Mila trekt haar gele helm aan en loopt rustig naar de opgraving. De zon is zacht. In de grond ligt een oud dorp verstopt, heel stil, al heel lang.
“Goedemorgen,” zegt Mila tegen haar team. “We werken langzaam. We letten goed op.”
“Ja,” zegt Noor. “En we delen alles wat we vinden.”
Mila knielt neer. Ze gebruikt geen grote schop, maar een klein schepje en een borsteltje. Ze veegt zand weg alsof ze een tekening schoonmaakt. “Een archeoloog zoekt niet naar schatten,” legt ze uit. “We zoeken naar verhalen. Van mensen van vroeger.”
Naast haar staat een bakje. Daarin legt ze kleine stukjes pot. “Alles krijgt een label,” zegt Mila. “Met een nummer en een plek. Zo weten we later waar het vandaan komt. Dat is belangrijk.”
Noor wijst. “Wat is dat, Mila?”
Mila kijkt goed. “Dat lijkt op een rand van een kom. Zie je de lijntjes? Iemand heeft dit met zorg gemaakt.”
“Was die persoon lief?” vraagt Noor.
“Dat weten we niet,” zegt Mila zacht. “Maar we leren wel hoe ze leefden. Misschien kookten ze soep. Misschien deelden ze eten.”
Even later vindt Mila iets donkers in de aarde. Ze stopt meteen. “Wacht,” zegt ze rustig. Ze pakt een klein houten spateltje. Heel voorzichtig maakt ze het vrij. Het is een stukje houtskool, zwart en broos. “Dit kan van een oude haard zijn,” zegt Mila. “Daar maakten mensen vuur. Voor warmte en licht.”
Ze legt het in een apart zakje. “Sommige dingen gaan naar een laboratorium,” zegt ze. “Daar kunnen ze meten hoe oud het is. Zo beschermen we het verleden.”
Dan komt er een moment van stilte. Mila gaat rechtop zitten en kijkt om zich heen. Ze werkt even niet. Ze ademt langzaam. Ze ziet gras dat wiegt, een vogel die landt, en de lange lijn van de heuvel. “Mooi,” fluistert ze. “Hier liepen ook mensen. Lang geleden.”
Daarna pakt ze haar notitieboek. Ze tekent een plattegrondje. Ze schrijft: “Haard hier. Pot daar.”
Noor kijkt mee. “Waarom tekenen?”
“Omdat de plek ook een aanwijzing is,” zegt Mila. “Alles samen vertelt het echte verhaal.”
Aan het einde van de dag legt Mila twee stukjes pot naast elkaar. Ze passen bijna. Ze pakt ook het zakje met houtskool en kijkt naar haar kaart. Haard en kom, dicht bij elkaar. “Aha,” zegt ze heel zacht. “Hier was een plek om te koken en te delen.”
Ze glimlacht klein. “Twee aanwijzingen horen bij elkaar,” zegt ze. “En morgen vertellen we dit aan de kinderen in het museum.” Mila sluit haar boek, rustig en blij.