Hoofdstuk 1: Het ponton en de plaksticker
Mila stond op het houten ponton bij het meer en telde de planken. Niet omdat ze zich verveelde, maar omdat tellen fijn was. Het klopte altijd.
“Eén, twee, drie… zesendertig,” mompelde ze tevreden. “Goed. Dit ponton heeft precies genoeg planken om niet te wiebelen.”
Naast haar lag een kleine heksenhoed. En daarnaast een rugzak vol spulletjes: een toverstaf (met een kauwgomplakker aan het uiteinde), een notitieboekje, een potje glitters, en… een vel met veiligheidsstickers.
Mila was een leerling-heks van zeven, maar ook best een denker. Ze hield van toverspreuken, maar nóg meer van dingen die duidelijk waren.
Uit het riet klonk een zacht gefluister. Niet eng, eerder alsof het meer een geheim grapje vertelde.
“Pssst… pssst… psssst…”
Mila kneep haar ogen samen. “Ik hoor jullie wel. Wie fluistert daar?”
Een kikker sprong op de rand van het ponton en zette zijn borst op alsof hij een belangrijke toespraak ging houden. “Kwaak. Ik fluister niet. Ik kwak.”
“Dat was niet jij,” zei Mila streng maar vriendelijk. “Jij klinkt als een natte trompet.”
De kikker knikte trots. “Dank je.”
Mila zette haar hoed op. Hij zakte een beetje scheef over haar oor. Ze trok hem recht. “Oké. Vandaag oefen ik een nieuwe spreuk. Op een ponton is het rustig. En rustig is… overzichtelijk.”
“Overzichtelijk is saai,” zei een stem achter haar.
Mila draaide zich om. Daar stond Puk, een klein wolkje met een gezichtje. Het had twee wenkbrauwen die steeds van plaats wisselden.
“Puk!” riep Mila. “Jij bent toch mijn tovermaatje? Jij hoort mij te helpen.”
Puk blies zichzelf groter. “Ik help door onverwacht te zijn.”
“Onverwacht is juist het probleem,” zei Mila. Ze pakte een felgeel pictogram van het vel: een stickertje met een plaatje van een uitglijdende persoon en de woorden: PAS OP, GLAD.
Ze plakte het midden op het ponton, precies op plank nummer achttien.
Puk keek alsof hij een citroen proefde. “Waarom plak je dat hier?”
Mila tikte op het stickertje. “Omdat magie soms… glibberig kan worden. Dit is een veiligheidsmaatregel.”
De kikker las mee. “Pas op, glad. Ik kan dat ook!” Hij sprong en gleed prompt een halve centimeter. “Oeh! Ik ben een schaatskikker!”
Mila glimlachte. “Zie je? Handig.”
Het gefluister uit het meer werd wat harder. “Pssst… abraka… pssst…”
Puk draaide rondjes. “Hoor je dat? Het meer oefent ook spreuken. Misschien is het jaloers.”
“Een meer kan niet jaloers zijn,” zei Mila. “Een meer is water. En water… is water.”
“Maar dit water fluistert,” zei Puk.
Mila zuchtte. “Oké. Dan doen we het stap voor stap. Eerst een simpele spreuk om mijn staf te laten glimmen. Dat kan niemand kwaad.”
Ze hield haar toverstaf omhoog. “Glim-glans-gloed, maak licht zo groot!”
Er gebeurde meteen iets.
Niet met de staf.
Het veiligheidsstickertje begon te glimmen alsof het een mini-zonnetje was. Het werd zo helder dat Mila haar ogen moest knijpen.
“Nou,” zei Puk, “dat is… veilig fel.”
De kikker droeg zijn pootje als een zonnebril. “Kwaak! Mijn ogen hebben nu ook een zomer.”
Mila voelde haar wangen warm worden. “Oeps. Ik heb het verkeerde ding betoverd.”
Het ponton kraakte een beetje, alsof het moest lachen.
En het meer fluisterde vrolijk verder: “Pssst… glim… pssst…”
Hoofdstuk 2: De toverglijbaan
Mila knielde bij het sticker-zonnetje. “Oké, rustig. Ik haal het eraf.”
Ze peuterde aan de rand. Het stickertje liet los, maar bleef aan haar vinger plakken en ging mee. Het licht volgde haar hand, als een eigenwijs zaklampje.
Puk giechelde. “Je hebt een tover-vinger!”
“Dit is niet de bedoeling,” zei Mila. Ze schudde haar hand. Het stickertje wapperde als een vlaggetje. Het licht flitste over het water.
Plotseling glinsterde het hele ponton. Niet gewoon glans. Het leek alsof iemand er een laagje zeep op had gesmeerd.
De kikker keek naar zijn poten. “Ik glij al als ik eraan denk.”
Mila ging rechtop staan, heel voorzichtig. “Iedereen blijft rustig. Ik heb een plan.”
“Je hebt altijd een plan,” zei Puk. “Dat is je hobby.”
Mila ademde in. “Plan A: de spreuk terugdraaien.”
Ze richtte haar staf op het stickertje, dat nog steeds aan haar vinger hing. “Glim-glans-gloed, ga nu weer dood!”
Het stickertje knipperde één keer… en veranderde in een klein, piepend eendje van licht.
“Piep!” zei het eendje.
Mila staarde. “Ik… heb het veiligheidspictogram veranderd in een licht-eend.”
Puk klapte in zijn wolkenhandjes. “Fantastisch! We hebben een mascotte!”
De kikker boog. “Welkom, Licht-Eend. Kwaak, ik bedoel: piep.”
De licht-eend waggelde over het ponton. En waar hij liep, werd het nóg gladder. Het ponton veranderde langzaam in een glijbaan.
Mila zette een stap en gleed meteen naar voren. “Woe—!” Ze zwaaide met haar armen.
Puk riep: “Niet vallen! Of nou ja… zacht vallen!”
De kikker gleed mee en riep: “Ik ben een pannenkoek op vakantie!”
Mila remde door zich vast te houden aan een paaltje. Haar hart deed een klein hupje, maar ze was niet bang. Het was meer alsof ze per ongeluk in een grap was gestapt.
“Oké,” zei ze. “Dit is gek. Maar niet gevaarlijk. Het meer is rustig. We zijn op het ponton. We kunnen dit oplossen.”
Het meer fluisterde: “Pssst… glij… pssst…”
Mila keek naar het water. “Ben jij dit aan het doen?”
Een klein belletje borrelde omhoog en knapte met een zacht “plop”. Toen nog één. Alsof het meer antwoord gaf met bubbels.
Puk zweefde over de glijplanken. “Misschien wil het meer meedoen. Het heeft geen voeten, dus het maakt maar een glijbaan.”
Mila knikte langzaam. “Oké. Dan geef ik het meer… duidelijke regels.”
Ze haalde haar notitieboekje uit haar rugzak en een potlood. Terwijl ze zelf heel voorzichtig bleef staan, schreef ze groot: REGELS VOOR VRIENDELIJKE MAGIE.
Ze las hardop:
“Regel één: Niemand wordt nat zonder toestemming.”
“Regel twee: Glijden mag, maar langzaam.”
“Regel drie: Eendjes van licht zijn schattig, maar niet de baas.”
Puk kuchte. “Regel vier: Puk krijgt af en toe een koekje?”
Mila keek hem aan. “Regel vier: Puk krijgt af en toe een koekje. Alleen als hij helpt.”
“Deal,” zei Puk meteen.
Mila hield het boekje omhoog naar het meer. “Luister, Meer. Wij willen leuk toveren. Maar wel netjes.”
Het water fluisterde zachter, alsof het dichterbij kwam: “Pssst… netjes…”
De licht-eend piepte en ging precies op het veiligheidsstickertje staan dat nog op plank achttien zat. Toen doofde hij even, alsof hij aan het nadenken was.
“Zie je?” zei Mila hoopvol. “Hij luistert.”
Maar op dat moment gleed de kikker per ongeluk tegen Mila's rugzak, en de pot glitters rolde open.
“NEE!” riep Mila.
Te laat. Een wolk glitters vloog door de lucht en landde op het gladde ponton.
Puk keek naar de glitters. “Ooooh. Nu is het niet alleen glad… nu is het ook disco.”
Het ponton begon te fonkelen. Het meer fluisterde: “Pssst… disco… pssst…”
Mila keek naar haar staf. “Oké. Plan B.”
“Plan B?” vroeg de kikker terwijl hij langzaam rondjes gleed.
Mila stak haar kin omhoog. “Plan B is… ik kan dit. Ik ben een leerling-heks. En ik ben slim. En ik geef niet op.”
Hoofdstuk 3: Mila's slimme, niet-glibberige plan
Mila ging zitten. Dat was veiliger. Op haar billen kon ze niet uitglijden.
“Goed,” zei ze. “We maken er iets nuttigs van. Als het ponton toch een glijbaan wil zijn… dan maken we er een gecontroleerde glijbaan van.”
Puk zweefde laag. “Gecontroleerde lol. Dat klinkt als jouw lievelingssoort lol.”
Mila trok het vel veiligheidsstickers uit haar rugzak. “Precies.”
Ze pakte een stickertje met een pijl en plakte het aan het begin van het ponton. Toen nog één. En nog één. Een pijlenroute.
“Dit is de glijrichting,” zei Mila. “Iedereen glijdt dezelfde kant op. Geen botsingen.”
De kikker saluuteerde. “Ik ben een verkeer-kikker!”
Mila pakte een ander pictogram: een poppetje dat zit. “ZITTEND GLIJDEN.” Ze plakte het naast de pijlen.
Puk las mee. “Zittend glijden. Ha! Dus jij had gelijk met zitten.”
Mila pakte een derde sticker: een hand die stopt. “STOP HIER.” Ze plakte hem bij het paaltje waar ze zich eerder aan had vastgehouden.
“Maar hoe stoppen we echt?” vroeg Puk. “Het is superglad.”
Mila dacht even na. Ze keek naar de paaltjes langs het ponton. Toen naar haar sjaaltje dat aan haar rugzak hing.
“Een rem,” zei ze.
Ze knoopte haar sjaaltje om twee paaltjes, als een zachte banner. Niet strak, maar precies genoeg om iemand langzaam tegen te houden.
De kikker testte het, heel voorzichtig. Hij gleed aan, tikte tegen de sjaal, en plopte zacht terug alsof hij een kussentje had gevonden.
“Dit is de zachtste botsing ooit,” zei hij tevreden.
Mila glimlachte. “Zie je? Magie + regels = veilig plezier.”
Het meer fluisterde: “Pssst… veilig…”
De licht-eend piepte blij en ging op Mila's schouder zitten. Hij was warm, maar niet heet. Meer zoals een klein nachtlampje.
“Goed,” zei Mila. “Nu moeten we alleen nog het gladde wegtoveren. Want straks komt er iemand en die denkt: waarom is dit ponton een disco-glijbaan?”
Puk keek het ponton op en af. “Wie komt er dan? De eendenpolitie?”
“Mijn tante komt me straks halen,” zei Mila. “En mijn tante heeft schoenen met hakken. Hakken en glitters zijn… geen vrienden.”
De kikker huiverde overdreven. “Hakken op een ponton! Dat klinkt spannend.”
Mila stak haar hand uit. “Licht-eend, jij bent het begin van de betovering. Kun jij… terug naar sticker?”
“Piep,” zei de eend.
“Dat klinkt als ‘ja',” zei Puk.
Mila legde de eend voorzichtig op het ponton, precies op plank achttien, waar het allemaal begon. Ze pakte haar staf en haar notitieboekje.
“Ik ga een nieuwe spreuk maken,” zei Mila. “Een nette spreuk. Met duidelijke woorden.”
Ze schreef snel, en las toen hardop, rustig en zeker:
“Glitter, glij en gekke gloed,
word weer gewoon zoals het moet.
Ponton, blijf hout, meer, blijf zacht,
veilig plezier, overdag én in de nacht.”
Puk fluisterde mee, heel zachtjes: “Pssst… in de nacht…”
De kikker sloot zijn ogen, alsof hij een muziekstuk luisterde.
Mila zwaaide haar staf, niet wild, maar precies. Ze voelde zich stevig vanbinnen, alsof haar voeten wortels hadden, zelfs al zat ze.
De glitters op het ponton begonnen te trillen. Niet eng, eerder alsof ze kietel kregen. Toen rolden ze samen in een klein glinsterbolletje dat langzaam naar de rand van het ponton hupte.
“Hop,” zei het bolletje. “Hop.”
Mila knipperde. “Zei die glitterbal nou ‘hop'?”
Puk knikte trots. “Je magie heeft humor. Dat is een talent.”
De glijlaag werd minder glad. Het hout werd weer gewoon hout, met zijn normale piepjes en kraakjes.
Het meer fluisterde tevreden: “Pssst… bedankt…”
De licht-eend begon te flikkeren en… plop! Hij veranderde terug in het felgele veiligheidsstickertje.
Mila pakte het stickertje op en plakte het terug, netjes recht, op plank achttien. “Zo. Veiligheid op z'n plek.”
De kikker zuchtte dramatisch. “Ik mis de disco een beetje.”
Mila lachte. “We kunnen later nog disco doen. Met toestemming. En met sokken.”
Puk streek langs Mila's haar, alsof hij een wolkenkam was. “Je hebt het opgelost. Zonder paniek.”
Mila keek naar het meer. “Ik dacht eerst: oeps. Maar toen dacht ik: ik kan dit leren. Dat is eigenlijk best knap.”
“Dat is superknap,” zei de kikker. “Kwaakwaardig!”
Hoofdstuk 4: Een zachte lamp voor dappere gedachten
De zon zakte langzaam achter de bomen. Het ponton werd goudkleurig, en het meer leek een grote spiegel met kleine rimpels.
Mila ruimde haar spullen op. De glitters zaten weer in het potje. De stickers zaten waar ze hoorden. En het notitieboekje zat vol met regels en een nieuwe spreuk.
Puk zweefde boven de rugzak. “Weet je wat ik het leukste vond?”
“Dat jij een koekje-regel kreeg?” vroeg Mila.
“Ook,” zei Puk. “Maar vooral dat jij jezelf vertrouwde. Je zei: ik kan dit. En toen deed je het echt.”
Mila voelde een warm trots gevoel in haar buik. Niet een opschepgevoel, maar een rustig gevoel. Alsof ze een stoel in zichzelf had gevonden waar ze fijn op kon zitten.
Vanaf het pad klonk een stem: “Mila! Ben je daar?”
“Tante!” riep Mila.
Haar tante kwam aanlopen, zwaaiend. Ze had inderdaad schoenen met hakken, maar ze stapte voorzichtig op het ponton.
Mila wees meteen naar het pictogram. “Pas op, glad… maar eigenlijk is het niet meer glad. Alleen… het is een goede herinnering.”
Haar tante boog voorover om het stickertje te bekijken. “Wat professioneel. Heb jij dat gedaan?”
Mila knikte. “Ja. Ik had even… een glijbaan-probleem. Maar ik heb het opgelost. Met regels.”
Tante lachte. “Regels kunnen heel magisch zijn.”
Puk fluisterde in Mila's oor: “Zie je? Grote mensen zijn soms ook een beetje heks.”
De kikker sprong het riet weer in en riep: “Tot de volgende keer! Ik train alvast mijn glijspieren!”
Mila stapte van het ponton af, maar keek nog één keer om. Het meer fluisterde zacht, bijna als een slaapliedje: “Pssst… pssst…”
Mila haalde een klein lampje uit haar rugzak. Een nachtlampje in de vorm van een ster, dat ze van haar tante had gekregen “voor dappere dromen”.
Ze zette het op het begin van het ponton, bij de pijlensticker, als een vriendelijk waaklichtje. Ze drukte op het knopje.
Klik.
Een zachte, warme gloed verscheen. Niet fel zoals het sticker-zonnetje, maar rustig. Het licht maakte het ponton gezellig, alsof het zei: hier ben je veilig.
Tante keek verrast. “Wat lief. Waarom zet je die hier neer?”
Mila glimlachte. “Voor het meer. En voor mij. Dan weet ik: zelfs als magie weer een beetje uitglijdt, is er altijd een lichtje dat zegt: het komt goed.”
Puk zuchtte tevreden. “Dat is de beste spreuk.”
Het meer fluisterde heel zacht: “Pssst… goed…”
Mila pakte de hand van haar tante. Samen liepen ze weg, terwijl het nachtlampje op het ponton bleef schijnen.
En in dat warme licht leek het veiligheidsstickertje bijna te knipogen, alsof het zei: “Goed gedaan, Mila. Jij kan dit.”