Frank nodigt vrienden uit voor een mini-iftar in het park, en terwijl ze wachten op het moment leren ze over vasten, delen en vriendelijkheid te midden van lampjes en hapjes.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Vier kinderen: Frank, jongen ~9 jaar, kort soepel haar, lichte jas, zit in het midden van een ruitdeken en houdt een glanzende dadel; Yara, meisje ~9 jaar, krullend haar onder een haarband, simpele jurk, zit rechts van Frank en blaast zacht op een warme samosa; Adam, jongen ~10 jaar, warrig haar, T‑shirt en open jas, zit links van Frank, neemt een hap en kijkt glimlachend op zijn horloge; Mo, jongen ~6 jaar, klein, te grote jas, staat bij de rand van het deken en houdt verlegen een klein pakje limonade dat Frank hem teruggaf. Locatie: park bij schemering met gras, ronde fontein op de achtergrond en twee bomen met een slinger van kleine ronde lampionnen die zacht licht geven. Situatie: buiten‑iftar op een groot deken met schotels samosa’s, mini‑pizza’s, een schaal glanzende dadels, papieren bekers en een fles limonade; de kinderen delen, lachen onder de lampions, sfeer zacht, warm en rustig. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: Een picknick met een klok in je buik

Frank zat op de rand van de fontein in het park en wiebelde met zijn benen. Zijn rugzak stond open, alsof hij elk moment een geheim kon verklappen. In de tas lagen twee kleedjes, een zak dadels die hij van zijn buurvrouw had gekregen, en een pak limonade dat zachtjes klotste.

Hij keek naar de lucht. Die had de kleur van perzik met een beetje goud, alsof de zon nog snel iets moois wilde afmaken.

“Kom je nou?” riep Frank naar het fietspad.

Yara kwam aanfietsen, haar krullen onder haar helm een beetje eigenwijs. Ze sprong van haar fiets en zette hem tegen een bankje. “Ik ben er! Maar… waarom zo vroeg? Het is nog niet eens etenstijd.”

Frank grinnikte. “Dat is juist het punt. Ik heb je uitgenodigd om vanavond hier te eten. In het park. Maar we wachten tot… nou ja, tot het moment.”

Yara trok een wenkbrauw op. “Tot welk moment? Het moment dat jij toegeeft dat je geen geduld hebt?”

Frank deed alsof hij gekwetst was. “Hé! Ik heb superveel geduld. Soms.”

Hij haalde een klein kaartje uit zijn zak. Er stond een tijd op geschreven, met dikke pen: 20:41. “Dat is wanneer we gaan eten. Vandaag is het Ramadan bij mijn buurvrouw, en bij een paar kinderen uit mijn klas. En ik dacht: ik wil snappen hoe dat voelt. Dus ik heb… een soort mini-iftar in het park bedacht.”

“Iftar?” vroeg Yara, terwijl ze het woord voorzichtig proefde. “Is dat niet… het avondeten na het vasten?”

Frank knikte. “Precies. En ik vast niet, hoor. Ik ben al blij als ik mijn ontbijt niet vergeet. Maar ik wil wel mee beleven. En samen eten is altijd leuk.”

Yara keek naar de dadels. “Die zien eruit alsof ze in chocolade zijn gevallen.”

“Dat is gewoon hoe ze glimmen, zei Frank. “Alsof ze weten dat ze belangrijk gaan worden.”

Ze spreidden het kleed uit. Het gras was nog warm van de dag. Om hen heen wandelden mensen met honden, kinderen speelden tikkertje en ergens verderop klonk een skateboard dat over tegels ratelde.

Yara ging zitten en tikte op Franks kaartje. “Dus we wachten. En tot die tijd… doen we wat?”

Frank haalde zijn schouders op. “We kunnen praten. Of raden welke wolk op een broodje lijkt. Of proberen niet aan eten te denken.”

Yara keek naar zijn rugzak, waar het pak limonade heel duidelijk te zien was. “Dat laatste gaat lukken. Jij hebt namelijk een rugzak die ‘ik heb limonade!' schreeuwt.”

Frank trok snel de rits dicht. “Oké, eerlijk. Dat is moeilijk.”

Ze lachten. En terwijl de zon langzaam zakte, voelde het park ineens als een plek waar iets bijzonders kon gebeuren. Alsof de avond een zachte deur was die langzaam openzwaaide.

Hoofdstuk 2: De lampjes die de avond wakker kietelden

Terwijl ze wachtten, kwam Adam langs, een jongen uit hun klas die altijd net iets te snel praatte, alsof zijn woorden achter hem aan moesten rennen. Hij hield een papieren zak in zijn hand.

“Hé, Frank! Yara!” zei hij. “Jullie zitten hier al. Mijn moeder zei dat ik wat hapjes mocht brengen.”

Yara's ogen werden groot. “Echt? Wat voor hapjes?”

Adam zette de zak voorzichtig neer alsof er een baby-eend in zat. “Samosa's. En iets dat ‘mini-pizza' heet maar eigenlijk gewoon… nou ja, mini-pizza is.”

Frank maakte ruimte op het kleed. “Kom erbij! We doen een soort iftar-wachten-ding.”

Adam ging zitten. “Ik vast vandaag. Tenminste… ik probeer het.” Hij keek naar de fontein, alsof die hem expres nat wilde maken.

Yara boog zich naar hem toe. “Is het heel moeilijk?”

Adam dacht even na. “Het is… een beetje alsof je buik de hele dag ‘HALLO' zegt. En jij zegt terug: ‘Later.'” Hij trok een ernstig gezicht. “Maar dan komt het moment dat je wél mag eten. En dat is dan extra fijn. Alsof iemand de wereld op ‘gezellig' zet.”

Frank knikte langzaam. “Dat klinkt eigenlijk best mooi.”

Adam grijnsde. “En ook een beetje alsof je superheld bent. Alleen dan zonder cape. Of… misschien met, maar dan onder je trui.”

Yara lachte. “Ik zie jou al met een geheime cape. Een servet-cape.”

Adam deed alsof hij hem omknoopte. “Kijk mij gaan.”

De lucht werd donkerder. En toen gebeurde er iets: aan de overkant van het pad kwamen twee meisjes met een slinger lampjes aan. Kleine, ronde lampjes, warmgeel, alsof er mini-zonnetjes in zaten. Ze hingen de slinger tussen twee bomen.

Frank keek ernaar alsof hij een truc zag. “Huh. Dat maakt het ineens… feestelijk.”

Eén van de meisjes, Lina uit hun buurt, zwaaide. “We doen ook iftar in het park!” riep ze. “Mijn oma zegt dat lichtjes helpen om de avond welkom te heten.”

Yara fluisterde: “Het lijkt alsof de bomen een ketting dragen.”

Adam knikte. “Ramadanavonden zijn vaak zo. Rustig, maar ook… vol.”

Frank keek naar de lampjes en voelde iets warms in zijn borst, alsof hij zelf ook een lampje werd. Niet fel, maar genoeg om te zien dat iedereen hier samen was.

“Mag ik iets vragen?” vroeg Frank.

Adam en Yara keken hem aan.

“Waarom doen mensen dit?” vroeg Frank. “Vasten en dan samen eten… Is het alleen voor jezelf?”

Adam schudde zijn hoofd. “Niet alleen. Het gaat ook om denken aan anderen. En geduld. En dankbaar zijn.” Hij wees naar de zak hapjes. “En delen. Mijn moeder zegt: eten smaakt beter als je het niet alleen houdt.”

Yara knikte langzaam. “Dat vind ik een goeie regel. Ook buiten Ramadan.”

Frank glimlachte. “Oké. Dan is onze park-picknick een heel officieel deelmoment.”

Adam keek op zijn telefoon en zuchtte dramatisch. “Nog… best lang tot 20:41.”

Yara tikte hem op zijn arm. “Superhelden klagen niet.”

Adam zette een stoere stem op. “Ik klaag niet. Ik… ik oefen mijn dramatische ademhaling.”

Frank begon te lachen, en zelfs de fontein leek zachter te spetteren, alsof hij meedeed.

Hoofdstuk 3: Het moment dat de wereld even stil werd

De avond werd koeler. Frank trok zijn vest aan. De lampjes tussen de bomen gaven een zachte gloed, en het park leek opeens kleiner en knusser, alsof het zich om hun kleed heen vouwde.

Adam zat rechtop, alsof hij een startschot verwachtte. Yara stak haar handen in haar zakken en keek naar de lucht. “Ik vind het eigenlijk… fijn wachten,” zei ze. “Alsof je tijd kunt horen.”

Frank keek naar zijn kaartje. 20:39.

Er kwamen meer mensen in de buurt zitten. Een gezin met een grote mand. Een oudere man met een thermoskan. Kinderen die fluisterden alsof ze in een bibliotheek waren beland. Niet omdat het moest, maar omdat iedereen aanvoelde dat dit een bijzonder stukje avond was.

20:40.

Frank pakte de dadels en legde ze in het midden. De samosa's stonden ernaast. De mini-pizza's lagen in een rij, alsof ze netjes wilden zijn. Het pak limonade stond klaar, maar Frank hield zijn hand erop, alsof hij het tegenhield.

20:41.

Het was alsof iemand een onzichtbare bel liet rinkelen. Geen hard geluid, maar een gevoel. Adam ademde uit. “Oké,” zei hij zacht. “Nu.”

Hij pakte een dadel. Frank en Yara pakten ook een dadel, omdat het zo hoorde, omdat het zo voelde. Frank keek naar het glanzende ding in zijn hand en dacht: het lijkt net een klein, bruin maantje.

“Bismil—” begon Adam, en stopte toen. Hij keek naar Frank en Yara. “Ehm… ik kan ook gewoon zeggen: ‘Eet smakelijk.'”

“Eet smakelijk,” zei Yara meteen, vrolijk en zacht tegelijk.

“Eet smakelijk,” zei Frank.

Adam nam een hap en zijn gezicht ontspande, alsof zijn buik eindelijk had gehoord dat het veilig was. “Wow,” zei hij. “Elke keer denk ik: het is maar een dadel. En elke keer is het alsof die dadel mij een high five geeft.”

Frank proestte. “Een dadel die je hand geeft?”

Yara lachte. “Een dadel met armen. Dat wil ik tekenen.”

Ze aten rustig. Niet schrokkerig, maar aandachtig. Frank merkte dat hij vanzelf langzamer kauwde. Het park rook naar gras, naar warme deegjes, en naar iets dat je niet in een winkel kunt kopen: samen.

Toen gebeurde er iets kleins en vreemds. Bij de lampjesslinger flakkerde één lampje net iets langer dan de rest. Het leek even alsof het knipoogde.

Frank knipperde terug. “Zag jij dat?”

Yara keek. “Wat?”

“Dat lampje… het deed alsof het leefde.”

Adam haalde zijn schouders op. “Misschien houdt het ook van dadels.”

Het lampje flakkerde nog eens, en toen was het weer normaal. Frank voelde kippenvel op zijn armen, maar niet van kou. Meer van… verwondering.

Yara nam een samosa en blies erop. “Dit is echt lekker. Adam, jouw moeder kan koken alsof ze een toverboek heeft.”

Adam glimlachte trots. “Ik zal het doorgeven. Ze houdt van complimenten. Wie niet?”

Frank keek rond. Mensen gaven elkaar bakjes door. Iemand bood thee aan. Een meisje riep zacht: “Wil je ook?” tegen een jongen die ze niet eens kende. En de jongen knikte, een beetje verlegen, alsof hij een cadeautje kreeg.

Frank leunde naar Yara. “Dit is echt… rustig leuk.”

Yara knikte. “Alsof de avond ons een deken geeft.”

Adam keek naar de fontein. “En de fontein is de achtergrondmuziek.”

Frank keek opnieuw naar de lampjes. Ze gloeiden warm, en heel even dacht hij dat ze niet alleen licht gaven, maar ook iets anders: een soort zachte toestemming om vriendelijk te zijn.

Hoofdstuk 4: Een verdwijnende limonade en een gevonden idee

Toen ze halverwege de mini-pizza's waren, ontdekte Frank iets verschrikkelijks.

Het pak limonade was… weg.

Hij keek in zijn rugzak. Niets. Onder het kleed? Niets. Naast de samosa's? Alleen samosa's, heel onschuldig.

“Oké,” zei Frank langzaam. “Of ik ben gek, of iemand heeft dorst gekregen.”

Yara keek om zich heen. “Misschien heb je het niet meegenomen?”

Frank wees beschuldigend naar zijn rugzak. “Mijn rugzak kan veel, maar liegen kan hij niet. Ik had limonade.”

Adam keek ook rond, zijn ogen scherp. “Ik zie daar… iets geelgroens.”

Bij het bankje stond een klein jongetje, misschien zes, met een pak limonade dat verdacht veel op dat van Frank leek. Hij keek ernaar alsof hij niet wist wat hij ermee moest doen.

Frank stond op en liep rustig naar hem toe. Yara en Adam volgden. Het jongetje schrok en hield het pak achter zijn rug, alsof het een gestolen schat was.

Frank hurkte, zodat hij niet zo groot leek. “Hé,” zei hij zacht. “Dat is limonade, toch?”

Het jongetje knikte heel klein.

“Heb je het gepakt?” vroeg Frank.

Het jongetje keek naar zijn schoenen. “Ik dacht dat het van niemand was. En mijn zus zei dat ik het moest terugbrengen, maar… ik durfde niet.”

Achter het jongetje verscheen inderdaad een meisje van ongeveer acht. Ze zag er streng uit, maar ook opgelucht. “Sorry,” zei ze snel. “Ik zag hem ermee lopen. Ik zei nog: ‘Dat is niet van jou.'”

Frank ademde in. Hij voelde even een boosheid opkomen, klein maar prikkerig. Maar toen keek hij naar het jongetje, dat bijna in zijn eigen jas leek te verdwijnen.

Yara tikte Frank zacht op zijn arm, een soort stille herinnering.

Frank zei: “Dank je wel dat je het wilde terugbrengen. Weet je wat? Kom anders even mee. Dan drinken we het samen. Maar je moet wel eerst vragen, oké?”

Het jongetje keek op, verbaasd. “Echt?”

Adam grijnsde. “Ja. Dit is een deel-picknick. Maar niet een steel-picknick.”

Zelfs het strenge zusje lachte een beetje.

Ze liepen terug naar het kleed. Frank zette het pak limonade in het midden, alsof hij het een tweede kans gaf.

“Hoe heet je?” vroeg Yara aan het jongetje.

“Mo,” fluisterde hij.

“En jij?” vroeg Yara aan het meisje.

“Sara,” zei ze.

Frank schonk limonade in bekertjes. “Oké,” zei hij. “Regel één: we delen. Regel twee: we vragen. Regel drie: niemand noemt Adam ‘servet-superheld' in het openbaar.”

Adam hield zijn handen omhoog. “Te laat, ik hoor het al overal.”

Mo giechelde, een klein geluidje als een belletje. Sara ging netjes aan de rand van het kleed zitten en pakte pas iets toen Adam een hapje aanbood.

Frank merkte dat zijn boosheid weg was, alsof die in de fontein was gevallen. In plaats daarvan voelde hij iets anders: trots. Niet omdat hij limonade terug had, maar omdat hij had gekozen om rustig te blijven.

“Dit,” zei Yara zacht tegen Frank, “is respect.”

Frank knikte. “En ook… een beetje magie, denk ik.”

“Magie?” vroeg Adam met volle mond.

Frank wees naar Mo, die nu voorzichtig “alsjeblieft” zei voordat hij een mini-pizza pakte. “Zie je dat? Een idee dat je zomaar kunt doorgeven. Net als eten.”

Adam slikte. “Oké, dat is best mooi gezegd voor iemand die net zijn limonade kwijt was.”

Frank lachte. “Ik ben een dramatische dichter. Soms.”

De lampjes flakkerden weer even. Heel kort. Alsof ze het ermee eens waren.

Hoofdstuk 5: Een compliment als warme thee

Het werd later. Mensen ruimden langzaam op. Het park rook nu naar koele avond en laatste kruimels. Mo en Sara zwaaiden en gingen naar huis, met een duidelijk “dag!” dat door de bomen sprong.

Frank, Yara en Adam bleven nog even zitten. Frank vouwde het kleed op. Yara verzamelde de lege bakjes. Adam stopte de overgebleven samosa's terug in de zak, alsof hij ze in slaap legde.

“Wat vond je ervan?” vroeg Adam aan Frank, terwijl ze opstonden.

Frank keek naar de fontein, naar de lampjes, naar het pad waar mensen liepen met rustige stappen. “Ik vond het… verrassend. Het wachten was niet saai. Het was alsof je de avond beter zag.”

Yara knikte. “En iedereen was zo… vriendelijk. Alsof het makkelijker werd om aardig te zijn.”

Adam trok zijn jas dicht. “Dat is ook een beetje het idee. Ramadan is niet alleen ‘niet eten'. Het is ook: meer opletten. Op jezelf en op anderen.”

Ze liepen richting de uitgang van het park. Bij het hek stond Lina's oma, een kleine vrouw met een grote sjaal en een blik die alles tegelijk zag: kruimels, kinderen, en ook de goede bedoelingen ertussenin.

Ze keek naar Frank. “Jij bent Frank, toch?”

Frank slikte. “Eh, ja.”

De oma glimlachte. “Ik zag hoe jij met die limonade omging. Je bleef rustig. Je liet niemand zich klein voelen. Dat is knap.”

Frank voelde zijn wangen warm worden. “Dank u.”

Ze knikte alsof ze een stempel zette op iets belangrijks. “Je hebt een groot hart, jongen. En je gebruikt het netjes. Dat is een prachtig compliment waard.”

Yara gaf Frank een por. “Zie je wel, dramatische dichter.”

Adam grijnsde. “Servet-superheld en groot-hart-held. We zijn compleet.”

Frank lachte, en het klonk licht in de koele avond. Terwijl ze naar huis liepen, voelde hij dat respect niet alleen een woord was. Het was iets wat je kon doen: een plek maken waar iedereen mee mocht zitten, zelfs als er even iets misging.

Boven hen hing een dunne maan, als een glimlach die net begonnen was. En Frank dacht: morgen neem ik extra bekertjes mee. Voor het geval de avond weer besluit om te delen.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Fontein
Een plek in het park waar water omhoog spuit en in een bak terugvalt.
Rugzak
Een tas met riemen op je rug, waarin je spullen kunt meenemen.
Kleed
Een stuk stof dat je op de grond legt om op te zitten of eten op te zetten.
Glimmen
Als iets een zacht, blinkend licht of een klein spiegelend laagje heeft.
Iftar
De maaltijd die mensen eten als ze na het vasten weer mogen eten.
Vasten
Een tijd waarin je overdag niet eet en soms niet drinkt.
Geduld
Rustig wachten zonder boos of verdrietig te worden.
Samosa’s
Gevulde, gefrituurde deegpakketjes die vaak hartig en warm zijn.
Mini-pizza
Een kleine pizza, gemaakt om makkelijk te delen of te proeven.
Thermoskan
Een fles die drank warm of koud houdt, gemaakt met dikke wanden.
Flakkerde
Een licht dat even zwak en sterk wordt, alsof het aan en uit gaat.
Verwondering
Het gevoel van verbaasd en blij zijn over iets moois of raars.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.