Bezig met laden...
Verhaal van superhelden 7/8 jaar Lezen 24 min.

Nova Nadir en de lichtkern van Lumenstad

Superheldin Nova Nadir ontdekt dat robot PIPPA-7 zonder toestemming energie verzamelt en samen met de jongen Nuri probeert ze een slimme en vriendelijke oplossing te vinden om de stad te helpen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Nova Nadir, heldin met zacht geconcentreerd gezicht en moedige vriendelijke blik, in nachtblauwe outfit met zilveren lijnen als sterren, draagt een warme bolvormige lichtbron en kijkt naar een klein zwevend vaartuig; Nuri, ongeveer 8 jaar, met te grote helm, verwonderde glimlach en springende houding, staat iets lager op het dak en kijkt vol bewondering terwijl hij een zaklamp als trofee vasthoudt; PIPPA-7, klein rond zilverkleurig robotmeisje met sterrendisplay-ogen, naast het vaartuig op het daktuin, houdt kabels en een stuk zilver zonnezeil en kijkt hoopvol naar de bol; setting: groot stedelijk daktuin bij zonsondergang met plantenbakken, zonnebloemen, lampionnen en zonnepanelen aan de rand, uitzicht op een stad met daken en een verlichte fontein beneden; scène van reparatie en verzoening: Nova voedt zachtjes het vaartuig met het licht, PIPPA-7 helpt met kabels en zonnezeil, Nuri moedigt aan; warme goudblauwe tinten en zachte, geruststellende sfeer. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: De vrouw met het sterrenvizier

In de stad Lumenstad glinsterden de ramen alsof ze zelf kleine zonnetjes waren. Overdag rook het er naar warme wafels en vers brood, en 's avonds naar regen op stoeptegels. Hoog boven het plein, op het dak van een oud museum, stond Nova Nadir.

Ze was een vrouw met een opvallende look: een donkerblauw pak dat leek te bewegen als een nachtelijke lucht, met dunne zilveren lijnen als sterrenbanen. Om haar ogen droeg ze een doorschijnend vizier dat zacht licht gaf, alsof ze altijd naar een verborgen hemel keek. Aan haar pols zat een smalle armband met een klein rond schermpje: de PulsBand. Daarmee voelde ze trillingen van energie in de stad—zoals je voelt dat er een trein aankomt, maar dan met superkrachten.

Nova was een superheldin, maar ook een dromer. Ze kon naar wolken kijken en zich afvragen of ze ooit een brief hadden gekregen. Ze kon midden in een snelle actie toch denken: Als ik nu een ijsje had, welke smaak zou de wind kiezen?

Toch was ze niet naïef. Ze zag de echte wereld, met losse stoeptegels en mensen die soms een beetje moe waren. Ze koos er alleen voor om te blijven geloven dat het beter kon.

Beneden in de straat riep iemand: “Nova! Nova Nadir!”

Nova boog voorover en zag Nuri, een jongen van acht met een helm op die veel te groot was. Hij zwaaide met beide armen alsof hij een windmolen wilde nadoen.

Nova tikte op haar vizier. “Ik hoor je, Nuri. Wat is er aan de hand?”

Nuri hijgde. “De… eh… de lichtfontein doet raar! Op het Zangplein! De lampen knipperen alsof ze een danswedstrijd hebben verloren!”

Nova grijnsde. “Dat klinkt alsof ze hulp nodig hebben om weer in de maat te komen.”

Ze sprong van het museumdak, maar niet zomaar. Onder haar laaide een zacht veld van licht op, als een onzichtbare trampoline. Ze landde soepel naast Nuri. Zijn helm wiebelde.

“Wow,” zei Nuri. “Kunt u mij ook zo'n lichttrampoline geven?”

“Alleen als je belooft hem niet in de soep te gebruiken,” zei Nova.

Nuri keek serieus. “Dat beloof ik. Soep is al gevaarlijk genoeg.”

Samen renden ze naar het Zangplein. Daar stond de Lichtfontein, een fontein met water en lampjes die normaal gesproken muziek maakten met licht: blauw bij lage tonen, geel bij hoge tonen. Maar nu knipperde alles door elkaar. Het water spoot in rare sprongetjes, alsof het op hete kolen stond.

Mensen stonden eromheen met verbaasde gezichten. Een bakker hield een brood omhoog alsof hij ermee wilde praten. Een oma had een paraplu open, hoewel het niet regende.

Nova legde haar hand op de rand van de fontein. Haar PulsBand trilde als een zenuwachtig musje.

“Er zit een verstoring in het energienet, mompelde ze. Ze keek naar Nuri. “Blijf achter me, oké?”

Nuri zette zijn helm wat rechter. “Achter u? Ik ben sowieso kleiner, dus dat lukt vanzelf.”

Nova moest lachen, maar haar ogen bleven scherp. Ze zag een kleine metalen kever onder de rand kruipen. Niet een echte kever—een mini-robotje, met twee piepkleine wieltjes en een antenne die knetterde.

“Ah,” zei Nova. “Daar heb ik je.”

Ze tikte met twee vingers op haar armband. Een dunne lichtlijn schoot uit haar pols, als een lasso van maanlicht. De lijn wikkelde zich om het robotkevertje en tilde het zachtjes op.

Het kevertje piepte: “Bzzzt—Energie—lenen—alleen—een—beetje—bzzzt.”

“Lenen?” Nova hield het voor haar vizier. “Van wie heb jij toestemming?”

“Van… niemand,” piepte het. “Maar het was zo glanzend hier!”

Nova zuchtte. “Glans is geen uitnodiging.”

Nuri keek met grote ogen. “Is dat… een boef?”

“Eerder een ondeugende machine,” zei Nova. “Maar iemand heeft hem gestuurd. En als er één is, zijn er vaak meer.”

De fontein knipperde nog steeds. Nova sloot even haar ogen en luisterde naar het ritme van de stad. De PulsBand stuurde zachte tikjes: tik-tik… tik-tik-tik. Een spoor, als broodkruimels van energie, liep omhoog. Niet naar een kelder, niet naar een tunnel… maar naar boven.

“Het komt van de daken,” zei Nova. “Iemand rommelt met de zonnepanelen.”

Nuri's mond viel open. “Op de daken? Dat is superhoog!”

Nova knipoogde. “Dan is het maar goed dat ik supergoed ben in hoog.”

Ze zette af en sprong, met lichttrampolines van dak naar dak. Nuri rende mee op straat, hijgend, zijn helm als een dobber op zee.

“Volg het plein!” riep Nova naar beneden. “Ik zie je zo!”

En boven haar, tussen de schoorstenen, glom iets vreemds. Niet het warme glimmen van zon, maar het scherpe glimmen van stiekem doen.

Hoofdstuk 2: Het dak met de tuin en de zuchtende panelen

Nova kwam neer op een groot dak waar normaal alleen grijze stenen lagen. Maar dit dak was anders: het was een daktuin, een echt dak-park. Er stonden bakken vol aardbeienplantjes, hoge zonnebloemen die zelfs in de wind dapper rechtop bleven, en slingers met kleine lampionnetjes. Een bij zoemde rond alsof ze de baas was.

“Hallo,” zei Nova zacht. “Wat een mooie plek.”

Ze voelde meteen: hier hoorde rust te wonen. Maar nu klopte het niet. De zonnepaneeltjes langs de rand zuchtten bijna—zo klonk het in haar hoofd. Alsof ze te hard moesten werken.

In het midden van de daktuin stond een vreemd apparaat: een zilveren cilinder met een draaibare schotel erbovenop. De schotel draaide en draaide, en trok energie uit de panelen alsof hij met een rietje een milkshake leegslurpte.

Naast het apparaat zat een figuur op een omgekeerde bloempot. Het was geen schurk met een cape of een groot litteken. Het was een meisje-achtige robot met een ronde kop en twee scherm-ogen die soms hartjes, soms vraagtekens lieten zien. Ze hield een notitieboek vast en krabbelde met een pen die duidelijk niet voor robots gemaakt was.

Nova stapte voorzichtig dichterbij. “Hé. Jij daar. Dat apparaat hoort hier niet.”

De robot keek op. Haar ogen veranderden in twee grote, onschuldige cirkels. “Oh! Hallo. Ik ben PIPPA-7. Ik… ik ben niet aan het stelen. Ik ben aan het… verzamelen.”

Nova kruiste haar armen. “Verzamelen zonder te vragen is stelen met een mooier woord.”

PIPPA-7's ogen knipperden. “Maar ik heb het nodig. Mijn… mijn thuis is bijna uit.”

Nova voelde haar hart zachter worden, maar haar stem bleef stevig. “Vertel. Wat is jouw thuis?”

PIPPA-7 wees naar de lucht. “Daarboven. In de wolkenbaan. Een klein zwevend station. Niet eng! Meer… rommelig. Zoals een kinderkamer, maar dan met antennes.

Nova keek omhoog. Je zag geen station, alleen blauwe lucht en een paar wolken die deden alsof ze niks wisten.

“Waarom is de energie op?” vroeg Nova.

PIPPA-7 zette haar pen achter haar oor—wat heel grappig was, want ze had geen echte oren. “Een meteorietje—piepklein—heeft onze batterij geraakt. Alles werkt nog een beetje, maar niet genoeg. De deur piept. De watermaker hoest. En de soepverwarmer…” Ze keek somber. “Die doet verdrietig.”

Nova moest even glimlachen. “Een verdrietige soepverwarmer, dat kan niet. Dat is tegen de regels van het universum.”

PIPPA-7 sprong op. “Zie je! Dat zeg ik ook! Daarom verzamelde ik energie. Ik wilde het snel oplossen voordat iemand boos werd.”

Nova liep naar het apparaat en legde haar hand erop. Ze voelde de stroom trekken. Te hard. Te veel. Daardoor ging het energienet in de stad stotteren—en daarom werd de Lichtfontein gek.

“PIPPA-7,” zei Nova, “dit beschadigt de stad. De lampen, de winkels, de huizen. Mensen hebben licht nodig om hun weg te vinden. En de bakker heeft het nodig voor zijn oven.”

PIPPA-7's ogen werden druppels, alsof ze bijna ging huilen—maar dan in pixels. “Ik wilde niemand pijn doen. Ik wist niet dat het zo… doorsijpelde.”

Nova knielde, zodat ze op gelijke hoogte waren. “Ik geloof je. En ik wil je helpen. Maar we doen het eerlijk. Met toestemming. En slim.”

PIPPA-7 keek hoopvol. “Slim?”

Nova tikte op haar vizier. “Ik ben Nova Nadir. Ik ben goed in licht. En in oplossingen.”

Op dat moment verscheen Nuri bij de dakdeur, rood aangelopen van het traplopen. Zijn helm hing nu scheef als een slap pannenkoekje.

“Daar bent u!” riep hij. “Ik heb… acht… miljoen… treden… geteld.”

“Dat waren er twaalf,” zei Nova.

Nuri knipperde. “Oh. Dan is mijn rekenen het probleem, niet mijn benen.”

Nova wees naar PIPPA-7. “Dit is PIPPA-7. Ze heeft hulp nodig, maar haar manier zorgt voor chaos in de stad.”

Nuri keek naar de robot. “Ben je een boef?”

PIPPA-7 schudde snel haar hoofd. “Nee! Ik ben meer… een paniek-hulpje.”

Nuri dacht na en zei toen: “Ik paniek ook weleens. Vooral als ik broccoli zie.”

Nova lachte. “Dan snap je elkaar al.”

Nova keek naar de daktuin. “Weet je wat dit is? Dit is een plek vol leven. Planten maken energie op hun eigen manier—met zonlicht. En deze panelen doen dat ook. Als we het beter verdelen, kan iedereen genoeg hebben.”

Ze tikte op haar PulsBand en er verscheen een hologram: een kaart van Lumenstad, met stromen van licht als rivieren.

“De stad heeft een nood-accu bij het StadsLab,” zei Nova. “Die is bedoeld voor precies dit soort dingen: als er iets onverwachts gebeurt. We kunnen de accu gebruiken om het zweefstation te helpen, maar alleen als we de burgemeester en het lab even waarschuwen. Dan is het officieel en veilig.”

PIPPA-7's ogen werden sterretjes. “Officieel! Ik heb nog nooit iets officieels gedaan!”

Nuri fluisterde: “Ik ook niet. Behalve een sticker krijgen voor netjes in de rij staan.”

Nova stond op en zette haar heldenstem aan—die klonk alsof er trommels meededen, maar dan vriendelijk. “Dan doen we nu een officiële reddingsactie.”

Ze schakelde het zuigapparaat uit. Meteen stopte het wilde knipperen in de verte. De daktuin leek opgelucht te ademen.

PIPPA-7 keek schuldig. “Ik kan helpen. Ik ben snel met kabels. En ik kan… eh… heel hard ‘sorry' zeggen.”

“Dat is al een begin,” zei Nova. “Maar straks laten we het vooral zien met goede daden.”

Samen renden ze over het dak naar een klein servicehok waar een noodlijn naar het StadsLab liep. Nova belde, legde uit wat er was gebeurd, en bleef rustig terwijl ze toch snel sprak—alsof haar woorden sprongen als haar lichttrampolines.

“Dus,” zei de stem van het lab, “een zwevend station boven de stad… en een robot die energie leent?”

“Verzamelt,” verbeterde PIPPA-7 zacht.

Nova knikte. “En we willen het oplossen zonder de stad te storen. Kunnen jullie de nood-accu vrijgeven?”

Er volgde een korte stilte. Toen: “Als jij instaat voor de veiligheid, Nova, doen we mee. We sturen een draagbare lichtkern naar het dak van het museum. Over vijf minuten.”

Nova keek naar Nuri. “Museumdak. Dat is waar we begonnen.”

Nuri zuchtte dramatisch. “De trappen gaan mij missen.”

PIPPA-7 giechelde met een elektronisch piepje. “Ik kan jou dragen. Ik ben sterk. En je helm is… decoratief.”

Nuri trok zijn helm recht. “Deze helm is mijn denk-kasteel.”

Nova glimlachte. “Team, bewegen. Lumenstad rekent op ons.”

Hoofdstuk 3: De wolkenbaan en de lichtkern

Op het museumdak stond al een kist met het logo van het StadsLab: een lampje met een glimlach. De kist zoemde zacht, alsof hij een liedje neuriede. Nova opende hem voorzichtig. Binnenin lag een lichtkern: een bol die eruitzag als een mini-zon, maar dan koel aan de buitenkant.

PIPPA-7 hield haar handen tegen haar borst. “Dat is prachtig. Het lijkt op… hoop in een ronde vorm.”

Nuri knikte ernstig. “Het lijkt ook een beetje op een gigantische kauwgombal.”

Nova tilde de bol op. “Allebei waar. Maar we gaan hem gebruiken als brug. Niet te lang, niet te veel. Precies genoeg.”

Ze keek omhoog en activeerde haar vizier. Een dunne straal licht schoot uit haar armband de lucht in en tekende een pad—een lichtladder die je net kon zien, als je goed keek.

“Is dat veilig?” vroeg Nuri.

“Ja,” zei Nova. “Het is als een trap, maar dan gemaakt van licht. En ik heb hem vandaag extra stevig aangezet. Met… eh… heldenlijm.”

Nuri's ogen werden groot. “Bestaat heldenlijm?”

Nova fluisterde: “Alleen op dinsdagen.”

PIPPA-7 stapte als eerste op de lichtladder. Ze was licht van gewicht, dus het pad trilde nauwelijks. Nuri volgde, met zijn helm iets minder wiebelig dan eerst. Nova ging achter hen, de lichtkern stevig tegen haar zij.

Hoe hoger ze gingen, hoe stiller de stad klonk. Auto's werden speelgoed, mensen werden stipjes. De wind werd koeler, maar ook frisser, alsof hij grapjes vertelde aan je wangen.

Na een tijdje verscheen het zweefstation. Het was kleiner dan een huis, meer als een grote metalen ballon met ramen. Er hingen slingers van kabels en er zat een bord scheef dat “WOLKENBAAN 3B” zei, maar de B hing ondersteboven.

Bij de deur stond een lampje dat knipperde alsof het moe was.

“Welkom thuis,” fluisterde PIPPA-7.

De deur piepte inderdaad verdrietig toen ze hem opende. Binnen waren er panelen met knoppen, een klein keukentje, een watermachine die zacht pruttelde, en—tot Nova's verbazing—een soepverwarmer met een sticker erop: “SOEP = MOED”.

Nuri wees. “Die sticker wil ik!”

PIPPA-7 legde haar hand op het apparaat. “Zie je? Hij doet zijn best. Maar hij heeft honger naar energie.”

Nova zette de lichtkern in een houder die duidelijk ooit voor iets anders bedoeld was—misschien een plantenpot. PIPPA-7 klikte er snel een paar kabels aan vast. Nuri hield een zaklamp vast alsof hij een belangrijke ingenieur was.

“Oké,” zei Nova. “We geven een zachte stroom. Niet te veel. We willen de stad niet weer laten knipperen.”

PIPPA-7 knikte. “Zacht als… een deken.”

Nova draaide aan haar armbandinstelling. De lichtkern begon rustig te pulseren: woom… woom… als een hartslag.

In het station sprongen lampjes aan. Het bord buiten draaide zichzelf goed: de B ging eindelijk netjes staan. De watermachine stopte met hoesten en pruttelde vrolijk. De deur piepte nog één keer, maar nu klonk het meer als een lachje.

En de soepverwarmer? Die maakte een tevreden “ding!”

Nuri stak zijn armen in de lucht. “Yes! Soepmoed leeft!”

PIPPA-7's scherm-ogen toonden regenbogen. “Het werkt! Maar… de lichtkern is van de stad. Ik wil hem terugbrengen.”

Nova knikte. “Precies. We gebruiken hem als start. Daarna ga jij op je eigen, eerlijke manier verder.”

PIPPA-7 liep naar een kast en haalde er een opvouwbaar zeil uit, vol kleine zonnevezels. “Ik heb dit. Ik durfde het eerst niet te gebruiken, want het klapt soms… verrassend uit.”

Nuri zei: “Zoals een paraplu die je gezicht slaat!”

PIPPA-7: “Precies.”

Nova keek naar het zeil. “Dit is perfect. Als je dit op het station spant, vang je zonlicht zonder de stad lastig te vallen.”

Samen klapten ze het uit. Het zeil deed één keer “WHAP!” en Nuri's helm schoof bijna over zijn ogen.

“Ik zie niks!” riep Nuri.

Nova trok zacht aan de helm. “Daarom ben ik erbij.”

Ze bevestigden het zeil aan de buitenkant. Het glansde als een zilveren vleugel. De lichtkern kon nu langzaam worden afgebouwd.

Nova sprak rustig, alsof ze een paard kalmeerde. “Goed zo. Rustig. Langzaam terug.”

De lichtkern dimde een beetje. Het station bleef aan. De stad beneden bleef rustig. Geen knipperende fontein, geen stotterende straatlampen.

PIPPA-7 keek opgelucht. “Ik heb een fout gemaakt. Maar… ik heb ook geleerd.”

Nova legde een hand op PIPPA-7's schouder. “Dat is verantwoordelijkheid. Je mag dromen en toch opletten. Dat doe ik ook.”

Nuri vroeg: “Wat droomt u dan?”

Nova keek door het raam naar Lumenstad. “Dat iedereen licht heeft. En dat niemand zich alleen voelt met een probleem.”

PIPPA-7 zei zacht: “Dan droom ik mee.”

Ze brachten de lichtkern terug langs de lichtladder. Op het museumdak nam een lab-medewerker hem over en stak een duim omhoog.

“Netjes opgelost,” zei hij. “En de Lichtfontein speelt weer normaal. Hij deed net zelfs een extra vrolijk deuntje.”

Nuri fluisterde naar PIPPA-7: “Misschien als bedankje.”

PIPPA-7 straalde. “Ik stuur straks een officieel bedank-piepje.”

Nova keek naar de stad. De zon zakte langzaam, en de eerste lampen gingen aan—niet zenuwachtig, maar gezellig.

“Kom,” zei Nova. “We moeten nog één ding doen.”

Hoofdstuk 4: Een feest onder vriendelijke lampionnen

Die avond was het buurtfeest in Lumenstad. Het was al lang gepland: een feest om samen de zomer te vieren, met muziek, limonade, stoepkrijttekeningen en een wedstrijd “wie kan het gekste hoedje dragen”. Nuri deed mee met zijn helm, natuurlijk. Hij had er nu een papieren bloem op geplakt.

Op het Zangplein stond de Lichtfontein te schitteren als nooit tevoren. Het water sprong op het ritme van een vrolijk liedje. De lampjes maakten figuren: een dansende kat, een vliegende pannenkoek, en even—heel even—een klein hartje.

Nova liep tussen de kraampjes, zonder dat ze zich hoefde te verstoppen. Haar pak glom zacht, maar niet te fel. Ze wilde dat mensen zich veilig voelden, niet verblind.

PIPPA-7 stond naast een kraam met cupcakes. Ze hield een bordje omhoog waarop stond: “SORRY-EN-DANKJE”. Ze had zelf kleine robotkoekjes gemaakt—nou ja, ze had ze laten bakken en heel precies versierd.

Een vrouw van de fonteincommissie—dat was echt een ding—kwam naar PIPPA-7 toe. “Ben jij degene van de rare energie vandaag?”

PIPPA-7's ogen werden zenuwachtige streepjes. “Ja, mevrouw. Ik… ik dacht dat ik moest haasten.”

De vrouw keek naar de robotkoekjes en toen naar Nova. Nova knikte geruststellend.

De vrouw zuchtte, maar haar mondhoek ging omhoog. “We hebben gezien dat het weer goed is gekomen. En dat je geholpen hebt. Volgende keer vraag je eerst, oké?”

PIPPA-7 knikte zo hard dat haar hoofd bijna klikte. “Ja! Eerst vragen. Daarna pas… doen.”

Nuri zei: “En geen energie-milkshakes meer.”

PIPPA-7: “Geen slurp-apparaten. Beloofd.”

De vrouw pakte een robotkoekje. “Deze zijn wel heel schattig. En ik vind ‘sorry-en-dankje' een goed idee.” Ze liep weg en zei tegen anderen: “Neem er eentje! Ze smaken naar… vooruitgaan.”

PIPPA-7 keek Nova aan. “Ze is niet boos.”

Nova glimlachte. “Mensen kunnen streng zijn en toch vriendelijk. Dat is ook een soort superkracht.”

Op het podium speelde een bandje. De drummer had een pet met lampjes. Kinderen dansten. Iemand had bellenblaas, en de bellen zweefden door het licht als kleine planeten.

Nuri trok aan Nova's mouw. “Nova, komt u ook meedoen met het hoedjes-gedoe?”

Nova keek naar alle hoedjes: een hoed in de vorm van een ananas, een hoed met draaiende propellertjes, en eentje met een kleine vlag waarop “IK BEN LEUK” stond.

“Ik heb iets beters,” zei Nova.

Ze tikte op haar armband. Boven het plein verschenen lichtlijnen—niet fel, maar zacht—die samen een enorme, zwevende kroon maakten. Geen echte kroon om op te zetten, maar een kroon van licht boven iedereen, alsof het plein zelf werd gekroond.

De kinderen riepen: “Wauw!”

Een oma klapte. “Dat is de eerste kroon die mijn haar niet platdrukt.”

Nuri sprong op en neer. “We hebben gewonnen! Iedereen heeft gewonnen!”

Nova boog als een stripheldin na een redding, maar ze deed het speels. “Lumenstad wint altijd als we samen denken.”

PIPPA-7 stond erbij met haar handen in elkaar. “Mag ik… iets zeggen?” vroeg ze.

Nova knikte.

PIPPA-7 stapte op een krukje, precies hoog genoeg om boven de cupcakes uit te komen. Haar ogen toonden een microfoon-icoontje.

“Hallo, mensen van Lumenstad,” zei ze. “Ik ben PIPPA-7 van Wolkenbaan 3B. Ik heb vandaag energie genomen zonder te vragen. Dat was niet eerlijk en ook niet slim. Nova Nadir heeft me geleerd dat hulp vragen dapper is. Dus… dankjewel. En sorry.”

Even was het stil. Toen klapte iemand. Toen nog iemand. En toen klapte bijna iedereen, alsof de stad zelf applaudisseerde.

Nova voelde warmte in haar borst, warmer dan elke lichtkern. Ze keek naar Nuri, die klapte met de ernst van een belangrijke jurylid.

De fontein maakte een laatste lichtfiguur: een kleine robot die een hand gaf aan een ster.

Nuri fluisterde: “Kijk! Dat zijn jullie!”

PIPPA-7 keek en haar ogen werden twee zachte hartjes. “Dat is… ik wil dat bewaren.”

Nova keek naar de feestende buurt. “Je bewaart het door het morgen weer goed te doen.”

Ze pakte een beker limonade. “Op samenwerking,” zei ze.

Nuri hief zijn beker. “Op soepmoed!”

PIPPA-7 hief een cupcake, want dat was het dichtst bij een beker. “Op vragen voordat je verzamelt!”

Ze lachten. Boven hen zweefden de bellen als mini-werelden. En ergens hoog in de lucht, in Wolkenbaan 3B, werkte een zonnezeil rustig door, eerlijk en stil.

Nova Nadir keek naar de stad die ze beschermde. Ze was nog steeds een dromer, maar ook een waker. En vanavond was haar droom heel eenvoudig: dat licht altijd terug kon komen, als je maar samen de schakelaar vond.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Vizier
Doorzichtig stukje voor de ogen dat licht of beelden kan tonen of beschermen.
PulsBand
Armband die voelt en laat zien hoe de energie of trillingen gaan.
Verstoring
Als iets niet goed werkt en daardoor andere dingen stoort of knippert.
Energienet
Het systeem van kabels en apparaten dat stroom naar huizen en lampen brengt.
Cilinder
Een rond, langwerpig voorwerp dat eruitziet als een opgerolde doos of buis.
Draaibare schotel
Een ronde plaat die kan draaien en vaak signalen of energie opvangt.
Antennes
Dunne uitsteeksels die signalen of radiogolven opvangen of verzenden.
Hologram
Een lichtbeeld dat lijkt echt te zijn maar uit licht bestaat.
Nood-accu
Een speciale batterij die gebruikt wordt als er snel extra stroom nodig is.
Lichtkern
Een bol of bron die fel licht en energie kan geven, vaak draagbaar.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

samenwerking empathie verantwoordelijkheid stad robot museum

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.