Hoofdstuk 1 — De lijst met wensen
Noor zit aan de keukentafel met een geel papiertje en een groene potlood. Buiten is het koud en de bomen wijzen met blote vingers naar de lucht. Binnen is het warm door de oven en de lampen. Haar vader zingt zachtjes terwijl hij beslag klopt. Haar moeder strooit bloem op het aanrecht alsof het sneeuw is.
"Wat schrijf je, Noor?" vraagt haar moeder.
"Noor?" vraagt haar vader met beslag aan zijn neus. Noor lacht. "Wensen," zegt ze serieus. Ze schrijft grote letters en kleine krulletjes. Op haar papiertje komen woorden: vrienden, oma, de kat Muis, een nieuwe kleur voor haar tekenboek, en een zonnetje voor een buurjongen die vaak huilt.
Ze vouwt het papiertje dubbel en stopt het in haar jaszak. "Een wens moet warm zijn," vertelt haar oma altijd, zegt Noor hardop. Ze voelt zich belangrijk. Zes jaar en al een wensenschrijfster.
Hoofdstuk 2 — Oliebollen en buren
In de keuken pruttelt olie. Oliebollen geuren als kleine wolkjes van feest. Noor mag deeg scheppen met een houten lepel. Ze voelt het plakkerige bolletje en lacht wanneer een beetje deeg op haar neus plakt.
"Niet eten voor het avondeten," waarschuwt haar vader, maar Noor neemt toch een klein hapje. Het smaakt naar suiker en warm huis.
Terwijl de oliebollen goudbruin worden, gaan de bel en de deurknop. De buren komen langs met een schaal koekjes en een grote glimlach. De buren hebben een gitaar en zingen een liedje dat klinkt als een oproep: 'Kom buiten, kom samen, het nieuwe begin wacht.' Noor geeft elke buur een oliebol en hoort hun verhalen: de buurman die een fiets wilde leren repareren, de buurvrouw die een nieuw werkje vond, een klein jongetje dat zei dat hij minder bang wilde zijn van het donker. Noor stopt een klein papiertje met een tekening van een ster bij elke schaal. "Voor geluk," fluistert ze.
Later, als de straat licht is van lampjes en ramen, vormen de buren een kring. Kinderen rennen met lampionnen en Noor voelt de warmte van handen die elkaar vasthouden. Ze zegt haar wens stil in zichzelf en ze voelt alsof iets zachtjes knikt.
Hoofdstuk 3 — De wenswind
Het wordt later en de klok tikte hoger en hoger. Noor zit op het balkon, haar papiertje nog in haar zak. De lucht is helder en vol sterren. Plotseling waait er een windje. Niet zomaar wind, maar een kleine, speelse bries die ruikt naar kaneel en appel. Noor sluit haar ogen.
"Hoor je dat?" fluistert ze. De wind lijkt een liedje te fluisteren. Noor haalt haar papiertje uit haar zak en opent het. De woorden lijken te dansen. Ze legt het op het randje van het balkon en fluistert elke wens hardop, één voor één. "Voor vrienden," zegt ze. "Voor oma." "Voor de buurjongen een zonnetje." De wind neemt de papiertjes, of zo voelt het. Het scheurt ze niet weg, maar tilt de woorden zacht op, als bladeren die willen vliegen.
In de verte telt iemand af. Tien... negen... Noor houdt haar adem in. De wind kringelt om haar heen als een vriendelijke slang van licht. Hij draagt de wensen naar de straat, rook van oliebollen en licht van lantaarns. Noor lacht en voelt iets warms in haar borst. Het is niet alleen hoop. Het is dankbaarheid, alsof al haar wensen haar al een beetje zijn teruggegeven.
Hoofdstuk 4 — Een nieuw begin
"Drie... twee... één!" Roept de straat en vuurwerk tekent bloemen in de lucht. Noor springt hoger dan haar leeftijd. Haar ouders houden haar vast en haar oma wuift met haar handen alsof ze confetti strooit. De buren roepen "Gelukkig Nieuwjaar!" en uit elke mond klinken woorden die Noor als kleine cadeautjes voelt.
Na het vuurwerk lopen ze naar het plein. De buurjongen rent naar Noor en zegt: "Ik voelde ineens geen bang meer vanavond." Zijn ogen glanzen. De buurvrouw laat een kaart zien met de woorden 'nieuwe baan' en de fiets van de buurman heeft een heldere bel. Noor knijpt in haar hand: alles lijkt een beetje lichter, alsof de wenswind iets heeft geroerd.
Thuis ploft Noor op de bank. Haar ouders lezen hardop wat ze op de papiertjes hadden geschreven: lieve dingen, simpele dingen, plannen. Ze proeven de oliebollen nog één keer en tellen hoe vaak ze hebben gelachen. Noor voelt zich groot en klein tegelijk. Groot omdat ze heeft gegeven, klein in de zin dat er nog zoveel wonderen te ontdekken zijn.
Ze schrijft nog één wens op, heel kort: "Dankjewel." Ze vouwt het papiertje en legt het op het raam. De maan kijkt binnen en het papiertje glanst even. Noor sluit haar ogen en voelt de avond als een deken. Ze weet dat wensen niet altijd meteen veranderen, maar dat ze zaadjes zijn die groeien van liefde en aandacht.
Wanneer ze naar bed gaat, droomt Noor van een zachte wind die over het dorp strijkt en van kleine zaadjes die in de sneeuw wakker worden. Ze voelt zich warm. Ze voelt zich gezien. Ze fluistert nog één keer: "Gelukkig nieuwjaar." En in haar droom antwoordt de wind met een zacht, vrolijk fluitje.