Bezig met laden...
Angstige verhaal 9/10 jaar Lezen 20 min.

Mila en de gestolen klok van het ting-tingbos

Mila ontdekt een rinkelende wereld waar het ritme verdwenen is en trekt eropuit om de gestolen klok terug te vinden, terwijl ze vreemde bewakers tegenkomt en slimme keuzes moet maken.

Download dit verhaal als PDF

Ideaal om dit verhaal te delen of af te drukken!

Download het e-book (.epub)

Lees dit verhaal op uw e-reader.

Tienjarig meisje met bruin haar in een losse vlecht, vastberaden doch opgeluchte uitdrukking met gefronste wenkbrauwen en verlegen glimlach, houdt een grote ronde metalen klok tegen haar borst en schuift deze in de ronde opening bovenin een toren; tweede figuur: kleine donkere bewaker, gestikte schaduwsilhouet met twee gloeiende oogjes en naaldachtige handen, achteraan bij het ronde venster, verrast; plek: ronde kamer in witte stenen toren met versleten houten wenteltrap, muren met nagels en ringen en zwevende stofdeeltjes, grote ronde opening boven met zilveren maanstraal; situatie: rustige spanning terwijl de klok in zijn houder wordt teruggezet en zichtbaar begint te tikken (bewegingslijntjes en geluidsgolven) die kleine belletjes doen rinkelen; kleurenpalet: leisteengrijs, geblakd hout, koper- en zilvertinten, koude lichtpartij met warme halo rond de klok. meld een probleem met deze afbeelding

Hoofdstuk 1: Het land van ting-ting

Mila was negen en had een rugzak vol nuttige dingen: een klein zaklampje, een rolletje plakband, een boterham in folie en—het belangrijkst—een notitieboekje met een potlood dat ze aan een touwtje had vastgemaakt. “Als ik iets raars zie, schrijf ik het op,” mompelde ze altijd. “Dan raak ik de weg niet kwijt. En ook mijn gedachten niet.”

Ze liep door een wereld die klonk alsof iemand overal kleine belletjes had opgehangen. Bij elke stap: ting-ting. Wanneer de wind door de bomen ging: tinkel-tinkel. Zelfs haar adem leek soms te rinkelen, alsof de lucht van glas was.

Voorzichtig liep ze over een pad van donkere keien. Boven haar hing een hemel die niet echt blauw was, maar meer… grijs met glinsters. Aan de rand van het pad stond een scheve paal met een bordje. Er stond niets op, alleen een diepe kras in de vorm van een pijl.

“Een wegwijzer die zwijgt,” zei Mila zacht. “Dat vind ik verdacht.”

Ze trok haar notitieboekje uit haar rugzak en noteerde een herkenningspunt: Scheve paal, stille pijl, drie stappen na de kromme boom. Daarna plakte ze een klein strookje geel plakband om de paal.

“Zo,” fluisterde ze. “Jij bent nu van mij. Ik vind je terug.”

Op dat moment klonk er iets anders dan tinkelen. Een doffe tik. Alsof iemand met een vinger op hout klopte. Tik… tik… tik…

Mila's nekhaartjes gingen overeind staan. “Hallo?” riep ze, zo dapper mogelijk, al klonk haar stem klein in de grote rinkelwereld.

Uit het struikgewas rolde een knikker over het pad. Een zwarte knikker, zo glanzend dat hij het licht opslokte. Hij stopte precies bij Mila's schoen.

Mila bukte, maar raakte hem niet aan. “Knikker,” zei ze. “Waar kom jij vandaan?”

De knikker antwoordde niet, natuurlijk. Maar achter de struiken tikte het weer. En ergens verderop, tussen de bomen, klonk een korte lach. Hoog en schel, als een belletje dat te hard wordt geschud.

Mila slikte. “Oké. Dan ga ik maar de andere kant op.” Ze draaide zich om—en zag dat de scheve paal verdwenen was.

Alleen het gele plakband lag nog op de grond. Alsof iemand het eraf had getrokken en de paal had meegenomen.

Mila kneep haar ogen samen. “Niet panikeren,” zei ze tegen zichzelf. “Ik kan dit. Eerst kijken, dan denken, dan lopen.”

En ze liep, met haar notitieboekje stevig tegen haar borst gedrukt, het tingelende bos in.

Hoofdstuk 2: De klokkeloze toren

Na een tijdje werd het pad smaller. De keien maakten plaats voor planken die kraakten, maar ook die kraak klonk alsof het van metaal was: krííng.

Tussen de bomen doemde een toren op. Niet heel hoog, maar wel vreemd: de stenen waren wit, en in elke steen zat een klein gaatje alsof er ooit iets aan had gehangen. Bovenin zat een grote ronde opening. Een plek waar een klok hoorde te zitten.

Maar de klok was weg.

Mila voelde een koude luchtstroom langs haar wangen. “Een klokkentoren zonder klok,” fluisterde ze. “Dat is alsof je een boterham zonder beleg hebt. Het kan wel, maar je mist iets.”

Bij de deur hing een bordje met krullerige letters: TIK HIER VOOR TOEGANG.

Eronder zat een houten plaat met een ronde knop.

Mila stak haar hand uit, aarzelde, en duwde toen heel voorzichtig. Tik.

De deur sprong met een klik open. Binnen was het donker, maar niet stil. Het rinkelen zat hier dichter op elkaar, als een zwerm piepkleine belletjes die in een pot opgesloten zaten.

“Hallo?” Mila stapte naar binnen. Haar zaklampje maakte een smalle lichtbaan. Stof danste erin, glanzend als minuscule schilfertjes zilver.

Aan de muur zag ze talloze spijkers. Aan sommige hingen kleine kettingen, maar zonder belletjes. Alsof iemand alles had weggehaald. Onder aan de trap lag een hoopje metalen ringetjes, en ertussen: nog zo'n zwarte knikker.

Mila schreef snel: Toren zonder klok. Veel spijkers. Belletjes weg.

Ze tekende ook een klein plattegrondje: deur, trap links, muur met spijkers.

Vanaf boven klonk ineens een schrapend geluid. Alsof iets met lange nagels over steen ging.

“Mila,” fluisterde een stem. Niet hard, meer alsof het door een sleutelgat gleed. “Milaaa…”

Mila's hart sprong op. “Wie zegt dat?” riep ze, en ze probeerde boos te klinken, maar het werd eerder piepend.

Geen antwoord. Alleen: tik… tik… tik… van boven. Langzaam. Alsof iemand tijd telde die niet bestond.

Mila zette één stap op de trap, toen nog één. Ze hield haar zaklamp omhoog. Halverwege zag ze iets wat haar maag een beetje liet omdraaien: op de treden waren krassen, in de vorm van pijlen… maar ze wezen naar beneden.

Alsof iemand heel graag wilde dat je terugging.

“Dank je,” fluisterde Mila, “maar ik ben niet van plan om precies te doen wat enge krassen zeggen.”

Ze klom verder. Bovenaan kwam ze in een ronde kamer. De open plek waar de klok moest hangen, keek als een groot oog naar buiten. De wind floot erdoor, en elk fluitje eindigde met een tinkel.

In het midden van de kamer stond een houten kist. Er zat een slot op, maar geen sleutelgat. Alleen een kleine gleuf, precies groot genoeg voor… een knikker.

Mila keek naar de zwarte knikker beneden in de toren. Ze had hem niet meegenomen. Toch lag er nu eentje op de kist, alsof hij daar altijd al had gelegen.

Ze stak haar hand uit—en de knikker rolde vanzelf in de gleuf.

Klik.

De kist sprong open.

Binnenin lag geen schat, geen goud. Alleen een kaart van het bos, getekend met dunne lijnen, en een korte zin:

Wie de klok steelt, steelt de rust. Breng het ritme terug.

Mila voelde haar keel droog worden. “Dus er is een dief,” zei ze. “En ik moet… de klok terugbrengen?”

Toen, in het gat van de toren, verscheen iets donkers. Niet helemaal een gezicht, maar ook niet helemaal een schaduw. Twee lichtpuntjes, als koude sterren, keken haar aan.

“Mila,” fluisterde het weer. “Geef… tijd…”

Mila pakte de kaart, sloeg haar notitieboekje open en schreef het grootste herkenningspunt van allemaal op: Klokkeloze toren. Kist met kaart. Schaduw met ogen.

Daarna draaide ze zich om en rende naar beneden, zo stil mogelijk—wat moeilijk was, want zelfs haar angst klonk hier: ting-ting-ting.

Hoofdstuk 3: Het pad van verdwenen geluid

Buiten was het bos donkerder geworden. De belletjes klonken zachter, alsof iemand een dikke deken over de wereld had gelegd. Mila keek op de kaart. Er liep een stippellijn naar een plek die “Het Stilvak” heette.

“Dat klinkt als een plek waar je je eigen gedachten hoort,” zei Mila. “En dat is soms ook eng.”

Ze volgde de stippellijn en markeerde onderweg bomen met kleine stukjes plakband. Niet te veel—alleen genoeg om later terug te kunnen. “Voorzichtig en slim,” zei ze. “Zoals papa altijd zegt. Maar papa is er niet. Dus ik zeg het zelf.”

Het bos veranderde. De bladeren werden donker, bijna zwart. Er hingen belletjes in de takken, maar zonder klepels. Ze wiegden in de wind en deden… niets.

Mila kreeg kippenvel. Een belletje dat niet rinkelt, is als een lach zonder geluid.

Toen stopte het tingelen helemaal.

Alsof iemand op een knop had gedrukt. Stilte. Zo dik dat Mila haar eigen slikken hoorde.

“Oké,” fluisterde ze, en haar stem klonk vreemd hard. “Dit is het Stilvak.”

Voor haar lag een open plek met een vijver. Het water was zo glad dat het op een spiegel leek. Op de oever lagen honderden belletjes opgestapeld, als een berg speelgoed dat niemand meer wil. En midden op die berg zat… een wezen.

Het was klein, ongeveer zo groot als Mila. Het had een jas van aan elkaar genaaide schaduwen en een hoed die te groot was. Waar zijn gezicht moest zijn, zat een zwart gat met twee lichtpuntjes. In zijn handen hield het een koord met daaraan iets dat zwaar was en rond.

Mila's hart bonsde. Ze bleef op afstand en stak haar potlood als een soort mini-zwaard omhoog. “Wie ben jij?”

Het wezen draaide langzaam zijn hoofd. “Ik ben de Bewaker, zei het, maar de stem klonk alsof hij uit een lege klok kwam. “Ik bewaak wat gestolen is.”

“Dan… waarom ligt het hier?” vroeg Mila. Ze wees naar de berg belletjes. “Waarom bewaak je het niet beter?”

Een zacht, krakend lachje. “Ik bewaak het voor de dief. Ik ben heel goed in bewaken.”

Mila voelde dat ze het liefst weg wilde rennen. Maar ze dacht aan de zin op de kaart. Breng het ritme terug.

En ze dacht aan alle belletjes die niet meer klonken. Aan de toren zonder klok. Aan de wereld die zijn eigen hartslag kwijt was.

Ze haalde diep adem. “Luister,” zei ze. “Ik ben Mila. Ik ben inventief en voorzichtig, en ik schrijf dingen op zodat ik niet verdwaal. Ik wil de klok terugbrengen. Want zonder ritme wordt alles… fout.”

De Bewaker wiegde heen en weer. “Ritme is lastig,” fluisterde hij. “Ritme maakt mensen dapper. Ritme laat voeten lopen, harten kloppen, deuren open gaan.”

“Precies,” zei Mila. “En daarom hoort het niet hier. Geef me de klok.”

Het wezen hield het koord omhoog. Aan het einde bungelde een ronde klok, zonder wijzers, maar met een glazen gezicht dat dof glansde.

Mila's vingers jeukten om hem te pakken. Maar ze herinnerde zich: eerst kijken, dan denken. Ze keek naar de vijver. In de spiegel zag ze niet zichzelf… maar de scheve paal, en daarnaast de toren, en daarachter een pad dat ze nog niet had gezien.

Een verborgen weg.

Mila knikte langzaam. “Jij wilt dat ik de klok pak,” zei ze. “Dan gebeurt er iets slechts.”

De Bewaker verstijfde. “Pak,” siste hij. “Pak nu. Of de stilte blijft.”

Mila pakte haar notitieboekje, scheurde een bladzijde eruit en schreef groot: IK PAK NIET. IK DENK.

Ze hield het papiertje omhoog, alsof het een toverspreuk was.

Toen deed ze iets anders. Ze liep naar de berg belletjes en zocht het kleinste belletje uit. Ze hield het bij haar oor en tikte er zacht tegenaan met haar potlood.

Ting.

Eén enkel geluidje, helder en klein, schoot door de stilte als een lichtstraal.

De Bewaker deinsde achteruit. “Nee,” fluisterde hij. “Geen begin. Geen eerste tik.”

Mila glimlachte, heel even. “Alles begint met één klein geluid,” zei ze. “En ik ben best goed in klein beginnen.”

Ze tikte nog eens. Ting. En nog eens. Ting-ting.

De vijver rimpelde. De lichtpuntjes van de Bewaker flakkerden. Het koord met de klok trilde in zijn handen.

Mila keek naar de spiegeling en stapte precies naar de plek waar het verborgen pad in de vijver te zien was. En daar—alsof de wereld naar haar luisterde—verscheen in het gras een smal, droog paadje.

“Dank je, spiegel,” fluisterde Mila.

Ze rende het nieuwe pad op, terwijl achter haar de Bewaker krijste als een bel die breekt. In de verte hoorde ze het tingelen voorzichtig terugkomen, alsof de wereld haar aanmoedigde.

Hoofdstuk 4: De dief in de muren

Het verborgen pad leidde naar een huis dat er niet hoorde te staan. Het was gebouwd van oude klokken: koekoeksklokken als ramen, zakhorloges als dakpannen, en grote uurwerken als deuren. Toch tikte er niets. Alles stond stil, alsof de tijd hier zijn adem inhield.

Mila's handen trilden, maar ze kneep haar potlood stevig vast. “Resilience,” zei ze, al kende ze het woord niet precies. Ze kende wel het gevoel: doorgaan terwijl je knieën ‘nee' zeggen.

Ze duwde tegen de deur. Die ging open met een zucht van roest.

Binnen was het donker en vol schaduwen. Aan het plafond hingen slingers van kettingen, zonder belletjes. Op de vloer lagen wijzers, alsof iemand ze uit klokken had getrokken en weggegooid.

En toen zag Mila iets bewegen in de muur. Niet een muis. Iets groters. Een vorm die door de stenen gleed alsof de muur van water was.

“Wie ben je?” riep Mila, en haar stem echoode tussen de stille klokken.

Uit de muur kwam een figuur tevoorschijn: lang en dun, met armen als pendels. Zijn hoofd was een ronde klok, maar zonder gezicht. Alleen een scheur die op een mond leek.

“Ik ben de Verzamelaar, zei de figuur. Zijn woorden klonken als metaal dat tegen metaal schuurt. “Ik verzamel tiks. Ik verzamel ting. Ik verzamel jouw wereld.”

“Waarom?” vroeg Mila. Ze deed een stap achteruit, maar niet te ver. Ze wilde niet doen alsof ze al verloren had.

“Omdat stilte macht is,” zei de Verzamelaar. “Als niemand iets hoort, kan niemand iets vinden. Geen weg. Geen vriend. Geen hoop.”

Mila voelde woede opborrelen, warm onder haar ribben. “Dat is gemeen,” zei ze. “En ook heel saai.”

De Verzamelaar boog zijn klokhoofd. “Saai is veilig.”

“Niet voor mij,” zei Mila. Ze haalde de kaart uit haar zak. “Ik weet dat de klok hoort te tikken. En ik weet waar hij terug moet: in de toren.”

De Verzamelaar stak een arm uit. Zijn vingers waren kleine wijzertjes. “Dan neem ik jouw potlood. Dan kun jij niets meer noteren. En zonder notities ben jij net als de rest: verdwaald.”

Mila keek snel rond. Ze zag een grote klok op de grond, opengeklapt als een mond. Naast de klok lag een hoop losse belletjes, alsof iemand ze wilde sorteren.

Ze kreeg een idee. Een voorzichtig, slim idee.

Ze liet haar potlood vallen. Met opzet.

De Verzamelaar grijnsde met zijn scheur-mond en graaide. “Ha.”

Maar Mila had het touwtje aan haar potlood vastgemaakt. Terwijl de Verzamelaar het pakte, trok Mila aan het touwtje—en het potlood schoot uit zijn vingers, recht de open klok-mond in.

Klonk!

De open klok sloeg dicht.

Even was het stil. Toen begon de klok te trillen. Van binnen kwam een gedempt getik. Tik… tik… tik…

De Verzamelaar gilde. “Nee! Geen ritme hier!”

De muren van het huis antwoordden. Overal begonnen kleine, vergeten tandwieltjes te bewegen. Niet snel, maar vastberaden. Mila voelde de vloer onder haar voeten heel licht meetrillen, alsof het huis weer een hart kreeg.

Uit een nis in de muur schoof iets naar voren: de echte klok uit de toren. Nu mét wijzers, die aarzelend begonnen te draaien.

Mila greep hem vast. Hij was zwaar en koud, maar hij voelde… juist. Als een steen die precies in de juiste plek hoort.

De Verzamelaar probeerde haar te grijpen, maar elke keer dat hij bewoog, tikte de opgesloten klok harder. Het ritme duwde hem terug, alsof tijd zelf zei: genoeg.

Mila rende naar buiten met de klok tegen haar borst. Achter haar kraakte het huis, alsof het niet blij was om wakker te worden, maar het werd wél wakker.

En in de verte, heel zacht, klonk weer een tinkel. Dan nog één. En nog één.

De wereld herinnerde zich zijn geluid.

Hoofdstuk 5: De regelmatige klok

Mila stormde terug door het bos. Ze volgde haar plakband-tekens, haar eigen kleine sterren op boomschors. Ze was moe, haar benen deden pijn, maar ze bleef gaan.

Bij de klokkeloze toren stond de deur nog open, alsof hij op haar wachtte.

Binnen klonk het tingelen nu als gefluister dat langzaam durfde te praten. Mila klom de trap op, langs de krassen die naar beneden wezen. Ze keek ernaar en zei: “Jullie hadden bijna gewonnen. Bijna.”

Boven in de ronde kamer gierde de wind door het gat waar de klok hoorde. Mila zette haar voeten stevig neer en tilde de klok op.

“Als ik dit doe,” zei ze zacht, “dan komt het geluid terug. En misschien ook de schaduwen. Maar ik ben niet alleen. Ik heb mijn notities. Mijn hoofd. En mijn moed.”

Ze plaatste de klok in de opening. Hij klikte vast alsof hij opgelucht zuchtte.

Een seconde gebeurde er niets.

Toen: tik.

Nog een: tik.

De wijzers begonnen te lopen. Het geluid werd regelmatiger, voller. Tik-tak. Tik-tak.

Het bos reageerde alsof iemand een gordijn opentrok. Buiten begonnen belletjes te rinkelen, eerst voorzichtig, daarna vrolijker. Ting-ting, tinkel, kling. De wereld van tintelingen werd weer zichzelf.

Mila voelde tranen prikken, niet van angst nu, maar van opluchting. Ze lachte zelfs een beetje. “Ik heb je teruggebracht,” fluisterde ze tegen de klok. “Je bent thuis.”

In het gat van de toren zag ze, heel even, de Bewaker in de verte staan. Klein nu, minder scherp. Hij keek naar de draaiende wijzers en hield zijn handen voor zijn gezicht.

De Verzamelaar verscheen niet meer. Misschien was hij teruggekropen in de muren, waar het ritme hem nu altijd zou vinden.

Mila pakte haar notitieboekje en schreef haar laatste regel: Ritme terug. Ik ook.

Beneden, bij de deur, vond ze de scheve paal weer. Hij stond precies op zijn plek, met het gele plakband nog netjes eromheen. Alsof hij zich schaamde dat hij even was weggeweest.

Mila tikte tegen het bordje. “Blijf maar staan,” zei ze. “Ik zie je.”

Ze liep naar buiten en ging op een steen zitten. Ze luisterde. Niet naar enge tikken in het donker, niet naar schrapen of gefluister.

Alleen naar de toren.

Tik-tak. Tik-tak. Tik-tak.

Een regelmatige klok, als een rustig hart dat zegt: je bent veilig, je bent dapper, je kunt verder.

Zonder advertenties 3€ per maand

Wilt u ononderbroken lezen? Steun Oh My Tales, verwijder alle advertenties en geniet van andere inbegrepen voordelen vanaf 3€ per maand.

Bekijk de plannen en tarieven
Delen

rapporteer een probleem met dit verhaal

Wat vond je van dit verhaal?

Geef uw mening door een beoordeling te geven aan dit verhaal op basis van wat u en/of uw kind ervan vonden. Bij voorbaat dank!

Dank je wel! Uw beoordeling is in behandeling genomen!

De quiz: heb je het verhaal goed begrepen?

Notitieboekje
Een klein boekje waarin je dingen opschrijft zodat je het niet vergeet.
Scheve
Niet recht; iets dat een beetje naar één kant hangt of staat.
Wegwijzer
Een bord of paal die aangeeft welke kant je moet gaan.
Kras
Een smalle streep of beschadiging op een oppervlak, vaak door iets schuifs.
Gleuf
Een smalle opening of spleet waar iets precies in past.
Bewaker
Iemand of iets dat erop let en beschermt wat belangrijk is.
Verzamelaar
Iemand of iets dat spullen bij elkaar zoekt en bewaart.
Ritme
Een regelmatig patroon van geluiden of bewegingen, zoals tik-tak.
Plakband
Dun kleefmateriaal om dingen tijdelijk aan elkaar te plakken.
Koekoeksklokken
Klokken met een klein houten vogeltje dat eruit komt en roept.
Zaklampje
Een klein lampje dat je vasthoudt om in het donker te zien.
Tandwieltjes
Kleine ronde radjes met tandjes die samen draaien in een klok.

Creëer een magisch en uniek verhaal voor uw kind!

Creëer in slechts een paar minuten een gepersonaliseerd avontuur waarin uw kind de held wordt. Met onze exclusieve tool is het gemakkelijk, gratis en leuk!

Een verhaal creëren

Onderwerpen gerelateerd aan dit verhaal:

moed bos mysterie zoektocht angst doorzettingsvermogen klok

Download dit verhaal:

Download dit verhaal als PDF Download het e-book (.epub)

Te lezen daarna in Enge verhalen (Horror) voor 9/10 jaar

Ontvang elke zondagavond nieuwe verhalen!

Ontvang 7 spannende en boeiende verhalen, afgestemd op de leeftijd en smaken van uw kind, elke zondag om 17:00*. Het is gratis en gegarandeerd zonder spam!
*E-mail verzonden om 17:00 uur Midden-Europese Tijd (CET).
We houden ook niet van spam. Daarom sturen we alleen verhalen. U kunt zich op elk gewenst moment afmelden.