Bezig met laden...
Circusverhaal 7/8 jaar Lezen 26 min.

Mila en het circus vol ontsnapte badges

Mila, een meisje dat altijd neuriet, helpt in Circus Bonbon wanneer badges en de badge-pers in de war raken, en samen met Zoë, meneer Vos en de artiesten bedenken ze een creatieve oplossing en leren ze hoe belangrijk coulissenwerk en vriendschap zijn.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Een 8‑jarig meisje, Mila, glimlachend en vastberaden, lichtkastanjebruin in een paardenstaart, heldere ronde ogen, rode stippenjurk en klittenbandschoentjes, houdt trots een versierde kartonnen button omhoog; een volwassen vrouw, Zoë (ca. 30), blond in een knot, glinsterend schort, vouwt een lint bij een tafel en kijkt trots naar Mila; een volwassen man, meneer Vos (ca. 50), met ronde bril en geruite sjaal, zit links aan een tafel en houdt een grote kaart van het nummersysteem vast; een volwassen clown, Bink, gezet, wit geschminkt met rode neus en te wijde broek, trekt komisch aan een achterzak op de achtergrond; een klein hondje, Pluis, met minihoedje en belletjes aan de halsband, snuffelt aan stickers op de tafel op de voorgrond. Locatie: binnenin een grote rood‑gele circustent met lichte zaagselvloer, vlaggetjes en lampionnen, werktafel met scharen, pailletten, stiften en gestapelde kartonnen cirkels. Situatie: geïmproviseerde button‑workshop na kapotte machine, kinderen rondom de tafel tekenen en plakken, kleurrijke kartonnen buttons op een rij, vrolijke vindingrijke sfeer, centrale compositie op Mila met warme verlichting, heldere kleuren en eenvoudige vormen in een minimal kawaii‑stijl met zachte contouren en overdreven expressies. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: De muziek in mijn hoofd

Mila was acht en kon niet stil zijn. Niet met haar voeten, en al helemaal niet met haar hoofd. In haar hoofd woonde namelijk een deuntje. Een vrolijk deuntje met toeters, trommels en een klein ting-ting-ting alsof iemand met een lepeltje tegen een glas tikte.

Ze liep over het circusveld en neuriede de piste-muziek alsof ze zelf het orkest was. Mmm-mm-mmm, pam-pam, ting-ting!

Het circus heette Circus Bonbon, en alles zag eruit alsof het met confetti was gebouwd. De tent was rood met gele strepen, er stonden vlaggetjes te wapperen, en er rook het naar popcorn, zaagsel en… iets wat verdacht veel op sokken leek. Waarschijnlijk de sokken van een clown.

Mila hield haar neus in de lucht. “Mm,” neuriede ze, want dat paste precies in de muziek.

Bij de ingang kreeg ze een stempel op haar hand. De stempel was een lachend sterretje. Het sterretje keek Mila aan alsof het wilde zeggen: vandaag wordt gek.

Binnenin de tent glinsterde de piste als een rond stuk maanlicht. Overal liepen artiesten heen en weer: een jongleur met drie appels, een acrobaat met twee haren in een staart, en een clown die zijn eigen broek achterna zat. Ja, echt. Zijn broek glipte steeds van hem weg alsof het een levend ding was.

Mila ging op een krukje zitten, precies achter een touw dat zei: NIET OP DE PISTE. Ze hield haar handen braaf op haar knieën, maar haar knieën wiebelden op de maat van haar neuriën.

Toen hoorde ze een bel. Ding-ding! Dat was geen muziek in haar hoofd. Dat was echt.

Een meneer met een hoge hoed kwam naar voren. Zijn snor was zo puntig dat je er bijna een ballon mee kon prikken. “Welkom, welkom!” riep hij. Mila neuriede zachtjes mee met de fanfare die begon te spelen. Pam-pam-paaaaam!

Maar nog voordat de eerste acrobaat kon springen, klonk er achter de piste een luid: BOEM.

Alle hoofden draaiden. Zelfs de clown stopte even met zijn broek achterna rennen.

Uit een deur bij de coulissen rolde een karretje vol… badges. Honderden ronde badges, glanzend en kleurig, rolden als knikkers over de vloer. Ze maakten een geluid alsof het circus ineens een regenbui van metalen dropjes had.

Mila sprong op. Dat was het mooiste ongeluk dat ze ooit had gezien.

Een vrouw met een schort vol glitters rende achter het karretje aan. Ze had een stapel lintjes in haar armen en een gezicht alsof ze tegelijk moest lachen en huilen. “O nee,” piepte ze. “De badge-workshop! Alles is ontsnapt!”

De meneer met de hoge hoed kuchte. “Ehm, kleine pauze!”

Mila hurkte meteen en begon badges op te rapen. Er stond van alles op: “Superclown”, “Koning van de Koord”, “Popcorn-Tester”, en zelfs “Geheime Olifantfluisteraar”.

Ze hield er eentje omhoog. “Artiest van de dag!” las ze hardop. De badge glom alsof hij speciaal op haar had gewacht.

De vrouw met het schort keek Mila aan. “Jij helpt! Jij bent geweldig! Ik ben Zoë, badge-baas van Circus Bonbon.”

Mila glimlachte zo breed dat haar wangen er een beetje moe van werden. “Ik ben Mila,” zei ze. “En ik kan ook heel goed… oprapen.”

“Dat is een top-circuskunst,” zei Zoë ernstig. “Niet iedereen kan oprapen zonder per ongeluk op z'n eigen veters te gaan staan.”

Mila keek naar haar schoenen. Ze had klittenband. Ze voelde zich ineens extra professioneel.

Zoë zuchtte, maar haar ogen lachten. “We zouden straks een workshop doen: ‘Artiest van de dag' badges maken voor kinderen. Maar nu ligt alles overal.”

Mila keek naar de glimmende rondjes die over de vloer rolden en onder banken schoten. “Dat is… best veel overal,” zei ze.

“Precies,” zei Zoë. “En het circus kan pas verder als de badges weer veilig zijn. Anders draagt straks een tijger ‘Popcorn-Tester' en dat geeft gedoe.”

Mila stelde zich een tijger voor met een badge. Ze moest giechelen. De tijger zou heel serieus knikken bij elke hap.

“Kom,” zei Zoë. “Ik kan een helper gebruiken. Een snelle. Eentje die ook nog piste-muziek kan neuriën, want dat maakt oprapen sneller. Dat weet iedereen.”

Mila neuriede onmiddellijk harder, alsof ze daarmee haar spierkracht aanzette. Mmm-mm-mmm, pam-pam, ting-ting!

En zo begon haar avontuur. Niet in de spotlights, maar precies daar waar het circus stiekem het grappigst was: achter de gordijnen.

Hoofdstuk 2: Achter de gordijnen en onder de hoeden

Achter de coulissen was het alsof je in een grote verkleedkist stapte. Overal hingen kostuums: jassen met gouden knopen, tutu's met glitters, en een reusachtige broek met zoveel stof dat je er een picknick in kon houden.

Mila en Zoë liepen langs een spiegel waar iemand met witte schmink bezig was. De clown probeerde een rode neus op te zetten, maar hij plakte op zijn voorhoofd. Toen op zijn oor. Toen op zijn kin. De clown keek in de spiegel alsof hij net ontdekt had dat zijn gezicht een glijbaan was.

Mila hield een badge omhoog. “Superclown!”

De clown draaide zich om en boog. “Dank je,” zei hij plechtig. “Maar vandaag ben ik vooral ‘Neuszoeker'.” Hij wees naar de rode neus die nu aan zijn wenkbrauw hing. Hij deed alsof hij hem niet voelde en liep weg met een ernstig stappenplan: stap-stap-oeps.

Zoë lachte. “Dat is Bink. Hij is altijd in de buurt als er iets wegrolt.”

Ze kwamen bij een tafel vol badge-onderdelen: ronde plaatjes, achterkanten met speldjes, stickers met sterren, en een pot met glitters die er gevaarlijk vrolijk uitzag.

“Dit is mijn workshop,” zei Zoë. “Normaal maken kinderen hier hun eigen ‘Artiest van de dag'. Ze kiezen een plaatje, schrijven hun naam, en dan—” Ze maakte een gebaar alsof ze een knop indrukte. “Klik! Badge klaar.”

Mila keek naar een grote machine op de tafel. Het was een badge-pers. Hij had een hendel, een ronde mond en zag eruit alsof hij ‘klik' als lievelingswoord had.

Zoë zuchtte opnieuw. “Maar nu is er een probleem. De badge-boekjes zijn kwijt.”

“Badge-boekjes?” vroeg Mila.

Zoë knikte. “In de boekjes staan alle voorbeelden: acrobaat, jongleur, clown, trapeze… Zelfs ‘Chef Zaagsel'.” Ze fluisterde: “Dat is een hele belangrijke functie.”

Mila keek naar de grond. Er lag inderdaad zaagsel, alsof de vloer zich elke dag netjes liet bestrooien.

“Waar waren de boekjes?” vroeg Mila.

Zoë tikte op haar hoofd. “In de Nummerbibliotheek.”

Mila's ogen werden groot. “Bestaat dat echt?”

Zoë knikte alsof het de normaalste zaak van de wereld was. “Tuurlijk. Elk circus heeft een bibliotheek. Niet voor stille boeken, maar voor nummers. Daar bewaart de bibliothecaris alle acts: welke muziek erbij hoort, welke hoed waar hoort, en wie er vandaag met de geiten mag oefenen zonder dat ze de stoelen opeten.”

“Stoelen opeten?” herhaalde Mila.

“Geiten zijn heel creatief,” zei Zoë.

Mila neuriede weer, want bij creativiteit hoorde muziek. Pam-pam, ting-ting.

Ze liepen door een gang waar touwen hingen als spaghetti. Een acrobaat stapte over een stapel matten en droeg een parasol die binnen open stond. “Het regent applaus,” zei hij ernstig tegen niemand in het bijzonder.

Aan het eind van de gang stond een deur met een bordje: NUMMERBIBLIOTHEEK. ER WORDT GEFLOESTERD (MAAR NIET TE ZACHT, ANDERS HOREN DE GOOCHELTRUCS HET NIET).

Mila duwde de deur open.

Binnen was het verrassend gezellig. Er stonden kasten met mappen in alle kleuren. Op elke map stond een woord: “Jongleren”, “Koord”, “Clownerie”, “Dieren (vriendelijk)”, en “Oeps, maar opgelost”.

Aan een bureau zat een man met een bril. Op zijn bril zat een piepklein vergrootglas, alsof hij zijn eigen bril niet vertrouwde. Hij had ook een meetlint om zijn nek, alsof hij elk nummer eerst moest opmeten.

Hij keek op en glimlachte. “Welkom in de Nummerbibliotheek,” zei hij. “Ik ben meneer Vos. Bibliothecaris van de nummers.”

Mila fluisterde meteen, maar niet te zacht. “Hallo.”

Zoë zei: “Meneer Vos, we missen de badge-boekjes. En de workshop begint straks.”

Meneer Vos knikte langzaam, alsof hij de badge-boekjes in gedachten één voor één gedag zei. “Ah. Die boekjes zijn belangrijk. Zonder voorbeelden gaan kinderen misschien een badge maken met ‘Verdwaalde Pannenkoek'.”

Mila keek hoopvol. Dat klonk eigenlijk best leuk.

Meneer Vos stond op en liep naar een kast. Hij trok een lade open. In de lade lagen… sokken.

Zoë staarde. “Sokken?”

Meneer Vos kuchte. “Soms verstoppen nummers zich. En soms verstoppen sokken zich. Ik houd ze bij elkaar. Dat bespaart tijd.”

Mila probeerde niet te lachen, maar het borrelde in haar buik.

Meneer Vos trok nog een lade open. Daar lagen hoeden. Een hoge hoed, een bolhoed, en een hoed die eruitzag als een omgekeerde fruitschaal.

“Niet daar,” mompelde hij.

Hij trok een derde lade open. Daar lagen de badge-boekjes, keurig op een stapel, met een elastiek eromheen. Bovenop lag een badge waarop stond: “Bibliotheekbaas”.

Zoë slaakte een opgeluchte zucht. “Daar zijn ze!”

Meneer Vos glimlachte trots. “Ik bewaar alles op de veiligste plek.”

Mila wees naar de sokkenlade. “Is dat… veilig?”

Meneer Vos knikte. “Niemand zoekt in sokken. Behalve clowns. Maar die raken onderweg afgeleid door hun eigen schoenen.”

Alsof het woord “clown” een belletje was, viel er in de gang iets om. BOINK. En toen: “Ik heb de neus gevonden! O nee, het is een druif!”

Mila giechelde. Zoë ook.

Meneer Vos gaf de badge-boekjes aan Mila alsof het een schat was. “Breng deze naar de workshop. En Mila,” zei hij, “als je straks een badge maakt, vergeet niet: de beste artiest is iemand die ook anderen laat stralen.”

Mila knikte, en ineens voelde haar neuriën extra warm. Mmm-mm-mmm, pam-pam, ting-ting.

Ze renden terug, langs de verkleedkist-gang, langs de parasol van applaus, en langs Bink die nu zijn rode neus op zijn knie had geplakt en deed alsof dat precies de bedoeling was.

Bij de workshoptafel zette Zoë de boekjes neer. “We hebben ze!” riep ze.

Maar precies op dat moment klonk er een vreemd geluid. Niet BOEM. Niet DING-DING.

Het was: KRRR-KRAK… PLONK.

Mila keek naar de badge-pers. De hendel hing scheef, als een arm die moe was. Een schroef rolde van de tafel en viel in een bak glitters. Het maakte een geluid alsof een zilveren vis een duik nam.

Zoë hapte naar adem. “O nee. De badge-pers is kapot.”

Mila keek naar de kinderen die al aankwamen, met grote ogen en plakkerige popcornvingers. Ze wilden badges maken. Ze wilden ‘Artiest van de dag' zijn.

Mila neuriede heel zacht. Ting-ting… pam… Het klonk ineens alsof de muziek zelf ook even moest nadenken.

“Geen zorgen,” zei Mila. “We vinden een oplossing. In een circus is er altijd een… iets.”

Zoë keek haar aan. “Een iets?”

“Ja,” zei Mila. “Een grappige omweg.”

Hoofdstuk 3: De badge-workshop wordt een mini-circus

Zoë knielde bij de badge-pers en probeerde de hendel recht te duwen. De hendel deed alsof hij een slappe banaan was. Meneer Vos kwam ook aangelopen, met zijn meetlint en een map onder zijn arm.

“Wat is er aan de hand?” vroeg hij.

“De pers is kapot,” zei Zoë. “Zonder pers geen badges.”

Meneer Vos keek naar het apparaat alsof het een boek was met een gescheurde bladzijde. “Hm. Dit is lastig.”

De kinderen druppelden binnen en gingen op krukjes zitten. Ze keken naar de glitters en de plaatjes alsof het snoep was dat je niet meteen mocht eten.

Mila ging voor de tafel staan. Ze voelde haar wangen warm worden. Niet van angst, meer van kriebelige spanning, zoals vlak voordat je in een plassenplas springt.

Ze begon te neuriën. Eerst zacht, toen wat harder. Mmm-mm-mmm, pam-pam, ting-ting!

De kinderen wiebelden mee. Een jongen tikte met zijn schoen op de grond. Een meisje zwaaide met haar armen alsof ze een dirigent was.

Zoë fluisterde: “Mila, wat doe je?”

Mila fluisterde terug: “We maken er een nummer van.”

Ze pakte een stapel lege ronde plaatjes en hield ze omhoog. Ze waren van karton, want Zoë had altijd een noodvoorraad. “Oké,” zei Mila, en ze sprak alsof ze een circusdirecteur was, maar dan eentje met klittenbandschoenen. “Welkom bij… de Badge-Show!”

De kinderen klapten meteen. Kinderen klappen graag, vooral als ze niet zeker weten waarom.

Meneer Vos trok zijn wenkbrauwen op, maar er kwam een glimlach. “Een improvisatienummer,” mompelde hij. “Die heb ik nog niet in de map.”

Zoë keek naar de kapotte pers en toen naar Mila. “We kunnen de badges dan vastmaken met… tape en touwtjes,” zei ze twijfelend.

Mila knikte. “En met fantasie.”

Ze deelde kartonnen rondjes uit. “Jullie krijgen allemaal een ‘Artiest van de dag'-badge,” zei ze. “Maar hij is extra speciaal, want hij is handgemaakt. Dat betekent: jullie handen doen de magie.”

Een jongen stak zijn hand op. “Mag ik ‘Popcorn-Tester' zijn?”

Mila knikte ernstig. “Dat is een gevaarlijke baan. Maar iemand moet het doen.”

Iedereen lachte.

Zoë zette bakjes neer met stiften, stickers en glitters. “Geen glitter in je neus,” zei ze automatisch.

Bink de clown stak zijn hoofd om de hoek. Zijn neus zat nu op zijn elleboog. “Te laat,” fluisterde hij, en verdween weer.

Mila liep langs de kinderen en hielp. Ze neuriede steeds, zodat het voelde alsof er een onzichtbaar orkest in de kamer zat.

Een meisje tekende een koorddanser met wiebelknieën. Een jongen plakte zoveel sterren dat zijn badge leek op een kleine zon. Iemand schreef: “Chef Zaagsel” en tekende een schep die glimlachte.

Zoë knipte lintjes en maakte er kleine halssnoeren van. “Dan kunnen jullie de badges om je nek hangen,” zei ze. “Geen speldjes nodig.”

Meneer Vos bekeek alles en haalde een grote map uit zijn tas. Hij legde hem open op tafel. “Ik heb iets,” zei hij. “Een lijst met circusfuncties die nog ontbreken.”

“Ontbreken?” vroeg Mila.

“Ja,” zei meneer Vos. “In elk circus zijn er banen die niemand ziet, maar die heel belangrijk zijn. Zoals ‘Knoopjesknoper', ‘Trommel-teller' en ‘Lach-opvanger'.”

“Lach-opvanger?” vroeg een kind.

Meneer Vos knikte. “Iemand die lachtjes die uit de lucht vallen netjes opvangt en teruggooit naar het publiek.”

De kinderen gierden.

Mila keek naar Zoë. “Zie je? De workshop is nu nog leuker.”

Zoë's ogen glansden. “En ik dacht dat alles misging.”

Op dat moment kwam er een zacht getik tegen de deur. Tok tok tok.

Een klein hondje stapte binnen. Het had een miniatuur hoed op en droeg een riempje met belletjes. Achter hem aan kwam een acrobaat die net deed alsof hij heel rustig was. “Sorry,” zei hij. “Dit is Pluis. Hij hoort bij het nummer ‘Hondje met Hoed', maar hij is vandaag ook… nieuwsgierig.”

Pluis liep naar de tafel, snuffelde aan een stickervel, en nieste. Met de nies schoten drie stickers de lucht in en plakten precies op Binks broek, die net weer langs kwam rennen.

Bink keek omlaag. Op zijn broek stonden nu drie stickers: een ster, een banaan en het woord “BIBLIOTHEEKBAAS”.

Bink hield zijn handen in de lucht. “Kijk eens!” riep hij. “Ik ben gepromoveerd!”

Iedereen lachte zo hard dat zelfs meneer Vos even zijn meetlint liet vallen.

Mila moest zo lachen dat haar neuriën veranderde in een lach-deuntje. Hihi-mm, pam-haha, ting!

Toen klonk er buiten ineens trompetmuziek. De voorstelling ging bijna weer beginnen. Het circus riep: kom terug naar de piste!

Zoë keek naar de badges. Ze waren niet perfect rond, sommige glitters zaten scheef, en één badge had per ongeluk een sticker op de achterkant waardoor hij aan iemands trui plakte. Maar ze waren prachtig.

“Oké,” zei Mila. “We doen nog één ding.”

Ze pakte haar eigen badge en schreef erop: “Artiest van de dag: VRIENDENTEAM”.

“Wat betekent dat?” vroeg een meisje.

Mila wees naar iedereen. “Dat je samen de show maakt. Ook als iets kapot is. Dan maak je er iets grappigs van.”

De kinderen knikten alsof ze het meteen begrepen. En misschien begrepen ze het ook echt.

Meneer Vos schoof een nieuwe badge naar Mila toe. Hij had hem zelf snel gemaakt, met nettere letters dan de rest. Er stond op: “Coulissen-kampioen”.

Mila keek verbaasd. “Voor mij?”

Meneer Vos knikte. “Voor degene die de nummers niet alleen op het podium ziet, maar ook erachter. En die de groep bij elkaar houdt.”

Mila voelde een warm plopje in haar borst, alsof er een klein vuurwerkje van blijheid afging.

Zoë deed een badge om haar nek waarop stond: “Badge-baas (met omweg)”.

Bink plakte een badge op zijn voorhoofd. “Ik ben ‘Neuszoeker',” zei hij trots. “Eindelijk officieel.”

Pluis het hondje kreeg een mini-badge aan zijn riempje: “Sticker-nies-specialist”. Pluis kwispelde alsof hij wist dat dat een hele grote eer was.

Samen liepen ze naar de piste, met de zelfgemaakte badges die zacht tegen elkaar tikten. Tik-tik, ting-ting.

Mila neuriede weer de echte piste-muziek. Nu klonk het alsof iedereen meedeed, zelfs de glitters.

Hoofdstuk 4: Applaus en een mooie afspraak

De piste was nog feestelijker dan eerst. Het publiek zat klaar, de lampen sprankelden, en het zaagsel rook naar “alles komt goed”.

Mila zat nu niet achter het touw. Ze zat op een bankje aan de zijkant, bij Zoë en meneer Vos. Ze mochten dichtbij blijven, omdat ze “belangrijke backstage-mensen” waren. Dat had de meneer met de hoge hoed gezegd, en hij had er heel officieel bij geknikt.

De muziek begon. Pam-pam-paaaaam!

Mila neuriede zachtjes mee, maar haar ogen gingen steeds naar haar badge: “Coulissen-kampioen”. Ze voelde zich een beetje alsof ze onzichtbare vleugels had.

Op de piste maakte Bink een entree. Hij had zijn broek eindelijk te pakken. De broek leek nu ook tevreden, alsof hij had besloten dat vluchten overrated was.

Bink boog en wees naar zijn voorhoofd-badge. “Dames en heren,” riep hij, “ik ben vandaag de… Neuszoeker!”

Hij deed alsof hij zijn neus zocht, vond hem op zijn eigen gezicht, schrok ervan, en liet hem “per ongeluk” in zijn broekzak vallen. Daarna haalde hij uit zijn broekzak geen neus, maar een rubberen kip, een sok en een banaansticker. Het publiek gierde.

Mila keek naar Zoë. Zoë kneep even in Mila's hand. Niet hard, gewoon als een klein “dank je”.

Daarna kwam het hondje Pluis. Pluis liep heel netjes over een mini-koord, met zijn hoed op. Toen niesde hij expres. Precies op het juiste moment. Drie papieren confetti-sterren vlogen de lucht in.

Het publiek riep: “Ooooh!”

Meneer Vos fluisterde: “Perfect getimed. Ik noteer dit bij ‘Hondje met Hoed': toevoeging ‘nies-effect'.”

“Je hebt daar echt een map voor?” fluisterde Mila.

“Voor alles,” fluisterde meneer Vos terug. “Zelfs voor ‘grappige omweg'.” Hij tikte op zijn map en knipoogde.

De acrobaten sprongen, de jongleur gooide appels die eruitzagen als rode manen, en de meneer met de hoge hoed liet een bloem uit zijn mouw verschijnen alsof hij stiekem een tuin in zijn jas had.

Mila voelde dat het circus niet alleen magie op de piste was. Het was ook magie van mensen die elkaar helpen, zelfs met badges die scheef zijn en een machine die “nee” zegt.

Toen kwam het moment dat de directeur naar voren stapte. “Vandaag,” riep hij, “hebben we iets extra's!”

Zoë schrok. Ze keek naar Mila. Mila keek terug. Extra's in een circus konden van alles zijn: extra confetti, extra trompet, extra… sokken?

De directeur zwaaide naar de zijkant. “De kinderen van onze badge-workshop krijgen een ere-ronde!”

De kinderen uit de workshop kwamen de piste op. Ze droegen hun kartonnen badges om hun nek. Ze liepen alsof ze allemaal een beetje groter waren dan net.

Het publiek klapte. Klap-klap-klap! Het klonk als regen op het tentdoek.

Mila zag één jongen met “Popcorn-Tester” en hij nam heel serieus een denkbeeldige hap. Een meisje met “Lach-opvanger” deed alsof ze lachtjes in een mandje ving. Iemand met “Chef Zaagsel” strooide denkbeeldig zaagsel alsof het zout was op friet.

Mila moest zo hard glimlachen dat haar gezicht er bijna van ging kraken, maar op een fijne manier.

Zoë duwde Mila zachtjes naar voren. “Ga jij ook,” fluisterde ze.

Mila schudde haar hoofd. “Ik hoef niet.”

Meneer Vos legde zijn hand op Mila's schouder. “Camaraderie,” zei hij zacht. “Samen is ook: jij hoort erbij.”

Mila keek naar de piste. Ze neuriede heel even, alsof ze moed verzamelde. Mmm-mm-mmm, pam-pam, ting-ting.

Toen stond ze op en liep naar de kinderen. Ze ging naast hen lopen, niet vooraan, niet achteraan. Precies ertussenin.

Bink de clown sprong naast Mila en fluisterde: “Pas op, mijn broek kan weer ontsnappen.”

Mila fluisterde terug: “Dan vangen we hem samen.”

Bink knikte alsof dat een groot plan was.

De ere-ronde eindigde bij de directeur. Hij boog diep. “Dank aan onze artiesten,” zei hij, “op de piste én achter de coulissen!”

Het publiek klapte nog harder.

Na de voorstelling, toen de lichten zachter werden en het zaagsel weer gewoon zaagsel was, zaten Mila, Zoë en meneer Vos achter de tent op een bank. Er stond een schaal met appels en een schaal met… sokken. Niemand wist waarom. Het circus wist het gewoon.

Zoë draaide een badge tussen haar vingers. “Ik ga een nieuwe badge-pers bestellen,” zei ze. “Maar ik denk… ik laat ook kartonnen rondjes. Voor als er weer een omweg nodig is.”

Meneer Vos knikte. “En ik maak een nieuw hoofdstuk in de Nummerbibliotheek: ‘De Badge-Show'. Met als belangrijkste regel: als iets misgaat, lach je eerst samen, en dan los je het samen op.”

Mila keek naar haar handen. Op de ene hand zat nog het lachende sterretje van de stempel. Op haar borst hing de “Coulissen-kampioen”. En in haar hoofd speelde nog steeds de piste-muziek.

Ze neuriede zacht. Niet omdat ze moest, maar omdat het voelde alsof het circus dan nog even bleef.

Zoë leunde tegen Mila aan. “Mila,” zei ze, “wil jij morgen weer komen helpen? We kunnen samen badges maken. En misschien… een nieuwe functie bedenken.”

Mila's ogen glinsterden. “Ja,” zei ze. “Ik wil ‘Omweg-ontwerper' zijn.”

Meneer Vos lachte. “Uitstekend. Ik schrijf het meteen op.”

Bink kwam voorbij, met Pluis onder zijn arm en zijn broek eindelijk netjes vastgebonden. “Ik ben klaar voor morgen,” zei hij. “En mijn neus ook. Denk ik.” Zijn neus zat op de goede plek. Deze keer wel.

Mila keek naar Zoë en meneer Vos en Bink en Pluis, en ze voelde iets dat groter was dan een badge, groter dan een workshop, groter dan zelfs een circustent.

Het voelde als een team. Als vrienden. Als samen.

Ze neuriede de laatste noot van het deuntje. Ting.

En iedereen hoorde hem, en glimlachte, alsof dat precies de afspraak was.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Coulissen
De ruimte achter het podium waar artiesten zich klaarmaken en spullen liggen.
Piste-muziek
De muziek die in het circus wordt gespeeld als de shows op de piste beginnen.
Confetti
Kleine gekleurde papiertjes die in de lucht worden gegooid bij feestelijke momenten.
Badge-workshop
Een activiteit waar kinderen hun eigen ronde naamplaatje of badge maken.
Badge-boekjes
Boekjes met voorbeelden en ideeën om badges te ontwerpen.
Badge-pers
Een machine waarmee een badge stevig op elkaar wordt gedrukt en vastgemaakt.
NUMMERBIBLIOTHEEK.
Een speciale kast of ruimte met papieren en instructies voor circusacts.
Bibliothecaris
Iemand die spullen en informatie netjes bewaart en uitleent, hier van circusnummers.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Circusverhalen voor 7/8 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.