Bezig met laden...
Lollig en absurd verhaal 7/8 jaar Lezen 17 min. (1)

Milo en de zwarte tegels van het tegelgedoe

Milo ontdekt een pratende zwarte tegel die hem opdraagt alleen op zwarte tegels te stappen, waarna hij met creativiteit, schaduwen en een stukje zwart tape allerlei hindernissen op weg naar school moet overwinnen.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een 8-jarige jongen, Milo, blij en geconcentreerd, met een gestreepte te grote trui, opgerolde broekspijpen en twee verschillende schoenen, springt van zwarte tegel naar zwarte tegel met opgeheven armen; een meisje van ongeveer 8, Noor, met paardenstaart en gele jurk, volgt hem en heeft twijfelend een voet op een gele tegel rechts van hem; Milo's moeder staat op de achtergrond bij een bruine deur, glimlachend met handen in de zij; in Milo's open jaszak zit een klein levendig zwart tegelstuk (Tegel Nummer Zwart) met een guitig gezichtje en een pijltje dat lijkt te fluisteren; de schoolgang is een groot dambord van zwarte en witte tegels, pastelfgroene muren, jassen aan haken en een stukje zwart plakband op een lichte tegel als "brug"; scène toont Milo die het gangpad als spel doorkruist, springend op schaduwen en donkere vlekken, gebruikmakend van het plakband als brug, met waterverfpalette in zachte pasteltinten, matte zwarte tegels, felle gele en rode accenten en vochtige texturen met spatters rond de voeten, compositie gecentreerd op Milo in mid-sprong vanuit laag perspectief. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: De rommelige start en de zwarte tegels

Milo was zeven en zijn kamer leek altijd op een sokkenstorm. Er lag een T-shirt op zijn kussen, een knuffel onder de stoel en drie LEGO-steentjes deden alsof ze onzichtbaar waren. Milo noemde het geen rommel.

“Het is een creatief landschap, zei hij trots.

Zijn moeder keek de kamer in, hield haar lach in en zei: “Milo, je schoen zit… aan de verkeerde voet.”

Milo keek omlaag. Klopte. Hij had zijn linkerschoen rechts en zijn rechterschoen links. Dat liep een beetje als twee pannenkoeken die ruzie hadden.

“Geen probleem,” zei Milo. “Ik loop vandaag gewoon… slim.”

Net toen hij zijn veters wilde strikken—of nou ja, wilde proberen—klonk er een harde plop!.

Op de grond, tussen een verdwaalde banaanschil (van gisteren… of eergisteren?) en een stripboek, lag een zwart-wit geblokt steentje. Niet gewoon een steentje. Het was een mini-tegel, glanzend, met een piepklein pijltje erop dat naar beneden wees.

“Wat ben jij dan?” fluisterde Milo.

De tegel trilde. En toen sprak hij. Echt waar. Met een klein, netjes stemmetje, alsof hij altijd zijn tanden poetste.

“Hallo. Ik ben Tegel Nummer Zwart. Als je op mij stapt, begint het.”

Milo zette grote ogen op. “Begint wat?”

“Het Tegelgedoe,” zei de tegel vrolijk. “Je moet voortaan alleen nog maar op zwarte tegels stappen. Anders… krijg je… kriebelkietel-kietel aan je knieën.”

Milo schoot in de lach. “Kriebelkietel? Dat klinkt helemaal niet eng.”

“Het is ook niet eng,” zei Tegel Nummer Zwart. “Maar wel irritant. Heel irritant. Zoals een vlieg die je naam probeert te spellen.”

Milo vond dat best logisch. En ook een beetje grappig.

“Oké,” zei Milo. “Zwarte tegels dus. Maar… waar zijn die?”

De tegel rolde uit zichzelf richting de deur, alsof hij wieltjes had. Milo rende erachteraan, struikelde bijna over een sok, herstelde zich met een sprong en deed alsof dat expres was.

In de gang lag een vloer met grote tegels: zwart en wit, net een reusachtig schaakbord.

Milo grijnsde. “Ha! Dat kan ik!”

Hij zette één voet op een zwarte tegel. Toen de andere, óók op zwart. Hij wiebelde even, alsof hij op twee pannen stond.

“Nette stap,” zei Tegel Nummer Zwart. “Nog één. En nog één. Zwart, zwart, zwart.”

Milo deed een klein dansje. “Ik ben de Koning van Zwart!”

“Niet te luid,” zei de tegel. “De Witte Tegels zijn gevoelig.”

“Gevoelig?” fluisterde Milo, alsof hij een geheim moest bewaren.

“Ja,” zei de tegel. “Ze worden snel jaloers. En dan gaan ze glimmen. En dat is vervelend voor je ogen.”

Milo keek naar een witte tegel. Die lag daar doodstil, alsof hij deed alsof hij niet luisterde. Milo stapte extra zorgvuldig op zwart.

“Oké,” zei Milo. “Ik ga naar school. Maar eh… hoe kom ik buiten als er straks geen zwarte tegels zijn?”

Tegel Nummer Zwart kuchte. “Daar komt het avontuur.”

Milo's moeder riep vanuit de keuken: “Milo, je broodtrommel!”

Milo riep terug: “Komt eraan! Ik… eh… oefen op… tegels!”

“Op tegels?” vroeg zijn moeder.

“Ja!” riep Milo. “Ik ben… tegelatleet!”

Zijn moeder lachte. “Nou, tegelatleet, vergeet je jas niet.”

Milo pakte zijn jas—die aan een kapstok hing achter drie andere jassen en een tas en een sjaal die waarschijnlijk al jaren een eigen leven leidde—en sprong, stap, stap, stapte op zwarte tegels richting voordeur.

Elke stap voelde als een spel. Een heel belangrijk spel. Een spel met regels die een pratende tegel had gemaakt. En dat was, eerlijk gezegd, de beste soort regel.

Hoofdstuk 2: Het trottoir met het rare ritme

Buiten was het trottoir grijs. Helemaal grijs. Geen zwart. Geen wit. Gewoon… grijs.

Milo bleef stokstijf staan op de drempel, want de drempel had toevallig een donkere streep. Dat telde misschien.

“Uh-oh,” zei Milo. “Er zijn geen zwarte tegels.”

Tegel Nummer Zwart stak zijn piepkleine hoekje uit Milo's jaszak. “Zwart is overal, als je goed kijkt.”

Milo kneep zijn ogen tot spleetjes. “Ik zie alleen grijs.”

“Grijs is een twijfelachtige kleur,” zei de tegel streng. “Maar je kunt zwart vinden in… schaduwen!”

Milo keek naar de schaduw van de heg. Die maakte donkere vlekken op de stoep.

“Dus ik moet op schaduwtegels?” vroeg Milo.

“Precies,” zei Tegel Nummer Zwart. “Maar let op: schaduwen bewegen. Schaduwen zijn wiebelig. Schaduwen zijn net pudding met schoenen.”

Milo vond dat een geweldige vergelijking. Pudding met schoenen. Hij stapte op een donkere schaduwplek. Toen op de volgende.

“Zwart, zwart, zwart,” mompelde hij, alsof hij een geheime spreuk opzegde.

Een buurvrouw met een hond kwam voorbij. De hond keek Milo aan, kantelde zijn kop en leek te denken: Is dat kind een schaakstuk?

De buurvrouw zei: “Goedemorgen, Milo! Waarom loop je zo raar?”

Milo antwoordde heel serieus: “Ik train voor de Tegel-Olympische Spelen.”

De buurvrouw knikte alsof dat normaal was. “Ah. Succes. En pas op dat je niet… eh… van de stoep valt.”

“Ik val niet,” zei Milo. “Ik stap.”

De hond blafte één keer, alsof hij “stap!” wilde herhalen, en liep door.

Milo ging verder. Bij het zebrapad kwam hij in de problemen. Want het zebrapad had witte strepen. Witte strepen! En daartussen zwart asfalt. Maar het asfalt was niet in tegels.

“Mag ik op asfalt?” vroeg Milo.

Tegel Nummer Zwart deed alsof hij een professor was. “Asfalt is eigenlijk één grote tegel. Een supertegel. Een tegel zonder grenzen. Een tegel met… vrijheid.”

Milo knikte langzaam. “Dus ik mag erop, als ik maar op het zwarte deel blijf.”

“Ja,” zei de tegel. “Zwarte vrijheid.”

Milo stapte op het zwarte asfalt tussen de witte strepen, als een acrobaat die niet van touw, maar van kleur hield. Auto's stonden netjes stil. Een man in een geel hesje stak zijn duim op.

“Netjes!” riep de man. “Zo moet je oversteken!”

Milo glunderde. “Dank u! Ik doe aan… zwartstappen!”

Aan de overkant liep hij langs een winkeltje. In de etalage stond een piratenhoed, een regenboogparaplu en—heel vreemd—een stapel kleine zwarte tegeltjes, precies zoals die in Milo's kamer.

Milo bleef staan. “Hé! Daar zijn meer van jou!”

Tegel Nummer Zwart piepte: “Niet kijken. Niet praten. Niet kopen.”

“Waarom niet?” fluisterde Milo.

“Omdat… dan krijg je een Tegel-Familie,” zei de tegel. “En geloof me: een Tegel-Familie gaat vergaderen.

Milo stelde zich een kring van tegels voor met kleine brillen op hun hoekjes. “Vergaderen klinkt saai.”

“Het is saai,” zei de tegel. “En ze maken notulen. Notulen zijn als huiswerk, maar dan voor stenen.”

Milo giechelde en stapte snel verder, op schaduwplekken en donkere stukjes stoep waar kauwgom had gezeten.

Bij het schoolplein lag een patroon van echte tegels. Zwart en rood en geel. Milo's ogen glinsterden.

“Er zijn zwarte!” riep hij.

Hij sprong van zwart naar zwart alsof hij een kikker was die alleen op nachtlelies mocht landen. Een paar kinderen keken.

Zijn vriendinnetje Noor kwam aanrennen. “Milo, waarom doe je alsof de gele tegels lava zijn?”

Milo fluisterde geheimzinnig: “Omdat… ze misschien lava zijn.”

Noor kneep haar ogen samen. “Echt?”

“Nou,” zei Milo, “niet heet-lava. Meer… kriebel-lava.”

Noor lachte. “Oké, dan doe ik mee.”

Samen sprongen ze. Zwart, zwart, zwart. Noor miste bijna één keer en landde per ongeluk met haar teen op geel.

Ze keek geschrokken. “Oh nee. Krijg ik nu kriebelknieën?”

Tegel Nummer Zwart riep vanuit Milo's zak: “Alleen als je knieën meeluisteren!”

Noor hoorde niks, maar Milo zei snel: “Nee hoor. Jij bent veilig. Jij hebt anti-kriebel-teen.”

Noor knikte opgelucht. “Gelukkig. Want ik heb straks gym.”

Ze renden lachend naar de deur van de school. Milo voelde zich een held. Een rommelige held met twee schoenen die nog steeds ruzie hadden.

Hoofdstuk 3: De Grote Tegeltest in de gang

In de schoolgang lagen tegels in lange rijen. Beige. Lichtgrijs. En af en toe… één donkere, bijna zwarte tegel. Alsof iemand per ongeluk een chocoladekoekje in een bak met crackers had gelegd.

Milo stond stil. “O nee. De zwarte zijn zeldzaam.”

Tegel Nummer Zwart zei: “Dit is het moment. De Grote Tegeltest.”

Milo slikte. Niet van angst, meer van spanning. Zoals vlak voor je een grap vertelt en je hoopt dat iemand lacht.

Noor tikte Milo op zijn schouder. “We moeten naar de klas.”

Milo wees. “Ik kan alleen op de donkere.”

Noor keek naar de vloer. “Dan maken we een plan.”

Noor was goed in plannen. Ze kon met één blik zien waar een verloren potlood lag. Milo kon met één blik zien waar… nog meer rommel lag.

Noor wees naar een donkere tegel. “Daar. En dan daar. En dan… daar, maar die is best ver weg.”

Milo zette zijn voet op de eerste donkere tegel. Hij voelde zich meteen beter. Alsof de vloer zei: Goed zo, jij snapt het.

Maar toen—hij moest langs de kapstokhoek. Daar lag helemaal geen donkere tegel. Alleen maar lichtgrijs.

Milo bleef staan als een standbeeld. Een standbeeld met onhandige schoenen.

Tegel Nummer Zwart fluisterde: “Je hebt drie opties.”

“Zeg,” fluisterde Milo terug, “niet zo dramatisch. Wat zijn de opties?”

“Optie één: een heel klein sprongetje. Optie twee: een omweg van duizend meter. Optie drie: we maken een nieuwe zwarte tegel.”

Milo's mond viel open. “Een nieuwe?”

“Met iets zwarts,” zei de tegel. “Iets heel zwarts.”

Milo dacht na. In zijn jaszak zat… een pen. Een zwarte pen. En in zijn andere zak zat… kruimels. Altijd kruimels.

“Kan ik tekenen?” vroeg Milo.

“Als je toestemming vraagt,” zei Tegel Nummer Zwart netjes.

Milo keek om zich heen. Juf Marije liep net langs met een stapel boeken.

Milo stak zijn hand op, midden in de gang. “Juf! Mag ik één tegel een beetje zwart maken?”

Juf Marije stopte. “Eén tegel? Zwart maken? Hoe bedoel je?”

Noor sprong er meteen bij. “Het is voor een… spel. Milo mag alleen op donkere tegels, anders… eh… krijgt hij kriebelknieën.”

Juf Marije keek streng, maar haar ogen lachten. “Kriebelknieën, zeg je?”

Milo knikte heftig. “Heel kriebelig. Maar niet gevaarlijk. Gewoon… irritant.”

Juf Marije dacht even na. “Oké. Maar dan doen we het netjes. Geen gekrabbel. We maken een ‘tijdelijke stapstip'.”

“Een stapstip!” herhaalde Milo blij. Dat klonk officieel.

Juf Marije gaf Milo een stukje zwart tape uit haar la. “Plak dit op de tegel waar je moet oversteken. Dan is het zwart genoeg, en later halen we het er weer af.”

Milo's ogen werden groot. “U heeft zwart tape?”

Juf Marije knipoogde. “Voor noodgevallen. Zoals… kriebelknieën.”

Noor en Milo plakten samen een stukje tape op de lichtgrijze tegel. Het zag eruit als een klein zwart eiland.

Milo stapte erop. “Yes. Ik ben gered door tape.”

Tegel Nummer Zwart zei tevreden: “Tape is een geweldige uitvinding. Het is als een pleister, maar dan voor vloeren.”

Milo liep verder, van donker naar donker, met de tape-tegel als brug. Noor huppelde mee.

Bij de klasdeur stond een bordje: Welkom! De deur was bruin. Bruin was… soort van donker. Milo tikte de deur met zijn vinger.

“Mag ik op bruin?” fluisterde Milo.

Tegel Nummer Zwart zei: “Bruin is zwart dat aan chocolade heeft gedacht. Het telt soms.”

Milo lachte zachtjes en stapte de klas in.

In de klas lag een rond kleed met stippen. Zwarte stippen! Milo's hart maakte een sprongetje.

“Hoera,” fluisterde hij. “Stippen zijn mini-zwart.”

Hij ging op een zwarte stip staan, alsof hij zijn eigen parkeerplaats had gevonden.

Hoofdstuk 4: De rustige landing en het zachte einde

Na school liep Milo weer naar huis. De lucht was rustig. De wolken leken op kussens die aan het wandelen waren.

Noor zwaaide bij het hek. “Tot morgen, Tegel-Koning!”

Milo zwaaide terug. “Tot morgen, Anti-Kriebel-Teen!”

Thuis in de gang keek Milo naar de zwart-witte vloer. Hij was moe, maar op een fijne manier. Zijn hoofd zat vol sprongen, schaduwen en tape-bruggen.

Tegel Nummer Zwart stak weer zijn hoekje uit de jaszak. “Je hebt het goed gedaan.”

Milo trok zijn schoenen uit. Dit keer zette hij ze netjes naast elkaar. Dat was zo bijzonder dat hij er zelf van schrok.

“Wow,” zei Milo. “Mijn schoenen zijn vrienden geworden.”

“Of ze zijn gewoon moe van het ruziemaken,” zei de tegel.

Milo ging op de grond zitten. “Mag ik nu weer op witte tegels?”

De tegel humde even, alsof hij een liedje zocht. “Je mag altijd kiezen. Maar ik denk… dat je vandaag iets hebt geleerd.”

Milo dacht na. “Dat ik goed kan springen?”

“Ook,” zei Tegel Nummer Zwart. “Maar vooral dat je een rommelige jongen kunt zijn… en toch een plan kunt maken. Met schaduw, met tape, met hulp. Je hoeft niet perfect te zijn.”

Milo glimlachte. Dat voelde warm, alsof iemand een dekentje om zijn gedachten legde.

“En de kriebelknieën?” vroeg Milo.

“Die zijn op vakantie,” zei de tegel. “Naar een land waar alle stoelen zacht zijn.”

Milo grinnikte. “Mooi. Ik hou niet van kriebels.”

Tegel Nummer Zwart werd stiller. Zijn stem klonk nu zachter, alsof hij al half sliep. “Weet je… je hoeft niet elke dag alleen op zwart te stappen. Maar als je ooit weer een dag hebt waarop alles wiebelt… dan kun je het spel weer spelen. Zwart, zwart, zwart. Eén stap tegelijk.”

Milo knikte langzaam.

Hij stond op, liep naar zijn kamer en keek naar zijn “creatieve landschap”. Hij pakte één sok op. Toen nog één. Hij legde ze in de wasmand.

“Wat ben jij aan het doen?” vroeg zijn moeder vanaf de deur.

Milo zei trots: “Ik maak een stapstip… in mijn kamer.”

Zijn moeder lachte zacht. “Dat is een goede stapstip.”

Milo legde zijn stripboeken op een stapel. Niet te netjes, maar netjes genoeg. Daarna kroop hij op bed, met zijn knuffel onder zijn arm.

In zijn jaszak voelde hij Tegel Nummer Zwart nog één keer trillen, heel klein.

“Welterusten,” fluisterde Milo.

“Welterusten,” fluisterde de tegel terug. “En vergeet niet: ook rommel kan lachen.”

Milo sloot zijn ogen. In zijn hoofd zag hij zwarte tegels als vriendelijke eilandjes, schaduwen als pudding met schoenen, en tape als een held met een plakrand.

En de wereld werd rustig, stap voor stap, zacht en veilig, tot het stil werd.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

Huidige beoordeling: 3 van 5 (1 beoordelingen)

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Sokkenstorm
Veel losse sokken door elkaar, alsof ze in de war zijn.
Creatief landschap
Een plek vol spullen waar je leuke ideeën van krijgt.
Drempel
De rand bij een deur waar je overheen stapt om naar binnen te gaan.
Trottoir
Het pad langs de straat waar mensen wandelen.
Asfalt
Het zwarte materiaal op wegen en sommige stoepen.
Acrobaat
Iemand die moeilijke sprongen en trucjes kan doen.
Etalage
Het raam van een winkel waar spullen netjes liggen.
Vergaderen
Samen praten om plannen of beslissingen te maken.
Notulen
Een kort verslag van wat er tijdens een vergadering gezegd werd.
Tijdelijke stapstip
Een tijdelijk plekje op de vloer om veilig over te stappen.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Grappige en absurde verhalen voor 7/8 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.