Bezig met laden...
Komische superheldenverhalen 11/12 jaar Lezen 29 min.

Nova Noot en het masker dat steeds afzakte

Nova, een klunzige uitvinder met een veel te groot superheldenmasker, gaat naar Megamall Meridian om een pakket op te halen en belandt in een wirwar van roltrappen, reclameborden en pretzel-chaos waarin ze onbedoeld mensen helpt met haar onvoorspelbare krachten.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een volwassen vrouw (Nova) met ronde gezicht, lichtbruin warrig haar en een groot te ruim zwart masker met zilveren bliksemschichten draagt een klusserstegeltje en houdt onder haar arm een lange kartonnen doos; ze reikt met een met geel tape omwikkelde schroevendraaier naar een blauw petje dat hoog aan een haak hangt. Een jongen van circa 8 jaar (Bram) met rossig haar en een blauwe pet met raketmotief staat op een bank naast haar, vol hoop en opgetogenheid. Rechts achteraan staat een strenge maar milde beveiligingswachter met grote snor en armen over elkaar, kijkend met een halve glimlach. De scène speelt zich af in een groot overdekt winkelcentrum met glanzende tegelvloer, neon SALE-borden, een fontein, etalages in kleur, een plastic walvis aan het plafond en een metalen ophanghaak. Sfeervol en komisch, warme vrolijke kleuren (geel, blauw, koraal), eenvoudige vormen, nette contouren; compositie gecentreerd op Novas heldhaftige maar onhandige handeling, midshot met lichte tegenaanzicht, zacht licht en kinderlijke, vrolijke uitstraling. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1 – Het masker dat “plop” zei

Nova Noot was geen superheld met een glimmend pak en een dramatische cape. Ze was vooral een bricoleur: iemand die alles repareerde met tie-wraps, ducttape en een schroevendraaier die ze “Scharrel” noemde.

In haar kleine atelier boven de fietsenwinkel rook het naar olie, koffie en een beetje naar overwinning. Op de werkbank lag haar nieuwste vondst: een superheldenmasker, zwart met zilveren bliksemschichten.

“Perfect,” zei Nova. “Eindelijk iets wat er stoer uitziet.”

Ze zette het op.

Het masker zakte meteen over haar ogen.

“Eh… hallo? Licht? Iemand?” Nova wapperde met haar handen. Het masker hing als een gordijn voor haar gezicht.

Ze tastte naar de spiegel. In plaats daarvan pakte ze per ongeluk een rol bubbeltjesplastic.

PRRRRT-PRRRT!

“Fantastisch,” mompelde ze, terwijl ze tegen de muur botste. BONK.

Nova's krachten waren… krachtig, maar niet echt gehoorzaam. Als ze schrok, gebeurde er van alles. Zo kon ze met één vinger een metaalplaat buigen, maar ook per ongeluk alle schroeven in een straal van tien meter laten trillen alsof ze een mini-aardbeving deden.

Nu schrok ze van haar eigen “BONK”.

BZZZZT!

Alle gereedschappen sprongen tegelijk op, alsof ze een dansfeestje hielden. De moersleutel deed de macarena. De boor maakte “WIEIEIE!” De ducttape rolde weg als een ontsnapte slak.

Nova rukte het masker half omhoog, zodat ze net onder de rand kon kijken. “Oké. Rustig. Adem in. Adem uit. Dit is gewoon… mode met problemen.”

Ze wilde het masker smaller maken met een elastiekje. Maar toen ze aan een bakje met elastiekjes trok, kwam er een wolk confetti uit.

“Waarom heb ik confetti bij mijn elastiekjes?” vroeg ze hardop.

Alsof het atelier antwoord gaf, ging haar telefoon: TRING!

Op het scherm: MEI-LIN (vriendin, specialist in alles regelen).

“Nova!” riep Mei-Lin. “Ik heb goed nieuws. Je pakket is binnen bij Megamall Meridian!”

“Megamall Meridian?” Nova's maag deed een kleine salto. Megamall Meridian was niet zomaar een winkelcentrum. Het was een doolhof met roltrappen, neonborden en winkels die je lokten met aanbiedingen alsof ze sirenes waren.

“Ja,” zei Mei-Lin vrolijk. “Jij had toch die… eh… supergeleidende kabel besteld? Voor je ‘Project Bliksemstofzuiger'?”

Nova keek naar de half-ontplofte stofzuiger in de hoek. “Dat is een werknaam.”

“Die kabel ligt bij het afhaalpunt, zei Mei-Lin. “En ik ben nu druk, dus jij moet 'm halen. Succes! Oh, en vergeet niet: je bent een held. Zeg dankjewel tegen mensen, dat helpt je karma.”

“Karma helpt niet als je een te groot masker hebt,” mompelde Nova, maar Mei-Lin had al opgehangen.

Nova zuchtte, zette het masker weer op en trok het met beide handen omhoog zodat ze wél iets zag.

“Megamall Meridian,” zei ze. “Ik kom eraan. En ik neem… ducttape mee.”

Ze stapte de stad in, een volwassen vrouw met een reusachtig masker dat af en toe “flap-flap” deed in de wind. Mensen keken. Een kind riep: “Mevrouw, uw gezicht is te groot voor uw gezicht!”

Nova stak haar duim op. “Bedankt voor de… observatie.”

Hoofdstuk 2 – De draaideur van de ondergang (maar dan grappig)

Megamall Meridian torende op als een glazen kasteel. Binnen glinsterden lampen als sterren, en overal waren geluiden: KASSA-DING, POPMUZIEK, en het zachte “whoooosh” van airco die deed alsof hij heel belangrijk was.

Nova liep naar de ingang. Daar stond een draaideur die eruitzag alsof hij al duizend mensen had opgeslokt en er lachend weer uitspuugde.

“Oké,” zei Nova tegen zichzelf. “Stap één: deur. Ik kan dit.”

Ze stapte in de draaideur.

Het masker zakte.

“Stap twee: zicht— oeps.”

Ze wilde het masker omhoog duwen, maar haar elleboog duwde tegen het glas. De draaideur draaide sneller.

WHOE-DOEF-WHAP!

Nova maakte een halve rondedans met zichzelf. Een meneer met een boodschappentas keek mee en zei droog: “Mooi ritme.”

“Dank u,” hijgde Nova, terwijl ze eindelijk uit de deur plofte.

Een beveiliger kwam aanlopen. Hij had een snor die zo serieus was dat hij waarschijnlijk ook belastingaangifte deed.

“Mevrouw… eh… maskervrouw,” zei hij. “Alles oké?”

Nova trok haar masker omhoog als een gordijn. “Alles onder controle. Ik oefen… draaideur-techniek.”

De beveiliger kneep zijn ogen samen. “U weet dat maskers in het winkelcentrum… een beetje verdacht kunnen zijn.”

Nova voelde een kriebel van paniek. Dat was gevaarlijk. Paniek + Nova = willekeurige superkracht.

“Verdacht? Nee hoor!” zei ze te snel. “Ik ben… eh… Super… Schroef.”

“Super Schroef,” herhaalde de beveiliger.

“Ja. Ik draai dingen vast. En soms… draai ik zelf ook.”

De beveiliger zuchtte. “Luister. Geen gedoe. Als u hulp nodig hebt, vraag het gewoon. En geen… bliksemschichten in de foodcourt. Vorige week was er al iemand met een glitterkanon.”

Nova knikte heel braaf. “Begrepen. Dank u.”

De beveiliger liep weg, maar riep nog: “En pas op voor de plattegronden. Die liegen!”

Nova keek naar een enorme plattegrond. Er stond: U BENT HIER. Daarnaast: AFHAALPUNT – 3 MINUTEN.

“Drie minuten,” zei Nova. “Dat kan ik. Dat is korter dan een ingewikkelde schroef.”

Ze liep dapper naar binnen.

Na vier minuten stond ze bij… een winkel die alleen maar sokken verkocht.

“Hoe kan een hele winkel sokken zijn?” fluisterde Nova. Er hing een sok met een pizza erop. Een sok met een lama. Een sok met een sok erop.

Een verkoopster glimlachte. “Welkom bij SokSokSok. Zoekt u iets speciaals?”

Nova tikte tegen haar masker. “Ik zoek het afhaalpunt.”

De verkoopster wees. “Oh, dat is daar— nee, wacht— dat was gisteren. Vandaag is het… anders. Denk ik.”

Nova's oren begonnen te gloeien. Als haar krachten een mening hadden, dan was die: “We gaan iets geks doen.”

“Rustig,” zei Nova. “Ik ben een held. Ik kan de weg vinden.”

Op dat moment rolde een roltrap langs. Of nou ja… hij ging de verkeerde kant op. Mensen probeerden erop te stappen en werden meteen weer teruggepoeft.

POEF! POEF! POEF!

Een jongen lachte: “Het is een roltrap die ‘nee' zegt!”

Nova knipperde. De roltrap piepte zielig: KRIK-KRAK.

“Oké,” zei Nova. “Ik ga… helpen.”

Ze legde haar hand op de metalen rand. “Lieve roltrap, doe normaal.”

BZZZT!

In plaats van normaal te doen, begon de roltrap sneller te draaien. Veel sneller.

WROOOOM!

Een dame met een ijsje schoot omhoog als een raket. “WIEE—!”

Nova sprong naar voren, greep haar bij haar jas en zette haar veilig op de vloer. Het ijsje landde precies in Nova's hand.

“Dank u,” zei de dame duizelig.

Nova keek naar het ijsje. “Eh… graag gedaan?”

De dame lachte. “U redt mij én mijn ijsje! Wat een held.”

Nova voelde haar wangen warm worden. “Dank u… en ook dank u voor de… waardering.”

Ze gaf het ijsje terug en liep verder, met het gevoel dat “dankjewel” misschien toch iets deed. Niet met bliksem, maar met haar hoofd.

Hoofdstuk 3 – Doolhof met kortingsborden

Het winkelcentrum leek van binnen groter dan van buiten. Dat was verdacht, maar ook een beetje indrukwekkend. Neonpijlen knipperden: SALE! SALE! SALE! Alsof het gebouw schreeuwde: “Koop iets! Of verdwaal!”

Nova volgde borden richting AFHAALPUNT. Het ene bord wees links, het volgende wees ook links, en het derde wees… omhoog.

“Omhoog?” zei Nova. Ze keek naar het plafond. Daar hing een gigantische plastic walvis met een zonnebril.

Een schoonmaker duwde een karretje langs. Hij floot een melodietje en keek niet op of om.

Nova stapte naar hem toe. “Meneer, waar is het afhaalpunt?”

De schoonmaker wees met zijn dweil. “Dat is simpel. Je gaat naar de fontein, dan langs de winkel met parfums, dan zie je een kiosk met pretzels, dan neem je de gang die ruikt naar nieuwe sneakers, en dan—”

Nova stak haar hand op. “Stop. Ik ben een superheld, maar ik heb geen supergeheugen.”

De schoonmaker lachte. “Geen probleem. Ik loop wel mee tot de fontein.”

Ze liepen samen. Nova's masker flapte af en toe. Ze hield het vast met één hand, alsof ze een eigenwijze kip onder controle hield.

Bij de fontein stond een kind met een speelgoedrobot. De robot piepte: “BEEP. IK BEN STOER.”

Nova bleef even kijken. “Die robot is best cool.”

Het kind zei trots: “Hij kan dansen!”

De robot danste. Hij deed een rare move waarbij zijn hoofd er bijna af viel.

Nova grinnikte. “Net als mijn masker.”

De schoonmaker knikte. “Oké, vanaf hier: parfumwinkel en dan rechts.”

Nova wilde hem bedanken, maar op dat moment klonk er een harde PING!

Een reclamebord schoot los van de muur. Het zwaaide gevaarlijk heen en weer boven een groep mensen.

“PAS OP!” riep iemand.

Nova's hart maakte een sprongetje. En haar krachten ook.

BZZZ-BOINK!

De bouten van het bord begonnen te trillen. Niet los, maar… dansend. Het bord kwam juist méér los.

“Eh, niet dat!” riep Nova.

Ze rende ernaartoe. Het masker zakte. Ze zag alleen voeten. Veel voeten.

“Ik kan dit,” mompelde ze tegen de voeten.

Ze sprong omhoog, greep het bord vast met twee handen en— KRANG!— zette het tegen de muur. Met haar superkracht drukte ze het metalen frame recht.

Maar het zat nog steeds los.

Nova graaide in haar jaszak. Ducttape. Uiteraard. Ze scheurde een strook af: RRRRRT!

“Ducttape, red de dag,” zei ze plechtig.

Ze plakte het bord vast met drie dikke kruisen tape. Het zag er niet uit. Het werkte wél.

Het publiek applaudisseerde. KLAP-KLAP-KLAP!

Een oudere man riep: “Goed gedaan, mevrouw… eh… Super Schroef!”

Nova stak haar hand op. “Dank u! En eh… sorry voor de… bijna-vallende marketing.”

De schoonmaker floot bewonderend. “Netjes. En je zei dankjewel. Dat zie je niet vaak.”

Nova kneep haar ogen samen achter het te grote masker. “Ik oefen.”

De schoonmaker knikte. “Mooi. Succes met het doolhof.”

Nova liep verder, richting parfumwinkel. De lucht sloeg haar bijna omver: bloem, citroen, iets dat klonk als ‘midnight thunder'.

“Midnight thunder?” mompelde Nova. “Dat ruikt alsof een onweersbui een date heeft met een sinaasappel.”

Ze probeerde zo snel mogelijk door te lopen, maar een verkoopster sprong voor haar neus.

“Mag ik u iets laten testen?” vroeg ze met een glimlach die gevaarlijker was dan het loshangende reclamebord.

Nova hapte naar adem. “Nee dank u. Ik heb al… genoeg geur. In mijn leven.”

Ze draaide zich om, wilde weg— en liep tegen een spiegelwand.

BONK.

In de spiegel zag ze zichzelf: volwassen vrouw, masker te groot, ducttape aan haar vingers.

“Je ziet er fantastisch uit,” zei ze tegen haar spiegelbeeld. “Als iemand die per ongeluk superheld is.”

Een stem achter haar zei: “Mevrouw, u praat tegen de spiegel.”

Nova draaide zich om. Het was dezelfde beveiliger met de serieuze snor.

“Ah,” zei Nova. “Ik… geef mezelf een pep-talk. Helpt tegen verdwalen.”

De beveiliger zuchtte. “Waar moet u heen?”

“Afhaalpunt,” zei Nova. “Volgens de plattegrond is het drie minuten. Ik ben nu… eh… drie eeuwen onderweg.”

De beveiliger knikte. “Ik zal u een tip geven. Volg niet de borden. Volg de mensen met grote dozen. Die hebben altijd gelijk.”

Nova keek om zich heen. En ja hoor: daar liep iemand met een enorme doos waar “GIGANTISCHE PLANT” op stond.

“Dank u!” zei Nova.

De beveiliger keek even verrast, alsof ‘dank u' een zeldzame munt was. “Graag gedaan. En… uh… succes, Super Schroef.”

Nova rende achter de doos aan.

Hoofdstuk 4 – De heldin, de doos en de pretzelval

De persoon met de “GIGANTISCHE PLANT”-doos liep stevig door. Nova holde erachteraan, maar haar masker werkte als een parachute. FLAP-FLAP-FLAP!

“Wacht!” riep Nova. “Doosmens!”

De doosmens stopte en draaide zich om. Het bleek een jonge winkelmedewerker te zijn met een pet scheef op zijn hoofd. “Doosmens?”

“Sorry,” zei Nova. “Ik ben verdwaald. Jij lijkt… doelgericht.”

De medewerker grijnsde. “Ik moet naar het magazijn. Daarachter zit ook het afhaalpunt. Maar je moet wel langs Pretzel-Paleis. Pas op. Ze laten je proeven.”

“Proeven is gevaarlijk?” vroeg Nova.

“Niet voor je leven,” zei hij, “maar wel voor je portemonnee.”

Ze liepen samen door een gang waar de tegels glommen alsof ze net gepoetst waren door een enthousiast spook. In de verte rook Nova iets warms en zoutigs.

“Oh nee,” fluisterde de medewerker. “We zijn er.”

Pretzel-Paleis was een kiosk die glansde van boter. Een verkoper zwaaide met een pretzel als een toverstok.

“Gratis mini-pretzels!” riep hij. “Voor iedereen met een… bijzonder gezicht!”

Hij keek naar Nova's masker en zijn ogen lichtten op. “Jij! Super-iets! Kom proeven!”

Nova's maag gromde. GRRR. Ze had sinds haar ontbijt alleen confetti gegeten. Per ongeluk.

“Eén mini-pretzel,” zei Nova streng tegen zichzelf. “Dan door.”

Ze stapte naar de kiosk. De verkoper gaf haar een mini-pretzel die rook alsof hij haar naam kende.

Nova hapte.

KRAK. MMM.

Ze zweeg even. Haar ogen werden groot.

“Hoe is-ie?” vroeg de verkoper.

Nova slikte. “Dit is… belachelijk lekker.”

De verkoper knipoogde. “Wil je de ‘Mega-HeldenPretzel'? Met extra kaas en… eh… glitterzout?”

“Glitterzout?” vroeg Nova.

“Het schittert,” zei de verkoper plechtig. “Net als jij.”

Nova wilde nee zeggen. Echt. Maar op dat moment riep iemand achter haar: “HEE! PAS OP!”

Nova draaide zich om. De doosmens wankelde. De gigantische plant in de doos was blijkbaar niet in de stemming om stil te blijven. De doos schoof richting een stapel winkelwagentjes.

KRAK-KLING-KLONK!

Als die wagentjes omvielen, zou het een domino-show worden.

Nova schrok. Haar krachten sprongen wakker: BZZZZT!

De winkelwagentjes begonnen… te zoemen. De muntslotjes trilden als zenuwachtige tanden.

“Niet zoemen!” riep Nova. “Stilstaan!”

Ze sprong naar voren, zette haar handen op de wagentjes, en… duwde. Met superkracht schoof ze de hele stapel terug op zijn plek. Het was alsof ze een metalen berg verplaatste.

Maar haar masker zakte precies op dat moment.

Ze zag niks.

Ze voelde wel dat ze iets vast had.

“Alles oké?” vroeg de doosmens.

Nova knikte, nog steeds blind. “Helemaal. Ik… werk op gevoel.”

Ze deed een stap achteruit— en botste tegen Pretzel-Paleis.

De kiosk schudde. De bak met pretzels kantelde.

NEEE—!

Pretzels vlogen door de lucht als vliegende ringen. PLING! PLOP! FWOESH!

Nova stak instinctief haar armen uit. Met een snelle, onhandige zwaai maakte ze een soort… krachtveld. Niet netjes, maar effectief.

WHOMP!

De pretzels bleven hangen. Heel even. Als planeten rond haar hoofd.

Het publiek staarde. Iemand fluisterde: “Ze kan pretzels laten zweven…”

Nova voelde zweet op haar slapen. “Oké, Nova,” mompelde ze. “Rustig. Laat ze… zachtjes… zakken.”

Ze concentreerde zich. Haar tong stak een beetje uit, zoals bij het aandraaien van een lastige schroef.

PLOP… PLOP… PLOP.

De pretzels landden één voor één terug in de bak. Eén pretzel landde op haar schouder als een papegaai.

De verkoper stond met open mond. “Dat… was… prachtig.”

Nova pakte de pretzel van haar schouder en gaf 'm terug. “Sorry. En… dank u voor de mini-pretzel. Echt.”

De verkoper knipperde. “Eh… graag gedaan?”

De doosmens lachte. “Kom. Voor je nog een broodjes-astronaut wordt.”

Nova liep snel mee, maar riep nog naar de pretzelverkoper: “Ik kom later terug! Om te… betalen!”

De verkoper zwaaide alsof hij net een beroemdheid had gezien.

In een rustige gang stopte de doosmens bij een deur met “MAGAZIJN” erop. “Achter die deur is het afhaalpunt. Succes, eh… Super Schroef.”

Nova stak haar hand uit. “Dank je. Echt.”

De medewerker keek even verrast. “Oh. Graag. En… je masker zit scheef.”

Nova voelde eraan. Het zat niet alleen scheef. Het zat praktisch in een andere postcode.

“Dat is mijn stijl,” zei Nova.

Hoofdstuk 5 – Het afhaalpunt en de bliksem-bon

Het afhaalpunt was een ruimte vol balies, piepende scanners en mensen die eruitzagen alsof ze net een kleine strijd hadden geleverd met een online bestelling.

Achter de balie zat een vrouw met felgroene nagellak. Ze keek naar Nova's masker en trok geen wenkbrauw op. Alsof ze alles al had gezien.

“Naam?” vroeg ze.

Nova schoof het masker omhoog. “Nova Noot.”

De vrouw typte. TAK-TAK-TAK. “Ah. Supergeleidende kabel. Grote doos. Waarschuwing: niet buigen, niet zingen, niet voeren na middernacht.”

Nova knikte. “Klinkt als mijn hobby's.”

De vrouw tilde een lang pakket op. “Hier. Teken hier.”

Nova pakte de pen. Op dat moment niesde iemand heel hard in de rij.

HATSJOE!

Nova schrok.

BZZZT!

De lampen boven de balie flikkerden. De scanner maakte een geluid alsof hij een vogel imiteerde: KWA-KWA-KWIEP!

De computer van de baliemedewerker kreeg plots een bonnen-aanval. Een rol papier begon uit het apparaat te spugen.

RRRRRRRTTTTT!

Een eindeloze bon rolde over de vloer, langs voeten, onder tassen door, als een witte slang met cijfers.

De baliemedewerker keek naar de bon, toen naar Nova. “Doe jij dat?”

Nova hield haar handen omhoog. “Misschien? Ik bedoel… ik nies niet, maar ik reageer wel dramatisch op nies.”

De bon rolde door tot hij tegen een vuilnisbak botste en zich eromheen wikkelde als een sjaal.

De rij mensen begon te lachen. Niet gemeen, meer alsof ze eindelijk iets hadden om over te praten behalve levertijden.

De baliemedewerker zuchtte, maar haar ogen lachten. “Oké, Super… eh… Masker. Kun je het ook weer uitzetten?”

Nova ademde langzaam in en uit. “Rust. Rust. Rust.”

Ze tikte zacht tegen de printer. “Stop, alsjeblieft.”

De printer piepte nog één keer: PIP. En hield op.

Nova keek naar de baliemedewerker. “Sorry. En dank u dat u niet boos bent.”

De baliemedewerker trok de bon van de vloer en rolde hem op. “Weet je wat? Ik ben wel eens bozer geweest op een koffiemachine. Jij zegt tenminste sorry.”

Nova voelde een warm gevoel in haar borst. “Dank u. Echt.”

De baliemedewerker gaf haar het pakket. “Pas op. En… eh… succes met heldendingen.”

Nova draaide zich om, worstelde met de lange doos en haar masker tegelijk, en liep de gang in. Ze was eindelijk klaar.

Toen klonk er achter haar een paniekerige stem: “Mijn pet! Mijn pet is weg!”

Een kleine jongen rende rond. Hij had rood haar en een gezicht dat op het punt stond om te gaan regenen.

“Ik had 'm net!” riep hij. “Een blauwe pet met een raket erop!”

Nova zette haar doos tegen de muur. “Rustig,” zei ze. “Waar heb je 'm voor het laatst gezien?”

De jongen snifte. “Bij de roltrappen. Toen ging alles… poef.”

Nova dacht aan de roltrap die “nee” zei. Aan het doolhof. Aan de mall die dingen opat.

“Oké,” zei Nova. “We gaan je pet vinden. Dat is… een superheldentaak.”

De jongen keek naar haar masker. “Ben jij echt een superheld?”

Nova twijfelde heel even. Toen zei ze: “Ik ben vooral iemand die het probeert.”

De jongen knikte alsof dat het beste antwoord ooit was. “Dank u, mevrouw.”

Nova glimlachte. “Graag gedaan. Kom. Pet-reddingsmissie.”

Hoofdstuk 6 – De pet die bleef hangen

Ze liepen terug door Megamall Meridian. Nova droeg de kabeldoos onder één arm en hield haar masker met de andere hand omhoog. De jongen, die Bram heette, liep naast haar en keek alsof hij elk moment een geheime val verwachtte.

“Hoe heet je heldennaam?” vroeg Bram.

Nova dacht aan “Super Schroef” en voelde haar tenen krullen. “Vandaag? Nova is prima.”

“Oké, Nova,” zei Bram serieus. “Mijn pet is belangrijk. Mijn opa gaf 'm aan mij. Hij zei: ‘Als je deze draagt, onthoud je om omhoog te kijken.'”

Nova keek naar Bram. “Om omhoog te kijken?”

Bram knikte. “Omdat je dan dingen ziet die je anders mist. Vogels. Wolken. En… kansen.”

Nova slikte. “Dat is… best mooi.”

“Ja,” zei Bram. “Maar nu kan ik niet omhoog kijken, want ik zie alleen maar dat mijn pet weg is.”

Nova voelde hoe haar hart zachtjes “ping” deed. Dankbaarheid kwam niet alleen door ‘dankjewel' zeggen. Het kwam ook door te merken wat iets voor iemand betekende.

Bij de roltrappen stonden nog steeds mensen te giechelen. De roltrap was nu weer normaal, alsof hij zich schaamde voor zijn eerdere “nee”.

Nova knielde bij de plek waar Bram had gestaan. “We zoeken logisch. Pet kan zijn gevallen, weggeschoven, meegenomen door een windvlaag, of… opgegeten door een winkel die sokken verkoopt.”

Bram grinnikte. “Sokken eten petten?”

“In deze mall zou het me niet verbazen,” zei Nova.

Ze keken onder bankjes, naast reclamezuilen, achter een plant die verdacht veel op de gigantische plant-doos leek.

Niks.

Bram's lip begon te trillen. “Misschien is hij weg.”

Nova stond op en keek omhoog. Heel bewust. Zoals opa had gezegd.

Boven de roltrappen hing een metalen rooster. En daaraan… bungelde iets blauws.

Nova kneep haar ogen samen. “Bram… kijk.”

Bram keek omhoog. “MIJN PET!”

De pet hing vast aan een haakje, precies hoog genoeg om irritant te zijn. Waarschijnlijk was hij bij de chaos omhoog geslingerd en blijven hangen alsof hij een bergbeklimmer was.

“Hoe krijgen we hem?” vroeg Bram.

Nova strekte haar handen. “Oké. Geen paniek. Geen nies. Geen pretzel-planetensysteem. Gewoon… voorzichtig.”

Ze pakte haar schroevendraaier uit haar zak. “Scharrel, je hebt één taak: pet redden.”

Bram keek verbaasd. “Je hebt dat gewoon bij je?”

“Altijd,” zei Nova. “Andere mensen hebben lippenbalsem. Ik heb… dit.”

Nova klom op een bankje. Ze voelde meteen alle ogen in de buurt op haar. De serieuze snorbeveiliger stond ook ergens en keek alsof hij al spijt had van zijn carrièrekeuzes.

Nova stak de schroevendraaier omhoog om de pet los te tikken. Maar haar masker gleed weer naar beneden.

“Niet nu,” siste ze.

Bram hield het masker aan de onderkant vast, als een assistent. “Ik help!”

“Dank je,” zei Nova.

Ze tikte voorzichtig tegen de haak. TIK. TIK. TIK.

De pet bewoog. Hij wiebelde.

“Kom op,” fluisterde Bram.

Nog één tik— TIK!— en de pet schoot los.

Maar hij viel niet.

Hij bleef hangen. Aan een tweede, nog kleinere haak. Alsof de mall zei: “Haha. Bijna.”

Bram kreunde. “Neeeee.”

Nova ademde uit. “Oké. Plan B.”

“Wat is plan B?” vroeg Bram.

Nova keek naar haar ducttape. “Plan B is… altijd ducttape.”

Ze scheurde een lange strook af en plakte die aan het uiteinde van de schroevendraaier, kleverige kant naar buiten.

“Dit is de meest professionele uitvinding ooit,” fluisterde Bram.

Nova stak de tape-speer omhoog en raakte de pet. PLOK!

De pet plakte vast. Nova trok heel langzaam naar beneden, alsof ze een zeldzame vis binnenhaalde.

Een vrouw beneden fluisterde: “Ze vist een pet.”

Een man zei: “In deze mall kan alles.”

Nova haalde de pet omlaag en gaf hem aan Bram.

Bram zette hem meteen op. De raket stond scheef, maar dat maakte hem juist cool.

Hij straalde. “Dank u! Echt, echt dank u!”

Nova voelde haar keel even dik worden op een goede manier. “Graag gedaan. En… dank jij ook jouw opa. Voor de tip.”

Bram knikte. “Zal ik doen.”

De snorbeveiliger kwam dichterbij. “Oké,” zei hij langzaam, “dat was… best netjes.”

Nova lachte. “Dank u.”

De beveiliger schraapte zijn keel, alsof hij ook iets wilde zeggen maar zijn snor hem tegenhield. “Eh… graag gedaan. En… uw masker is nog steeds te groot.”

Bram keek naar Nova. “Waarom draag je het eigenlijk?”

Nova dacht aan haar atelier, aan het gevoel dat ze stoer wilde lijken, aan hoe ze steeds tegen dingen botste.

Ze haalde haar schouders op. “Ik dacht dat ik er een superheld door zou worden.”

Bram grijnsde. “Je bent een superheld omdat je helpt. Niet door je masker.”

Nova keek naar Bram, toen naar de pet met de raket. Ze glimlachte. “Dat is… een goede opmerking.”

Ze pakte haar kabeldoos weer op en stapte van het bankje.

Bram zwaaide. “Dag, Nova!”

“Dag, Bram,” zei Nova. “En kijk af en toe omhoog.”

Bram tikte tegen zijn pet. “Altijd.”

Nova liep richting uitgang. Buiten waaide de wind. Ze voelde haar te grote masker weer flap-flap doen.

Ze stopte, dacht even na, en hing het masker aan een haak bij de ingang— een simpele kapstokhaak waar mensen hun paraplu aan hingen.

Het masker bleef keurig hangen.

Nova zette haar eigen pet recht— want ja, ze had ook een pet. Hij zat in haar jaszak. Gewoon een simpele, comfortabele. Niet heroïsch. Wel handig.

Ze keek naar het winkelcentrum dat haar bijna had opgeslokt, en naar de mensen die ze had geholpen.

“Dankjewel,” zei ze zacht. Tegen de mall? Tegen de dag? Tegen de wereld die soms raar deed?

Misschien alles tegelijk.

Toen liep ze naar huis, met haar doos onder haar arm, haar pet op haar hoofd, en een glimlach die eindelijk precies paste.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Bricoleur
Iemand die graag dingen repareert of maakt met gereedschap en materialen.
Atelier
Een werkplaats waar iemand knutselt, repareert of creatief bezig is.
Supergeleidende kabel
Een speciale kabel die elektriciteit heel goed kan laten lopen zonder veel verlies.
Ducttape
Sterke plakband die je voor veel reparaties en klussen kunt gebruiken.
Plattegrond
Een tekening die laat zien waar dingen in een gebouw of gebied staan.
Magazijn
Een grote ruimte waar winkels spullen opslaan voordat ze verkocht worden.
Balie
De toonbank waar mensen spullen afhalen of informatie vragen in een winkel.
Scanner
Een apparaat dat codes of informatie leest, bijvoorbeeld bij een kassa.
Reclamebord
Een groot bord met een boodschap of advertentie om aandacht te trekken.
Kiosk
Een kleine kraam waar vaak snacks, kranten of kleine spullen worden verkocht.
Afhaalpunt
De plek waar je bestelde spullen kunt ophalen in een winkelcentrum.
Pretzel
Een soort knapperig broodje met een bijzondere vorm en vaak zout erop.
Roltrap
Een bewegende trap die je omhoog of omlaag brengt in een gebouw.
Confetti
Kleine papieren stukjes die je feestelijk in de lucht gooit bij een feestje.
Schoonmaker
Iemand die ruimtes schoonmaakt en zorgt dat alles netjes blijft.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Komische superheldenverhalen voor 11/12 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.